Hoop en troost

De lucht kleurt zalmroze boven de weilanden. De voorspelde donkere wolken blijven uit. Het busje snort over de snelweg. We hebben de hond en onszelf uitgelaten op het strand in het Hoge Noorden. Daar waar de Spar gratis koffie schenkt omdat er in de verre omtrek niets te krijgen is. We nemen er een kaascroissant bij.

Alles schijnt lichter en blijer vandaag. Het weer heeft heimwee naar de zomer en geeft ons een toegift. Ter ere van. Hoop en troost.

Thuis dwalen we, op zoek naar het laatste nieuws, af naar Podium Witteman en later naar ‘Mondo’.  

Een Armeense cellist reist gewapend met zijn instrument naar de plek van het huidige conflict met Azerbeidzjan Om gebouwen te beschermen tegen de vijandelijke bommen geeft hij er concerten. Beelden van de cellist spelend in een kapot gebombardeerde kerk gingen viraal.

Hij geeft ons een Armeens wiegelied mee wat de moeder van componist Komitas voor hem zong tijdens de diaspora. Over een kraanvogel die verder vliegt, hoog boven het land. Hoop en troost.

Bij ‘Mondo’ schetst een architect de nabije toekomst van Amsterdam. Woningen aan de Zuidas waar elk plekje begroeid is met planten. Reductie van aardopwarming met 1 graad Celcius als alle steden dergelijke projecten realiseren. Hoop en troost.

Dokter Mondo schrijft kunstmedicatie voor. Een kuur ‘Extravagance’ in het van Abbe museum is het recept van vandaag. Hoop en troost.

In de VS spreekt Joe Biden, ‘president elect’,  teleurgestelde Trumpstemmers toe. “Let’s give eachother a chance”.

Hoop en troost.

Kamala Harris, in haar eigen ‘elect speech’ : i am the first woman in this office, but  I will not be the last. A New day for America. Hoop en troost.

Geschiedenis schrijven

De honden rennen door de kamer. Onrustig. Voelen zij iets van de spanning die in de lucht hangt?

Mijn mobiel zoemt en rinkelt. ‘Gif’jes van dansende dochters en opgeheven duimen. ‘Thank God’ emoticons.

We zitten met onze lieve vrienden uit het hoge Noord Westen op de bank en kijken naar het televisiescherm. In dezelfde samenstelling zoals we dat 12 jaar geleden deden. Toen werd Obama gekozen. Nu melden de diverse Amerikaanse nieuwszenders dat het een feit is: Joe Biden heeft gewonnen.

We zien beelden uit Washington D.c. 95% van de bevolking stemde hier voor Biden. Uitzinnige vreugde alom, de massaal gedragen mondkapjes kunnen de pret niet drukken. Zwarte vrouwen staan stil bij het feit dat voor het eerst in de geschiedenis van de VS de vice president een vrouw is, een zwarte vrouw. Ik moet denken aan het verhaal dat ik vorige week las, in een ‘Groene’ vol ellendig nieuws. Het verhaal van Kamala Harris. Hoe haar moeder, een wetenschapper, op de universiteit voor de schoonmaakster werd aangezien. We schrijven geschiedenis.

Stepping stone

We gaan naar de stadsschouwburg. Dat wil zeggen ‘virtueel’ en nemen plaats op de bank van onze lieve vrienden in de Jordaan. En kijken naar Ivo van Hove’ s “ Wie heeft mijn vader vermoord”, gespeeld door Hans Kesting.

De jonge Franse schrijver Edouard Louis praat, autobiografisch, tegen zijn oude vader. Een hartverscheurend stuk over huiselijk geweld, alcohol, de noodzaak om alles te willen vergeten. De ellende die van generatie op generatie doorgegeven wordt. De vernedering van zonen door vaders. De dwang om ‘mannelijk’ te zijn. Dat wil zeggen alles wat voor vrouwelijk staat te haten.

De jonge Edouard vlucht naar Parijs. Daar, op afstand ziet hij patronen, de verbanden. De systematisch gehandhaafde armoede, de privileges die alleen aan de rijken toevallen, zoals de duvel op de grote hoop schijt. Regeringsleiders van alle gezindten met hun vernederende maatregelen, tot Macron aan toe met zijn belastingverlaging voor de rijken.

De jongeman keert terug naar zijn vader. Op een andere manier. Er ligt een loopplank over de afgrond van haat en vernedering, het begin van een brug.

Al kijkend gaan mijn gedachtes onwillekeurig naar de VS. “Laten we Biden” schrijft Tommy Wieringa in de VK vanmorgen. De kloof die het land verdeeld is niet door Trump ontstaan, maar deze heeft de krachten die de splitsing deden ontstaan misbruikt voor persoonlijk gewin en macht. Maar de democratie slaat terug, zo lijkt het.

Laten we hopen dat Biden en Harris een loopplankje, hoe smal ook, een ‘stepping stone’ kunnen leggen in deze kolkende modderstroom.

Wachten

Terwijl de wereld met ingehouden adem wacht op uitslagen, op nog meer geweldsdreigementen uit de familie T, op volgende enge uitlatingen van Steve Bannon, op Corona afbuigingen, op testuitslagen en vaccins, en ik wacht op een It-er die de wachttijden voor behandeling op mijn website moet aanpassen, te midden van al dat gewacht krijgt De geliefde een oproep van het ziekenhuis.

Hij moet gedotterd worden. We krijgen informatiemateriaal waar Disney jaloers op zou zijn. Animatiefilms waarop kransslagaders als metrobuizen te zien zijn. Met een dikke laag extra stuc waardoor de trein er niet meer door kan. Dan komt er een reparatietreintje. Met ballonnen en een lading uitklapbaar ijzer. De ballonnen deuken de buis uit en de steiger wordt geplaatst. Klaar is Kees.

Zo eenvoudig blijkt het toch niet te zijn. Terwijl de elektrodes al op de borst zijn geplakt, komt een verpleegkundige de risico’s met hem doornemen. Een op de 200 heeft blijvende klachten ‘zus’. Een op een 20 klachten en risico’s ‘zo’. Niet mis te verstaan. Maar na al dat wachten zegt De geliefde natuurlijk geen ‘nee’.

Aan het eind van de middag ga ik hem halen. Met de metro, praktisch leeg. Ooit zag ik een plaatje van de enorme boor die de buizen gegraven heeft.

Ik vind hem hoog boven de stad, in het laatste avondlicht. De witte omgeving vormt een perfect reflecterend screen voor de warme tinten van de ondergaande herfstzon. Een lieve, kwetsbaar ogende man, in een ziekenhuisbed. Wachtend op ontslag. Een sympathieke verpleegkundige die eruit ziet alsof ze hier nooit weggaat, zo toegewijd en samenvallend met haar uniform, doet een laatste check. Er blijkt weinig aan reparatiewerk gebeurd te zijn, begrijp ik. De laag stuc was te hard. Er moet geboord worden. Ik moet even aan die enorme metroboor denken.

Gelukkig is de verstopte buis niet van levensbelang.

Met de reeds wachtende taxi rijden we door de donkere stad. Inkijkjes in de intieme wereld van mensen thuis. Toevluchtsoord In deze vreemde tijden.

Op de gracht wachten bloemen en een dochter die Nepalees eten heeft besteld.

Op de app kunnen we de bezorger volgen. We wachten.

Nooit meer zonder

In een wolk van harde muziek kwam de truc met aanhanger het tankstation binnen rijden. Grote mannen met rode nekken en cowboylaarzen gooiden portieren open en richtten zich op de andere aanwezigen. Vlaggen en flyers werden in handen geduwd, of je nou wilde of niet.

Ik wachtte bij de fietsen. Joop haalde koffie. Stilletjes legde ik het spektakel vast en hoopte dat ze me niet zouden zien.

Met heimwee denk ik terug aan onze tochten door de VS. De mensen die we ontmoetten. Hoe voelen ze zich nu? Onze lieve vrienden in Chicago. De stad met de beruchte harde wind. Niet qua Beauforts maar politiek temperament. Het kan er hard aan toe gaan. Hebben ze hun huis dichtgespijkerd?

En de vader die met zijn zieke dochter langs de Pacific fietste en het debacle aan zag komen. Ik denk ook aan de hoogbejaarde daklozen. Echtparen, enkelingen die alles verloren hebben. Dikwijls zwart.of getint.

Ik denk aan de woorden van een zwarte reporter gisteravond. Als Biden wint is dat een politieke overwinning. Maar voor velen is er daarnaast de morele ontsteltenis, die pijn doet. Ondanks wat er allemaal gebeurd is en boven is komen drijven, hebben zovelen op T gestemd. In absolute aantallen hebben ruim vier miljoen Amerikanen meer ‘rood’ gestemd en bovendien uit alle bevolkingsgroepen. Witte vrouwen, latino’s, zwarte mensen. Hoog en laagopgeleiden.

De caravan blijft rond rijden en zijn zieke boodschap verspreiden.

“You can’t always get what you want”

Na zijn overwinning in 2016 eigende T zich dit nummer toe. Keith Richards distancieerde zich en voorspelde onheil voor de wereld.

Vandaag neem ik me voor een aantal klussen te doen. Planning gemaakt en aan de slag. Dan loopt de printer vast. Een simpele brief die ik aanbood te schrijven krijg ik niet uit mijn toetsenbord gerammeld. Een uur later smijt ik geïrriteerd een lastig dossier in de hoek. De videoverbinding loopt steeds vast en plaatst mij tegenover een bevroren patiënt.

‘S middags sta in mijn atelier te zwoegen maar t wordt niet wat ik wil. Ik kwast het doek over en probeer opnieuw.

De persconferentie. Geen huisje op t wad voor ons voorlopig. De media reageren kritisch. T gaat toch de goede kant op, waarom dan dit? Vorige week was er juist een roep om strengere maatregelen, door diezelfde media. Maar die maatregelen zijn veel duurder dan welk virus dan ook, schrijft de VK.

Wie er ook wint in de VS, de ziel van het land blijft ernstig verdeeld, kop de NRC. Kortom: het maakt niet uit.

Het wordt niks vandaag. Doe mij maar weg. Onder de dekens. Hopeloos.

Maar dan zie ik jonge zwarte kunstenaars optreden voor de rijen wachtende stembusgangers. Rappers, dansers, muzikanten. Jonge mensen met een ideaal en een toekomst om voor te strijden. “”Fighting for our life’s”. Amerikanen komen massaal naar de stembus

“You can’t always have what you want”. Maar je kunt er wel je stinkende best voor doen.

NYC Election day on Fifth’ Avenue

Een vreemde oorlog

“Het is zo’n vreemde oorlog” verzucht de 80 jarige weduwe

op het beeldscherm als ze me vertelt over haar vereenzaming, nu bezoekjes buiten de deur wederom lastig zijn. ‘s Nachts nemen kleine zaken enorme proporties aan en overdag is ze futloos. Ze maakt wandelingen in de buurt en ontmoet slechts onbenutte terrasstoelen opgestapeld in een hoek. Ketting erom, wachtend op betere tijden. Voorheen riep er nog wel eens iemand vanuit die stoelen:”kom erbij zitten..”

Ze herinnert zich als jongste kind in een gezin dat actief was in het verzet, de spanning, de dreiging maar ook de saamhorigheid van de oorlogstijd. Geïnstrueerd als ze was om niks te zeggen, tegen niemand. Nu is de vijand onzichtbaar. Het vervreemdingseffect juist wel en voelbaar.

In de stapel weekendkranten vind ik in het NRC een artikel over onderzoek naar ‘het zelf’ met behulp van Virtual Reality (VR). De Tibetanen in het oosten wisten het al eeuwen,  nu volgt wetenschappelijke onderbouwing uit het westen. Het zelf bestaat eigenlijk niet. Het brein interpreteert de informatie uit de omgeving en vanuit het eigen lichaam en vormt daarvan een beeld. Het is een model van de omgeving, maar ook een ’model’ van wat we ons ‘ik’ zijn gaan noemen. Maar in feite bestaat er geen ‘ik’.

Intensief contact met een ander doet je de ego grenzen verliezen. Denk aan vrijen, een kind de borst geven, denk aan een uiterst verdrietige vriend of vriendin troosten. Dan ervaar je jezelf minder als ‘ik’, meer als onderdeel van een geheel.

Door elkaar te voelen, aan te raken, te omhelzen (wat in onderzoekstermen een ‘bodyswap’ wordt genoemd) blijven we ‘heel’ en coherent.

De schrijvers van het artikel hopen dat we ooit allemaal zullen beseffen dat ons model van de wereld slechts een aanname is. Niet perse ‘de waarheid’. En dat we ‘bodyswaps’ nodig hebben om gezond te blijven.

Ik hoop het ook. Voor de slachtoffers van ‘the social distancing’ en voor de grote ‘ego’s’ in het ‘model’ van de wereld.

Lucht als beton

Het gewicht van de lucht in een ruimte, weergegeven in betonblokken op een houten pallet. Totaal 1293 kilogram. Een kunstwerk van David Rickard. Je zou denken dat lucht gewichtsloos is. Maar dat is schijn. We leven onder grote druk, dat is duidelijk.

Ik koop met een Albert Heijn winkelwagen muntje van onze Utrechtse vriend (wie heeft er tegenwoordig nog muntgeld in zijn zak?) uit de ‘Airdispenser’ van Yoko Ono een portie lucht in een plastic capsule. Ik ben blij, ik heb wel wat met haar. En ook zij is beïnvloed door Artemisia.Toeval bestaat niet.

We zijn in Museum Kranenburgh bij de expo Lucht. Leven-fenomenen-complicaties.

Buiten is de lucht donker. Onder de klep van de Volvo stationcar van onze vrienden drinken we later de door hen meegebrachte koffie met daarbij een luxe bonbon. De geplande wandeling zit er wegens de zwaarte van de lucht niet in.

Thuis ligt er een loodzware ‘Groene Amsterdammer’ op tafel. ‘Van wie is Amerika? Stemmen in een verscheurd land’. Het ene artikel nog zwaarder dan het ander. Donkere luchten pakken samen boven de aarde.

Toch zie ik een lichtpuntje in deze depressie. Het verhaal van Kamala Harris,

running mate van Biden. Als kind uit een huwelijk van twee niet westerse migranten belichaamt ze de veranderende demografie van het land. Haar uit India afkomstige moeder die, als kanker onderzoeker, op haar werk wel aangezien werd voor de schoonmaakster, is haar idool. Zeg niet dat iets te moeilijk voor je is en doe nooit iets half. Het optimisme in onze tijd moet komen van deze generatie met gemengde achtergronden, waarvoor Harris staat. Dit optimisme is samengebald in de “Hero code:” i promise to be the very best me i can be”.

Superhelden zijn overal om ons heen. Dat maakt de lucht weer wat lichter om te dragen.

Trembling landscapes, sewing borders and nature caught in the very act

Amsterdam, 31-10-20

De zelfportretten van Celia Paul moeten even wachten. Vandaag gaat over andere zaken. Met de lieve vriendin uit Noord naar het Teylers museum. Even terug in de tijd, lopend door de prachtige zalen vol fossielen van de meest wonderbaarlijke prehistorische vissen en primitieve levensvormen. Op weg naar John Constable.

De grote werken laten we links liggen. Maar de schijnbaar achteloos getekende en geschilderde mini landschapjes bekoren ons. Slordig in een lijstje gedaan, rommelig afgeknipt. Abstracte werkjes eigenlijk. De studies van wolken doen me denken aan de weidse landschappen van Friesland, van Normandië. Zoveel lucht te zien.

Een dag van landschappen. Op het strand, even later, lijkt Constable zelf aanwezig te zijn. Donkere luchten met een vreemde belichting op zee.

Weer later steek ik de rivier over, op weg naar het Filmmuseum. ‘Trembling landscapes’. Een reis door het Midden Oosten. Landschap als getuige van leed en spanning. Beelden van eindeloos woestijn landschap met restanten van menselijke nederzettingen, slechts verraden door een kleine schaduw opgeworpen door de laagstaande zon. Verlaten, verjaagd. Gestorven, verhongerd.

Overlevenden van weggebombardeerde steden borduren de grenzen van hun opvangkampen op oude stadskaarten. De oorspronkelijke straatnamen prevelend. Zoekende, dolende mensen in een bijbels tafereel.

Aangeslagen, verscholen in elkaars armen lopen we naar de uitgang via het gesloten restaurant. Door de donkere ruimte met gedekte, wachtende tafeltjes, werpt de avondhemel een laatste gloed op de rivier. Buiten wachten ons donkere wolken die hun lading loslaten boven de trillende stad.

Trembling cityscapes.

Meerstemmig

De stem van Artemisia is nog steeds hoorbaar. Hedendaagse kunstenaars/performers als Yoko Ono en Marina Abramovic hebben zich door haar gebruik van het vrouwenlichaam laten inspireren. Sterk en kwetsbaar tegelijk. Een digitaal bezoek aan The National Gallery vertelt me dit alles. Andere geïnspireerden: Barabara Kruger met haar” we don’t need another hero”. Caroline Walker en de interessante zelfportretten van Celia Paul, waarover morgen misschien meer.

Eerst naar een voor mij persoonlijk zeer indrukwekkende stem van de vorige eeuw.

Judy Chigaco heeft aan haar ‘Dinner Party’ tafel een plek voor Artemisia ingeruimd. Mijn gedachtes gaan naar The Brooklyn museum waar dit kunstwerk staat. Een enorme driehoekige tafel, gedekt voor 39 mythische en historische vrouwen die een belangrijke rol gespeeld hebben en wier invloed nog steeds voelbaar, of liever ‘hoorbaar’ is in onze tijden. We bezochten het ooit vanuit onze prettige brownstone etage. Lopende door Prospectpark in de sneeuw. Ach, waar is die tijd?

“The purpose of The Dinner party was to stop the ongoing  circle of omission in which Women were written out of the historical records.” Aan het tafellaken werd van 1974 tot 79 door een collectief van vrouwen geborduurd.

Daar kunnen de Damesmeisjes nog een punt aan zuigen.

Stem

De wereld staat in het teken van stemmen. Een stem hebben, uitbrengen, je stem laten horen. Me too, black lives matter. Amerikanen. Corona ontkenners, complotdenkers en lockdown voorstanders. Om er maar een handjevol te noemen.

Vandaag komt er tot tweemaal toe een andere stem op mijn pad. De ‘stem’ van de 17 eeuwse Artemisia Gentileshi.

De lieve vriendin uit het Westerpark stuurt me foto’s van haar werk, nu in The National Gallery, Londen, tentoongesteld. Ook online te bezoeken: ,g.co/artemisia. Joyce Roodnat vertelt me haar verhaal in t NRC . Op Wikipedia lees ik dat ze samen met Sofonisba Anguissola, Mary Cassat,  Frida Kahlo, Paula Modersohn-Becker en Elisabeth Vigee Le Brun tot de grootste vrouwelijke kunstenaars uit de kunstgeschiedenis behoort.

Artemisia geldt als een boegbeeld van vrouwelijke stem, met name door de feministische wijze waarop ze vrouwen in haar oeuvre heeft weergegeven. Zij aan zij, solidair. Zo vermoorden in haar versie Judith en haar dienstmeisje Abra samen de bruut Holofernes.

Kijk naar deze ‘Suzanna’. De kordate afwijzende reactie op de ouderlingen, die als vieze oude mannen worden neergezet.

Ze laat zich horen en slaat terug, Artemisia. En dat in een tijd waarin elk individualiseringsproces van een meisje in de kiem gesmoord werd.

Er klinkt nog een andere stem in mijn hoofd. Ze klinkt op uit mijn boek. Een ander voorbeeld van een vrouw die zich onttrokken heeft aan de verstikkende conventies van haar tijd.

Van het ‘welopgevoede meisje’, Simone de Beauvoir.

Veel

Vlak voor het slapen gaan, gisteravond, is de tekst van de dag me glashelder. Nu ik net wakker ben, zijn er slechts beelden. En het gevoel dat t allemaal ‘veel’ is.

“Van Australië tot Mexico, van Duitsland tot Brazilië, en van de VS tot Nigeria. In veel landen is de afgelopen tijd gedemonstreerd tegen Coronabeleid” (NRC). Beelden van rook, vuur, in het zwart geklede mensen, grimmig, gewelddadig, herinneren aan fascistoïde demonstraties van lang geleden.

Het zoveelste rapport over de toestand van de aarde, met de conclusie dat we met ‘te veel’ zijn. Beelden van recreëerde Chinezen zo dicht opeengepakt in hun opblaasbootjes dat het wel bioindustrie voor mensen lijkt.

Een nieuw boek van David Attenborough. Te veel afval. Te veel gif.

De zoveelste commissie. Een bijzonder initiatief van GL en VVD senatoren Rosenmuller en Jorritsma om de omvang en oorzaken van discriminatie in Nederland te onderzoeken.

Veel ontwrichting door discriminatie en kolonialisme. In het Bonnefantenmuseum een schreeuw om aandacht voor de post-koloniale verhoudingen in de expositie ‘Say it loud’.

Met dit laatste beeld val ik in slaap. Een kunstwerk van Raquel van Haver ‘Amo à la Reina.

Heel veel moois.

Verstuurd vanaf mijn iPad

Momentjes en verdronken dorpen

Het is haast een traditie aan t worden. Op menig dinsdagavond is er iets op de televisie. En dat zeg ik, als notoire tv dummy. Ik weet amper hoe het ding aan moet, laat staan dat ik programma’s bij de naam ken.

Vandaag was t weer zover. We plannen er tegenwoordig zelfs de maaltijd omheen. Het warme gedeelte aan tafel, de kaas op de bank, voor de televisie.

Vanavond geen conferentie maar een ‘moment’. Met een andere achtergrond. Iets minder streng, haast ‘en passant’  leek me. De gezichten van de hoofdrolspelers stonden wel streng. En getergd. Nog nooit zag ik Rutte er zo slecht uit zien. Nou zie ik hem ook niet zo vaak.

Opmerkelijk hoe de gasten bij M vervolgens pleitten voor strengere maatregelen. Ik moet denken aan krantenartikelen, dit weekend, over Italië en Spanje. Waar mensen de straat op gaan om te protesteren tegen de, in hun ogen, te strenge maatregelen. Die zijn ook strenger dan hier. Maar de resultaten zijn overal min of meer hetzelfde. Nergens is het nou echt top, wat betreft Corona. Of het zou IJsland moeten zijn. Het voordeel van een eiland.

Ik wil weg van dit alles en verdiep me in een artikel over de Noordoostpolder. Een mooie oude landkaart. Met verdwenen nederzettingen erop. Eilanddorpen die verdwenen toen de zee kwam. De Zuiderzee. Door stormen en getij kalfde het land af, de eilanden verdronken.

Wat een treurigheid. Ook toen al.

Verstuurd vanaf mijn iPad

Wagenziek

Marjoleine de Vos is wagenziek. Van de wereld. Zo schrijft ze in haar column in het NRC vandaag. Van het nieuws, nep en onbenullig nieuws. Dingen waarmee anderen zich bezighouden die in deze tijd nogal futiel lijken.

Ik herken wel wat in dat gevoel. Na tien dagen semi legaal weg te zijn geweest, blader ik door de berg kranten. Aan de verre kust van ginter komt het nieuws behoorlijk gefilterd tot ons. In compacte vorm, zeg maar. Hier puilen de details je tegemoet. Over de koning en zijn herfstvakantie. Over alle complotdenkers. Over wiens schuld het allemaal is. Hoe erg de Corona maatregelen zijn. En ga zomaar door.

Welke selectie maak je eigenlijk in je hoofd? Welk nieuws heeft het recht ‘nieuws’ te zijn?

Wat een gedoe, denk ik vaak. Waar maken we ons druk over, als we vier weken niet weg mogen? Als we op afstand moeten blijven? Zo erg is dat toch niet?

En dan draai ik de feiten even zo, dat ze me beter uitkomen. Want: zijn wij niet wel weg gegaan? Terwijl anderen niet ‘mogen’. Waren wij, gisteravond toen twee van onze dochters en hun partners gezellig kwamen eten, steeds op anderhalve meter afstand? En tel ik geen vier bezoekers in plaats van de toegestane drie? Okay, da’s waar. Twee van hen hebben reeds antistoffen. Die tellen niet. Of wel?

Is dat wat de Vos bedoeld met het ‘akelige feitje’ dat met name hoger opgeleiden bedreven zijn in het ‘de feiten nogal martelen‘ opdat ze passen binnen ons eigen waardensysteem?

Ik weet niet of t met name hoger opgeleiden zijn. Misschien is t algemeen menselijk dat we allemaal het centrum van ons eigen leven menen te zijn.  Als je je gaat afvragen hoe het centrum van de ander eruit ziet, word je draaierig. Wagenziek.

Afscheid

Vandaag is het opnieuw afscheidsdag. Van de zee, het wad. Het knusse huisje en het simpele leven aan een vergeten kust. Het went nooit, dit afscheid nemen.

De buren staan als maanmannetje en -vrouwtje aan het hek. Verborgen achter enorme ei- vormige harde bolle maskers, verscholen in grote jassen alsof het virus aangetrokken wordt door lichaamscontouren.

In de nacht luister ik naar de storm en heb de sensatie dat ik breed uitgestrekt onder het hemelgewelf lig, reikend van de riviermonding in het noorden tot aan de stad op de rots in het zuiden.

We rijden noordwaarts op lege wegen.

Onderweg doe ik mijn vergeten administratieve klusjes. Afscheid van het leventje zonder ‘moeten’.

Ik begin een lang uitgesteld maar noodzakelijk karwei: het opschonen van mijn adresbestand. Decennia van opgestapelde telefoonnummers en e-mailadressen. Ze passeren allemaal de revue. De lang-vergetenen, de ex clienten, de oud collega’s, de doden, de verlorenen. De verdwenen geliefden, lang opgeheven stellingen, loodgieters en bootreparateurs. Ik roep ze op en verwijder ze. Voorgoed, vaarwel. Afscheid.

Stil protest

Luzerne county is als een ‘swing State’. Wie hier ‘wint’, heeft de hele staat. Pennsylvania heeft sowieso een belangrijke rol in de komende verkiezingen in de VS. De thuisbasis van Biden.

Ik lees het relaas van een vrouw die met haar laatste spaargeld het recht opkoopt om de naam van Biden op tuinborden te laten drukken. Tuinborden! Dat roept herinneringen op. Vier jaar geleden fietsten we door cruciale ‘Trump’ gebieden aan de westkust en ontmoetten veel aanhangers en hun tuinborden: ‘Hillary for prison’. En dat soort teksten. Van democratische zijde weinig borden, en zeker geen oorlogstaal. Dat pleit voor hen, maar toont ook de verdeeldheid. Een enkel bord: Berny for president! Met name in (de buurt van) San Francisco.

Deze tijden vragen om een andere strategie.

Zeshonderd tuinborden van het eigen spaargeld laten drukken als stil protest tegen Trump. Ik moet ook denken aan onze ‘warm showers’ host en vermoeide psychiater Dan in Portland, Maine, wiens tuinbord elke nacht vernield werd en het iedere dag weer optuigde. Indrukwekkend.

Stil protest.

We lopen, bemondkapt en al, over de markt in Granville. Op zoek naar paddenstoelen, beloofd aan onze dochters. Lang wachten bij de viskraam, op zoek naar Palourdes, ons favoriete maaltje. Een spinkrab trekt mijn aandacht. Gevangen in een plastic bak. Wachtend op het kokend water wat zal komen vanavond. Hij of zij opent de mond en lijkt iets te zeggen.

Geen bord in de tuin maar toch. Een stil protest.

ALLEMAAL AARDIGE MENSEN

We parkeren de auto op ‘het plein van de sympathieke buren’. Uit een piepklein huisje komt een dame te voorschijn,  een sigaret nonchalant in haar hand. Witte broek en zacht geel twinset. Ik ben even bang dat Marie, met altijd vieze poten, tegen haar op zal springen. De dame brengt de hond water in een bakje van dezelfde kleuren als haar outfit.

We lopen de kustwandeling in de baai van Mont St Michel. Het hoge water heeft het pad in een modderbad veranderd. We passeren groepen Franse wandelaars, dicht op elkaar, vrolijk lachend en zingend. Onder hen kinderen die op hun blote voeren meelopen. Later zien we een straatnaambordje: ‘weg van de blote voeten’. Vreemd, die voorspellende straatnamen.

Thuis horen we dat met ingang van morgen het leven hier drastisch beknot wordt. Een strenge lockdown, met avondklok bovendien.

We besluiten deze laatste avond van relatieve vrijheid samen met de Fransen te gedenken en rijden naar La Cale. Het notoire ‘slechtste restaurant’ van Frankrijk. De vriendengroep aan de grote tafel voor de open haard is al dronken, lang voor het eten arriveert. Geen mondkapje te bekennen. De baas van de zaak bezoekt elk tafeltje met zijn glas in de hand, zonder kapje. Ik denk aan de auto’s voor de deur en de afstanden die de bezoekers straks nog moeten afleggen. Allemaal met het nodige achter de kiezen en wellicht het een of ander onder de leden.

De zon gaat onder boven de oesterbedden. Nieuwe gasten stromen binnen. De flessen gaan rond, er wordt geklonken, getoast. Weggedoken in een ver hoekje slaan we ze gade. Allemaal aardige mensen. Maar oh wat moet ’t worden met dit land.

KLEINE DINGEN

Een schilderij achter mijn badkamerraam, vanmorgen. De roze vingerige  dageraad van Willem de Kooning.

Een knisperfrisse ochtendwandeling langs zee.

Thuis verder met de vijgenkonfijt. Even later staan vijf wekpotten te pronken op het aanrecht. Tevreden zit ik in de tuin. De zon heeft de zomer nog in het hoofd.

Zonder helm, handschoenen of bril stap ik op de fiets en rijd Joop tegemoet die de heuvels ingetrokken is. We bezoeken een terras aan zee. Warm en loom trekken zomerse taferelen aan ons voorbij. Een Algerijnse familie viert vakantie. Beleefd, welbespraakt en voorkomend. Een klein meisje maakt grapjes met ons.

Alleen het mondkapje van de ober herinnert ons aan het ‘ongewoon zijn’ van deze tijd.

En het verscholen bestaan van onze geliefde buren, als we thuis komen en er geen hartelijke zwaai uit hun richting komt.

Kleine dingen doen veel.

Eilandgevoel

De storm overvalt ons. We ploegen voort in wind en regen. Op de binnenzee een enkele surfer, de kite strak aan de wind.

Ik denk aan mijn boek. “Only in space beauty blooms”.

Een wandeling, een boodschapje.  Een lading onrijpe vijgen konfijten.

Achter mijn bureau, het gouden licht door mijn raam. Oude muren en balken. Ik laat mijn oog langs hen gaan.

Het bestaan hier is als op een eiland. Het selecteert voor mij wat ik doe en niet doe.

Mijn schrijfster bereidt zich voor op afscheid van haar eiland en terugkeer naar de stad. “Values weighted in quantity not in quality; in speed, not stillness; in noise not silence; in words, not in thoughts; in acquisitiveness, not beauty. How shall I resist the onslaught? How shall I remain whole against the strain and stresses of ‘zerrisenheit’?

Ja. een belangrijke vraag. Ook voor de koning, nu hij besloten heeft terug te keren van zijn ‘eiland’?

De oester

In mijn boek ‘Gift from the sea’ ben ik bij ‘de oester’. Lindbergh bekijkt het gevonden exemplaar nauwgezet. Bepaald niet uniek, je komt ze veel tegen. Ook op mijn strand. Echt mooi zijn ze niet. Maar allemaal anders. Sommige zijn glad en strak. Andere hebben knobbels en schelpjes. Kleine uitbouwtjes voor andere zeewezens.
De oester symboliseert voor de schrijfster gerijpte liefdesrelaties. Verliefdheid, samen bouwen aan een gezin en een maatschappelijk positie zijn voorbij. Het familiehuis raakt leeg. De jonge bewoners vertrekken. Voor een eigen leven. De ouders blijven achter in een fort dat zijn tijd heeft gehad. Als een oester met schelpjes op de rug aangespoeld op ’t strand. Leeg.
Is deze lege schelp de inzet van verval, de naderende dood? Of zijn ervaringen in deze periode, tekenen van overgang naar een volgende fase, een groeistuip? Zoals die in de puberteit? Wat kunnen we leren van deze gevoelens, in plaats van ze vermijden, verdoven of ervan in paniek te raken? Onze schrijfster haalt Virginia Woolf aan, die met een zucht van verlichting schrijft: “Things have dropped from me. I have outlived certain desires..I am not so gifted as at one time seemed likely. Certain things lie beyond my scope. I shall never understand the harder problems of philosophy. Rome is the limit of my travelling…”.
Misschien is de middelbare leeftijd de tijd bij uitstek om schelpen af te schudden. De schelp van valse ambities, van materiële wensen, van ’t ego en diens bewapening,
Ik moet aan ons afgelopen weekend denken. Ouders met hun volwassen kinderen lopen drie dagen door de natuur, met hun eigen last op de schouders. Lossen hun eigen ongemakken op, betalen hun eigen rekeningen. Niet meer de unieke en intieme  ouder-kind verhouding. Meer als volwassenen onder elkaar. Dat geeft pijn. Scheidingspijn van die intieme schelp, die ouders met hun kinderen bewonen.
“Perhaps one can at last in middle age, be completely oneself. And what a liberation that would be!”
Ik denk aan ‘mijn’ oester,  het werkje dat tentoongesteld is in Museum De Fundatie. Een gevonden oester, een leeg huis, hergebruikt voor een ander doel. Een nieuw begin. Hoe dierbaar is me dat.

Bloterikken

Jantien de Boer is columniste bij de Leeuwarder Courant. Op de eerste pagina van de zaterdagbijlage Sneon & Snein (zaterdag en zondag, ’t duurde lang eer ik dat door had) observeert ze het dagelijks leven. Scherp, gevat, lief, origineel, kortom: altijd even leuk om te lezen. In haar laatste column heeft ze het over een recent supermarktbezoek. Het viel haar op dat verrassend veel zestigers en zeventigers geen mondkapje droegen. ‘Niet mee bemoeien’, zei ze tegen zichzelf. Maar ze vond het allemaal veel te naakt. Ook bij Ikea viel haar op dat drie van de 10 klanten niet meededen. Opnieuw waren verrassend veel van die bloterikken op leeftijd. Vandaag kreeg ik de kans om te kijken of Jantien gelijk had. Bij de tandarts ging het goed. De baas zelf zong nog steeds tijdens het boren, maar gelukkig had ie nu een mondkapje op en was het minder goed te horen. De receptioniste zat weggedoken achter een superdik spatscherm, daar kon geen aerosool doorheen. Bij de Hema was het net de supermarkt. Sommigen mensen hielden afstand en waren keurig bedekt, anderen botsten grof tegen me op en waren bloot tot op het gezicht. Ik kreeg er net zo’n bewolkt gemoed van als Jantien. Blij dat ik weer buiten was, blij dat ik weer naar huis kon, weg van al die mensen.

Give and take

Ik lees ‘gift from the sea’ door Anne Morrow lindbergh. In 1955 geschreven, met een herziene versie in 1975, heeft voor veel vrouwen over de hele wereld enorme betekenis gehad. Ik heb er met name over gelezen. In quotes en verwijzingen in andere boeken die op mijn pad kwamen.
En toen, vorig jaar, op onze fietstocht dwars door de noordelijke Staten van de VS, kwam ik het in fysieke vorm tegen. We hadden pech. Iets met een ketting. Een aardige fietsenmaker die onmiddellijk tijd vrij maakte. Een boekwinkeltje tegenover. Dat ook nog heerlijke koffie en thee schonk. Daar vond ik het. Tweedehands. Het dagboek van een vrouw. Moeder van vijf en schrijfster van beroep. Ze trekt zich terug aan de zee om na te denken. En hoort de lessen die de zee haar toefluistert. In de vorm van schelpen, dieren en andere zeevondsten. Ze stelt zich vragen over de vorm van haar leven en de inhoud. De veelheid aan taken en verantwoordelijkheden.  En wensen die komen kijken bij een dergelijk huishouden gecombineerd met een professionele baan.
“But I want first of all- in fact, as an end to all these other desires- to be at peace with myself. I want a singleness of Eye, a purity of intention, a central core to my life that will enable me to carry out these obligations and activities as well as I can..”
Geschreven in ’t jaar na mijn geboorte en ik kan me er, nu in 2020 , helemaal in herkennen. Hoe dikwijls vraag ik raad aan de zee en blijft mijn vraag nooit onbeantwoord?
Wat blijft erover voor je kern, waar ’t allemaal omdraait, die dit allemaal moet uitvoeren en begeesteren, in deze veelheid?
Ik liep vanmiddag in de late zon over het strand. De vertrouwde duinenrij is veranderd. Twee enorme gaten in een beschermende rij. Een soort hoogvlakte resteert, met twee eilandjes voor de kust. Kleine tafelbergjes, dacht ik. Met daarachter  nieuwe minigebiedjes begroeit met zeegroentes. Een steile afgrond naar het achterland. Een achterland dat nu oog in oog komt te staan met de volle zee. Risico’s en nieuwe ontwikkelingen.
De zee geeft en neemt. Een simpele eerste les die wij mensen  nog niet helemaal onder de knie hebben.

Kleuren

We zijn de enige gasten aan ’t ontbijt. De mevrouw die ons bedient wil graag haar Corona overlevingsverhaal vertellen terwijl wij ons te goed doen aan American pancakes met stroop. Samen met haar team is de eetzaal gepoetst en opnieuw geschilderd. Zijzelf werd ziek. Erg benauwd, maar dankzij de sauna bleek zuurstof niet nodig. Een wonder.  De wetenschap heeft belangstelling.

Ze tikt ons vervolgens op de vingers vanwege de broodjes die we voor de lunch inpakken. Nergens iets te krijgen langs het pad in deze tijden, mompelen we nog.  

Die broodjes zouden we uren later in t dorpje Echt opeten.

Een prachtige tocht, deels door Duits natuurgebied. Langsfietsende Duitsers begroeten ons hartelijk. Ik maakte me nog zorgen. Deze grens is toch dicht? Wij zijn toch ‘rood’ voor de oosterburen?

Na een tocht van 70 km gaat het team uiteen. Moe maar voldaan. De ene helft terug naar Amsterdam. De andere rijdt zuid-westwaarts. De uitzichten vloeien in elkaar over. Limburg wordt België en vervolgens de hoogvlakte van Noord Frankrijk. Lege wegen, stille vergezichten.

Na groene vlaktes en bossen in herfsttinten begeven we ons nu in een oranje zone die maandag nog geel was. Op grijs gebied, moreel gezien.

De Korenwolf en Born

Mijn bed staat vannacht in Born. Het geboortedorp van het Andere Damesmeisje. Dat is toch wel een belanghebbend feit.

Maar, waar is het dorp?

Laat ik eerst beschrijven hoe we hier verzeild geraakt zijn.

Ons pad voerde vandaag eerst terug op onze schreden, uit Valkenburg terug naar het pad. Rechtsaf onder de snelweg door en daar was de vrije natuur.

Een tocht met vergezichten over groene heuvels waar de aardappels nog bloeien en de wintertarwe verschraalt. Langs holle wegen, diep verborgen in bossen en langs steengroeven. De prachtige Amsterdamse school stijl watertoren,  de Reus van Schimmert uit 1927, domineert het landschap zo een 10 kilometer.

We doorkruisen het leefgebied van de Korenwolf. Een hamster soort die op de Rode lijst van uitstervende dierensoorten staat. Hier, in de weelderige korenvelden van Limburg  leven ze nog maar planten zich onvoldoende voort om de soort op peil te houden. Arme korenwolf.

Sittard komt in zicht lang voor we er zijn. Veel groter dan ik dacht. Rokende schoorstenen achter de heuvels. Langs het kapelletje van St Rosa, patrones van de stad, lopen we de stad in. Het geboekte hotel blijkt aan de andere kant van de stad te liggen. Thuis, bij t boeken, leek dat geen probleem. Er is bovendien een Spa in dat hotel. Dus dat besluit was snel genomen. Nu kijken we op de neus. Nog 7 kilometer, na de al afgelegde 23. Een taxi wordt gebeld. De hond is een probleem. Uiteindelijk rijden we met twee taxi’s. Eentje speciaal voor Marie en mij. Langs wegen met namen als ‘Mitsubishi avenue’. Fabrieken, enorme loodsen langs snelwegen. Vreemde streken. De tocht eindigt bij Hotel Amrath in Born.

Maar hier zong toch ooit de veldleeuwerik? Hier groeide toch het fluitenkruid? Wat is er hier gebeurd sinds het Damesmeisje vertrok?

We duiken in de Spa. Turks bad, sauna en zwemmen een rondje in de buitenlucht. Een groen gazon met een muur erom heen. Daarachter de snelweg. En dat alles in Born. Maar: waar is Born?

Systeemplafond

Opnieuw lig ik in bed.Een eenpersoonsbedje met Marie onder een dekentje op mijn voeteneinde. Een hotel in Valkenburg. Binnenlandse vakantiebestemming nummer 1 in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, schat ik. Op onze route eerder vandaag begon het platteland vrijwel onmiddellijk na de stadsgrens van Maastricht. Marie draafde blij door de velden. Heuvels, mergelgroeven, valleien en vergezichten op rokende fabrieken in ’t Noorden. Een prachtige tocht die 20 km later eindigde in dit hotel. We kregen welkoms biertjes in de bar. En ’t was daarna ook nog happy hour, alsmaar, tot onze verbazing. Voor ’t dinerbuffet moesten we in een andere zaal zijn. Enorm. Een enkel tafeltje bezet. Een bizarre combinatie van binnenhuis architectuur. Ikea ledlampjes en kroonluchters, industrial lampen boven formica tafeltjes. Kamerbreed tapijt en hout met kleden erover. Armetierige kastjes en design planten potten. Boven dit alles hangt een verlaagd systeemplafond in gebroken wit en oranje. Met bronzen spotjes erin.

Het buffet heeft een hoog doperwten met worteltjes gehalte. Stevige pastasalades en vlees in rijke saus. De kok is over verheugd door onze interesse in de toetjes afdeling. En biedt aan nog meer van stal te halen. Wij zijn geheel tevreden met de chocolademousse.

Er ging iets mis met onze bar bestelling. Onmiddellijk door de staf gecompenseerd met een extra wijntje. En het verhaal achter dit alles. Als een van de weinigen doet dit hotel ’t redelijk goed. Een kleine vaste kern van medewerkers met een wisselende seizoens crew. De vaste kern heeft de Corona tijd benut door de eetzaal op te knappen. Uitkiezen, plannen en uitvoeren.  Dat heeft ze erdoor gesleept en ze tot een hecht team gesmeed.

We bekijken het geheel met andere ogen.

Een schitterend systeemplafond kijkt toe.

Monopolie Amsterdam

Vannacht staat mijn bed in een Zuid Limburgs kasteel. Marie ligt op mijn jas naast me. Morgen lopen we naar de St. Servaas brug in Maastricht en pikken daar het Pieterpad op.

Een ongekend uitje in Coronatijd. De cafe/restaurants in heel Nederland dicht en wij dineren tot ver na 11u. Een gouden tijd voor hotels. Zeker de grotere ketens. We maken er dankbaar gebruik van.

Het busje, voor het kasteel geparkeerd lijkt me wat beteuterd aan te kijken. Hier is ook een bed, en morgenochtend een kopje koffie!  In het keukentje staat een aantrekkelijk pakketje. Bijzondere biertjes met bijpassende kaasjes. Voor bij de terugkeer. Een cadeautje van de mensen van het bijzondere biercafe. Er vloeien tranen , vanmiddag, bij de overhandiging. Komen ze deze lockdown dreun te boven? Het is niet mijn vak maar ik denk met ze mee over alternatieven. Een zaadje lijkt levensvatbaar.

Ik heb een monopolie spel gevoel. Voorzichtige spelers zag ik vaker aan t kortste eind trekken. De Leidseplein opkopers aan de andere kant.

Laat dat ditmaal niet opgaan, alsjeblieft?

Bedgeheimen

De dag beëindigen met een boek in bed. Heerlijk. T schemerlampje aan, een lekker kussen in mijn rug en een warm dekbed om me heen. Hier is even geen corona en slechts een prettige lockdown.

Naast me ligt de E-reader. T scherm is donker. Marieke Lucas Rijneveld’s boek ‘De avond is ongemak’ is uit. Ik voel me er stil van. De pijn, het  onvermogen en de wreedheid van een gezin.

Ik blader nog even door de krant en kom in het cultureel katern van t NRC een bespreking tegen van de film Painted bird. Lang geleden las ik het boek, door Jerzi Kosinski. Hele passages daaruit staan in mijn brein gegrift. Al 40 jaar. Niet getroffen door schoonheid. Maar verpletterd door wreedheid jegens kwetsbaren, de machtelozen der aarde. Mens en dier. Het heeft mijn leven veranderd. Daarna was er iets voorgoed weg.

Voorgoed?

Ik sta stil bij het werk van vandaag. De inkijkjes, de hoop, de vergezichten en de zwarte gaten van de menselijke ziel.

Nee. Niet voorgoed verloren, het vertrouwen. Door scha- en schande ’sadder and wiser’ geworden.

Toekomstwens

De lieve vriendin uit het centrum is hier vanavond. Net na de persconferentie. We zuchten. Met pijn denken we aan de mensen van het leuke café, hun levenswerk. Ze hebben zich goed aan de regels gehouden. De mensen van de heerlijke restaurantjes hier in de buurt. Hun zorgen, die even verlicht leken en nu weer keihard aanwezig zijn. Gaan ze het redden?

Even later hoor ik dat de grens met Frankrijk dicht is. Oranje overal, waar het gisteren nog geel was. Het protesteert in mij. Ik wil naar het wad. Ik wil en ik moet. Het voelt als een noodzaak.

Het leven terug gebracht tot onze huiskamers. Een hele maand. Wat zou Anne Frank daarover zeggen?

Ze brengt cadeautjes mee, de lieve vriendin. Hoe kan ze weten dat dit belangrijke dingen zijn, op dit moment? Knoflook om te planten, in mijn tuintje op het dak. En de rode koffiepot voor in de caravan. We konden hem toen niet kopen, het andere Damesmeisje en ik. Gebrek aan contant geld. We hebben hem verstopt, in de kringloopwinkel om hem ooit te gaan kopen. Ze brengt hem nu gewoon mee. Koffie drinken in de caravan. Uit de grote rode diabolo. Bestaat er een mooiere toekomstwens?

Dreiging

Ik krijg een foto van dreigende luchten boven een geliefd wad. Zwart tegen gebroken wit.

De lieve vrienden uit de Jordaan zijn de gekleurde lappendeken overgestoken. En aangeland in een van de schaarse stukjes ‘geel’ Frankrijk. La Manche. Om daar te komen moet de reiziger door barre, rood en oranje gekleurde streken. Niet dat dat de reiziger zelf zal schaden. Die is immers allang ‘rood’.

Ongewenst reizen. Ook ongewenst aankomen? We zullen het horen.

Uit de kranten spreekt dreiging. Het kabinet staat onder druk. De roep om strenge maatregelen wordt luider. De een nog draconischer dan de ander.

Morgen zullen we het horen, in de persconferentie. Het gaat voor mij een beetje op de eerste golf lijken. Met spanning uitzien naar.

In een ongekend snel tempo krimpt de wereld tot de grootte van ieders huiskamer. Kan mijn reis naar Frankrijk wel doorgaan? Kunnen we wel naar Zuid Limburg om daar een stuk Pieterpad te lopen? Kunnen we wel zus of zo? Of moeten we thuis blijven?  

In Australië is een oplossing bedacht voor wie het daar benauwd van krijgt. En veel geld heeft. Een vliegreis naar ‘nergens’. Een ommetje zoals we dat vroeger thuis deden. Zo maar een ritje maken met de auto, toen dat nog bijzonder was. Om t gevoel weer even te hebben dat je vrij bent. Lekker naar beneden kijken en verwend worden. Er worden zelfs Quantas’ pyjama’s uitgedeeld. Chillen in een dolend vliegtuig.

Het meest schokkende nieuws vandaag nam veel minder ruimte in beslag. Een paar regels slechts. Het Rode Kruis opent een nieuw gironummer. Om wekelijks 3000 huishoudens in Nederland te voorzien van een tenminste een maaltijd per dag. Honger ten gevolge van Corona.

Over dreiging gesproken.

Bevlogen

We bezoeken het paleis op de Dam. Bemondkapt en al.  De Koninklijke prijs voor de schilderkunst is weer uitgereikt. ‘Lekker’, bevlogen werk. “Er is weer hoop voor de beeldende kunst”, schrijft de krant. Ik krijg er zin in.

We slenteren over het plein. Armeniërs die aandacht vragen voor het geweld van Azerbeidzjan in het geschil rond de bergenclave. Een eenzame activist tegen systematisch racisme. Een handjevol toeristen.

We bezoeken de opgesierde kerstboom, de Bijenkorf. Als sociologisch veldonderzoek, haha. Een diversiteit aan mondkapjes in een wereld van weleer. Tassen, juwelen. Cosmetica. Wie taalt er naar? Verweesd loop ik door de droomwereld van mijn jeugd. Met mijn moeder naar de Bijenkorf. Elke keer weer een feestje. Een uitje dat ik met onze kinderen in ere hield. Tot het stopte.

In het begin van dit jaar was ik er nog met het paardenmeisje uit het wilde westen. Ze kocht er een mooie rode jurk.

Later vanmiddag sprak ik haar. Het kleine dappere landje in de oceaan is minder hoogmoedig dan wij. Strenge regels om de schade beperkt te houden. En dat lijkt te lukken.

We kijken en luisteren naar het relaas van een andere emigrant die westwaarts ging. Grünberg en zijn docu-serie ‘Europeaan in New York’. Hij vraagt een oude Braziliaanse met Italiaanse roots waar ze vandaan komt. “Daar,  waar ik wil sterven, daar kom ik vandaan. Bij de zee”. Hij spreekt een lid van het Lenape volk. De oorspronkelijke bewoners van Manhattan. Hun taal is nog steeds aanwezig in de stad, voor de kenners. Zij beschouwen planten als hun voorouders, als familie. Respectvol, voorzichtig. Neem slechts wat je nodig hebt. Vervang en verzorg het als je kinderen.

We zijn klaar voor David Attenborough op Netflix. De nog steeds krachtige 93 jarige kan niet stoppen met benadrukken dat we het moeten inzien, dat we iets moeten doen om de aarde te redden. Stoppen met groeien als soort. De natuur weer wild laten worden, de diversiteit terug.

Een laatste boodschap van een bevlogen man, een oude Indiaan die zijn planten streelt en een eenzame betoger op de Dam.

Daarvan moet onze arme wereld het hebben.