Sorgblidni

Vandaag is het 40 jaar geleden dat John Lennon voor zijn huis aan Central Park, NYC, werd doodgeschoten. Op zijn veertigste verjaardag, door een jaloerse fan.

Het verdriet dat ik voelde, die ochtend van de 9e december, is inmiddels sorgblidni geworden, het Faeroese woord voor ‘gentle grief’.

Een zacht verdrietig gevoel vergezeld mijn herinnering aan die tijd. Aan mijn huis in de Hasebroekstraat waar ik met de eerste geliefde woonde. We hielden van the Beatles. George had mijn hart. John Lennon volgde als nummer twee. De geliefde leek op hem, zeker op de John van deze foto. Extra sorgblidni. We waren er kapot van, die dag en de dagen die volgden. Kil en koud scheen de stad ons toe. De glans van december was eraf. Oud en nieuw brachten we, zoals gebruikelijk, in het familiehuisje in Friesland door, aan het Tjeukemeer. Waar t altijd koud was, niemand anders van de familie wilde erheen, behalve wij, met onze goede vrienden. Door storm en regen wandelden we met onze honden. Boef en Boeggie. De schapendoes en t kleine vuilnisbakkie. Lange, donkere avonden vol klaverjas en jenever. Ach, Echternerbrug.

Ai, sorgblidni

Angurvaerd

foto: W.V. Mountain ‘Winterstaude’

In het IJslands bestaat er een woord dat een gevoel van melancholieke nostalgie beschrijft. Een gevoel dat je krijgt wanneer je luistert naar betekenisvolle, verdrietige muziek uit je verleden. Angurvaerd. Oftewel ‘tender-sadness. In het Faeroese, een verwante taal, bestaat het woord sorgblidni, wat zo iets betekent als ‘gentle-grief’. Woorden maken het ons mogelijk grip te krijgen op een staat van zijn, een emotie die ergens in ons binnenste sluimert.

Andersom is het ook zo dat sommige talen meer synoniemen hebben voor bepaalde emoties, gebruiken of gedragingen. Het Inuit heeft wel 20 verschillende woorden voor sneeuw. Terwijl wij maar een soort opmerken. Woorden brengen nuances en contouren aan in onze belevingswereld.

De noordelijke landschappen hebben een groot vermogen melancholie op te roepen. Omgekeerd roept de ‘sadness’ van de huidige tijd het verlangen op in die landschappen te vluchten. Bij mij althans. Het lezen over de verwoesting van het IJslandse landschap ten behoeve van de aluminiumindustrie. Opdat wij onze bier- en frisblikjes gewoon weg kunnen werpen in plaats van ze te recyclen. Het wetsvoorstel dat in de 2e kamer ligt, dat gaat bepalen dat het helpen van verdrinkende vluchtelingen op de Middellandse zee voortaan een misdaad is. De toename van huiselijk geweld onder invloed van corona. Het verlies aan mogelijkheden voor zovele jonge mensen op deze aardbol door het virus. Ga zo maar door.

Vanmorgen ontving ik een foto uit Oostenrijk. Okay, niet echt een noordelijk land, maar toch. Ooit beklom ik, samen met de afzender deze berg om de zonsopgang te zien.

Angurvaerd

Hiernumaals

Het is koud in het Hiernumaals.

Amper klaar met Sinterklaas, na wat schijnt slechts een paar uurtjes slaap, en dit Damesmeisje met hond rennen door het ijskoude VP. Voor het eerst zie ik bevroren plassen. Voor hond Marie maakt het niks uit. Ze rent, snuffelt, komt af en toe checken of ik ook nog oké ben en voort is ze weer, nooit ver uit de buurt.

Onder de A 10 door gaat de tocht en in een driehoek tussen metro, treinbaan en snelweg, op de oude sportvelden van mijn jeugd, ligt het hondenveld.

Hier laat Marie een andere kant van haar persoon zien. At ze gisteren nog in een onbewaakt moment de ongebakken Sinterklaastaart op en besprong het bezoek, hier is het concentratie en focus. Ze volgt met gespannen aandacht de instructies van de juf, haast zich mijn commando’s uit te voeren. In een strakke lijn snelt ze het veld over en haalt namaakprooien binnen, van locaties die ze niet kan zien, slechts op aanwijzing rent ze er heen. Blind vertrouwen. Helemaal in het nu. Geen gisteravond, geen straks.

Heel veel Hiernumaals uren later hoor Ik de 93 jarige Daniel van Zweden pianospelen voor zijn jarige zoon Jaap, dirigent van het New York Philharmonic Orchestra. Ze kibbelen liefdevol voor de televisiecamera. Over wie het meest gedisciplineerd was, vroeger, en nu. De vader vond zijn zoon wel erg streng, er mocht zelfs geen kopje koffie in ‘zijn muziekles tijd’ gedronken worden. Altijd slechts één ding tegelijk doen, altijd gefocust op de activiteit in het nu. Dat is het motto, ook van de ooit piepjonge violist die het woord voor zichzelf uitvond.

Honden hoeven t niet uit te vinden, die zijn het. Altijd in het Hiernumaals.

Cadeautjes

Sinterklaasavond, bijna twaalf uur en de kamer ligt vol papier en karton. De hond kauwt op een waxine lichtje, waarschijnlijk om de opwinding van de avond kwijt te raken. Er hebben zich in onze woonkeuken de wonderbaarlijkste taferelen afgespeeld en Corona proof zal t ook niet altijd geweest zijn. Een onverwachte kus, een contactzoekende arm, een liefdevolle blik.

Ik krijg een zelfgemaakte gebedsmolen en een boek van Longchenpa. Een veertiende eeuwse Tibetaanse geleerde. “Just as the images on television are nothing more than light, so are our experiences merely a dance of awareness”, aldus de vertaler in de 21e eeuwse editie.

Eerder die dag ontving ik een e-mail van een collega uit een organisatie voor vrouwenopvang, waar ik supervisor was, een mensenleven geleden. Haar eerste roman ligt in de boekwinkel. In het nawoord bedankt ze me voor steun en wijsheid. Een cadeautje, al zit er geen Sinterklaaspapiertje omheen.

Ik ontving bovendien voor de eerste maal het nieuwe, zogeheten ‘heen en weer doosje’. Van het andere Damesmeisje. Een nieuw project is gestart. Dit doosje met haar delicate inhoud, zal dikwijls heen en weer moeten reizen. Veel werk aan de winkel. Of, liever geschreven, ‘aan de wereld’.

Borduren voor een toekomst. Wat een cadeau daaraan deel te mogen nemen!

Gap

De werkweek is ten einde. En ik zit in de serre, op mijn geliefde plekje. Kaarsjes aan, glaasje wijn erbij en mijn boek. Ik heb net de blog van het andere Damesmeisje gelezen. Ik zit tegenover de kast waarin het bewijs staat. Het boek en ik sta er in! Een dierbare herinnering.

Mijn boekenkast. Het geheugen van mijn leven. En deze tijd van het jaar leidt toch al zo tot mijmeringen, herinneringen.

Aan alle Sinterklazen. Ook in Slotervaart werd er druk aan de Sint gedaan. Elke jaar weer verschenen er grote bouwwerken uit kamers die weken lang verboden terrein waren. De Sint in de Lange Leidsche. Ik herinner me een hele grote boterham, met echte pindakaas. Mijn lievelingsbeleg, lekker en goedkoop bovendien. Sint op de Keizersgracht. Al ruim 25 jaar met de ‘andere’ familie. Mijn moeder nam de rijsttafel mee. Later nam onze vriendin dit van haar over.

Corona heeft dit jaar roet in het eten gegooid en de traditie verstoord. wW zijn zelfs het Indonesische eten vergeten. Maar een crisis geeft ook nieuwe kansen. Dit jaar de primeur ‘onderons’, met ‘de jongens’ erbij.

De pakjes staan klaar, de gedichten zijn uitgeprint.

Het werk is gedaan. Straks ons cultureel-culinair avondje, wat heel bijzonder zal gaan worden. Maar dan weet ik nu nog niet. Een laatste IDFA film,

De maaltijd is gekookt, alles is klaar. Bijkomen, uitrusten in de pauze tussen de dingen. Tussen de ene gedachte en de andere. Tussen de ene activiteit en de andere. Als je het leert zien, zit daar de ruimte, enorme ruimte.

The gap.

Weten

Ik ben te gast bij twee families in Iran. Of moet ik zeggen Perzië?

We kijken een prachtige IDFA documentaire, zo maar midden op de dag. In werk tijd. Op mijn bureau ligt het dossier van de laatste cliënt nog open. Met, in mijn handschrift, de verslaglegging van een Iraans familieverhaal. Voor de jongste generatie begint dat met een vlucht in 1992 naar het westen, in de ‘aftermath’ van de tweede Golfoorlog.

De idfa documentaire begint ten tijde van de Sjah. We zien zomerse beelden van blote vrouwenarmen, opgestoken kapsels, Farah Diba style. Een enkele hoofddoek. Mannen in elegante pakken, allen lachend. Ik kan me de beelden van de revolutie en het verjagen van de Sjah nog goed herinneren en de verontwaardiging daarover van mijn moeder. Reza en zijn vrouw met haar prachtige kapsel waren immers haar idolen.

De ouders van de documentaire maakster trouwen op afstand in Teheran. Hij promoveert immers in Zwitserland. Zij volgt hem maar voelt zich nutteloos en alleen zonder baan of studie in het nog mondainere Zwitserland. Terug in Iran, voor de geboorte van hun dochtertje, radicaliseert de moeder. Ze verscheurt alle foto’s ooit van haar genomen zonder hoofddoek. Het kind vist ze uit de vuilnisbak en tekent de missende stukjes ‘moeder’ er zelf bij.

Eenzaamheid en verscheuring in gezinnen onder invloed van onderdrukking. En geloof als oplossing voor zingevingsvragen. Die vervolgens nog een grotere wig slaat in liefdes en levens. Hoe geleerd en welopgevoed ze ook mogen zijn.

“Weten heeft twee vleugels,

Denken vliegt op een.

Een vogel met een vleugel

Vliegt fladderend,

Loopt struikelend.

Schuif achterdocht en denken

Aan de kant

En transformeer denken tot weten.

De tweede vleugel zal zich

Aan je hechten

Wat de wereld ook van je zegt.”

‘Twee vleugels’, Rumi

Nachtleven

Na een werkzame dag zit ik voldaan op de bank. De regen tikt op het serre dak. De kaarsjes branden, de katten snorren., mijn boek boeit.

Later voelt mijn bed behaaglijk en zacht, ik glijd weg in diepe rust.

Om later wakker te worden van regen en storm. En beelden van injectienaalden in bovenarmen. Boris Johnson’s woeste kruin terwijl hij het volk toespreekt over de eerste daad van het losgezongen Verenigd Koninkrijk: prikken maar! Beelden van Afrika dat nog lang moet wachten. Een andere, sympathiekere fabrikant, een goedkoper vaccin, maar veel mensenlevens later beschikbaar. Zorgen om kransslagaders die wel degelijk gevaar opleveren. De indrukwekkende Republikeinse oproep: “it has to stop”. Doodsbedreigingen en Ku klux klan herinneringen. De dood van mijn 10 jaar oude laptopje. Herinneringen aan de aanschaf daarvan, op reis in de VS. Fietsen, en de fietsenmakers opleiding die ik wil volgen. Invallen die ik met het andere Damesmeisje wil delen. Niet vergeten, denk ik voordat ik wegsluimer. Gedachtes over ‘mijn moeders kamer 2’, het onderhanden werk. Ik heb een nieuw idee, ik wil naar mijn atelier rennen. Toch maar niet.

De regen valt, de wind raast. De klok tikt.

’s Morgens, op weg het ontbijt, stap ik met mijn kousenvoeten in een grote plas water. lekkage. Mijn nachtleven.

Schapenwolkjes tellen, zei mijn moeder vroeger…

Wie van de drie

Ik heb twee dubbelgangers. Althans, dat wordt gezegd. De ene is een dierbare vriendin, sinds we elkaar professioneel tegenkwamen als ‘Rode Draken’. Een kritische beweging in de Ggz preventie. De ander sinds haar optreden op de televisie, begin jaren 70 denk ik.

De beroemdste van de dubbelgangers heeft opnieuw een boek geschreven. Kleine, poëtische overpeinzingen in deze gekke tijd. Ze kijkt terug op haar leven, ze is inmiddels de 80 gepasseerd. “Oud worden en oud zijn. Ik geniet ervan” schrijft ze. “(Om)dat je alles in het leven beter begrijpt”. Maar ook: “Ik heb altijd erg mijn best gedaan”, bekent ze in een interview met de VK. “Teveel mijn best gedaan”.

Ik herken mezelf in haar reflecties over het leven. In haar observaties van menselijk gedrag onder invloed van deze pandemie.

Ook van mijn andere dubbelganger herken ik hoe ze in het leven staat, wat ze denkt en observeert in de wereld. Ook zij heeft in haar professionele leven veel geschreven. En ze maakt kunst, kleine, poëtische werken geïnspireerd op de natuur.

Hoe kan het zo zijn dat we alle drie niet alleen uiterlijk op elkaar lijken maar dat de overeenkomsten zoveel dieper gaan?

De beroemde dubbelganger geniet van het ouder worden. Ze raadt het zelfs aan. De Haarlemse dubbelganger leeft het me voor. Ze geniet van elke dag, in haar huis, in haar tuin, op het nabije strand. Van de kleine dingen die er wel mogelijk zijn.

Ze zijn mij tot voorbeeld, mijn mooie dubbelgangers..

Oh dennenboom..

Ik lees een dun boekje over een groot onderwerp. “ Het grote wereldtoneel” door Philipp Blom. Over de kracht van de verbeelding in crisistijd.

Ik doe er lang over en herlees de pagina’s meerdere keren voordat ik verder kan. Verontrusting en verwondering wisselen elkaar af. Onze ‘best mogelijke wereld’ van relatieve vrede en welvaart, waarvan we alsmaar meer willen hebben. Die ondertussen echter afbrokkelt, zowel politiek als qua biodiversiteit, milieutechnisch en moreel.

Soms denk ik dat de pandemie een zegen voor de wereld is, als je het geheel beschouwt. Wij mensen zijn er met te velen, daarover zijn we het eens. Maar we zijn er nu eenmaal. We drukken al het andere leven weg. Blom noemt de cijfers op, je word er moedeloos van. Door ons meer koest te houden, ons minder te verplaatsen verbruiken we iets minder grondstoffen, die er feitelijk al niet meer zijn. De aarde kan een heel klein beetje herademen.Het is cru. Als wij stikken heeft de aarde meer lucht. Geen 30 voetbalvelden oerbos per minuut in de fik. En ga zo maar door.

Over bomen gesproken. Gisteren zag ik een glimp van een treurige kerstbomenplanter. Zeven jaar doet een gemiddeld boompje erover om op de kerstmarkt te verschijnen. Straalt hooguit twee weken en eindigt op straat. De zogenaamde bomen-met-een-kluit. Afgehakte ledenmaten zul je bedoelen, met weinig overlevingskansen. Slingers en engelenhaar doen het zielige boompje vervolgens nog meer schade. t heeft overigens al zoveel gif over zich heen gehad dat kerstbomenkwekerijen dodenakkers zijn geworden. Geen insect of vogel meer in de buurt.

Adopteer eens een boom, zou ik zeggen. Graaf hem zelf uit en herplant hem of haar. Elk jaar hetzelfde boompje, zodat we weer beseffen dat bomen langzaam groeien en levende wezens zijn.

Op het Witte Huis nemen ze t er nog even van. Apres nous le deluge…

Zoete lieve Gerritjes

Ons zoete lieve Gerritje gaat verhuizen. Waarheen laat zich raden. Ver weg, naar over de rivieren.

Het andere zoete liefje waarmee ze samenwoont, moet huilen. De derde huisgenoot, ook een liefje van ons, waarschijnlijk hetzelfde in stilte. Hun paden die tot nog toe behoorlijk parallel liepen, wijken uiteen.

Ons hart doet pijn. Geconfronteerd met deze nieuwe fase. Een hernieuwd afscheid, nog een stukje verder weg. En wij weer een stukje dichterbij onze laatste fase.

Maar wat is dit natuurlijke verdriet vergeleken met het leed in de wereld veroorzaakt door Corona en ander geweld.

Ik denk aan onze lieve vriendin die haar geliefde al zo lang moet missen. Een oceaan er tussen. En heel veel Corona.

Ik denk aan de lieve vriendin uit mijn eerste studie maanden. Hoe zij haar dochter, die op het punt staat te bevallen van haar eerste kindje, moet missen. Een heel grote oceaan ertussen. Geen Corona daar, en heel veel wetten en maatregelen om dat zo te houden.

Ik denk aan de alleenwonenden die al zo lang een knuffel missen, een arm om de schouders. Met weinig uitzicht op een snelle verandering.

Ik denk aan de Armeense vrouw, wiens familie opnieuw moet vluchten. Alles moet achterlaten wat hen dierbaar is. Huis, hun prachtige kerk, het geliefde landschap en de doden.

Ik denk aan al dat verdriet en prijs me gelukkig met mijn lieve zoete Gerritjes. Waar ze ook zijn.

Standbeeld van Zoete lieve Gerritje, Leo Geurtjens 1958, Den Bosch

Verstuurd vanaf mijn iPad

‘Revolusie’

In al onze weekendkranten staat David Van Reybrouck’s nieuwe boek, over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, besproken. Lovende woorden. Hij vraagt zich af of hij als Belg de aangewezen persoon is dit boek te schrijven. Hij heeft zelfs Mak en Westerman gevraagd of zij t niet moesten doen. Maar die waren met andere zaken bezig. Wat hem intrigeert is dat de Nederlanders, anders dan de Belgen, nog steeds amper kritisch staan tegenover de eigen koloniale geschiedenis. Iets minder dan de helft van de ondervraagden gaf aan er geen probleem mee te hebben, sommigen wilden best nog steeds een overzees gewest bezitten. Slechts een klein percentage neemt afstand van het fenomeen. Terwijl onze overzeese geschiedenis langer en hardvochtiger is dan die van de Belgen. Van Reybrouck signaleert nogal wat onverschilligheid van de Nederlanders in deze kwestie. Weinig mensen lijken te weten dat Nederlands Indië in de jaren 30 trekken had aangenomen van een politiestaat. Elk protest werd hardhandig de kop in gedrukt.

Ook deze feiten raken mijn persoonlijke geschiedenis. Niet alleen emigreerde mijn Haarlemse opa na WO1 naar Indië om daar in de koffie cultuur te gaan en kwam mijn Belgische oma, met wie hij met de handschoen getrouwd was, hem enige tijd later achter na gereisd. Zij werd als een vorstin in een draagstoel over de bergen gedragen, op weg naar haar nieuwe thuis. In 1947 keerden zij, na vreselijke oorlogsjaren, met hun twee dochters, terug naar Europa.

Daarnaast is er nog een familielid die naar Indië ging. Mijn Haarlemse oom, die ik heel lief vond. Als KNIL militair en ‘hospik’ ging hij de opstandelingen op hun donder geven. Ik kon het als kind niet goed met elkaar rijmen. Mijn lieve oom die vertelde over ‘blauwe bonen” waarmee het niet goed afliep. .De beste tijd van zijn leven, zo scheen het mij toe te oordelen aan zijn enthousiasme over het bestaan daar samen met zijn maten..

Nog niet zo lang geleden dus, was ons land een gruwelijk onderdrukkende natie. Van het type dat we nu collectief, daarover zijn veel Nederlanders het immers eens, afkeuren.

Dit ‘karma’ dragen we met ons mee. Van Reybrouck wijst ons er, als ik de kranten mag geloven, heel vriendelijk maar duidelijk op. En dat mag hij doen. De Belg heeft immers

eerst de hand in eigen boezem gestoken met zijn boek ‘Congo’.

Laten we iets doen voor ons karma. Laten we mensen helpen die nu, anno 2020, lijden in politiestaten. Daarom dit keer geen foto, maar een huiswerkopdracht.

‘Revolusie’ in de blog.

Maar ondertussen..

Moessonregens donderen over een kale houten vloer. De woeste branding komt ons via de muren tegemoet. ‘Stille kracht’, door ITA. Het meesterwerk van Louis Couperus staat op het programma van het culinair- culturele avondje vandaag. Gesitueerd in 1900 in het voormalige Nederlands-Indië is het thema universeel en tijdloos. Over de gespannen verhouding tussen twee culturen die onverzoenbaar tegenover elkaar staan. Over onderdrukking en het niet kunnen doorgronden van de andere mens.

De prachtige beelden van het aangrijpende verhaal voeren mij terug in de tijd. Naar de tijd dat hetzelfde stuk verbeeld werd in een televisieserie. Een veel minder verontrustender versie. Ik keek ernaar met mijn moeder, onze eigen ‘Indische prinses’. De termen ‘kolonialisatie’ en ‘imperialisme’ konden we in haar bijzijn niet uitspreken. Dan werd ze fel. “We hebben daar goed werk gedaan. De zwartjes hadden niks, het leven in de kampong was vies en armoedig. We gaven ze te eten en medicijnen als ze ziek waren”.

Maar ik herinner me ook haar angstige verhalen. De ondoorgrondelijkheid, de onderdanigheid. Maar, ondertussen. Je wist nooit hoe er echt gedacht werd. De ongrijpbaarheid van de verhoudingen, waarin iets niet leek te kloppen. De mysterieuze sfeer van het oerwoud, van de kampong. Ze voelde de dreiging van alle kanten, maar kon het niet benoemen. Die dreiging kreeg vorm in de slang die in ene in haar bed lag. De lievelingshond die spoorloos was. En op het einde. de verdwijning van haar vader, ‘verraden’ door een ‘trouwe’ bediende.

De stille kracht was voor haar nooit de poëtische, mentale kracht die de term doet vermoeden maar een verwoestende, ontregelende. Zo zie ik het op t toneel gebeuren. De niets vermoedende Halina Reijn die al mandiënd geen water maar bloed over zich heen gegoten krijgt. ‘Kekuatan gaib’, de stille kracht.

Voor onze lieve vrienden uit de Jordaan

Black Friday

Product?

Vandaag is Thanksgiving in de VS. We hebben in de krant kunnen zien hoe T met de laatste middelen die hij tot zijn beschikking heeft een kalkoen gratie verleent. Hij zint op manieren om zichzelf hetzelfde te schenken. Gratie. Alleen: waaraan is de kalkoen schuldig?

Miljoenen andere dieren liggen inmiddels letterlijk in de oven. Voor kleinschalige vieringen van Amerika’s top feest, op Kerst na dan.

De geschiedenis opgezocht blijkt dat in 1621 voor het eerst een oogstfeest gevierd werd door ‘The Pilgrim fathers’ nadat ze in Plymouth, Massachusetts een nederzetting hadden gesticht.

Verschillende indianen stammen zien deze dag niet als een dag waarop je dankbaar moet zijn maar een dag van rouw. Het begin van een tragisch proces waarin zij hun land kwijtraakten en hun populatie werd gedecimeerd. Voor de Wampanoags en andere stammen is het een dag om bijeen te komen in Plymouth en te rouwen.

De rest van de VS komt samen met familie en reist daarvoor over grote afstanden. Ook dit jaar heeft Corona, ondanks de extreem hoge sterftecijfers daar niets aan af kunnen doen.

De vrijdag na de vierde donderdag in november wordt Black Friday genoemd. Deze dag is traditioneel vrij van werk, zodat de familie een lang weekend samen kan doorbrengen en aan de kerst inkopen kan beginnen.

Dat commerciële dingetje is ook in Nederland populair geworden. Erg populair zelfs en slecht voor onze omgeving. Dit jaar doet Ikea niet mee aan de rat race. Morgen kun je de oude Ikea spullen die je bij het grofvuil wilde zetten terug naar de winkel brengen. En je ontvangt een tegoedbon van het dubbele aanschaf bedrag. Je moet je wel nog even snel aanmelden hiervoor.

Ook kledingmerk Philippa K geeft morgen gelegenheid oude kleding in te leveren voor een tegoedbon. Ik hoor het van de duurzame dochter.

Zo wordt Black Friday nog echt ‘thanksgiving’.

Speck on the mozaic of life

We kijken, in het kader van de IDFA , naar 100up. Door Heddy Honigman, de bescheiden filmmaakster die ik zo bewonder. Ze volgt enkele honderdjarigen gedurende een paar jaar. We zien de honderdenvier jarige zusters, eeuwig in discussie over leven in t nu of het verleden gedenken. Patricia is nog steeds actief in haar vak als seks therapeut en noemt het geen zin hebben in seks, door zowel mannen als vrouwen, het grootste probleem van onze tijd. We nemen nergens meer de tijd voor. Zin in seks moet groeien.

De 100 jarige Peruaanse dokter die het leven zinvol houdt door s morgens naar het ziekenhuis te vertrekken en s avonds de zorg voor zijn dementerende vrouw over te nemen van de thuishulp. De Scandinavische die we lammetjes zien helpen geboren te worden in een ijskoude wereld. Ik zou zo bij haar in willen trekken. Simpele houten vertrekken op een berghelling met uitzicht op besneeuwde toppen en een meer in de diepte. Ze maakt zich zorgen om de wereld en haar bewoners. Insecten en vogels verdwijnen.Leegte. De Weense, wiens man opgepakt wordt tijdens de vlucht naar Frankrijk, begin ‘40 en alleen achterblijft, met een miskraam. Ze gedenkt hem sindsdien elke dag met kleine stukjes papier in zijn handschrift.

“Het menselijk bestaan is slechts een stipje in het mozaïek van het leven”, zegt de oude man die tijdens de opnames sterft. Zijn zoon huilt.

Ik stel het andere Damesmeisje per app voor om ook honderd jaar te worden, in onze Casa azul. Ze vindt het een goed plan. Afgesproken.

Na het zien van de film gaan het oudste kind en ik aan t werk in mijn atelier. We schilderen in stilte, met Neil Young en Philip Glass op de achtergrond. Wat valt er te zeggen? Het is goed zo.

Rolmodellen gevraagd

In de jaren 80 en 90 werkte ik met een clientenpopulatie die we in de wandelgangen ‘migranten vrouwen’ noemden. Vrouwen van niet westerse afkomst die zich meldden met klachten, meestal van psychosomatische aard.

We behandelden de vrouwen in groepsverband, de ‘pijn en moeite groepen’ genoemd.

De methoden die we benutten waren nogal onconventioneel van aard en de professionele afstand lieten we achterwege.. Zo gaven we fietsles op de binnenplaats van de Riagg.

Toen ik in de zomer van 1989 naar Turkije op vakantie ging, ontkwam ik dan ook niet aan bezoek van geboortedorpen, Hartverwarmend.

Wat ik zag was dat de vrouwen in hun families een centrale rol spelen. De meest voor de hand liggende persoon die om raad gevraagd wordt. Die haar levenservaring inzet. Jongere vrouwen en hun gezinnen doen er hun voordeel mee.

Ook nu in de huidige praktijk kom ik jonge vrouwen van niet westerse afkomst met een goede opleiding tegen die hun moeder en dikwijls ook andere oudere vrouwen in de familie zien als een vraagbaak voor levenskwesties.

Hoe schril staan daar tegenover de ervaringen van oude vrouwen in de westerse wereld. Met het verlies aan schoonheid en vruchtbaarheid, raken zij hun plek kwijt. Waar oudere mannen de voordelen van ‘éminence grise’ verwerven is dat er voor menig vrouw niet bij.

Hoopvol is dat dit patroon aan het veranderen is. In praatprogramma’s valt me op dat de experts, specialisten, zoals economen dikwijls (jonge) vouwen zijn. Zij praten namens de meest prominente instituties, banken en ziekenhuizen van ons land.

Mijn hart sprong gisteren op toen ik naar de nieuwe ploeg rond Biden keek. Die-hards, mensen uit de Obama tijd. Met de wijsheid van jaren ervaring. Janet Yellen, dik in de zeventig en met een uitzonderlijke staat van dienst in de financieele sector.

Een nieuw elan, nieuwe kansen en vooral voor vrouwen: nieuwe rolmodellen.

Illustratie: JvN

Lou Reed voor gratis geld

“This is no time for celebrations

This is no time for shaking hands

This is no time for backslapping

This is no time for marching bands

This is no time for optimism”

Deze woorden schreef Lou Reed in 1989, op de LP ‘New York”.

Een zeldzaam visionaire popplaat, schrijft de VK vandaag.

Lou Reed.

In 1972 gingen de eerste geliefde en ik samenwonen in een huisje in de Lange Leidsedwarsstraat. Op nummer 31. De huisbaas was mijn oom, in de kelder had hij zijn aannemerswerkplaats. Boven woonde een deftige dame, uit de tijd dat de Leidse buurt nog voornaam was. In 1972 was de wijk vervallen. Het kleine pandje dreigde de straat in te tuimelen. Omringende panden met geblindeerde ramen waarachter s nachts de broodfabriek van ‘Rekers’ tot leven kwam. En wij niet zonder oordopjes konden slapen. De kakkerlakken wandelden naar de woonkamer en kropen in ons bed. Warm water of telefoon hadden we niet. Boven het piepkleine keukentje bevond zich een opkamertje. Een mysterieuze plek, waar we niet wilden slapen. Dus stond het bed in de woonkamer. Samen met de kakkerlakken, de cavia’s en later de hond Boef.

Al snel na onze intrek in het gezellige huisje, viel er een nare enveloppe door de brievenbus. De eerste geliefde moest in militaire dienst.

Hij vertrok voor 6 weken met onbekende bestemming. Ik bleef alleen achter. Voor het eerst in mijn leven.

‘Transformer’ was mijn troost. Ik draaide de plaat grijs op mijn oude pickupje. En huilde tranen met tuiten bij ‘A perfect day”:”i am glad i spend it with you…”

De LP ‘New York’ wordt opnieuw uitgegeven, in een luxe editie. Zal ik mijn eerste gratis geld wat ik vandaag op mijn rekening vond hieraan besteden?

Ik besluit met de laatste woorden van deze plaat, geschreven naar aanleiding van de begrafenis van vriend en mentor Andy Warhol:

“I wish i hadn’t thrown away my time

On so much human and so much less divine”

1972, Lange Leidsedwarsstraat 31 hs

Tranen

Na een stralende, haast winterse dag, sla ik de krant nog even open.

Ik zit oog in oog met een bizarre foto. Zonder de tekst erbij te hebben gelezen vraag ik me af wat ik zie. Het gevoel van onheil, een onmiskenbaar ‘gutfeeling’, gaat aan cognitief besef vooruit.

De nalatenschap van T. Het zal maar de vraag zijn of het Biden gaat lukken de opoffering van een van de laatste ongerepte natuurgebieden aan de industrie, op te heffen.

Alaska. De toch al zo bedreigde inheemse bevolking. De botte vervuiling van geboorterivieren van de wilde zalm. De lelijkheid, de grofheid van ongebreideld winstbejag. We zagen het met eigen ogen. Zijn de tranen die Greta Thunberg huilt over het lot van de ijsberen niet die we allemaal met haar zouden moeten plengen? In plaats van haar als ‘Asperger’ weg te zetten, dus ongevaarlijk?

In de IDFA documentaire ‘White Cube’ huilt de kunstenaar/activist Renzo Martens bittere tranen van machteloosheid en gene als hij midden in een bewustwordings project (‘Enjoy poverty’) op een Afrikaanse plantage door de eigenaar Unilever bij kop en kont gepakt wordt en eruit geknikkerd. Uiteindelijk wint solidariteit en kunst het van winstbejag en onderdrukking (CATCP) Een hoopvol teken.

We zien Ulay op de dit weekend geopende overzichtstentoonstelling in het Stedelijk (Ulay was here) tranen van pijn en frustratie huilen, maar ook van troost als hij een enorme cactus omhelst in de video ‘Pink pain’.

We hebben met zijn allen heel veel redenen om tranen te laten.

Maar, wat hoopvol is, ’t lucht altijd op.

Voor Charlotte

Casa azul

Een vlucht watervogels trekt mijn aandacht. Voortdurend van vorm en richting veranderend, een fascinerend schouwspel. Ik kan me deze blik permitteren, rijdend op de stille dijk dwars door de oude zee.

En dan zie ik ze, staan op de verhoogde dijk scherp afgetekend tegen de opklarende lucht. Een grote man en een wat kleinere vrouw, beiden met een koffer en paraplu, hand in hand, uitkijkend op zee. Een iconisch beeld, voorspellend voor wat ik later zal zien vandaag.

Ik ga naar de film. Het andere Damesmeisje heeft me uitgenodigd. Eerst denk ik dat ze een grapje maakt. Dan hoor ik Rutte en De Jonge.

We ontmoeten elkaar in de blauwe Knaus, onze caravan. Een warm weerzien na vier maanden. Ik krijg een zilveren uiltje, voor in de Damesmeisjes kerstboom, die al opgetuigd voor het raam staat. Het symbool voor wijsheid glinstert in het ochtendlicht.

Na koffie, taart en bijpraten rijden we door naar Leeuwarden.

Naar Frida Kahlo.

We zien het blauwe huis waar ze opgroeide en wat Diego Rivièra later van haar ouders kocht. Diego, de grote, dikke flamboyante man en de kleine, bescheiden vrouw in traditionele kledij. Op een schilderij uit 1931 staan ze afgebeeld, net na hun huwelijk. Na de scheiding ging Frida opnieuw in het blauwe huis wonen en schilderde er ontelbaar vele zelfportretten, dikwijls vanuit haar bed. Casa azul herbergt de ziel van Kahlo. De Mexicaanse identiteit, haar geschiedenis en haar pijn. Niet eerder schilderde een vrouw haar pijn zo letterlijk en indrukwekkend als zij het bloed van haar miskramen, gutsend uit haar lichaam, weergeeft. De pijn verbeeldt door nagels in haar vlees geslagen. Chroniqueur van haar leven. Met alles wat daarin was.

Is het daarom dat de Damesmeisjes, ieder voor zich, zo gefascineerd zijn door haar, lang voor de tijd dat ze een icoon werd, afgedrukt op tassen en t-shirts? Doen wij, op onze bescheiden wijze, ook niet zoiets. Onze tijd en belevenissen vastleggen? In onze Friese denktank. Vanuit de blauwe Knaus?

Onze casa azul.

Ronnie

Ik ren vandaag met Marie door t Vondelpark, voorbij de oude stadsgrens aan de Westlandgracht. Langs de dure villa’s, waar vroeger alleen dokters woonden, onder de ring door naar West. Daar woont mijn broer.

We hebben elkaar lang niet gezien. In Coronatijd blijkt West heel ver weg te liggen. Maten en afstanden lijken veranderd te zijn. We wandelen door onze oude buurten naar de Sloterplas. Het park komt me nu veel kleiner voor als toen. Hier liep ik als tiener met het keeshondje, Bambie. De ene dag vrolijk of verliefd, tevreden met het bestaan. De volgende diep bedroefd of chagerijnig. Het stille park bood altijd soelaas. Later kwam ik hier met Boef, de hond met de eerste geliefde. Recenter met Luna, als ik mijn moeder, inmiddels weduwe, bezocht.

Ons ouderlijk huis staat een beetje gek te wezen met een nieuwe verdieping erboven op. Als ik naar binnen gluur treft de huiskamer me als piepklein. En daarboven mijn kamertje. Ook die plek heeft vele emoties gekend. Het voortuintje gedenkt mijn moeder. De oude bielzen en de struik met groen-gele bladeren staan er nog net zo bij als toen. Aan de achterkant het hofje met de zandbak waarin Ron zich als koppige driejarige ooit verschanste.

Ach Ron. Deze maand is het 25 jaar geleden dat hij stierf. Stil lopen we terug richting stad.

Dag, lieve Ronnie. We steken heel veel kaarsjes voor je aan op de plek waar je graag kwam

.

Wereld mannendag

Het is wereld mannendag en ik bak een taart.

Ik wist niet van het bestaan maar tref het al deeg knedend aan bij M. Mannen die hun gebroken hartservaringen delen en troost vinden in muziek. Die ze zelf, niet onfortuinlijk, maken. M zit er stralend en lachend bij.

En ik mijmer voort over de gebreide truien. De Oostenrijkse heeft een staartje.

Ik bedacht me laatst hoe weinig het woord Corona nog voorkomt in de blogs. Alsof het een ondertoon vormt die geen nadere benoeming behoeft.

Vandaag staat het voorop. De Oostenrijkse ex geliefde ligt met Corona in het ziekenhuis. Met ernstige klachten, die nu gelukkig iets afnemen. “Ik ben blij dat er een bed in het ziekenhuis voor me was”, schrijft hij,” anders had ik het niet overleefd”. Oostenrijk staat er slecht voor, ik las het al. De ziekenhuizen liggen overvol. Zijn vrouw, ook ziek, moest thuis blijven.

In Duitsland wordt Merkel belaagd. En beschuldigd van Nazi praktijken door haar maatregelen. En dat terwijl Duitsland er verhoudingsgewijze zo goed voor staat.

De huidige geliefde vraagt of zijn trui nog genoemd gaat worden. Ja, het is waar. Ook voor hem breide ik een trui. Van hemelsblauwe wol, in patentsteek. Dit geeft ribbels en heel veel rek. Ik koos voor een naadloos model. Dat geeft extra ruimte aan de schouders. Vele uren handarbeid later was het moment suprème aangebroken. Beteuterd kwam hij tevoorschijn. Met meters te lange mouwen en een te korte romp. We hebben besloten dat een mislukte trui de relatie niet kan bedreigen. Gewoon weggegooid.

Wereld mannendag. vandaag en morgen is er pumpkin pie.

De draad opgepakt

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik ook een trui breidde voor het allereerste vriendje. De Oostenrijker. Gedurende de lange wintermaanden waarin we aangewezen waren op de post breidde ik aan een kledingstuk wat in het patroon omschreven moet zijn geweest als ‘Afghaans vest’ of zo. Een soort bruine jas met een rand van beige wollen lussen, bijwijze van bontrand. Het kostte een vermogen aan wol en vele uren handarbeid.

Eind december klom ik in de trein. Een nostalgische rit die ik graag nogmaals zou maken, maar de dienst is opgeheven. De trein naar de bergen. Bij München ging ik slapen en toen ik s morgens wakker werd, schuifelde de wagon langs oude boerderijen en schuren, langs bergweiden en vergezichten.

Op een onbekend station zeulde ik mijn loodzware koffer over het perron, de Oostenrijkse schoonvader en de geliefde tegemoet. Ik belandde in een soort Efteling. Besneeuwde bergen, verlichte ramen in dorpjes verstrooid over de heuvels. Een hartverwarmend ontvangst in de oude familieboerderij.

Kerstavond in Oostenrijk. Een oneindige lading aangeboden voedsel. De drank vloeide. De kaarsen brandden en de liefde, een beetje verkild in vochtig Nederland, vlamde op.

De koffer werd uitgepakt. Cadeaus verdeeld en de trui in ontvangst genomen. De geliefde zag er wat eigenaardig uit in die hippie outfit.

Later die week werd er geskied. Ik op oude houten exemplaren en liet een blauw spoor achter op de helling, vanwege mijn, nog afgevende nieuwe spijkerbroek.

We gingen de familie langs. Schnaps na schnaps werd er gedronken, tot ik beneveld omviel door een drankje wat ik eigenlijk niet lustte.

Toen ik weer in de trein terug stapte, met een veel legere koffer, kon ik niet voorzien dat dit een vaarwel was. Een afscheid voor ruim 45 jaar. We zagen elkaar weer, twee jaar geleden, in onze Amsterdamse keuken in bijzijn van onze huidige geliefden. En hij droeg geen zelfgebreide trui. Gelukkig maar.

Breivloek

Volgens een oud Italiaans bijgeloof mag je pas een trui voor je geliefde breien als je met hem getrouwd bent. Een gebreide trui voor die tijd betekent het einde van de relatie.

‘Aha’, denk ik als ik in de VK een artikel over deze breivloek lees. “Dat was het dus”.

18 november. Een datum die sinds 1972 in mijn leven is. De eerste tien jaren betekende het vooruitzicht op deze dag een lichtpuntje in sombere oktoberdagen, vol regen en wind. Daarna volgt al snel sinterklaas en dan is het alweer Kerst en O&N. Ik verkneukelde me bij die gedachte. De kreeft in mij is immers dol op kaarsjes en lichtjes.

18 november 1972. Ik besloot een trui te breien voor de verjaardag van mijn eerste geliefde. Van reebruine wol, volgens een Iers patroon. Ingewikkeld met vele kabels en andere siersteken. Het hield me bezig, met elke steek was ik bij hem. Ik herinner mezelf breiend op een rondvaartboot op de ‘Vierwaltstattersee’. met mijn ouders en broers op vakantie. Ik was er niet bij met mijn gedachte. ik was bij hem en het breien beschermde me tegen alle obstakels en problemen die er toen op mijn pad lagen. Ik kon ze aan, al denkend aan hem.

De trui is gegeven, op die 18e novemberdag. De geliefde droeg hem vaak.

De trui heeft de relatie overleefd, wol gaat immers 80 jaar mee, een relatie zelden. Met spijt heb ik afscheid genomen, maar elke 18e november denk ik even terug, aan de trui en aan de geliefde en wens hem het geluk van gebreide truien.

Morgen pak ik weer die andere draad op. De draad die ik deel met het andere Damesmeisje. De zijden draad van het borduurwerk. Ook die beschermt.

Gaten

Na een intensieve dag werken pak ik voor het slapen gaan mijn boek, ‘De H is van havik’ door Helen Macdonald. 

Ik lees:  “Het leven kent een periode waarin je verwacht dat de wereld aldoor iets nieuws te bieden heeft. En dan volgt de dag waarop je beseft dat het volkomen anders zal zijn. Je constateert dat het leven zich ontpopt als iets wat uit gaten bestaat. Hiaten. Verliezen. Dingen die verdwijnen. En dan besef je ook dat je verder moet groeien, om die gaten heen, ertussendoor, waarbij je steeds terug kunt grijpen naar daar waar vroeger iets was, en je die intens glanzende dofheid ervaart van het gebied waar de herinneringen zijn .”

In dit autobiografisch boek stort de schrijfster zich, na de dood van haar geliefde vader, op het ‘ treinen’ van een havik. Ze geeft haar baan als universitair docent aan Cambridge University op, om in de heuvels te gaan vliegen met haar vogel. 

Ik zie haar gaan. Door velden, langs bosranden, de vogel op haar vuist. De havik scherend over de boomtoppen. 

Ach, de Engelse landschappen. De wildernis die in het Verenigd Koninkrijk altijd dichtbij is. Robert Macfarlane schrijft er zo mooi over in zijn ‘Wild places’. Mijn hart hunkert er naar. Een gat. Ik leef om de gaten heen, zoals we allemaal doen. 

Mensen doen vreemde dingen wanneer ze in de rouw zijn. Op ongeveer dezelfde leeftijd als de schrijfster verloor ik mijn vader. Oud genoeg om door te leven maar te jong om zonder te willen. Een leeftijd waarop er zoveel te delen valt aan nieuw verworven vaardigheden, omstandigheden. Zaken om trots op te zijn, om met je vader te willen delen. Wanneer dat wegvalt, heb je ‘eigenlijk’ niets klagen maar van binnen des te meer. 

Ik ging me, na mijn vaders dood, op een bepaalde manier roekeloos gedragen. Ik had beter een havik kunnen nemen. Mijn onverschilligheid bracht leven voort, maar ook destructie. Zoals ook de havik destructie brengt. De havik is geen genadige rover. Hij brengt horror te weeg.

Leven en dood, de gaten waarmee we allen leren leven. 

Met mijn vader en broertje Dick

Vriendschap

Vandaag begon met Matthijs van Nieuwkerk. Tot laat in de nacht van gisteren. Met een oude en veel jonge Stones, en The Beachboys. En een hoop heavy metal, wat in mijn oren niet zo ‘heavy’ is als de huidige vorm. Heerlijk. De nacht van de popmuziek.

Ik denk aan het andere damesmeisje en verwacht vanmorgen een blog over haar idool, Matthijs.. Maar ze schrijft over een andere liefde: haar vader en zijn zelfverzonnen woorden. En over Sinterklaas. Ontroerend.

Later op de dag bel ik met mijn Ierse vriendin. Jeugdliefde en paardenmaatje. Ze is pepernoten aan het bakken. Geen Sint in de buurt, de herinnering brengt haar in beweging. We hebben ooit surprises voor elkaar gemaakt.

Ze komt, lang geleden, nieuw aan op mijn middelbare school. Met haar vriendinnetje, althans dat neem ik aan. Zij en dat andere meisje hebben immers dezelfde blauwe jurkjes aan, met een kraagje. Keurig. Terwijl ik een nep leren minirok draag.

We raken onafscheidelijk. Als ik het gelijknamige boek van Simone de Beauvoir lees, herken ik veel van de vriendschap tussen Simone en haar  ‘Zaza’.

In de Ierse variant ‘lockdown ‘op het platteland, is de vriendin op zichzelf teruggeworpen. Ze mag zelfs niet naar haar ‘studio’ , 5 minuten verderop. Terwijl ik in alle vrijheid sta te werken in mijn atelier. Aan een schilderij over mijn puberjaren, in mijn moeders huis. We zijn daar vaak samen, de vriendin en ik. Mijn moeders gastvrijheid omarmt haar. We roken daar onze eerste sigaret, we drinken de eerste sherry’s en praten over het leven.

Alles is in harmonie. Tot de vriendin gaat verhuizen. Naar Amstelveen, of all places. Een paar jaar lang fietsen we heen en weer en runnen samen een manege in Bovenkerk. Waar we als tegenprestatie mogen paardrijden zoveel we willen en bovendien lekkere broodjes smeren in de kantine. Maar mijn thuis in Slotervaart is stiller geworden.

Vriendschap. Niet te missen.

Work in progress ‘mijn moeders kamer II’ (detail)

Sprookje

In de tuin van een magnifieke villa in een niet nader benoemd land vindt een afscheidsinterview plaats met een vertrekkend kanselier. Aan het einde heeft de journalist nog een vraag: “vind u het erg om uw parlementaire onschendbaarheid te verliezen?”. “Waarom zou ik daar bezorgd over zijn?” antwoordt de kanselier. De eveneens aanwezige secretaris probeert het gesprek snel te beëindigen, maar de journalist weet nog een vraag te stellen:” Bent u niet bang dat ze u dwingen om te verhuizen? Deze villa is natuurlijk wel staatseigendom”.

De kanselier:”Dwingen? Dat zouden ze niet durven”.

Vaclav Havel, dissident schrijver en tot tweemaal toe president van voormalig Tsjecho-Slowakije schreef deze klucht in 2007, verfilmd in 2008. Carolien de Gruyter haalt dit sprookje, dat uiteindelijk goed afloopt, aan in de NRC vandaag. De parallel met de verdere inhoud van de kranten is evident. Bezorgde en relativerende analyses en prognoses rondom het Witte Huis.

Republikein en vriend Ronald Kessler moet lachen. “ Typisch Donald”. “Natuurlijk vertrekt hij”. Het gaat er allemaal om de kiezers scherp te houden en een (ontevreden? A.D.) electoraat te mobiliseren voor 2024. Oftewel: Het is allemaal een grote truc, met voorbedachte rade en we stinken er collectief in. Inmiddels staan er wel honderdduizend fans te protesteren voor de luxe villa. Gaat deze boze opzet slagen? “Waak voor de guerillatechnieken van de populisten”, schrijft historicus en psycholoog Eelco Runia. Het echte gevaar zit hem niet in de verdeeldheid op zich, maar in de asymmetrie van de oorlogsvoering.  Met andere woorden het gaat bij populistisch rechts niet om de inhoud maar om het winnen en daarbij kan letterlijk alles ingezet worden. Een grimmig sprookje.

“Abortus redt levens”

De VS ondertekenden onlangs een internationale verklaring tegen het universele recht op abortus. Medeondertekenaars zij Brazilie, Uganda, Hongarije, Egypte en Indonesie. Voorbeelden van autocratisch geregeerde staten, waar het vrouwenwelzijn laag op de agenda staat.

Ik was even vergeten hoe belangrijk dit onderwerp is in de Amerikaanse politiek. Belangrijker dan COVID 19, de verkoop en gebruik van vuurwapens, preventie van huiselijk geweld. Hoewel het aantal doden dat hierdoor valt enorm is vergeleken met het aantal afgedreven vruchten.

Maar niet alleen in de VS wordt er geprotesteerd tegen abortus. Ook in Nederland posten elke week tegenstanders voor abortusklinieken om vrouwen te weerhouden binnen te gaan. ”Weet je het wel zeker? Laten we erover praten..” en dat soort teksten. Nog steeds. Al decennia lang.

Deze week hielden de voorstanders een demonstratie onder het motto ‘abortus redt levens’. Niet alleen gericht op de populisten maar ook als een statement naar de jonge generatie, de milllennials die meer afwijzend tegenover de ingreep staan dan ‘onze’ generatie.

In de NRC vanavond een artikel van Marjolein van Heemstra. Ze verwoordt hoe lastig het is je met abortus te verstaan. Er wordt over gezwegen. Ook door mijn leeftijdsgenoten, ‘de baas in eigen buik’ generatie, weet ik uit ervaring. Het mag dan legaal zijn, maar voor velen voelt het clandestien. Iets waarover je liever niet spreekt.

Het is een complexe, tegenstrijdige ervaring. Nooit makkelijk en nooit ten einde. Het kind leeft met je mee, in ongeboren staat. Het kan er nooit meer niet geweest zijn. Hoezeer je ook achter je besluit staat. Een lastig soort ‘pro’ zijn, schrijft van Heemstra, ook uit eigen ervaring. Pro-ingewikkelde keuzes, pro-tegenstrijdige emoties, pro-omarming van alles wat het leven is, terwijl je er ook afstand van doet.

Ik denk terug aan mijn eigen besluit, 36 jaar geleden. Het enig mogelijke besluit, toen. Hoe benijdenswaardig is het om in een land te wonen waar een vrouw zelf deze beslissing kan nemen.. Maar hoe moeilijk en tegenstrijdig is het om af te zien van het allermooiste wat er in het universum kan gebeuren. Het ontstaan van nieuw leven.

Voer voor psychologen

De dag begint met de krant, zoals gebruikelijk. Ik lees over dreiging. We waren dit weekend allemaal blij en relatief zorgeloos. Maar de donkere wolken zijn niet weg.  Naast ‘ons’ universum waarin Biden en de redelijkheid gewonnen lijken te hebben en we iets optimistischer naar de toekomst kijken, is er een andere, duisterder wereld. Daarin heeft T gewonnen en wordt zijn tweede termijn voorbereid. Door prominente Republikeinen, nieuwszenders en journalisten. Rechters en kiezers. Twitter stelt zich kritischer op tegen de mega gebruiker, maar een nieuw platform staat klaar. Te popelen zelfs. En Fox News kan desgewenst ook vervangen worden.

Ik sla de krant dicht en ga over op de orde.van de dag.

Een 3 daagse opleiding start vandaag.

Ik kijk het virtuele klaslokaal rond. Ik ben verreweg de oudste deelnemer. Collega psychologen, ongeveer een half leven jonger..

Leeftijd neemt niet toe in een lineaire lijn. Tenminste, gevoelsmatig niet. Hoe kort geleden is het dat ik vaak de jongste deelnemer was? Of de gemiddelde qua leeftijd? En in ene ben ik de oudste. Ik ben er nog  niet aan gewend. Maar dat terzijde.

Ik geniet van de nieuwe inzichten. Ik denk aan casuïstiek waarop ik ze kan toepassen. Ik deel een ‘breakoutroom’ (het lijkt wel een Corona term) met een jonge psychologe uit een ziekenhuissetting. De dag vliegt om.

‘S Avonds opnieuw een krant. Over rechtszaken die T en zijn familie te wachten staan als hij zijn presidentiële onschendbaarheid verliest. Dat zijn er nogal wat. Van belastingfraude tot verkrachting, van verstrengeling van belangen tot afpersing en het spelen van piramide spelletjes, samen met zijn zonen.

Historicus en psycholoog Eelco Runia (VK, 13-11) schrijft over de verschillende verklaringen voor de obstinate weigering op te stappen. Hij wijst op een karaktertrek die gelukkig behoorlijk zeldzaam is maar wel levensgevaarlijk. De neiging om vooruit te vluchten en te floreren in crises. Dit gedrag heeft T gemeen met de grootste dictators van onze tijd. Cromwell, Robespierre, Lenin, Hitler en Mussolini. Maar er valt echter weinig voortuit te vluchten als je eenmaal president van de VS bent. Behalve dan revolutie en totale chaos te creeren.

Lekkere casus. Voer voor psychologen.

Europa

In een klein Pools stadje, waar in de jaren 40 van de vorige eeuw voornamelijk Joden woonden, doen twee historici een experiment. De een is Pools, de ander van Joodse origine.

Ze willen de huidige bevolking confronteren met een zwarte bladzijde uit de Poolse geschiedenis. Met verf en kwasten in de hand spreken ze burgers op het centrale plein toe met een verhaal over de Joden die hier woonden en vragen of iemand hen wil helpen een tekst op de muur aan te brengen. “joden, we missen jullie”. Niet meer, maar ook niet minder. Niemand doet mee. Integendeel. Sommige mensen blijven schijnbaar onaangedaan staan kijken, anderen reageren agressief. De politie arriveert. ook agressief. Uiteindelijk worden ze weggehoond. Alsof de tijd teruggedraaid is naar toen, aan de vooravond van de Jodenvervolging, Ook hier in dit stadje, door de buren, door stadsgenoten. Door familie van de toeschouwers.

We kijken naar Gert Mak, In Europa. Anders dan het boek, doen de beelden, de interviews met mensen anno nu me realiseren hoe de situatie in ‘onze’ misschien iets minder ‘verenigde Staten’ is.

In Duitsland is Merkel blij met de komst van Biden. De grote bondgenoot is weer een beetje terug, nu al. Boris Johnson haast zich aan te pappen.

Oostelijker dan onze buren gaat mijn blik amper. Terwijl ik van de VS elke staat weet te vinden. Wat is dat?

Wat trekt me naar die onmetelijke verten? Waar overigens al eerder een vrouw (achter de schermen ) het roer in handen had. Edith Wilson, de tweede vrouw van Woodrow, president van de VS van 1913 tot 1921. Ik lees het in een artikel toegestuurd door onze lieve Utrechtse vriend. Hierover later meer.

Eerst een rondje ‘Europa’ vanavond.

Georgia on my mind

Ik lees een artikel over trends in de Amerikaanse demografie. Het stemgedrag onder de loep. Geschreven door NRC verslaggevers van Nederlandse en Iraanse afkomst. Van de laatste kunnen we binnenkort meer verwachten. Meer kan ik niet kwijt.

Die trends interesseren me. Hoe de voorsteden steden (waar 50% van de Amerikanen woont) minder ‘wit’ worden en democratischer stemmen. Er gingen meer vrouwen en ook zeker meer jongeren naar de stembus en kozen blauw. De opmerkelijkste trend is echter dat meer mensen van Afro-Amerikaanse afkomst en uit Latijns-Amerikaanse landen dan voorheen Trump stemden. Vooral in Florida en in Georgia was dat opvallend. Een blinde vlek van blauw of een doortrapte streek om gevluchte Cubanen en Venezolanen bang te maken voor het ‘communisme’?

Ach Georgia. We kijken naar The color Purple. Lang geleden las ik het boek. Een passend moment om de film te zien in onze huisbioscoop. Miss Celie. Portret van een zwart vrouwenleven in de eerste helft van de vorige eeuw. Misbruik en sadisme. Maar ook troost van ‘zusters’ onderling.

Zusters en broeders van Georgia, zorg dat de Senaat blauw kleurt!

Georgia, oh Georgia

no, no, no, no, no peace i find

Just an old sweet song

Keeps Georgia on my mind.

James Brown

Ladies

Paulien Cornelisse vertolkt vanmorgen in de VK een gevoel waarop ik mezelf betrapte. Ik hoop dat er een stevige deur zit tussen de vleugel van het witte huis waar Melania huist. De woede veroorzaakt door de krenking heeft meer nodig dan tweets en golfballen. En als de First Lady gaat zeggen wat ze denkt kan die woede gevaarlijk groeien. En er liggen tot januari nog wel wat presidentiele touwtjes in handen van de woedende tweeter.

In dezelfde VK las ik de beknopte biografie van Jill Biden. Het zou wel eens de eerste First Lady kunnen zijn die haar baan niet opgeeft en haar eigen leven blijft leiden. Een foto toont Biden, steun zoekend bij zijn vrouw, vlak voor een optreden.

Sterke vrouwen, geen anorexische barbies meer. Wat een verademing. Maar misschien moeten we Melanie, in this final hour, niet onderschatten. Hoe vanzelfsprekend is het dat een verliezende president de winnaar geluk wenst. Dat weet zij, en ze kent ook de houding van T.

Wat weten wij eigenlijk van de narcistische levenshouding?

We kijken naar Arnon Grunberg, in gesprek met Ian Buruma, beide Amerika experts. Enkele basisprincipes van de narcistische leider. De ander vernederen om je eigen wereld te verbeteren. Het vermeende recht om niet gekwetst te worden. De ander is altijd de zondaar.  Vergiffenis is verworden tot zonde en zwakte.

“Ik vertrouw dit land ondanks alles”, besluit Grünberg.

Mensen die krachtig blijven, ondanks een stressvol leven.

Misschien moet het nu van de vrouwen komen, denk ik.

Verstuurd vanaf mijn iPad