OMMETJE

Mijn broer en zussen hebben de geneugten van het videovergaderen ontdekt. Klokslag 10 uur zit iedereen klaar, er wordt gezwaaid, er wordt bijgepraat, er worden verhalen verteld, met op de achtergrond af en toe een in beeld komende echtgenoot. We spreken af elkaar op Nieuwjaarsdag weer via het scherm te ontmoeten. ‘Om 11 uur’, zegt Broer, ‘ik wil eerst een wandeling van 2 uur kunnen maken’.

‘Zullen wij ook een ommetje maken?’, stelt de Gewone Jongen even later voor. Het is somber weer, een dreigende stilte hangt in de lucht, voorbode van een naderende storm. Een kort rondje dorp daarom. Langs de lagere school, via het nieuwbouwwijkje met leegstaande gymnastieklokaal, via de begraafplaats, de eeuwenoude Nicolaaskerk hoog boven ons uittorent, over het bruggetje met de blauwe leuningen, langs de pastorie met de monumentale wilgenboom, overstekend naar een ander nieuwbouwwijkje, stilstaand bij de bosschages met daarin het getjilp van misschien wel honderden mussen, langs de bejaardenhuisjes, waarvan de helft leeg staat, tijd om te slopen, langs het mooiste huis van het dorp met het grasveld als een biljartlaken, langs de dierenarts, bijna thuis.

Al die tijd zien we geen mens. De straten zijn leeg, de huiskamers ook, hier geen Tweede Kerstdag bezoek. ‘Ik ga nog even een foto maken van het plein met die enorme kerstboom’, zeg ik tegen de Gewone Jongen. Bij het teruglopen passeert een auto. Onze Overbuurman hangt uit het raampje en doorbreekt met zijn enthousiaste groet voor het eerst de doodse stilte.

DE LAATSTE WALS

de laatste wals

god vraagt de wereld ten dans

mensen

dieren

ja alles wat ademt dat danst

onwennig gods lievelingsdans

die wals

die dans

van vrede op aarde

en welbehagen in de mens

die het feest’lijke begin van het bal was

op de dag dat god alles af had

en toen hij zag dat het goed was

de laatste wals

god vraagt de wereld ten dans

mensen

dieren

ja alles wat ademt dat danst

gebrekkig gods lievelingsdans

die wals

die dans

die al zo lang uit de tijd is

niet meer gekend of verbreid is

zodat god vindt dat het nu wel tijd is

voor de laatste wals

de laatste dans

de laatste kans

voor vrede op aarde

en welbehagen in de mens…

LISELORE GERRITSEN

KERSTBRIEF

Mijn eigen Kerstklus begon met een sponsorloop voor een begraafplaats in India in de zomer van 2002. Een aantal mensen liep enthousiast mee en wilde graag weten hoe het verder ging. Gevolg: het eerste Kerstbriefje. De jaren daarna bleven het korte briefjes, maar vanaf 2005 begon de Kerstbrief te groeien tot zijn huidige vaste vorm van 4 bladzijdes. Het schrijven ervan voelt steeds meer als een ambacht. In die zin voel ik me erg verwant aan mijn vader. Het is al 35 jaar geleden dat hij overleed, maar rond Kerst is hij altijd dichtbij. Híj stond ingespannen te figuurzagen, ík zit ingespannen te schrijven. Net als bij het maken van zijn kerststukjes staat of valt alles met een goede voorbereiding. De Kerstbrief kent zo zijn tradities, net als de feestdag zelf. Er zijn vaste rubrieken, die veel uitzoekwerk vergen. Passende quotes en gedichtjes, een overzicht van belangrijke overledenen, de persoon van het jaar bij Elzeviers Weekblad en Times Magazine, de gebeurtenissen in de wereld en dichtbij. Het zijn als het ware omtrekkende bewegingen, voorafgaand aan het daadwerkelijke schrijven van de brief zelf, altijd eindigend met een persoonlijke noot voor elke ontvanger.

De Kerstbrief 2010 nodigde mensen uit om een persoonlijke Music Hall of Fame samen te stellen à la de Top 2000. Dat resulteerde een half jaar later in een heuse cd. Ik moet hieraan denken terwijl ik met behulp van Wikipedia de overzichten 2020 maak. Beginzin en hoofdthema beginnen zich te vormen. Lichtpunten, daar zal het over gaan. En muziek in tijden van corona.

KERSTSTUKJES

Mijn vader maakte Kerststukjes. In mijn herinnering was het in onze keuken vlak voor Kerst altijd één grote bende. De keukentafel lag bezaaid met dennentakken, kaarsen, spuitbussen met sneeuw, figuurzaagjes, gipsspatels. En er stond natuurlijk een potje goudbrons klaar, hét vaste attribuut om alles mooi te maken. Mijn vader stond aan de tafel ingespannen te zagen, wij hingen om hem heen en keken mee. Langzaam verschenen de contouren van een arreslee. Even later stond het sleetje vast in het gips en kon het optuigen beginnen. En als alles af was en stond te schitteren en te blinken, konden wij, de kinderen, de Kerststukjes gaan bezorgen in het dorp. Bij de hoofdonderwijzer van de lagere school. Bij de zusters van het klooster. ‘En bij een oud vrouwtje, dat geen man meer had’, de woorden van mijn moeder.

Ik heb geen herinneringen meer aan dat bezorgen. Waren het soms mijn broers die dat moesten doen? Ook weet ik niet meer hoelang mijn vader dit ambachtelijke werk volhield. Volgens mijn moeder zeker een aantal jaren. Er moeten dus heel wat Kerststukjes uit zijn handen zijn gekomen. Er is niets dat rest. Geen foto’s, geen mensen die ik ernaar kan vragen.

Wat is gebleven is een mooie herinnering aan een man die ontzettend zijn best deed om mensen een plezier te doen. En de beeldjes van de ouderlijke kerststal op onze schoorsteenmantel die nog een beetje doen denken aan die tijd.

VAN BETEKENIS

Het is voor het eerst dat ik zoiets doe. Inloggen op een livestream van een uitvaart. Een tijdlang is er alleen een foto van een kerk te zien. Dan is er plotseling beeld. Een paarsroze licht omgeeft de withouten kist, veilig geborgen onder de spitse bogen van het gewelf. De voorganger vertelt over het leven van de overledene. Zijn levenslange liefde voor de natuur ontstond in de grote tuin van zijn ouderlijk huis. Een onbekende weldoener verstrekte een lening, zodat hij kon gaan studeren in Wageningen. Hij maakte carrière en kwam in zijn laatste baan terecht bij de Algemene Dienst Begraafplaatsen en Crematoria in Amsterdam. In 1982 ging hij met pensioen.

De kinderen en kleinkinderen nemen ieder op eigen unieke manier afscheid. Een kleindochter danst ingetogen maar vol passie bij de kist. Er wordt verteld over de vele stekjes, altijd van een of andere bijzondere plant. Ieders tuin staat er vol mee. Over hoe de overledene in zijn laatste jaren steeds meer besef kreeg van zijn eigen kleinheid en feilbaarheid, dankbaar voor de kansen die hij kreeg dankzij anderen. Hij hoopte hier en daar van betekenis te zijn geweest, vertelt de voorganger geëmotioneerd. Op digitale afstand voel ik de emotie met haar mee.

Lieve papaatje, je was van grote betekenis voor mij. Zo gauw het kan kom ik ècht afscheid van je nemen, op je nieuwe plekje in Harderwijk. Je grafmonument in de vorm van een boom is vast gemakkelijk te vinden.

PAPAATJE

We ontmoetten elkaar voor het eerst begin 2003. Aanleiding waren de vele discussies binnen de Buitendienst van De Nieuwe Ooster. Die gingen over het al dan niet aanplanten van klimop, maagdenpalm, bosaardbeitjes. Kortom: bodembedekkers. Ik was een groot voorstander, maar de mannen wilden er niet aan. Jij vond als toenmalige directeur dat de aanplant ervan goed gelukt was. Maar je was nog niet met pensioen, of al die woekerende bodembedekkers werden net zo hard weer weggeschoffeld. De mannen omschreven je als een statige man, een èchte directeur. Hoewel het niet gezegd werd, voelde ik wel dat ik aan die statuur op geen enkele manier kon tippen. Maar de Voorman voegde er als een verzachtende opmerking aan toe, dat ik wat ideeën betreft wèl je dochter had kunnen zijn.

Die opmerking maakte dat ik je vrij snel na onze eerste ontmoeting ‘papaatje’ ging noemen. Want onze onderlinge verwantschap en interesses bleken groot. Je ging een belangrijke rol spelen in de jaren van míjn directeurschap. Je was op de achtergrond als de vader die ik al sinds 1985 moest missen. Namens hem zat je op de eerste rij bij mijn afscheid, en dat was me veel waard. Het is een fijne herinnering.

Wie had toen kunnen denken, papaatje, dat je dit jaar je 100ste verjaardag zou vieren? Dat je al die jaren met zoveel passie geïnteresseerd zou blijven in je tuin en het leven?

En nu vind ik volkomen onverwacht je overlijdensbericht in de brievenbus.

PUUR

Zes figuurtjes ploeteren door de sneeuw. Ze vallen, rapen elkaar op, ze hebben het koud, zijn moe. Maar de Presentator heeft gezegd dat dit teamwork is, dat ze elkaar moeten helpen als vriendengroep. En dat is precies wat ze doen. Anderhalf uur later vallen ze lachend en huilend in zijn armen. Later die dag rijden ze door een magisch landschap naar een rendierherder. Durfal Lore gaat in haar eentje op de dieren af. ‘Hallo, ik ben het’, zegt ze zachtjes. Als een Boeddha zit ze temidden van de dieren, haar ogen gesloten. En de dieren voelen het en laten zich aaien.

Nee, dan In Europa. Vanavond gaat het over Vote Leave, de beweging die zorgde dat Brexit een feit werd. Een brilliante documentaire legt bloot hoe de Strateeg koos voor een eeuwenoude methode: zoek een zondebok. En zo werd de EU het symbool van alles dat was misgegaan. ‘Take back control’ haakte in op de ontevredenheid van ‘de vergeten mensen’. Via slimme algoritmes werd juist die groep gemobiliseerd om te gaan stemmen. De dag na de uitslag al werd de verkiezingsbelofte, dat er 350 miljoen zou overblijven voor de gezondheidszorg, ontkend.

Zo naaiden mannen op machtige posities een hele bevolkingsgroep willens en wetens. En nu krijgen diezelfde mensen ook nog een mutatie van het coronavirus over zich heen. Het is onthutsend.

Wat een contrast met die 6 jonge downies, die vechten voor zelfstandigheid ondanks hun beperkingen. Zo vol liefde en onbevangen samenwerken, zo zou het moeten.

Het is pure goedheid tegenover puur kwaad.

PANTA RHEI

Na een uiterst gezellig en intiem Kerstdineetje volgt een uiterst koude nacht. We liggen allebei te kleumen, apart van elkaar in caravan en bus. Boven onze slapende hoofden de omspanning van een prachtig heldere sterrenhemel. Bij een opkomende zon zien we elkaar weer en hervatten ons gesprek met een lekker eitje.

 Niet veel later lopen we stevig door op het wandelpad langs het kleine riviertje. Marie rent al snuffelend heen en weer, steeds checkend of we er nog zijn. Er is veel te ruiken en te zien. Eenden op het water en in de lucht. Passerende fietsers, altijd met een hond. Een visser langs de waterkant met interessante vangst in een emmer. De kilometers verdwijnen ongemerkt onder onze voeten. Het is killig, met een mistig zonnetje, maar we merken er niets van. Want na zo’n lange tijd afstand moet er veel besproken en vooral verdiept. Hoe staat het met de verschillende projecten van de Damesmeisjes? Wat moet er nu eindelijk eens worden afgerond? Wat brengt komend jaar aan kansen en mogelijkheden? Waar krijgen we het meeste energie van? Hoe gaat het met ons en onze vriendschap? En onze mannen? En het leven?
 

Alle twijfel over solidariteit in coronatijd is verdwenen. Dit is het, dit hebben de Damesmeisjes gemist, dit is broodnodig, met dit gevoel ligt er een uitdagende horizon in het verschiet. Alles stroomt. Het riviertje, het leven en wij.

LEKKER

Glaasje wijn, Damesmeisje?

Ja lekker, laten we dat maar even doen.

Erg lekker, die viskoekjes, dat recept wil ik wel even van je hebben. En dat allemaal in dat kleine keukentje. Goed hè.

Kan die cd met Om Mani Padme Hum, kan die nou eindelijk af? Het is nou wel genoeg geweest.

Oooo, ik moet naar de wc, dat vind ik wel heel erg. Ik moet ook. Zullen we even samen gaan, Damesmeisje? Ja gezellig! Moet Marie ook mee, of laten we haar liggen?

Dit is wel een erg slap verhaal, zeg. Het hele jaar intellectueel geschrijf en nou dit.

Glaasje wijn, Damesmeisj? Ja lekker, daar zeg ik geen nee tegen. Ik vind het trouwens niet zo’n lekkere wijn, eerlijk gezegd.

Zeg, heb jij nou nog last van die morele discussie over hier zijn of niet? Nee, helemaal weg, lekker zo samen met jou, zonder de mannen.

Kom, we gaan plassen.

En we moeten hier nog even over nadenken, over deze tekst. Kan dit wel of is ie in ene goed?

HET KNAAGT

Ons caravannetje mag dan wel uitnodigend op ons staan te wachten, daar in dat lage, weidse land, dit Damesmeisje twijfelt. De hele dag en ook de hele avond. En wat ik lees en wat ik zie en hoor helpt niet echt mee.

De achs en wees over Ongekend onrecht, het rapport over de toeslagenaffaire, zijn niet van de lucht. Misschien moet er een of ander Barbertje hangen. Maar eerst moeten de gedupeerden gecompenseerd, vindt iedereen., Was daar nou zo’n rapport voor nodig? Was dat niet allang duidelijk dan? Een ding is zeker: voor de feestdagen gaat dat natuurlijk niet meer lukken, die compensatie. Geen gezellige, ongecompliceerde tekst dus voor duizenden mensen.

De documentaire van de baardige Journalist gaat over corona in de eerste golf. Over het leed in de ziekenhuizen, in de verpleegtehuizen. Over het niet kunnen bezoeken van zieken en ouderen, over het overlijden van mensen in hun eentje. Over de verpleegkundigen die doorwerken ondanks alle stress die ze meemaken.

Gelukkig is de tweede golf niet zo rigide, maar toch we zitten allemaal weer in een stevige lockdown. Alleen: de een ’n beetje meer dan de ander. Kan je het je permitteren, zoals de Damesmeisjes, dan neem je snel even een sneltest. Natuurlijk ben je dan wel verantwoordelijk bezig naar elkaar en naar de anderen, natuurlijk mijd je massacontacten. Maar het blijft toch een beetje knagen. Hoe zit het met het principe, met de solidariteit?

MUSEUM VAN NEDERLAND

Sint en zijn Pieten zijn allang terug naar Spanje. De nieuwe hofhouding op Paleis Soestdijk selecteert voorwerpen die iets vertellen over onze geschiedenis, cultuur, volksaard, tradities en gebruiken. Want er moet antwoord komen op een dringende vraag. Als we Nederland zouden moeten vatten in één tentoonstelling, wat moet daar dan te zien zijn? Een bakkerszoon zeult een 50 kg zwaar voorwerp waarmee zijn grootvader ooit handmatig stroopwafels bakte. Een jonge vroedvrouw brengt een tas die symbool staat voor de thuisbevalling, een typisch Nederlands fenomeen. Een oudere man komt aanrijden op de witte Provofiets, een enthousiaste verzamelaar rijdt voor in een ouderwets caravannetje. Alle voorwerpen halen het museum. ‘Ik vraag me af of ze ook wel eens nee zeggen’, zegt de Gewone Jongen, zelf een fanatiek verzamelaar. Hij wordt op zijn wenken bediend. Een kartonnen display van André Rieux haalt het niet. En de Engelse kogel van 10-jarige Tommie, gevonden in de duinen, staat niet symbool voor de Tweede Wereldoorlog. De rugzak met persoonlijke spullen van Astrid, gebracht door haar ouders, krijgt wél een prominente plek. Astrid was een van de slachtoffers van vlucht MH-17. En ook de trouwpakken van het eerste homostel ter wereld, dat in het huwelijk mocht treden, worden enthousiast ontvangen.

Het voorwerp van mijn keuze past niet in het Museum van Nederland. Het is de weidsheid, het vlakke land, de Lage Landen. Waar een zeer museumwaardig caravannetje heel blij op de Damesmeisjes staat te wachten.

ALLES GAAT DICHT

De dag begint heugelijk. De Gewone Jongen is jarig! 72 alweer, hij staat er zelf van te kijken. Een gewenst cadeau ligt hem op te wachten: de Koot & Bie Encyclopedie. Niet veel later, even gezellig naar Leeuwarden, roept een zwerversachtig type ons toe. ‘Ik ken hem van Omrop Fryslân’, zegt Jan. ‘Het is de enige zwerver in de stad, die altijd iets terug wil doen voor wat geld’. Hij geeft de man twee Euro. Die overhandigt ons met zwier een wit vel papier en wenst ons hartelijk een fijne dag.

’s Avonds, met een veelheid van lekkere hapjes om ons heen, luisteren we naar de Man in het Torentje. We proberen, net als hij, stoïcijns het lawaai van demonstranten op de achtergrond te negeren. De boodschap komt desondanks luid en duidelijk over. Vijf weken strenge lockdown, ook tijdens de feestdagen. Het gevoel van half maart is voor het eerst weer terug. De ernst van de situatie, het gevoel het samen te moeten doen. Met één groot verschil: we hebben het dit keer echt aan onszelf te danken. Allemaal, ieder voor zich.

‘Alles gaat dicht, maar wijzelf blijven open’, helpt dominee Gremdaat. De zwerver zegt het anders:

Soms is het leven mij een raadsel,

weet ik voor- noch achterkant.

Ben ik dwaas en gek van zinnen,

sta ik weer eens in de brand.

Laat ik al mijn denken vliegen,

loopt het toch weer uit de hand.

Maar dan hervind ik jou, de ware,

en daarmee mijn verstand.

DOWN THE ROAD 2

Temidden van de sneeuw en bossen in Finland mogen de zes downies twee dagen alleen wonen. De tortelduifjes Lisa en Kevin krijgen zelfs hun eigen woninkje. Een beetje onzeker stappen ze door de voordeur naar binnen. Die avond willen ze uit eten. Telefonisch reserveren lukt niet, want ze spreken geen Fins. Vastberaden stappen ze naar de buren. De buurman snapt het probleem en belt het restaurant. ‘Gij zijt een natuurtalentje’, zegt Lisa trots tegen Kevin. De volgende dag vertelt Kevin tijdens het ontbijt dat ze een eigen gezinnetje gaan beginnen. ‘Samen koken, samen weggaan, samen TV-kijken’, zegt Lisa. Kevin vertelt hoe ze de bedden tegen elkaar schoven. ‘Ik kreeg het er warm van. Maar zonder seks zou ik hier niet zitten, dan zat ik nog in de bloemkool’.

In het andere huis maakt Héleentje het ondertussen uit met Martijn. Ze klaagt bij Lore dat Martijn steeds wil knuffelen. Die slaat haar arm om Héleentjes schouders en zegt: ‘Vrouwen komen van Venus, mannen komen van Mars. Je kan beter verliefd zijn op jezelf. Als je tegen je spiegelbeeld zegt: Ik zie u graag, dan zegt de spiegel hetzelfde terug’. Gierend van de lach laat Héleentje zich achterover vallen op het bed.

Zó hartverwarmend, zó lief. Maar of het klopt met de dagelijkse werkelijkheid? Dan richt de camera zich op Lisa die staat af te wassen. Kevin ligt lui op de bank uit te buiken. ‘Wilt gij de vuilnisbak buiten zetten?’, vraagt Lisa.

GEWORSTEL

Preciese Vriendin en ik zitten samen achter een grote computerscherm, keurig op 1,5 meter afstand. In Omgevingsloket.nl. moeten twee vergunningsaanvragen worden ingevuld voor de aanleg van de Terp fan de Takomst. Een omgevingsvergunning bij de gemeente, een waterwetvergunning bij Rijkswaterstaat. In je eentje is dat niet te doen. De handleiding alleen al beslaat 150 pagina’s en het gedownloade voorbeeldformulier is in onbegrijpelijke taal opgesteld. Misschien dat vereende krachten helpen.

Met behulp van allerlei rapporten proberen we te doorgronden waar het Omgevingsloket heen wil. Af en toe gaat er een appje naar een dorpsgenoot in Blije, die zowat is opgegroeid op de kwelder. Het is fantastisch om een scherm te kunnen afsluiten met het gevoel dat het is gelukt. Maar vervolgens opent een nieuw scherm met allerlei opdrachten waar we opnieuw geen kaas van kunnen maken. Het is om moedeloos van te worden.

De temperatuur stijgt, de 1,5 meter is helemaal vergeten, maar 3 uur later hebben we het einde van de aanvraag bereikt. En dan te bedenken dat het me minstens 3 wéken kostte om überhaupt te mogen werken in Omgevingsloket.nl. ‘Dat kunnen jullie gewone burgers eigenlijk niet aandoen’, chatte ik vol ergernis toen het me eindelijk gelukt was. ‘Een gewone burger doet er gemiddeld 2 dagen over’, gaf ene Erik als antwoord terug. Ik was verbluft. Zei ie nou echt dat al dit geworstel aan mezelf lag?

KOPPIG

De deel van de boerderij is donker en modderig. Achterin geeft een deur toegang tot een ouderwetse keuken. Daarachter ligt de mooie kamer. Leren bankstel, eetkamertafel met perzisch tapijtje, geborduurd schilderijtje aan de wand van Vermeer. De Boer, 75, pacht grond achter de dijk, het buitendijks gebied. In het achterste kwelderdeel komt volgend jaar de Terp van de Takomst, een landschappelijk kunstwerk dat de geschiedenis laat zien van dit gebied en zijn bewoners. De Boer laat daar paarden lopen. Niet eens van hem, want stiekem onderverhuurd. Maar paarden, die knabbelen aan hout en lopen het wandelpad stuk. Dat de locatie bepaald is door Rijkswaterstaat, dat de provinciale vergunning inmiddels is verleend, dat deert niet. Ga maar naar de Hoge Raad, vindt de Boer. Kan hij de paarden niet vervangen door zijn eigen pinken? Nee. Voorlopig proberen, maar dan wel de paarden weghalen als het te drassig wordt? Nee. Na een uur zoeken naar een aanvaardbaar compromis zit de Boer er nog steeds koppig en onverzettelijk bij.

De ruil van twee stukken land lijkt een onmogelijk suggestie. Maar plotseling glimmen zijn ogen. Meer grond, aan één stuk, dat biedt perspectief. Ik beloof dat zijn naam vereeuwigd zal worden op het kunstwerk. En zeg dat het nooit de bedoeling kan zijn dat we niet tegemoet komen aan boeren die hier hun leven lang wonen en werken. ‘En zo is het’, zegt hij plechtig en geeft me een elleboog.

LOTUSBLOEMEN

Het is leuk om weer eens te winkelen, maar vandaag is het vooral een noodzakelijk kwaad. Verwarde Vriendin krijgt een flatje, maar haar leven speelde zich tot voor kort af in India. In Nederland heeft ze helemaal niets, dus alle spullen om te kunnen wonen en leven moeten nog worden aangeschaft.

Samen met haar zus loop ik door de enorme hallen van de kringloop in Leeuwarden. Hier werken mensen met smaak. Ze stylen het serviesgoed kleur bij kleur, ze pimpen oude kasten op en maken nieuwe kleding van oude vlaggen. En ze richten woonkamers in, waar je kan kijken hoe je het eventueel zelf zou willen inrichten. In het eerste voorbeeld hebben we meteen beet: een prachtig rieten tweezitsbankje Even later vinden we een opgeknapt dressoir, turquoise geverfd met lotusbloemen. We stuiten op een stoel die bij het bankje hoort en een salontafeltje dat ook goed past. Zes caféstoelen met kussentjes en een bijpassende tafel. Een prachtig houten kaptafeltje met spiegel, een koelkast, een strijkplank, een klok, en o ja, een ouderwetse schoollandkaart van Azië, India prominent in het midden.

Alle spullen kunnen een aantal weken opgeslagen én bezorgd. ‘Geef maar een seintje, als jullie zover zijn’, zegt een uiterst hulpvaardige vrijwilligster. Zo hebben we binnen een uur bijna een heel interieur bij elkaar gesprokkeld, voor iets meer dan vierhonderd euro. Duurzaam hergebruik, hout, riet, blauwgroene kleuren. Allemaal passend bij onze hippievriendin / zus. We zijn blij met de kringloop. Hopelijk zij ook.

MUSEUM TOT ZOVER

‘In onze selfie-society draait alles om ons ego. Maar hoe ziet het er uit als we het leven ervaren door de ogen van de wereld in plaats van die van onszelf? Filmmaker Vanesa Abajo Pérez maakte de film en tentoonstelling IK BEN MIJN LICHAAM NIET over deze perspectiefwissel. Vanuit dit uitgangspunt portretteert ze terminaal zieke Nederlanders en vereeuwigt hen in een multimediale reis. De tentoonstelling bestaat uit een film, een serie installaties en gedichten van dichter Maud Vanhauwaert. Vanaf zaterdag 12 december te zien in Museum Tot Zover.’

Het idee voor het project ontstond toen de filmmaakster een korte film maakte over haar ongeneeslijk zieke tante. In het huis van haar tante las deze haar een gedicht voor over dat huis: hoewel de mensen die het huis ooit bewoonden er niet meer zijn, blijft het huis voortbestaan middels de elementen van de omringende natuur. Vanesa nam de stem van haar tante op en filmde het huis. Na haar overlijden besefte ze dat haar tante zichzelf, middels het gedicht en de verfilming, had vereeuwigd.

Zijn we in staat om het klassieke verhaal over de dood los te laten om een vernieuwend, zingevend narratief te creëren? Dat is de kernvraag in de tentoonstelling Ik ben mijn lichaam. De zoveelste intrigerende tentoonstelling van Museum Tot Zover. Onbegrijpelijk dat dit museum niet veel meer bezoekers trekt. Je kan er notabene in je eentje een privébezoek brengen.

Daarom: Geef het museum (en café Roosenburgh) een steuntje in de rug. Ga kijken, allemaal!

BOB DE MEESTER

De kogel is door de persconferentie: we kunnen met Kerst ‘helaas niet meer dan de laatste maanden’. En het lijkt door alle verontwaardigde reacties wel alsof er een nationale ramp op ons afstevent. Nou wil ik de crisis in verpleeg- en ziekenhuizen niet bagatelliseren. En ook niet het verdriet om ernstig zieke of overleden mensen, de problemen van veel kleine ondernemers of de groeiende eenzaamheid. Maar om te doen alsof ons iets verschrikkelijks te wachten staat, dat gaat te ver. Want het gaat in de discussies nauwelijks over de zieken op de IC of het uitgeputte zorgpersoneel. Nee, het gaat vooral over het gezamenlijke kerstdiner dat ons door de neus wordt geboord. Maak er wat gezelligs van binnen de mogelijkheden, zou ik zeggen. Denk aan de Kerst van die ander in plaats van die van jezelf.

Misschien heb ik makkelijk praten. Ook al horen de Gewone Jongen en ik tot een risicogroep, we zijn einzelgängers en vervelen ons nooit. En alleen zijn in de wetenschap van elkaar, is anders dan helemaal alleen. Toch ligt veel in the eye of the beholder. Het halfvolle en lege glas, jawel.

Maar niet minder waar! Het leven is kort, en er is nog zoveel moois te zien. En te horen. Zoals de ‘BOB’cast, een podcastserie in 26 delen over de bijna 80-jarige Bob Dylan. ‘There are numerous ways you can think about this virus’, aldus de Meester, ‘I think you just have to let it run its course’.

NEGATIEF

k moest naar een vergadering in het oosten van het land. Maar ik was hardnekkig verkouden en kreeg last van hoestschaamte. Kuchend in trein en vergaderkamer, kan dat wel? De voorzitter was klip en klaar: je kan niet komen, laat je testen.

De testlocatie bevond zich in een oud gymlokaal in Leeuwarden. De opstelling achter de tafels was identiek aan die in een stemlokaal. Misschien was dat wel het probleem in de VS en hebben ze testlocatie en stemlokaal per ongeluk verwisseld, dacht ik zenuwachtig, op 1,5 meter afstand van twee andere testkandidaten. Voordat ik kon bedenken wat Trump van dit argument zou vinden, stond ik dankzij een uiterst koele efficiëntie alweer buiten. Dat hele dunne wattenstaafje in m’n neus: piece of cake. Maar die in mijn keel, dat was niet fijn. Ik moest alweer ontzettend hoesten.

Volgens Loesje is negatief het meest positieve woord van 2020. Daar hield ik me aan vast, maar de rest van de quarantainedag verliep met een knagend gevoel op de achtergrond. Het zal toch niet? Dat verdween in één klap door onverwachte camerabeelden van ongelooflijk mooie kunstwerken in het zand. Cirkels, mandala’s, geometrische vormen, simpel gemaakt met een metalen bladhark, alleen goed zichtbaar vanuit de lucht, langzaam weer verdwijnend door de vloed. ‘Alles is tijdelijk’, aldus de maker filosofisch, ‘het is een illusie dat we blijven, alles stopt een keer. Alleen de natuur, die blijft’. Mijn innerlijk tot rust, blijmoedig terug in het nu. En Loesje, die had gelijk.

KEES 2

Veel mensen schijnen Kees Bakels niet eens te hebben gekend, en dat is eigenlijk niet goed te begrijpen.

Is hij niet zowat de belangrijkste jongen geweest, die er ooit heeft bestaan?

Alleen door wat ongelukkige toevalligheden is hij geen beroemd man geworden, maar dat kon hij toch niet helpen?

In ieder geval, het is geen reden, om maar te doen, alsof hij helemáál niet bestaan heeft.

Bovendien, al is Kees zelf dan niet beroemd geworden, hij heeft een zoon: en dié heeft toch nog alle kans op een leven vol roem. En als iemand nu eens later het leven van die beroemde zoon moest beschrijven, zou hij dan geen spijt gevoelen, niet bijtijds de vader, zo’n beetje tenminste, erkend te hebben als iemand, die óók-niet-iedereen was?

En daar komt nog dit bij: als Kees z’n zoon een groot man wordt -en me dunkt, dàt is toch bijna zeker- dan zal-ie dat toch ook wel voor een deel aan zijn vader te danken hebben, nietwaar?

Daarom: niemand schijnt over Kees te willen schrijven, dan zal ik het doen. Ik ben wel blij, dat ik hem gekend heb: want ik weet het maar al te goed: als alles een beetje anders gelopen was, dan zou iederéén trots zijn op z’n bekendheid met Kees, de belangrijke jongen.’

Uit: Kees de Jongen van Theo Thijssen, Proloog

KEES

Matthijs van Nieuwkerk is De geknipte gast van Özcan Akyol. Die vraagt naar het waarom van de fascinatie voor jazz dj Phil Schaap die in zijn dagelijkse radioprogramma alleen maar Charlie Parker draait. Matthijs vertelt: ‘Iets van die drift is iets van mij. Uit dat soort factoren ben ik opgebouwd. Het moet in je zitten. Maar ik heb zo’n man nodig, zo’n verhaal nodig om iets bij mezelf te ontsteken’.

Eus vraagt hoe dat doorwerkte toen hij TV-presentator werd. Matthijs vertelt: ‘Ik ben toen een aantal mensen heel goed gaan bekijken om zelf meer zekerheid te krijgen. Het autonome, vlerkerige van Felix Rottenberg, de rust van Mart Smeets’.

Eus vraagt naar zijn fascinatie voor Kees de Jongen van Theo Thijssen, ook het favoriete boek van de Gewone Jongen. Matthijs: ‘Dat boek reist met me mee. Lees de eerste zin maar eens hardop voor. Dat is toch van een grote ontroering. Het gaat over ons allemaal. We worden allemaal geboren met een hoofd vol verlangens en dromen. Veel daarvan komt niet uit. Dat is het leven, dat je daarmee om leert gaan. Niks = doodgewoon, alles = bijzonder. Doodgewoon bestaat helemaal niet. Het is allemaal sensitief, breekbaar, de tranen liggen op de loer.

Eus vraagt naar het kritisch vermogen van Matthijs. ‘Natuurlijk heb ik dat, veel is er niet goed. Maar daar ga ik geen aandacht aan geven. Dat is zonde van mijn tijd. Ik lees liever een recensie waarin staat: dit moet je lezen. Dat geeft me energie’.

Op Oudejaarsavond start het nieuwe programma ‘Matthijs gaat door’. ‘Matthijs ziet om in verwondering. Met humor, muziek en andere verrassingen. En stelt af en toe orde op zaken door wat prijsjes uit te reiken’, aldus de omschrijving.

Het bericht voelt als een Sinterklaaskadootje. Want ik heb DWDD, ik heb Matthijs gemist. Die drift, die ontroering voor het niet zo gewone alledaagse, het welbewust aandacht geven aan het mooie in het leven. Matthijs van Nieuwkerk is mijn Phil Schaap.

TOP 2000

De lijst der lijsten. Tweeduizend platen van en voor Nederland. Vanaf de Kerst overal te horen, of je nu boodschappen loopt te doen in de AH of in een tankstation een kop koffie wegwerkt. De gedraaide muziek staat voor geboortes, voor overlijdens, voor gevonden en verlaten liefdes. De Top 2000 kortom, is van iedereen. Ook van mij, alhoewel dat massale gehos en gedoe in het Top 2000 café van mij helemaal weg mag. Moét.

Nooit gedacht dat me dat zou gebeuren, maar vorig jaar vergat ik te stemmen. Een vaag schuldgevoel bleef hangen. Misschien had juist mijn stem kunnen voorkomen dat de Beatles weer verder wegzakten. Nu was het te laat, iets van de magie van de lijst verdween daardoor.

Maar dit weekend maak ik het goed. Terwijl half Nederland zich buigt over de invloed van corona op de lijst, kies ik voor de Beatles met In my life, voor Bruce Springsteen met If I fall behind, John Gorka met Armed with a broken hearten de Joe Jeffrey Group met My pledge of love. Ik weet het: drie van deze vier zullen de lijst nooit halen, want onbekend. Maar ze moeten één keer per jaar genoemd, anders verstoffen ze. En dat mag niet gebeuren, tenminste niet zo lang ik leef.

De nieuwkomer? Soldier on van Di-rect. Kennelijk bij uitstek een coronasong, maar voor mij een lied dat staat voor kiezen voor jezelf tegen de klippen op. Prachtig!

REBELSE MEISJES

Good Night Stories for Rebel Girls bevat 100 verhalen over vrouwelijke rolmodellen met illustraties van vrouwelijke kunstenaars van over de hele wereld. Een prachtig sprookjesboek om uit voor te lezen aan kleine meisjes. Zodat ze leren dat de held in een kinderboek ook een vrouw kan zijn, die op eigen wijze de wereld kan veranderen. Net als Malala, Oprah of Frida Kahlo.

Vanwege het grote succes komt er nu ook een Nederlandse versie op de markt. Welke Nederlandse heldin mag niet ontbreken in dit boek? In de nieuwe rubriek M’s Bedtime Stories wordt enthousiast een aftrap gedaan. De blonde Presentatrice kiest voor YouTuber en makeup-artist Nikkie Tutorials. Omdat ze miljoenen volgsters heeft over de hele wereld en daarnaast publiekelijk is uitgekomen voor haar transgender zijn. De mannelijke Presentator kiest voor Kadija Arib, die ondanks vele tegenwerkingen nu een excellente Kamervoorzitter is. De voorzitter van het 4 en 5 mei Comité leest het eerste, door haar geschreven, Nederlandse sprookje voor over verzetsvrouw Hannie Schaft, het meisje met het Rode Haar.

‘Wie zou jij kiezen’, vraag ik aan de Gewone Jongen. ‘Anouk’, zegt hij zonder aarzelen. ‘Ze is stoer, gaat haar eigen gang en kan goed tegen mannen op. Een voorbeeld voor jonge meisjes. En jij?’ Op mijn lijstje staan vooral schrijfsters: Hella Haasse, Charlotte Mutsaers, Etty Hillesum, Liselore Gerritsen. En het andere Damesmeisje natuurlijk. Maar die staat allang op geheel eigen wijze in de vertaalde Engelstalige versie.

OUDER WORDEN

Over 10 jaar telt Nederland ruim 2 miljoen mensen van 75 jaar of ouder, 600.000 meer dan vandaag. Daar moet je wat mee, als overheid. Laten we een paar spotjes maken, bedachten ze dus heel origineel. Over de waarde van ouder worden.

In Op1 zijn aansprekende vrouwen op leeftijd aanwezig om het initiatief kracht bij te zetten. Zangeres Willeke Alberti en schrijfster Marjan Berk staan nog volop in het leven. De ene, 75 jaar, treedt nog elke dag op. De ander, inmiddels 88, schrijft nog steeds boeken en columns en ook zij treedt nog steeds op.

Het was altijd mijn droom om op precies dezelfde manier oud te worden. Niet zingend en optredend natuurlijk, mijn stem is niet om aan te horen. Nee, langzaam schrijvend ten onder gaan, dat leek me wel wat. Niet dat de droom vervlogen is. Maar vandaag was zo’n dag dat ie getoetst werd aan een meer realistische kijk op de dingen. Mijn beste vriendin in India zit opgesloten in Nederland vanwege corona. De onzekerheid, de angst, misschien het aanbreken van een nieuwe levensfase, maakten dat van ‘t ene op ’t andere moment haar vrolijke en hartelijke persoonlijkheid verdween. Verwarde Vriendin bleef over.

Geen keuzes meer kunnen maken, afwisselend boos en verdrietig, niet terug kunnen naar waar ze werkelijk wil zijn. In een paar maanden was het afgelopen met haar zelfstandigheid en zelfbewustzijn. Ook al willen we er meestal nog niet aan op onze leeftijd: zó snel kan het dus gaan.

CRISIS

M maakt het in een gesprek met Kauthar Bouchallikht behoorlijk persoonlijk. De laatste staat nummer 9 op de kandidatenlijst van Groen Links en lag recent onder vuur omdat zij iets te maken zou hebben met de Moslimbroederschap. ‘Straks krijg ik weer allerlei tweetjes van mensen. Of ik wel weet dat ik met iemand aan tafel zit die me van een flat wil gooien’. M zegt het gekscherend, maar bij mij komt ie hard binnen. Want het gaat ook over mij, of liever: over Oudere Broer. Terwijl de discussie voortdendert blijf ik hangen bij de gedachte dat ik nooit zal begrijpen waarom de ene mens de andere veroordeelt om een voorkeur in de liefde. En hoe het moet voelen, als je om die reden onder vuur ligt, je hele leven lang. Wat heb je het als hetero dan verdomd gemakkelijk.

Het gesprek gaat verder over het onderwerp waarvoor Bouchallikt eigenlijk aan tafel zit. Het klimaat. Bij ons is het in november warmer dan ooit. In Australië is het nu al meer dan 40 graden en de zomer moet nog beginnen. Als in de komende decennia de temperatuur op aarde 2 tot 3 graden stijgt, dan komen er 200 miljoen tot 1 miljard vluchtelingen bij. En die schijnen allemaal onze kant op te komen. ‘Zolang als we aan dode bomen wel waarde hechten en aan levende niet, gaat het mis’, zegt een van de aanwezigen treffend

Er is een crisis nodig, zeggen de wetenschappers. Zoiets als de Watersnoodramp. Dan komt iedereen wel in beweging. Dan komen er miljarden vrij. Een crisis nodig? Zitten we daar niet allang middenin dan?

DRAKEN

Het is vandaag regenachtig en koud. Blije is gehuld in witgrijze nevel, het voelt alsof de hele wereld potdicht zit. De hele dag door probeert mijn mobiel de stilte te doorbreken, tot mijn grote ergernis. Wat is er in iedereen gevaren? Wat wil men eigenlijk?

Ik voor mij: helemaal niks. Beetje lezen, beetje kijken, beetje nadenken.

Geen zin om te schrijven vandaag. Daarom een gedicht:

‘Wellicht zijn alle draken in ons leven
Uiteindelijk prinsessen
Die er in angst en beven slechts naar haken
Ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets anders dan iets
Wat onze liefde nodig heeft.’

Rainer Maria Rilke

HETERDAAD

Het is een fijne bezigheid: lijstjes maken van wat je nog moet doen. Van schoonmaakschema’s tot nog te lezen boeken, geen lijstje is mij vreemd. Maar nog nooit zag ik een lijstje als dat van schrijver Geert Mak in zijn documentaireserie In Europa – de geschiedenis op heterdaad betrapt. In de aflevering van vandaag gaat het over Hongarije met zijn uiterst rechtse president Victor Orbán.

Er blijken maar zes stappen nodig om van een democratie een dictatuur te maken:

1. Schaf de waarheid af. Zet de kritische journalistiek buitenspel, begin een eigen medianetwerk, ontsla wie niet welgevallig is.

2. Deel uit wat niet van jou is. In het geval van Hongarije: vraag overal Europese subsidies voor aan, en verdeel dat geld vervolgens in eigen kring.

3. Creëer een vijand. Bespeel de gevoelens van je bevolking, zeg dat de christelijke waarden onder druk staan, maak mensen bang voor de ander.

4. Schakel alle onafhankelijke rechters uit.

5. Geef paramilitaire groepen vrij spel.

6. Verhef je eigen land boven de rest van de mensheid.

Volgens Mak heeft Orbán drie van de zes stappen al gezet. En de stoelpoten van de Hongaarse rechters staan ook al aardig op wankelen.

Dankzij zijn lijstje weten we nu welke stap de volgende zal zijn. En waar we op moeten letten bij al die andere luidruchtige wereldleiders en partijbonzen. Is dat niet ontzettend handig?

ADEM

Elk jaar maakt Van Dale het ‘woord van het jaar’ bekend. Iedereen kan een suggestie doen, Van Dale maakt een selectie uit alle ingestuurde woorden. Op de shortlist die overblijft kan iedereen stemmen, dit jaar vanaf 1 december.

Het winnende woord heeft altijd te maken met datgene wat ons in het betreffende jaar heeft beziggehouden. Nou, dan kan het niet missen in 2020. Het was corona all over the place. Alhoewel ik persoonlijk wel wil stemmen op ‘hielbeenbreuk’. Maar ja, één stem is geen stem.

Van de week namen ze in M een voorschot op het woord van het jaar. Het ging zo snel dat ik nauwelijks kon noteren welke grappige en minder grappige woorden over tafel gingen.

Twee opmerkingen beklijfden:

– Loesje vindt negatief het meest positieve woord van 2020.

– Een van de aanwezigen pleitte voor het woord breathe / adem. Met als argument: Het gaat over de ademnood als je, besmet door corona, vecht voor je leven. Het gaat over de ademnood van George Floyd en de Black Lives Matters beweging.

Hopelijk haalt Adem de shortlist en wordt dit het winnende woord. Want één levensbevattend woord dat de twee belangrijkste gebeurtenissen in 2020 aan elkaar verbindt. Hoe mooi is dat?

LISELORE

‘Liselore Gerritsen is overleden’, meldt de Gewone Jongen met de LC voor zijn neus. Het krantenbericht is summier. ‘Zangeres en schrijfster Liselore Gerritsen is woensdag op 83-jarige leeftijd overleden. Gerritsen was een tijd getrouwd met cabaretier Paul van Vliet. Samen richtten zij het Leidsch Studenten Cabaret op en later Theatergroep en Theater Pepijn. Vanaf de jaren tachtig ging ze solo. In 2004 kwam haar laatste album Liselore NU uit.

Een productief leven samengevat in een paar zinnen. Maar Liselore Gerritsen was zoveel meer. Tenminste voor mij.

Een aantal van haar liedteksten, of zinnen daaruit, draag ik sinds diezelfde jaren tachtig met mij mee. Opgeschreven in mijn dagboek, geborduurd op de Levensdeken, nazingend in mijn hoofd.

‘Met mij is geen land te bezeilen, maar geen zee gaat mij te hoog’. Grote steun tijdens mijn eerste relatiebreuk. Over hoe je een vrouw weg kan zetten als lastig. Terwijl zij gewoon zichzelf wil zijn, zelfstandig en gepassioneerd.

‘Iedereen heeft zijn rivier, en ik, ik heb de IJssel’. Dat gaat over het maken van eigenzinnige keuzes in het leven. En daarvoor gaan staan.

‘Dat is waarom een oktoberkind niet gelooft in laatste dingen, ’t zal een herfstdag als een lentedag bezingen’. Over onverwoestbaar optimisme, altijd maar weer.

Zolang ik leef, geen kringloop voor de stukgelezen boeken van Liselore Gerritsen in mijn boekenkast.

Alleen dat laatste album, dat heb ik gemist. Welke levenswijsheden heeft ze nog meer voor me in petto?