Huizen en hun geschiedenis

Little big idea
Het is 10 mei. De droogte houdt al weken aan en het is ruim 25 graden C.
De Geliefde en ik fietsen door zomers land. Het altijd groene Normandie heeft een zweem Mediterraans over zich. Gerijpte halmen in warm-gekleurde akkers, stoffige paden. Velden met hoog geel-grijs gras en ontelbare bloemen, hoog fluitenkruid afgewisseld met paarse, gele en oranje bloemen in de bermen. Vergezichten van wit geel zand en een lichtblauwe zee daarachter.
Moeiteloos peddel ik door de landerijen. En met elke getrapte meter laat ik een lading input, stress en vermoeidheid achter me. Weken van griep, covid en na-ijlende moeheid. Weken van pre-tentoonstellingsdrukte en stress glijden van me af. Alle indrukken van de afgelopen weken en dagen gaan nogmaals door me heen. De voorbereidingen met de lieve ‘Best Friend’, alle enthousiaste reacties en tenslotte de verkoop van een van onze geliefde doeken. De vreugde van het succes, maar ook de pijn van het loslaten. En tenslotte de ervaring van het letterlijke ‘uit handen geven’ en weten dat het okay is.
Alles laat ik achter terwijl de pedalen rondgaan en ik voortglijd door het te vroeg zomerse land.
Het is heerlijk maar het is niet pluis. Het klopt niet dat ik in een mouwloos shirt en korte broek rondrijd, ingesmeerd met factor 50, in deze tijd van het jaar. Het klopt niet dat de zeeklei wit kleurt. Die hoort immers zwart te zijn en vet glinsterend. Net als in die verre noordelijke kuststrook, het geliefde Bildt. Ook daar klopt het niet. Te droog, te warm.

Mijn hoofd is bij het onderhanden boek.”Gods, wasps and stranglers. the secret history and redemptive future of fig trees”, geschreven door Mike Shanahan, regenwoud ecoloog.
Ik zoek vijgenbomen in het landschap. Her en der herken ik de leerachtige, sterk ingesneden bladeren hoog uitstekend boven muren en schuttingen. Niet veel maar hoopgevend genoeg.
Al 80 miljoen jaren oud is deze soort en sindsdien voedt en beschermt ze vele diersoorten waaronder de voorouders van de ons, mensen. Na natuurrampen als de meteorietinslag die de dino’s uitroeide en vele andere soorten met hen, was het de vijg die als eerste weer opbloeide en zorgde voor voedsel en ‘licht’ in de duisternis. Ook na vulkaanuitbarstingen als van de Krakatau was het de vijg die verscheen en een nieuwe cyclus van leven in gang zette.

Als ik het goed begrijp is de vijg terug te vinden in alle beschavingen en culturen als een bijzondere boom, die vereerd werd en gekoesterd als voedingsbron voor mens en dier, als medicijn tegen vele kwalen en van een grote religieuze betekenis. De Boddhi tree waaronder de Boeddha verlicht werd, was immers een vijgenboom. En wat dacht je van de ‘Sycamore tree’?
Nobelprijs winnares voor de vrede in 2004, de Keniaanse Wangari Maathai, die haar jeugd onder een gigantische vijgenboom doorbracht, kwam als eerste op ‘the little big idea’: plant overal vijgenbomen. Ze stekken makkelijk en groeien praktisch overal. Ze houden vocht vast en gaan erosie tegen, ze bevorderen de diversiteit, trekken vogels en andere dieren aan. Door haar inspanningen in de strijd om de onafhankelijkheid wordt de vijg een vredessymbool.
Sinds haar succes met herbebossing voor arme boeren wordt de vijg ingezet op plekken waar bossen verdwenen zijn, waar slechts onkruid groeit, of zelfs dat niet meer.
De vijg is oeroud, en veerkrachtig & leven-ondersteunend. Zijn wij dat als piepjonge, en al te ‘succesvolle’ soort ook?
Dat is maar de vraag.

De vijg in mijn Normandische tuin heeft vele takken waar ik nog net bij kan met mijn snoeischaar. Ik deel ze uit, stek ze en plant ze waar ik maar kan.
Het andere Damesmeisje krijgt de eerste. Wie volgt?

Huizen en hun geschiedenis

Zo kan het gaan

Vier mei 20u.
Op een enkele auto na heerst er stilte op de dijk.
Geluidloos glijden trekvogels over en de paarden in de verte maken het tafereel alleen nog maar indrukwekkender.
Vanmorgen las ik in de VK een column van Frank Heinen die me trof.
Gedenken, hoe doe je dat? Over het Auschwitz Memorial, Primo Levi en zijn terugkeer naar de hel. Over struikelstenen in het trottoir. Over het gedenken van tenminste een mens.

Ik moet denken aan mijn eerste ervaring met de dood.
Op onze huidige expo in het Amsterdamse hangt een doek dat mijn jeugdvriendin Rennie en ik recentelijk schilderden over de dood van onze schoolvriend Harrie. Hij was achttien jaar, net als wij..
Ik herinner me het telefoontje dat het bericht van zijn dood bracht. De stilte. Het geluid van een lepeltje dat alsmaar door een kopje geroerd wordt. De ontsteltenis.
Harrie. Een in de ogen van zijn klasgenoten te weinig jongensachtige jongen die onze vriend werd. Onhandig, bijdehand en verlegen tegelijk. Altijd in een keurig gestreken blauw overhemd dat hem het koosnaampje ‘’blauw bloesje’ bezorgde. Prive, voor Rennie en mij.
Waarover spraken we? Wat deelden we uit? Ik weet het niet meer. Alleen de sfeer van vertrouwelijkheid en gelijkgestemdheid is me bij gebleven.
Het was dan ook heel vanzelfsprekend dat Harry langs fietste, toen ik met mijn familie in Oostenrijk vakantie hield. Hij was op zijn stadsfiets naar Turkije geweest en op de terugweg deed hij Voralberg aan, waar ik met heel andere zaken bezig was. Hij werd warm onthaald.

Twee weken later was hij dood. Aangereden door een dronken automobilist, terwijl hij dichtbij huis een ommetje fietste.
Zo kan het gaan.
Het kan ook gebeuren in je leven dat je land bezet raakt of dat je gedeporteerd wordt. Dat gebeurde in WO!! en het gebeurt nu. Onder onze neuzen.
Zo kan het gaan.

Met Harry gedenk ik alle mensen die dat zomaar overkomt of overkomen is.
Het ongelooflijke komt op je pad. Een gewelddadige dood.

Huizen en hun geschiedenis

Keizerlijke rust en koninklijke chaos
Als ik op deze Koningsdag vroeg de hond uitlaat staat er een man een podium te bouwen tegenover het oude huis aan de gracht. In alle rust.
Even later krijg ik een appje van de lieve voorbuurman. “De buren twee huizen verderop geven een feestje. Tweehonderd man uitgenodigd. En een DJ, jullie zijn gewaarschuwd”..

De Geliefde en ik maken een rondje met de hond. Kinderen met spelletjes. De bekende stapels oude kleren. Bij de gedistingeerdere adressen hangt de koopwaar op rekken. Het is al dringen geblazen. De mooie blauwe laarsjes van de vierkante voetenwinkel zijn nu al uitverkocht in de gangbare maten.

Het kan me amper bekoren. En dat is atypisch voor mij, die toch graag snuffelt en scharrelt.. Komt het door de vele kringloopwinkels die ik het laatste half jaar in het Hoge Noorden heb bezocht? Ben ik blasé geworden?
Als we terugkeren is de brug over de Prinsengracht al niet meer te nemen. In de Herenstraat kan je over de hoofden lopen.
Een zigzaggend door de chaos fietsende ubereats rondbrenger hoor ik in een Slavische taal huilen in zijn mobiel: Poetin, Poetin… Dit klinkt weinig feestelijk. Een oude dames zit op een kleedje achter een stapeltje te verkopen CD’s. Ze wordt onder de voet gelopen. Ook niet leuk.
We weten het weer. Wij gaan naar huis.

Thuis gaan we schoonmaken. Maar dan echt. Zoals we twee jaar geleden deden, aan het begin van de lockdown.. Maar toen waren de straten leeg. Dat kun je nu niet zeggen.
Ik haal alle meubels van hun plek. En vindt een dode merel waar de bank eerst stond.. De vader van het nestje in de heg. Treurig bedenken we dat het heen en weer gevlieg inderdaad al een paar dagen ontbroken heeft. Wat zou moeder merel doen, nu in haar eentje? Stilletjes gedenken we de merel, onder de blauwe regen die zo haar best doet in deze oase van rust, onze tuin.
Ik krijg een berichtje dat elders in de stad een klein jongetje is geboren. Waarschijnlijk wel meerderen, maar van deze ken ik de trotse grootouders. Een Amsterdammertje erbij.
Een ander berichtje komt uit Nepal. Ons kind heeft Basecamp Mount Everest bereikt, op 5364 meter hoogte. Een foto van een ander kind op weg naar Slovenie, voor een huwelijk. Een ander kind zit op een boot, ergens in een Amsterdamse gracht.
Het lieve nichtje stuurt foto’s uit het echte Hoge Noorden. In gedachte ben ik bij hen allemaal.

Het andere Damesmeisje kan tevreden zijn. Thuis zijn, huis en haard in orde maken, op de plaats rust nemen.
Ondertussen dwaalt het andere kunstmaatje, de ‘Best Friend” innig tevreden door de drukke stad en appt me haar scores. Eindelijk weer eens een Koningsdag in de geboortestad.

Als we aan het eind van de middag, tevreden na gedane arbeid, op de stoep willen gaan zitten voor een glaasje met de lieve voorburen, wacht ons een verrassing. Duizend dronken mensen op de stoep en blowend in de plantenbakken. Dito decibellen. Vertwijfeld keren we ons om en drinken het glaasje in de tuin. Bij de blauwe regen.

Wat een verademing.
Toch stemt het me treurig. Vervreemd in eigen stad. Waar is hier plek voor kinderen? Voor de kleine Amsterdammertjes? Hoe moet de hond lopen over een straat vol gebroken glas? Voor oudere mensen, zoals die dappere mevrouw met haar CD-tjes? Voor ons die ook wel op de stoep willen zitten.

Maar bij de blauwe regen is het goed.

Huizen en hun geschiedenis

Erbarme Dich, ..ik had zo graag..
Ik had zo graag een blog willen schrijven over het Hooggeëerde bezoek aan het oude huis aan de gracht. Hoe de lieve vriendin van de kade haar wijze blikken en andere zintuigen door de kamers liet gaan. En over de lustrijke tuinen, ooit een zoetwater bassin waaruit de Brouwers om de hoek hun water haalden. Kan het zijn dat in dat moeras ooit kinderen verdronken zijn? Kan dat mijn dromen over in modder verzwolgen kinderen verklaren?

In de gangen ervaart de vriendin restanten van oorlogstrauma’s. Welke invloed heeft dat op latere bewoners? Een huis dat om aandacht schreeuwt en alsmaar niet op orde gebracht kan worden. Welke invloeden spreken hier?
Ik had er graag over geschreven. Net als over het bezoek van de geliefde broer aan het huis. Als altijd komen alle aspecten van het leven aan bod. Zo ook de invloed van de oorlog op onze familie, de gemaakte keuzes, de gevolgen.

Er waait een kille wind door het huis als we spreken over de wereld van nu. Over Raspoetin en de zijnen. Ik had willen schrijven over de ongelooflijke gedachte dat mijn vredelievende broer en ik de wapens hadden willen oppakken en korte metten maken met enkele dictators. Waar is de tijd van de opgespelde gebroken geweertjes gebleven? Ooit was ik lid van de PSP. en in dat gedachtengoed geloof ik nog steeds, min of meer.
Ik geloofde en wil nog steeds geloven in Merkel’s aanpak. De dialoog, in contact blijven. Ik had zo graag gewild dat het gewerkt had.
Ik had willen schrijven over datgene wat niet in woorden te vatten is, het slechte, het verschrikkelijke.

Maar mijn schrijfhand hield ermee op. Teveel naarheid? Peesontsteking, klaar uit. Niet meer mailen, noch appen. Spreekberichtjes dan maar. En toen sloeg er een geheimzinnige ziekte toe. Koorts, geen stem, hoesten.
In een klap ben ik twee jaar terug. Die eerste Pasen in Coronatijd.
Erbarme Dich

De berichten van naar adem happende COVID patiënten op de IC’s. In coma gebracht. De overlevingskansen schematisch in beeld. De angst, de paniek. Het einde van de wereld leek nabij.
Ik heb het benauwd, ik behoor tot de risicogroep qua leeftijd en ik ben alleen op de dijk.
Ik heb een huis aan een wonderschone dijk, ik heb een bloeiende pruimenboom in de tuin, ontluikende groentes in de kas en dartelende vogels om me heen.
En ‘zij’ daar, dichtbij en ooit toen, hebben dat allemaal niet. Erbarme Dich.

Huizen en hun geschiedenis

Winterwonderland
Terwijl het Andere Damesmeisje en ik in een warme kas dromen over meer planten in onze huiskamers, gebeurt er in de nabije koude buitenwereld iets anders. Sneeuwstorm. Met enige moeite bereiken we ieder de warme stal in het Verre Noorden. Dik ingepakt in winteroutfit red ik mijn nieuw aangeplante lievelingen, zo goed als het kan. Marie draaft dol van vreugde door de stuifsneeuw. Gaan we nu eindelijk op pad? Nee. We gaan nergens heen.
We leven uit de vriezer en pakken ons met dekens in op de bank.
Ik denk terug over de dag. Een gesprek met een zuid Hollandse hulpverleningsorganisatie over werkdruk, post Corona tijdperk. Het heilige vuur is uit de strijd, de vermoeidheid volgt. Het zijn universele wetten, ook nu aan de orde. Hoe lang kan je paraat staan, op je post, alsmaar door?
Een intakegesprek met takecarebnb, waar ik ons heb aangemeld voor eerste opvang van ontheemden, vluchtelingen, zeg maar. “Alleen Oekraïners of breder dan hen”, is een van de eerste vragen. Natuurlijk breder, natuurlijk voor iedereen die door geweld dakloos, thuisloos is geraakt.

Natuurlijk. Het is snel gezegd, snel gewild, dat dit is wat je wil. Het is een interessante grens. Ik stel mijn huis nu open voor iedereen die door geweld huis en haard heeft moeten verlaten? En dus niet alleen voor diegenen waarmee ik me makkelijk kan identificeren? De Oekraïners hebben dat in hun voordeel. Zoals eerder de Bosniërs. Vertel mij wat.
En wat heel veel vroeger, na Wo1, de Belgen ook hadden.

Vertel mij wat. Zonder WO1 had ik niet bestaan. Mijn arme oma liep vanuit haar Antwerpse café naar Haarlem, waar ze mijn opa ontmoette. Ik bedoel maar.

We komen in aanmerking voor een uitgebreidere procedure. Tijd en gelegenheid om over zaken na te denken. Hoeveel heb je over voor je medemens. Hoeveel mag compassie kosten? Volgens een goed Boedhistisch principe niet meer dan je echt kan en wil geven. Anders geef je negatief karma. Uitkijken dus.
Ik kijk uit over de sneeuw. Weather for thought.

huizen en hun geschiedenis

Magnolia
Vandaag 32 jaar geleden kondigde de geboorte van ons eerste kindje zich aan. Vanuit mijn slaapkamerraam zag ik die ochtend de magnolia in volle bloei staan, de knoppen helemaal open. Als een voorbode.
Ik zou die dag nog op de fiets boodschappen gaan doen. En nog 100 andere dingen, om het nestje in orde te maken. Ze zou de volgende dag, rond de middag ter wereld komen.
Het voelde kwetsbaar, zo op de fiets, herinner ik me. Alsof ze, bijna buiten mij, voor t eerst aan de buitenwereld blootgesteld werd. En die wereld voelde hard en lawaaierig aan. Auto’s, vliegtuigen, machines. Eigenlijk de gewone alledaagse dingen in een stad.

Ik zag vandaag een foto in de krant. Van een jonge moeder die met haar pas geboren baby op de vlucht sloeg. Voorzichtig droeg ze het kindje door de vernietigde stad, op zoek naar een uitweg. Elk moment kon ze beschoten worden.
Ik moet huilen om haar, en om al die andere moeders met hun kinderen. En soms nemen die dappere vrouwen ook nog andere kinderen mee. Verweesde kinderen, verlaten en kwijtgeraakte kinderen.

Na de geboorte van ons kindje verbleef ik nog lang in de veilige omgeving onder de magnoliaboom. Beschermd, vertrouwd, knus. Het duurde ongeveer vier maanden voordat ik weer naar buiten trad, de wereld in.
Hoe moet het zijn je kind ter wereld te brengen terwijl de bommen om je heen vallen. “You can’t stop a baby being born” zingt Joanie Mitchel. De natuur gaat door, no matter what.
Ik denk aan de Afghaanse en Syrische vrouwen met hun kinderen. En de vrouwen uit Afrika, die de zee trotseren met kinderen en al. In Ter Apel moeten ze slapen in een stoel. Of in een illegaal opgezette tent. Nergens een plek in de toch al niet zo comfortabele herberg. Nergens welkom. De ‘niggers ’ onder de vluchtelingen.
Waar staat hun magnolia boom. Waar hebben ze die achter moeten laten. Hoe moet het met de wereld zonder je eigen veilige boom?

Huizen en hun geschiedenis

Food for thought
Mijn lieve nichtje komt eten en ik spoed me in de lunchpauze naar de Westerstraat voor de blauwe of de gele supermarkt, bizar genoeg de kleuren van de Oekraïense vlag.

Ik ga focaccia maken. Italiaans brood van fijn meel gebakken met zoutvlokken en kruiden.
Als ik alle ingrediënten voor de maaltijd in mijn mandje verzameld heb bedenk ik dat ik meel nodig heb. Een groot leeg gat van drie vakken breed staart mij aan. Ongelovig zoek ik verder. Heb ik niet goed gekeken?
Dan zie ik een verfrommeld handgeschreven bordje liggen: Max 2 pakken per persoon.
Nog dringt de kwestie niet tot me door. Pas als ik hoor dat ook de blauwe supermarkt lege schappen heeft, realiseer ik me, er wordt gehamsterd. Sinds de Oekraïne ontdekt is in haar hoedanigheid als ‘onze ‘graanschuur’, sloeg de angst kennelijk toe.
Er is ook geen slaolie meer verkrijgbaar, krijg ik te horen. En het brood wordt extreem kostbaar.
Ik besluit op de dure afdeling biologisch spelt meel te kiezen, dat is immers nog verkrijgbaar. Daar zitten ook geen gluten in, mooi meegenomen.

We eten een voor onze maatstaven karig maal, t nichtje en ik. De focaccia lijkt meer op een heel erg bruine boterham. maar dan warm. In oorlogstijd zouden onze ouders er blij mee geweest zijn.
Zoals vaker belanden we in ons gesprek bij onze door de oorlog geteisterde en aangeslagen familie. Een NSB voorvader, Jappenkamp trauma’s, werkkamp- en Berlijnse belegerings-gruwelen. En een grote mate van onverdraagzaamheid onderling.

Heel dichtbij is het opnieuw oorlog.
“Het is erger dan het worstcase scenario”, de woorden van Teija Tillikainen, directeur van het Europees centrum voor hybride bedreigingen in Helsinki, vandaag in t NRC.”En het is voor iedereen duidelijk: dit is een grote schending van alle internationale afspraken die er bestaan. Daarom is dit zo’n keerpunt. De schellen vallen ons van de ogen. Europa zal niet meer dezelfde zijn”.

De maaltijd zal vaker karig zijn.

Voor E. Een leven lang in gesprek

Huizen en hun geschiedenis

Klus
Terwijl de nieuwe Raspoetin zijn gruwelijke klus probeert te klaren, niet goedschiks dan maar kwaadschiks, neemt iets dichterbij de familie van onze lieve vriendin afscheid van een dierbare zus, geliefde, moeder en oma. Te jong, te onmisbaar.
Wat een klus..
Nog dichterbij zie ik hoe zwaar de klus is te leren leven met verminderde vitaliteit.
Vroeger of later krijgen we er allemaal mee te maken: afscheid nemen.

Ondertussen schijnt de zon en bruist t van positieve energie op de dijk.
Emmers water en zemen worden buiten gezet en ramen bevrijdt van Saharazand. Ook ik sta onwennig op mijn keukentrapje. Naast mij peutert de lieve buurvrouw onkruid en modder tussen de straatstenen vandaan, op haar gemakje gezeten op het warme wegdek. Vrolijke geluiden klinken vanaf hun dak: lieve buurman klautert met de verfpot rond.

De schilder en ik vermoeden achter de verweerde dakplaten een nieuwe schat. Eensgezind wrikken we beschimmeld materiaal weg. Nog een hele klus. Opnieuw onthult zich een beeldschoon plafond, van donkerrode planken dit keer.
Daar gaan we weer, denk ik.
De Geliefde herstelt de verloren gewaande verlichting van het achterhuisje. Hotelschakeling, nieuw stopcontact. Nog een hele klus.Ik ben blij en trots.

Onbeholpen werk ik aan mijn moestuin, de eerste van mijn leven. Gesitueerd tussen de bomen van mijn eerste boomgaard-in-wording en bestaand uit aan elkaar geknoopte aardappelkistjes.
Dan landt er naast mij een vlinder. De eerst die ik zie dit jaar. Onhandig komt zij neer op de bloemen. Met enige moeite hervindt zij haar evenwicht. Alsof dit haar eerste landing is als vlinder.
Dan wrijft zij zich in de voorpoten. Of zijn het voelsprieten. Alsof ze wil zeggen: “zo, de eerste klus van mijn leven heb ik geklaard”.

Leven en doodgaan, het blijft een hele klus.

Voor M

Huizen en hun geschiedenis

Haute Couture en oorlog
Terwijl op drie reisdagen afstand Odessa haar historie verpakt in zandzakken en de bevolking zich schrap zet voor een aanval, laat ik mijn familie achter op een terrasje in de namiddagzon en laat me verleiden door een elegante uitstalling van de kleur blauw. Dit alles tegen het decor van de plaatselijke hoofdstad. Hier is iedereen onbekommerd op deze gevoelsmatig eerste lentedag
We hebben er een heerlijk weekend tuinieren, klussen, kletsen en doorpraten opzitten. Geluk en pijn, ontluikende bloemen en mest, het is allemaal voorbijgekomen.

Ik stap een onbekende winkel binnen, aangetrokken door al dat blauw. Voordat ik het weet ben ik in gesprek met de ontwerpster en naamgeefster van deze zaak. Prachtige ontwerpen, sprankelende kleuren. Uitgevoerd in gerecyclede stoffen. Alls duurzaam wat de klok slaat. Als ik letterlijk in mijn hemdje sta, trekt de ontwerpster haar jasje uit en doet het mij aan. Ze sleept andere jasjes, vesten en pakken erbij. Het een na het ander trek ik aan. “Mijn Haute Couture collectie van de afgelopen decennia staat normaal boven”, zegt ze. “Maar ik ben een grote show in het VK aan t voorbereiden. Een antieke autorace”.
Op dat moment stapt haar topmodel, die deze show zal ‘lopen’ binnen. Een beeldschone.. jongen.

De ontwerpster vraagt me naar mijn leven. Alsof dat helemaal gewoon is, als je aan het winkelen bent. Kunstenaar? Ook bezig met kleuren? Dat kan ik beamen. Ik onthul mijn Damesmeisjes identiteit. Ze is vol aandacht. En waar ik woon? Op de OBD.
Verbeeld ik het me, of vullen haar sterk opgemaakte ogen zich met tranen. Oh jee, zegt ze. Daar ben ik opgegroeid en dat was niet leuk. Dat was oorlog. Ik ben er nooit meer teruggeweest. De boeren kwamen mijn vader zeggen dat ik een pak rammel nodig had. Ik werd altijd gepest.
Haar misdaad? ‘Anders-zijn’. Ze droeg laarzen in twee kleuren, ze klom in bomen, ze was geen standaard meisje. En dat kon niet in die omgeving. Gebroken moest ze worden. Al jong vluchtte ze naar Amsterdam en daarna reisde ze, voor de kledingindustrie, de wereld over. Alle goedkope modemerken kent ze vanuit de fabriek. En dat is erg. Heel erg, verzucht ze. Het gif loopt zo de sloot in, mensen krijgen amper betaalt.Nog steeds. We weten het inmiddels allemaal.
“Ik besloot het anders te gaan doen”. Zo gezegd, zo gedaan. Daar staat ze nu. Met betraande ogen in een schitterende winkel, waar vrolijke mensen, allemaal wel een tikje ‘ anders’ binnen stappen.
Als ik het jasje en het prachtig blauwe hemdje dat ik meteen maar aan houdt, afreken, legt ze een grijze shawl van gerecycled wol over mijn schouders. Voor als je het straks koud krijgt, met je familie op het terrasje, zegt ze lachend.
Wat een vrouw, wat een levensverhaal.
Als ik later de bijgevoegde foto uit Odessa zie, moet ik aan haar denken. Oorlog en Haute Couture.

Huizen en hun geschiedenis

“Jij mag geen belangstelling hebben voor oorlog, oorlog heeft wel belangstelling voor jou”. Caroline de Gruyter, citeert Leon Trotsky.
De wijze teksten van deze NRC columnist vallen nu in een geheel andere context. Wat waren we naïef en in slaap gesukkeld. Oorlog leek een ver weg fenomeen waarmee we niet in aanraking wilden komen, ook liever geen getuigen daarvan in eigen land toelaten. Wat je niet ziet, is er niet.
De Geliefde las vorig jaar De Gruyter’s boek “Beter zal t niet worden” en herlas t deze week in een geheel andere mindset.
De oorlog is overal. In de vorm van angst en in schuldgevoel. De Oekraïne vecht immers onze oorlog en smeekt om steun, met name om een no-fly zone die ‘wij’, niet kunnen bieden.
De oorlog is in de kleine berichtjes. Ik lees over de Soldatenmoeders. Moedige Russinnen die speurwerk doen naar gesneuvelde zonen en vaders. Vaak anoniem achtergebleven, soms ook, schijnt t, bewust verdonkeremaand om geen vervelende berichten naar het Russische publiek te hoeven geven. Berichten over naar huis in Rusland, bellende 18 jarigen die ontheemd en overweldigd niet weten wat ze daar in de Oekraïne in hun soldatenoutfit moeten doen.
De oorlog is op de snelweg tussen het zuidelijke wad en het noordelijke waar, valt me nu op, veel Poolse vrachtauto’s rijden. Sommigen met duidelijke teksten achterop hun wagens geschreven. Ik begrijp ook dat ze dikwijls hulpgoederen mee terug nemen. We zijn nu allemaal dol op de Polen, niemand maakt meer grapjes. De oorlog zit in onze Europese solidariteit.
De oorlog is ook in de drie daagse retreat die ik aan de noordelijke dijk volg, gezeten in mijn door de buurman gemaakte meditatiebox. Een mede Dharma student met Oekraïense hartsverbindingen raakt in paniek. Hij probeert, in een poging tot Bodhicitta, het goede in Poetin te vinden en activeert daarmee verschrikkelijke herinneringen en beelden.
Buiten zie ik een zonovergoten landschap, met dartelende vogels, ontwakende takken en een vrolijke hond.
Ik schuil voor de oorlog.

Huizen en hun geschiedenis

Oekraïne
Ik denk aan alle Oekraïense Damesmeisjes, die zijn er vast. ik denk aan hun Geliefden en Gewone Jongens. Aan hun ouders en kinderen, kleinkinderen. Hun vrienden en buren.
Ik denk aan alle inwoners van Kiev voor wie het leven er in ene heel anders uitziet. Ik denk aan de mensen in andere steden. s Nachts het geluid van bommenwerpers. Explosies. Met kleine kinderen de schuilkelders in. Ik denk aan de mensen op het platteland. Waarheen te vluchten? Wanhopige mensen in lange files, richting het westen. Wanneer besluit je je auto te laten staan en te gaan lopen, met je kinderen, ouders, de hond en ook nog je bagage? vraagt mijn Geliefde zich af.

Het leven is definitief veranderd. Angst, dreiging en ontheemding heersen. Bij hen, maar ook bij ons.
De Oekraïners staan symbool voor de kwetsbaarheid van ons bestaan, het effect van geweld en de bedreiging van de diep gewortelde wens van alles wat leeft om gewoon een redelijk gelukkig bestaan te leiden en met rust gelaten te worden.

“And other beings’ pain
i do not feel , and yet
Because I take them for my own
Their suffering is likewise hard to bear”

Vers 93 Shantideva

Huizen en hun geschiedenis

Nee, natuurlijk niet
Kan een landschap een rechtspersoon zijn? Kunnen de belangen van de zee vertegenwoordigd worden? Filosofen, waar onder Bruno Latour en Eva Meijer buigen zich over dit vraagstuk. Het is de enige wijze waarop de 99% niet-menselijke aardbewoners kunnen meebeslissen in hun lot.
Maar kun je de zee ook verantwoordelijk stellen? Kun je boos zijn op de wind?

Ik lees “De Stem van de Noordzee”, een publicatie van de Ambassade van de Noordzee. Het is zondag 20 februari en de Zuid-Westerstorm loeit om de auto, de hele 900 kilometer lange weg tussen Wad en Wad.
Hebben we geluk dat we door acute dieselnood en op zoek naar een tankstation verdwalen in Middeleeuws Frankrijk? De weggetjes worden smaller en smaller. De Geliefde informeert of ik mijn navigatie soms op de ‘fietsstand’ heb staan.
Nee, natuurlijk niet.
De enige tegenligger is niet op ons bedacht en we moeten de berm in, maar wind is hier niet in deze dalen onder de hoge heuvels van ons schiereiland. Daarboven loopt de snelweg.

Stel het is twee of drie jaar verder In de tijd, we zijn nog ietsje ouder maar verder is het een dag zoals vandaag. We hebben een gezellig rendez-vous met onze lieve vrienden gepland. De bijeenkomst is aan de andere zijde van de binnenzee, misschien wel in La Vigie, en we moeten de Dam over, dwars door het water. In de loop van de avond wakkert de storm aan, net als vandaag, terwijl wij door die dalen dwalen.
Maar we zijn gewoon zoals we nu zijn dus laten we ons niet afschrikken door een partijtje wind. Onverwachte windstoten van 140 kilometer per uur teisteren de Dam en dwingen de auto naar links. Spannend, maar geen alarm. Net zo als vandaag, in 2022.

En dan gebeurt het, deze zondag . Zo ongeveer op het moment dat wij de houtkachel opporren om het koude huis wat op te warmen. De auto van de leeftijdsgenoten raakt van de weg en wordt verzwolgen door de Salines. Uren later kan de reddingshelikopter het autodak lokaliseren. Uren te laat. Geen hamer bij zich.

Vandaag, op dinsdag 22 februari ren ik met Marie over de Dam. De wind is mild, maar nog steeds uit het Zuid westen. Leeuweriken dartelen over de Salines. Zo onschuldig, naïef mooi. Geen spoor van naarheid te bekennen.
Kan je de zee of de wind verantwoordelijk stellen?
Nee, natuurlijk niet.

Neem altijd een hamer mee.

Huizen en hun geschiedenis

Gastvrijheid
“Thuis is daar waar je gasten ontvangt..” lees ik in het boek ‘Gastvrijheid’ door Chris Keulemans. De Geliefde kreeg het bij zijn afscheid als bestuurslid van kringloopbedrijf De Lokatie, in Amsterdam-Noord.
Een indrukwekkende verzameling verhalen en essays over de kunst en betekenis van het welkom heten van vreemden. “Tegen een decor van oorlog en sociaal onrecht herinnert CK ons aan de schoonheid van onze menselijkheid”, vertelt de achterflap.
Dat is zo. Ik ben ontroerd. Juist waar minder is, is de gastvrijheid t grootst. De lezer wordt meegevoerd langs brandhaarden van oorlog en ellende. Om uiteindelijk aan te schuiven aan de lange houten tafel in Amsterdam Noord waar ongedocumenteerden hun vluchtverhalen vertellen, warm ontvangen door de schrijver en zijn geliefde.
Het boek is geschreven tijdens de pandemie, een periode waarin gastvrijheid ontbrak, zelfs verboden en gevaarlijk was.
Ik herinner me een van de beschreven plekken, Sarajevo, van vlak na de oorlog. De scheiding tussen werk en het ‘gewone’ leven viel ook voor mijn collega’s en mij volledig weg. We leefden samen met de getraumatiseerden vrouwen waarvoor we kwamen in ijskoude kelders en kapot geschoten flatgebouwen en legden hutje bij mutje om een feestje te bouwen. We waren altijd en overal welkom, ook al was er niets te eten of te vieren.
Ik voel me nu dikwijls schuldig. Ik heb drie huizen, er zou een heel dorp kunnen wonen in onze kamers. We zouden een grootfamilie een veilig onderkomen kunnen bieden. Waarom doen we niets, waarom doe ik niets meer dan alleen geld doneren. Als armzalig afkoopgebaar.
Ik lees over de mensen die op het kerkhof in Tunis wonen, in tentjes of gewoon tussen de grafstenen, in afwachting van een kans de zee over te steken. De Middellandse zee die aan onze kant luxe en ontspanning betekent, is daar de grote moordenaar die alles opslokt. Zwangere vrouwen en kinderen, grootouders, jonge mensen op zoek naar een waardig bestaan. Op zoek naar geluk. Zijn we dat niet allemaal? Alle wezens willen gelukkig zijn. Mensen, ook dieren en wie weet ook de bomen, de planten.
Via de lieve vrienden uit de Leidse buurt kom ik in contact met de stichting ‘redeenlegkip.nl’. Hun kind heeft in zijn achtertuin een stel zielige, kale en ‘afgeschreven’ legkippen geadopteerd om de laatste paar jaren van hun leven van het zonnetje te genieten, te kunnen woelen in het zand, zich vrij te bewegen. De stichting stelt behoorlijke eisen aan potentiële legkip ouders. Geen stenen vloer, behoorlijk wat ruimte, garantie dat je naar de dierenarts gaat met een zieke kip. En ‘statiegeld’ dat je pas terugkrijgt als de kip een natuurlijke dood is gestorven en netjes begraven is. Zoals elk leven verdient.
Ik spreek erover met de lieve buren van de dijk. Alle soorten en maten dieren zijn daar in de loop van bijna 50 jaar opgevangen, vertroeteld en uiteindelijk ook begraven. Wat denken zij ervan? Maar hoe moet het met de vossen, de steenmarters en de woelratten, vraagt buurvrouw-kippenexpert zich af, als we geen betonnen vloer mogen hebben…?
Tja, eerst nog wel wat praktische zaken oplossen. En is het wel moreel verantwoord om de zorg voor je dieren de helft van de tijd aan een ander over te laten, zoals ik ook in Amsterdam doe met mijn drie katten? Te oud om elke week de reis naar de dijk te maken. Daar op de gracht zorgen de lieve buren met hun kindjes voor katten en planten als de Geliefde en ik er niet zijn. En dat is nogal eens het geval.
Laat ik maar eerst donateur worden van redeenlegkip.nl. Een wat slappe vorm van gastvrijheid, in huize(n) Smoor-Donk.
Ja, karig is het wel.

Huizen en hun geschiedenis

De macht der getallen
Het is helemaal nog niet de dag voor een blog.
Maar het is twee februari tweeduizend twee en twintig. Over 200 jaar is het op deze dag, Ground Hog Day, by the way, een dag van uitsluitend tweeën. Helaas ga ik dat niet meemaken. Jammer, want ik heb ontzag voor de macht van het getal.

Op deze dag met de mooie getalswaarde vraagt de GGD Corona contactonderzoeksdienst tot vier keer toe aan de al 30 jaar in Nederland wonende en werkende man met een Afrikaanse achternaam of hij onlangs nog in een AZC of een andere vorm van opvang is geweest. Zijn ontkennende antwoord wordt tot 3x toe in twijfel getrokken. Zijn vrouw, met een Nederlandse achternaam, krijgt in 2 minuten het hoofd van de talksheet-dienst te pakken om te informeren naar het belprotocol. Om ze vervolgens te vertellen over het effect van deze gang van zaken. Dezelfde familie is slachtoffer van 1 toeslagenaffaire. Met een gevolg dat niet in getallen onder de drie nullen (erachter) is te beschrijven.

Het gaat maar door met de getallen, op deze’ Grond Hog Day’. Volgens de achterliggende Amerikaanse legende kan het weer op deze dag voorspellen hoeveel dagen of weken de winter nog zal duren.
Mijn favoriete columniste op de woensdag, Gemma Venhuizen, schrijft over De Noordzee in de NRC. In getallen is dat geen leuk verhaal. Ik schreef al vanuit de zevende hemel hoe achtduizend jaar geleden de Noordzeebodem in opstand kwam en hoe dat weer kan gebeuren onder invloed van de vele boringen in de diepte van de aarde.
De inmiddels 102 jarige chemicus James Lovelock kwam al in 1974 met zijn Gaia-hypothese. De aarde als superorganisme. Onder invloed daarvan pleitte de filosoof Bruno Latour voor een ‘Parlement der dingen’. En Anita Baaijens, de ontdekkingsreiziger en auteur van de meest prachtige boeken (getalswaarde 9 op een schaal van 1 tot en met 10), lanceerde het project ‘taal voor de toekomst’ waarmee we zouden kunnen communiceren met de zee.
4.500 kilo dode vis in Mar Menor in Spanje. Officieel noem je dat geen Noordzee, okay, maar zee is zee. Een petitie om de zee, de natuur tot een rechtspersoon te verklaren werd ruim 500.00 keer ondertekend.

Een lichtpuntje.in deze zee der getallen.

Er is een essaybundels en boeken publicerende ‘Ambassade van de Noordzee’.
Allemaal lid worden graag. De macht van het getal!

Huizen en hun geschiedenis

De zevende hemel

Ik lig te rusten in de zevende hemel terwijl de Amelandse vuurtoren haar licht door de kamer zwenkt. Een twee drie pauze en weer opnieuw gaat het, als een baken aan de oude kustlijn van het ooit verzwolgen land.
Ik lees Storegga door Elisabeth Filhol, over een beving in de bodem onder de huidige Doggersbank en de tsunami die daarop volgde. De vruchtbare vallei tussen Noord Europa en het VK zonk naar de diepte om nooit meer boven te komen. En met haar de wolharige mammoet, de sabeltandtijger en andere inmiddels mythisch aandoende dieren.
Achtduizend jaar geleden. De randen van de grote kom werden weggevaagd, uitgehold en lieten hier aan de noordkust een kwelderland ontstaan.
De schijfster/wetenschapper verdedigt in deze roman de stelling dat niet alleen in Groningen de aarde beeft. Ook op veel andere plekken rond het bekken is de bodem onrustig, alleen worden deze metingen niet gecoördineerd en blijft wat de oorzaak zou kunnen zijn, onzichtbaar. De bodem is als een speldenkussen, met alle diepteboringen naar olie en gas, tot op drieduizend meter diepte. De aarde reageert erop.Er rommelt iets.
Het zwenkende licht trekt mijn aandacht naar dat gebied, daar buiten. Naar die eindeloze zee en de aardplaten daaronder. Arme, getormenteerde aarde.
De oude plankenvloer onder mijn bed steunt en kraakt door het geweld van de noordenwind op het lange dak. Mijn aandacht zakt lager, naar de onderkant van die vloer. De schilder en timmerman zijn bijna klaar en de hemel straalt boven mijn keukentje. Hemelsblauw.
Ik denk terug aan de spontane ontmoetingen vandaag onder het stralende blauw, aan de opkomende zon boven de Waddenzee. Sneeuwklokjes die hun kopjes oprichten in een lente-achtig zonnetje. Met de buurvrouw in de brommobiel naar de visboer, met 60 kilometer per uur over het mooiste weggetje in een stralend zonnetje.
En bovenal denk ik terug aan de ondergaande vuurbal in het westen na een dag genieten met het andere Damesmeisje
Ik ben in de zevende hemel.

Huizen en hun geschiedenis

Terpslokje
Een matige dag na een rampzalige nacht.
Gisteravond heeft hond Marie een leftover van het aanrecht gestolen. Chocolade. En wel heel donkere. Een verboden item in elk huishouden met hond. Maar ja, t stond er, bestemd voor eerder herenbezoek, en Marie dacht pik in.
Pas uren later kom ik erachter. Voor maag leegpompen en dat soort doeltreffende zaken bij vergiftiging is het te laat. Norit erin (gelukkig in grote potten in dit huishouden aanwezig) en afwachten maar.
Het meest dramatische gevolg is een hartstilstand. Voor honden is zwarte chocolade in iets ruimere hoeveelheid hetzelfde als 5 blikjes red bull leegdrinken voor ons. 2 gram per kilo lichaamsgewicht betekent levensgevaar. Marie van 30 kilo had zeker 50 tot 60 gram te pakken.
Angstig lig ik naast haar op de bank. Rillingen en koorts zijn slechte voortekenen, zegt de dierenarts.
Om 5 u denk ik dat het gevaar geweken is en stap ik mijn bed in. Maar, alsof de adrenaline in mij gevaren is, kan ik niet slapen.

Als een zombie kom ik de dag door, nergens zin in, moe. Ik sleep me, rennend dat wel, door het Vondelpark, om de laatste resten gif uit het hondenlijf te jagen.
Voor het dineetje met de lieve vrienden maak ik een dessert uit ‘ Simpel’ van Ottolenghi, een amandeltaart en houd 5 eierdooiers over. Zonde, wat moet ik daar nu mee? De hond lust ze niet.
En dan moet ik glimlachen, voor t eerst vandaag. Natuurlijk, ik probeer het gewoon.
Als mijn lieve buren van de dijk het kunnen, kan ik het misschien ook?
Met de alcohol uit het flesje ‘Terpslokje’, gekregen bij de opening van het project van het andere Damesmeisje, De Terp fan de Toekomst.
Advocaat. Iets te dik uitgevallen maar smakelijk. .
Toch nog iets gedaan vandaag!

Huizen en hun geschiedenis

Spookbeelden
De Geliefde helpt me de stad uit. Dat is ongekend onbaatzuchtig. Hij heeft me immers liever in de stad.
Sinds een week staan er mannen in gele pakken vreemde dingen te doen op onze gracht. Het geeft me een unheimisch gevoel. Ze dwingen alle verkeer in tegenovergestelde richting te rijden. Maar dat dan weer niet consequent. Het komt er op neer dat alle auto’s stadinwaarts gaan, zonder er schijnbaar ooit uit te kunnen.
En ik wil eruit.
Met De Geliefde aan t stuur lukt dat natuurlijk best. Maar waarom is de situatie zo? De mannen in de gele pakken lijken erop geselecteerd dat ze niet kunnen praten. Geen commentaar, geen uitleg. Of weten ze t zelf ook niet?
Auto’s moeten omgekeerd inparkeren. Kleine types kunnen de draai in een beweging maken, met onze bus lukt dat niet. Het geeft gestuntel en verbaasde blikken.

Op de afsluitdijk haal ik opgelucht adem. Alles weer normaal, denk ik.
De lucht betrekt, dikke mist komt op en de wind wint aan kracht.
Aanvankelijk dringt het vreemde geluid niet tot me door. Ik moet immers werken, zoomen en dat vraagt al mijn aandacht. Wat loeit die storm, denk ik nog, en passant.
Aan het einde van de werkdag lees ik welgemoed de krant, op mijn noordelijke bank. De militaire bewegingen, rond de Oekraïne, trekken mijn aandacht. Het V.K., Frankrijk en natuurlijk de VS, allemaal trekken ze met hun materieel op naar het oosten. Nooit was de dreiging zo groot sinds De Koude Oorlog, lees ik.
Pas als ik later buiten loop, in het lege veld onder een haast volle maan, dringt de bron van het lawaai tot me door. Straaljagers. De een na de ander vliegt over. Al urenlang. Een periodieke NAVO oefening? Toevalligerwijze nu?
Als ik het angstaanjagende geluid in deze stilte wil vastleggen, zwijgen ze en vang ik slechts wind.
Maar even later, als ik op mijn yogamatje lig, virtueel naast het Andere Damesmeisje en de les volg, komen ze weer.
Als spookbeelden in de nacht.

Huizen en hun geschiedenis

Sjamanisme op de dijk
De processie stapt uit het tuinhekje de dijk op, vreemde voorwerpen met zich mee dragend. Voorop gaat een persoon met een matras onder de arm. Daarna volgen een soort beddespiraal, maat kinderledikant, een hoofdeinde en iets met pootjes.
De processie gaat een andere tuin binnen en loopt om het huis naar achteren. Iemand rent terug, kennelijk om een elektrische boormachine en een zak blaadjes op te halen.
In de kleine achterkamer wordt het geheel in elkaar gezet.
Mijn buurman heeft een meditatiebox voor me gemaakt. Hij heeft er zelf ook een, maat XXL. Ooit las ik een boek over een non die hoog in de Himalaya in een grot woonde. Met een piepklein tuintje ervoor, waar ze in de zachtere maanden wat groente kweekte. Verder leefde ze sober van haar gedroogde voorraden. Ze zat dag en nacht in haar meditatiebox. Ook s nachts.
Dat ben ik niet van plan.
Maar voordat ik mijn box mag uitproberen moet er een ritueel plaatsvinden, vindt mijn lieve buurman. De ruimte moet gezuiverd worden, daarvoor zijn er salieblaadjes meegebracht. Al snel zitten we hoestend te lachen in dikke rookwolken. Naast de kwade geesten zijn ook wij bijna uitgeroeid.
Dan pas is het moment dat ik mag plaatsnemen.
Alsof ik op een troon zit, zacht en warm, met de juiste verhoging van de heupen voor de lotushouding. De kleur van de box matcht met de oude ossenbloed-kleurige verf van deur en balken van de oude ruimte. Vanouds om vliegen te weren.
Ik zit goed!
Als het gezelschap zich vervolgens naar de woonkamer annex atelier begeeft, vraagt de buurman of hij even de oven mag gebruiken. Uiteraard.
De zinnen in de kamer worden verder verlicht door glaasjes rode wijn.
En dan dringen zich geuren op uit de keuken. Zeg buurman wat ben je eigenlijk aan het doen. Oh, ik decarboiseer mijn wiet bloemetjes voor mijn medicinale olie. Die we, tussen twee haakjes inmiddels allemaal gebruiken om te kunnen slapen. Ik ben bijna stoned van de geuren en de hilariteit.
Daar zitten we dan op de dijk, Back in the sixties…

Huizen en hun geschiedenis

Πείσμα
Het tuinhekje valt achter me in t slot. Een laatste blik op het door luiken geblindeerde huis. Dag huis, tot gauw. Een laatste groet aan de buren die uit hun raam hangen om ons uit te zwaaien.
De laatste dagen van het leven op het zuid westelijke wad bestaan altijd uit afscheid nemen. Van het rondje ‘om de punt’, van t avondwandelingetje onder de sterrenhemel. Van de heuvels, de vergezichten op zee. Van de lieve vrienden die altijd langer lijken te blijven.

En daar gaan we dan. Vanaf schuin onder Zuid Engeland in een diagonale lijn naar t Noorden. Tot waar de weg ophoudt en overgaat in een dijk. De oude zeedijk.
Dan gaat de telefoon. Een 0518 nummer. De schilder is, terwijl hij t keukenplafond op die verre dijk aan t kitten is, van zijn trap gevallen. Ik zie in gedachte onze steun en toeverlaat met gebroken ledematen in t ziekenhuis liggen.
Het valt enigszins mee. Niets gebroken, wel op krukken. “Maar maandag ben ik er gewoon weer hoor”, appt hij me positief gestemd als altijd. Of eigenwijs? Eerst maar even aan de dokter vragen.

Als we dan 9,5 uur later St Annaparochie binnenrijden springt mijn hart op. Net zoals t doet bij de eerste aanblik van de zee, daar in t zuid westen.
In t dijkhuisje, op tafel vind ik mijn verlate kerstcadeau van t Andere Damesmeisje. Oningepakt. Aan verspilling van papier doen we niet meer. Een boek, dat wist ik al. ‘De filosoof, de hond en de bruiloft’. Door Barbara Stok. Over de eerste vrouwelijke filosoof Hipparchia, haar hondenvrienden en de filosofische stroming van de Cynici waarvoor de hond symbool staat. En de grote beslissing die Hipparchia neemt onder invloed van de Cynici, die de bestaande normen en waarden ter discussie stellen. De filosofe past die denkwijze toe op de positie van de vrouw en het instituut huwelijk.

Ik moet er even op gewezen worden en dan zie ik de overeenkomst. Op de kaft prijkt de filosofe, badend in een poel met haar hond.
Ik herinner me mijn Nieuwjaarsduik in een ondiepe poel achtergebleven zeewater, met Marie. De foto daarvan heb ik bewerkt tot Nieuwjaarswens. Op naar een frisse toekomst!
En ik denk aan andere overeenkomsten in dit jaar van het dertigjarige huwelijk en de veertigjarige verkering met de Geliefde.
En mijn keuze voor het dijkhuisje op het Noordelijke wad.

Πείσμα

(Oftewel eigenwijsheid)

Huizen en hun geschiedenis

Let it be/time goes by

Op handen en voeten kruipen ze door de modder. Het ene Damesmeisje en de Geliefde. De hond Marie doet voor hoe ze een loodrechte helling bedekt met zeeklei op moeten klauteren. Maar die domme types begrijpen het niet.

Aan plukken gras hijs ik mezelf het hoger liggende weiland op en gooi de hondenriem naar de Geliefde die tussen hemel en aarde hangt. Na even schrap zetten staat ook hij op vaste grond.
Ik wilde even mijn natuurlijk kunstwerk checken. Twee maanden geleden schreef ik met krijt een gedicht van Virginia Woolf op de boom die hier al decennia in de binnenzee ligt. Ik vind slechts vage flarden kleur en contouren van woorden terug. De tijd en de elementen hebben hun werk gedaan.
Laat t los, let it be..

Ik denk terug aan gisteravond, het afscheidsfeestje van het kerstgezelschap. Daar gaan ze weer, terug naar hun levens, andere bestemmingen. De aandacht ligt al elders en wij blijven achter met de herinneringen. Nostalgisch als de top 2000 waar we naar luisterden.
(Haha, The Beatles lekker met meer nummers erin dan The Stones..!).

Na de modderige klim vertrekt de Geliefde naar huis. Ik loop door met Marie dartel aan mijn zijde.
We volgen de oude kustlijn. Hier is het land prijsgegeven aan de getijden. Ik loop door vergane achtertuinen die half in zee gestort zijn, de exotische planten herinneren aan een rijk verleden. Het lijkt wel een deel uit de MaddAddam trilogie van Margaret Atwood. De mens is verdwenen. Wat rest is puin. Betonnen constructies liggen ondersteboven in de branding, in de diepte. Huizen staan dakloos met loshangende deuren en ramen. Geplunderde en half verbrande stacaravans. Troosteloos in een verpletterend mooi landschap. Datgene wat aan de mens herinnert is bijna weggewerkt, verzwolgen en afgebroken door wind en zee. Nog een paar decennia erbij en je vindt er niets van terug. Zal het zo gaan met de aarde, als wij onszelf vernietigd hebben en de natuur zich herstelt?
Loslaten en opnieuw beginnen.
‘As time goes by’, klinkt in mijn hoofd. Een echo uit de top 2000.

Over de drooggevallen zeebodem trekken we verder naar het noorden. En dan verrijzen, als een Fata morgana uit zee, de witte huizen van het volgende stadje.
Aan het einde van de boulevard wacht de Geliefde, lachend boven een bord moules frites, de auto om de hoek geparkeerd.
Die laat ik voorlopig niet los.

“The future enters into us,
In order to transform itself in us,
long before it happens”

Rilke
Met dank aan emmapb

Huizen en hun geschiedenis

Kerstnacht
Stel je bent op de vlucht. Je moet iets administratiefs doen voor De Staat, iets ter controle, maar dan wel in voor jou onbekend gebied. ‘Jouw soort’ moet geteld worden. Of je moet iets doen zoals bij de Toeslagenaffaire, je moet bewijzen dat je bestaat, Of je wilt zelf vluchten voor de terreur in jouw land.

Stel, je moet huis en haard verlaten en zonder middelen reizen naar onbekend gebied. En stel dat je dan hoogzwanger bent. Je op het punt staat te bevallen, ver van vertrouwd terrein. In de hotels en pensions is geen plek. Uitverkocht. Hoogseizoen. Je bent blij dat je een schuur vindt waar je je kunt terugtrekken, een schuilplek. En daar op die plek, tussen de dieren die deze plek bewonen, dient de bevalling zich aan. Zonder comfort, zelfs geen water is er als je kind ter wereld komt. Je legt het in het stro, in de voederbak van de dieren, die nieuwsgierig toekijken. Hun warme adem blaast over je huilende, huiverende kindje. Onthutst, ontheemd en uitgeput kijk je toe. Hoe moet t nu verder?

Het gebeurde niet alleen 2022 jaar geleden, het gebeurt ook nu, op dit moment. Vrouwen bevallen al vluchtend, al schuilend, vechtend voor hun leven en dat van hun kinderen.
Deze gedachtes houden me bezig als ik de kerststal opzet, de figuurtjes groepeer rondom ‘het kindje’, kaarsen aansteek en passende muziek opzet.

Ik schuil deze kerstnacht op het andere wad.
Morgen komen de kinderen en hun geliefden, de andere familie met hun kinderen en aanhang zal ons de dag daarop hartelijk ontvangen.
Nu is er nog even de stilte.
Ik breng tijd door op het strand, onder een verpletterende ondergaande zon. Als ik aan de oostelijke hemel een rechtopstaande regenboog ontwaar, gaat mijn telefoon. Foto’s van Het Andere Damesmeisje. Samen met De Gewone Jongen heeft zij in mijn keukentje aan de noordelijke dijk de vers gezette tegels gevoegd en ingewassen. Een stralende tegelwand lacht me toe, de kaarsjes in de vensterbank aan gestoken. Het noordelijke wad roept. En ik zit bij de concurrent. De mooie andere zee, het zanderige wad. Blij, dankbaar, vermoeid en een tikkeltje ontheemd maar ook weer helemaal niet.
Net als na een bevalling. Als het kindje er eenmaal is, maakt niets meer uit. Het is goed zo.

Huizen en hun historie

Deja vu
“Daar gaan we weer..” roepen het andere Damesmeisje, De Gewone Jongen en ik bij het vernemen van de nieuwe maatregelen. Het voegmengsel is op en de winkel dicht. Bestellen maar weer, denk ik gelaten. In de krant lees ik een artikel over het huidige ‘deja vu’ effect. Een mens raakt er versleten van.

Bovengenoemd drietal heeft de hele dag staan tegelen en we blazen uit met een nul biertje. Tevreden kijken we naar het resultaat. Een mooi strak wandje Friese witjes maakt de keuken weer een stuk meer af. En dat is wel nodig.
De loodgieter/tegelzetter/timmerman is met de noorderzon verdwenen, richting de bak, zo blijkt later. Met medeneming van, onder andere ons, geld.

Ook dit gevoel van verbijstering en ontreddering komt me bekend voor. Ooit, nadat we de ‘KG’ gekocht hadden, vonden we een aannemer die de verbouwing wilde voorfinancieren. Een uitkomst, wij hadden immers nagenoeg niets aan liquide middelen.
Daarna volgde inderdaad een verbouwing maar ook een reeks incidenten. Zoals een opgelegd bouwbeslag. Een verzegelde voordeur en een ambtelijk dwangbevel. Opgeslagen spullen waaronder mijn gitaar die verdwenen, antieke wandtegeltjes die uit de kelder weggehakt bleken. Ga zo maar door.
Later verscheen er een artikel in Het Parool over malafide bouwpraktijken waarin ons voorbeeld genoemd werd. Uiteindelijk werd de verantwoordelijkheid bij ons gelegd: ga nooit in zee met obscure types. Terecht. We keken voortaan wel beter uit.
Als reminder aan de KG metsel ik twee teruggevonden antieke tegeltjes uit de Amsterdamse kelder in mijn Friese keukenmuur. Al drieendertig jaar liggen ze in de kast. Nooit te laat voor nieuwe voornemens.
Déjà vu.

Huizen en hun geschiedenis

Mooi groen

Vandaag is de internationale dag voor de mensenrechten.
“Aan de grenzen van Europa worden mensen in nood tegengehouden, opgejaagd, terug de zee op gestuurd of met harde hand teruggeduwd uit grondgebied van de EU. Mensen die het recht hebben om in Europa asiel aan te vragen en de beslissing af te wachten, maar nu hun rechten geschonden zien worden.

Gruwelijk. Maar tegenover deze beelden van vluchtende mensen in het holst van de nacht, staan groene lampjes in de vensterbanken van huizen bij de Poolse grens. Want Poolse mensen geven in grensgebieden met een groen licht het signaal af dat migranten daar terecht kunnen in geval van nood”.

Eline van DeGoedeZaak roept ons met bovenstaande tekst op solidariteit te betuigen met de mensenrechten door een groen lichtje in je vensterbank te branden.

Na een hectische dag op de dijk met een overbelaste loodgieter met een stervende schoonmoeder, een positief gestemde maar toch oh zo bezorgde vader-schilder met een zieke zoon en honderd andere dingen, racen het andere Damesmeisje en ik nog even naar onze geliefde Oprommer om in de kringloopwinkel een groen lichtje te bemachtigen. Bij gebrek aan anders wordt het een hele kerstboom.
Dag voor de mensenrechten. Elke dag is een mensenrechtendag.

Huizen en hun geschiedenis

Zo oud als sinterklaas. Een bonusvertelling

Ongeveer op hetzelfde moment dat het andere Damesmeisje touwtjes knoopte aan chocoladeletters, of beter gezegd, liet knopen en deze presentjes bij de buren langs bracht, liepen de Geliefde en ik door inmiddels donker Amsterdam. Mensen spoedden zich gehaast naar bijna sluitende winkels om nog wat laatste Sint inkopen te doen.
Bij de etalage van de badeendjes winkel hielden we stil. De elegant geklede eigenaresse daalde van de wenteltrap af haar zaak in. Een vriendelijke vijftiger, zo schatte ik haar. Ze verheugde zich in onze queeste, namelijk een badeendjes familie aanschaffen voor onze lieve voorburen. Ze moest af en toe streng de Geliefde tot de orde roepen die alle eendjes in zijn handen wilde nemen voor nader onderzoek. Dat staat deze Corona golf niet toe.
We kozen uiteindelijk voor een stoere eend met mobiel aan het oor en een dames eend met engelengeduld. Voor de twee jongetjes zwichtten we voor een dino eend en een olifant. Het bijna vijfjarige knulletje is immers verzot op dino’s en de eenjarige doet me denken aan een dartel babyolifantje, grappig en erg lief.
Tijdens het keuzeproces klonk mijn lievelingsmuziek uit de jaren zeventig. “Hoe heet die zanger ook al weer”, vroegen wij in een ‘senior moment’ van niet weten. Oh ja, Neil Diamond! De badeendjesmevrouw haalde opgelucht adem. Ja, daar luisterden mijn ouders ook zo graag naar.
Ik voelde me even heel oud. Geen eendje in de winkel kon uitdrukken hoe oud. Of het zou de Sinterklaas eend moeten zijn. Maar die had ze niet in de collectie. Trouwens geen enkele oudere damesbadeend. Deze kwam t dichtst in de buurt. Daar moeten de Damesmeisjes toch gauw iets aan doen…

Huizen en hun geschiedenis

Oh kom er eens kijken
Hoeveel Sinterklazen zal het oude huis aan de gracht hebben mogen meemaken, vraag ik me af. Het voorhuis is begin 17e eeuw gebouwd, het achterhuis waar wij nu wonen wat later.
Op Wikipedia lees de geschiedenis van het kinderfeest. Al in de Middeleeuwen werden er mirakelspelen opgevoerd waarin Sint Nicolaas aan kinderen verscheen en hen voedsel en geschenken gaf.
Wij hebben de afgelopen 30 jaren flink onze best gedaan om een bijdrage te leveren. Samen met de bevriende familie, mijn moeder en de lieve vriendin nodigden wij de Goed heilig man in levende lijve uit, met een fout getypeerde knecht naast hem. De jonge bewoners van het oude voorhuis, onze buurkindjes, kennen slechts regenboog Pieten.
In de krant lees ik een bekentenis. Ik meen van Frits Abrahams in de NRC. Dat ie in het begin van de Piet discussie dacht: ach laat het toch, een kindertraditie.. Ik moet toegeven dat ik hetzelfde dacht, ooit. Tot ik de ervaringen van zwarte mensen hoorde en las. Hoe diep de typering als knecht in het onderbewuste is geslopen. Recent vertelde een zwarte vrouw me hoe in haar familie tot op heden geldt: hoe zwarter hoe minder waard. En zij is de zwartste.
Na een carrière op meerdere vakgebieden bekleedt zij nu een functie waarvoor je maximaal opgeleid moet worden. Te midden van de haar collega’s voelt zij zich een buitenbeentje. Tussen de witte kaaskoppen steekt haar zwarte huid extra af tegen de witte jas. In het ziekenhuis zijn de schoonmakers en verzorgers zwart en een enkele verpleegkundige. Verdrietig vertelt ze me de onmogelijke paradox waarin ze leeft: waar hoor ik bij? Zelfs in haar familie is ze een vreemde eend.
In de Friese brievenbus vind ik reclamefolders waarin onbeschaamd zwart gekleurde Pieten, inclusief kroes haar en volle rode lippen Sinterklaas begeleiden. Friesland, de bakermat van de zwarte piet lobby. Geldt hier: wat je niet wil weten, deert niet? Er zijn hier immers haast geen zwarte mensen. En die er zijn zitten in t AZC, waarop de noord west hoek trots is. Trots op de eigen tolerantie, is mij verteld.De gemoederen rond Zwarte Piet lopen hier nog steeds hoog op. Pieten stress rond een vriendelijke traditie.
Intussen breekt op de Friese dijk ook stress uit. Bouwstress. De elektricien laat de loodgieter zitten, de schilder kan hierdoor ook niet verder en een erbij gehaalde ‘redder’ maakt met iedereen ruzie. De loodgieter belt me en smeekt: kom maar niet, teveel rotzooi hier. Ik kan mijn belofte (dat er gekookt kan worden in de overhoop gehaalde keuken) niet nakomen.
Als we een etmaal later het huis betreden, is het gasstel klaar voor gebruik.
Alles is opgeruimd. Op een enkele surprise bij de schoorsteen na dan..

Huizen en hun geschiedenis

Het Noorden
Elders in Nederland valt natte sneeuw, op de televisie zal de premier het land straks toespreken over nieuwe coronamaatregelen.
In ons noordelijke steegje klettert de regen op de vuilniscontainers, de wind loeit om de daken van de gezusterlijk schuilende dijkhuisjes.
In de gezellige eetkamer zit een gezelschap rond de tafel. Met enige fantasie zou je er ‘De aardappeleters’ van Van Gogh in kunnen zien. Wij echter reiken met stukjes brood naar een dampende schaal met vloeibare kaas in broodkorst.

We nemen afscheid na een intens weekend. De lieve vrienden van de Amsterdamse kade rijden zo terug de donkere nacht in, na een nachtje in de B&B van de lieve buren van de dijk.

Een weekend in gesprek. Over deze levensfase, voor de ene wat verder gevorderd dan voor de ander. Hoe die ons beïnvloedt, we andere keuzes maken, ieder op een andere manier. Hoe lastige omstandigheden ons op een ander pad kunnen brengen. We kijken terug op vele jaren, op onze idealen die we niet altijd terug kunnen vinden in de huidige wereld.
Hoe ook op hoge leeftijd er steeds nieuwe uitdagingen liggen, kijk naar de bijna 90jarige Yvonne Keuls, die in het nieuws is met haar nieuwe boek.
Over het landschap om ons heen. De zwaarte van het leven in de klei, en met de zee, die nog maar zo relatief kort opgesloten ligt achter de dijk. Een heftigheid die voelbaar is voor hen die er gevoelig voor zijn.
Het andere Damesmeisje brengt me een artikel over de biografie van het landschap hier, in Waadhoeke, waar de invloed van 30 eeuwen zee nog alom zichtbaar is voor het geoefende oog.
Over het leven in de stad en het bestaan in de tijdloze ruimte van het waddenlandschap. Tegenstellingen en verbindingen.
Op tafel staat ook het dubbelportret van de lieve buren, een leven lang verbonden terwijl het leven ook andere wendingen moest nemen

De volgende morgen, met de hond lopend langs het ebbige wad, zie ik een eenzame grauwe gans. Ze kijkt naar ons. Haar pootjes zakken diep in de vette klei. Kan ze niet vliegen? Verbeeld ik t me of kijkt ze verlangend naar een overtrekkende vogel?
Zo alleen, zo klein in deze eindeloosheid. Ze waggelt door, doelgericht naar t noorden.

Huizen en hun geschiedenis

Vandaag trek ik een jurk aan, denk ik onder de douche vandaan komend. Vandaag ga ik niets doen. Gewoon een beetje rommelen. Wie weet iets aan de kunst doen.
Niemand die me ziet, denk ik nog, met die gekke netpanty onder de jurk. De enige die ik kan vinden.

Het loopt anders.

De schilder attendeert me gisteren op een kleine schat. Door een opening in het zachtboard plafond van de Oudedijkse keuken schijnt een blauwgroene tint. Van een prachtige balkenzoldering. Gaan we dat verder inpakken, vraag ik de Geliefde die in Amsterdam met heel andere zaken bezig is. Nee, natuurlijk niet.

Zo gebeurt het, op deze stralende vrijdag diep in november, dat ik samen met de loodgieter/timmerman/lifesavour op een ladder sta en met een klauwhamer op het plafond in hak. We beuken en sjorren, vegen, rapen en voeren af. Een wirwar aan electrapijpen wordt zichtbaar. Ff een dingetje, wordt er naast me gezucht.

Buiten, op het bankje gezeten met een biertje, bij te komen van al dat gesloop, lachen we om mijn waanzinnige outfit.

Later, als de puin geruimd is, de stofzuiger geraasd heeft en de hond aan de beurt is, fiets ik met Marie naar zee. In het westen gaat de zon onder en ik overpeins de dag. De lieve buren die me verwennen met advocaatjes en vandaag een heerlijk visje. Het lieve andere Damesmeisje en haar man die boodschappen voor me doen. Schilder en loodgieter die betrokken en hartelijke bijstand leveren.

Als ik me omdraai is daar in het oosten de volle maan boven de oude dijk.

Jeetje, wat een geluk!

Huizen en hun geschiedenis

Tegeltjeswijsheden
Ik krijg dramatische foto’s van de loodgieter. Ontkoppelde koppelstangen, een wirwar van gasbuizen in de kruipruimte onder het dijkhuis. Een onttakeld fornuis. En mijn keukenwaar in verhuisdozen gestapeld in de huiskamer.
Gaslekkage. Ontploffingsgevaar. Het oude gammele keukentje waarvan ik dacht dat t nog wel even mee kon, moest wijken en wel meteen.
Als ik er een paar dagen later zelf ben, tref ik een lege ruimte waar ooit de keuken was. De tegelwanden alvast afgetimmerd. Het wachten is op nieuwe keukenkastjes en de bijbehorende apparatuur.
Maar die zijn niet te vinden. Ook Ikea levert niet. Dat blijkt pas als je online alles in je winkelmandje geladen hebt en denkt te kunnen afrekenen. Leveringsdatum onbekend.
Zo verblijf ik dus al enige tijd op de dijk zonder keuken.
Het treurigste gebeurt als we met onze vertrouwde klus ploeg, nu de nieuwe kastjes eindelijk zijn gearriveerd, een nieuwe houten vloer gaan leggen en daarvoor wat oude, vieze wandtegels moeten verwijderen. Door het gewrik laat de dikke verflaag los en een beeldschone tekening geeft zichzelf prijs.
Helaas, te laat.
In scherven, of weg getimmerd.

‘Scherven brengen geluk’’, denk ik, aan tegeltjeswijsheid nummer één.
‘Be like a tree’, een wijsheid uit een andere hoek, waar ik wel wat mee kan.
En dan een krant vol bij het commentaar op ‘Glasgow’: ‘De klok tikt en wij zijn de klok’.
En: ‘De wet van de kleinste gemene deler’. Over de moeizame eindonderhandeling.
En: ‘Je kunt altijd meer doen’. Een slappe poging tot optimisme.
Tegeltjeswijsheden. Waar zouden we zijn zonder.

Huizen en hun geschiedenis

Lezen en schrijven

De storm gaat liggen en de lucht breekt open als ik met de hond westwaarts langs het wad loop.
Een klein stukje, houd ik mezelf voor. Andere zaken te doen. Een huis dat overhoop ligt, acclimatiserende vloerplanken voor de onttakelde keuken liggen in de huiskamer op schragen. En zoveel te lezen…

Maar de zon lokt me verder. Ik kan niet omdraaien en zo loop ik van de Oosthoek naar Westhoek. Een verpletterende zonsondergang stelt me gerust. Alles is goed zoals het is.

Als ik via het achterhekje de tuin betreed, kijkt het lezende meisje op haar sokkel me aan. Een korte blik van verstandhouding. En dan zie ik wat ze bedoelt. De Tibetaanse vlaggetjes die haar al decennia omwikkelen zijn losgeraakt en onthullen haar rechterhand. Ze leest niet alleen, ze schrijft.

Gauw even deze blog schrijven voordat ik verder ga met lezen.

Huizen en hun geschiedenis

Meisje op reis
Lezend zit ze naast me. Haar uit steen bevrijdde hoofdje strak op t boek gericht. Meisje, we gaan op reis.
De stad probeert ons vast te houden, zet obstakels op het pad. Opgelucht bereiken we open water. De dijk door de oude zee. Rozig ochtendlicht door grijze mistflarden, silhouetten van windmolens in eindeloze rijen. Een vissersboot valt in het niet.
De oude dijk rust in de mist. In het huis wordt hard gewerkt aan warmte en onderhoud, als ik het meisje naar haar verblijfsplek breng. Uitkijkend over land dat strekt tot aan de zeedijk, leest ze voort. Haar rode Tibetaanse vlaggetjes ritselen in de wind en vallen langzaam stil onder de zwaarte van de mist.

Het lezende meisje.
Ooit, zeer lang geleden kreeg ik haar van het andere Damesmeisje. Als symbool van verbondenheid. Met andere vrouwen, met boeken en lezen, met elkaar. Ik neem haar vandaag met me mee, naar de open luchten, ver voorbij de drukte van de stad.

Terwijl het meisje voort leest op het donker gevallen wad, zit ik melancholisch op de bank naast mijn dichtgeslagen boek. Uit is ‘t Hooge Nest door Roxanne van Iperen. Twee dappere vrouwen, innig verbonden zussen, strijden voor hun eigen leven, dat van hun geliefden en alle mensen op hun pad. Strijd tegen onrecht, gruwel, Mordor.

Een huiver trekt over mijn rug. Een huis als toevluchtsoord in donkere tijden. Zijn het de berichten in de krant, de geruchten van tweespalt en paniek, de angsten in mijn spreekkamer die me verontrusten, die me doen onderduiken?
We lezen voort meisje, hier in de beschutting van t wad.