HERFST

Een zachte zon schijnt in het verborgen boomgaardje. Een stevige wind doet de bladeren van de hoge bomen zichtbaar ritselen, maar ik hoor het niet hier binnen. Over de tuin ligt een goudgele gloed. Het veldje onder de bomen, meer mos dan gras, ligt bezaaid met het felgekleurde blad van de lindebomen. De plastic bearchairs staan er eenzaam middenin, als wachters. In een hoekje van de tuin steken de oranje bladeren van de krenteboom af tegen de hoge beukenhaag van de buren. Het blad van de perenboom recht voor mijn neus is afwisselend geel en groen. De aangevreten peren zijn allemaal verdwenen. De kwarrende iele pruimenboom heeft het opgegeven, zijn blad is al weg. De twee appelbomen zijn nog volop groen, het zijn duidelijk de overlevers van het stel. Hoog boven het tuinmuurtje steken wat takken uit van de kleinbloemige witte klimroos met een enkele trotse bloem. Ik loop naar buiten om dichterbij te kijken. De lucht is vochtig, het is kil. Een merel snelt voor mijn voeten weg de begroeiing onder de bomen in, met hier en daar nog wat houtachtige stengels van het fluitenkruid. De Rodgersia is ingestort, de grote bladeren zijn bijna pulp. Alles om me heen maakt terugtrekkende bewegingen, graaft zich in, wacht op betere tijden. Als Nederland, op weg maar Kerstmis. Maar Sally Holmes, die bloeit nog steeds.

VLINDERS

Hoop en troost bieden in deze verwarrende coronatijden, dat was wat de laatste aflevering van De Vooravond in dit seizoen voor ogen had.

De Radiomaker koos voor inspirerende muziek waar hij zichzelf mee oppept: Houd moed van Britta Maria en We beginnen pas van De Dijk.

De onbekende Komiek koos voor kunst: een opvallend schilderij van Dali van een schip met vlinders als zeilen. Hij vond zichzelf heel lang de moeite niet waard. Langzaam kroop hij uit een diep dal en realiseerde zich bij het zien van dit schilderij dat dat ook over hem gaat. Zo volmaakt, zo vol hoop, zo moedig op weg.

De Kamervoorzitter koos voor recente waarschuwende woorden van bondskanselier Angela Merkel. Zij sprak ze in een gesprek met de oud-voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk dat onder meer over de migratiepolitiek in de Europese Unie ging. Merkel prees de verschillen tussen verschillende mensen en bevolkingsgroepen en het belang om compromissen te sluiten. Behalve over fundamentele zaken als bijvoorbeeld mensenrechten. En ze voegde daaraan toe:

‘Let op taalgebruik. Want taal is voorloper van het handelen. Als de taal de verkeerde kant is opgegaan, gaat ook het handelen zeer snel de verkeerde kant op. En dan is ook het geweld niet meer veraf. Zorgzaam omgaan met taal is door de digitalisering en de sociale media niet bepaald eenvoudiger geworden. Toch moet men net daarom ook zeer voorzichtig omgaan met woorden.’

DE NEUS

De echte naam van De Neus is Buster. Hij is de kat van buren verderop, maar het liefst houdt ie zich op in onze tuin. Zitten we buiten, De Neus ligt ergens achter ons in de border. Of het nu half 5 in de ochtend is of half 9, De Neus staat voor de deur. Onze kat Tashi is een goed vriendinnetje, maar de Gewone Jongen is zijn grote vriend. Die zorgt trouw voor eten en drinken en let op zijn welzijn. Laatst hoorden we van die buren dat hun katten ’s nachts nooit binnen mogen komen. ‘Ook niet als het vriest?’, vroeg ik ongelovig. Ook niet als het vriest. De Neus kiest dan zijn domicilie onder het dak van onze half vergane carport. Maar het liefst zou hij dus bij ons wonen. Schuw loopt hij naar binnen, en rent dan weer snel naar buiten. Om vervolgens weer heel graag naar binnen te willen. Sinds we weten dat ie ’s nachts buiten moet blijven is De Neus onderwerp van discussie. Het is onze kat niet, we kunnen hem toch niet inlijven? Brokjes geven is eigenlijk al een stap te ver. Toch gaat de keukendeur steeds meer op een kier. De Neus wordt steeds minder bang. Gisteravond waagde hij de stap, kwam de TV-kamer binnen en ging tussen ons in liggen. Ooit zo’n tevreden kat gezien?

PRINS CLAUS

De Gewone Jongen draagt niet alleen een bondkapje, hij is ook nog eens Republikein. Er hoeft maar een koninklijk gezicht te verschijnen op de TV of hij maakt kotsende geluiden. Of levert luidruchtig commentaar. Die antipathie is begonnen bij de grootvader, Bernhard, in zijn ogen een boef van het zuiverste allooi. En hoe goed de nazaten het ook doen binnen de koninklijke familie, het is nooit goed genoeg. Het heen en weer gevlieg van de Koning was dus koren op de molen. Dacht ik, die meer van de monarchie is, vanwege de belangrijke symboolfunctie. Maar de Gewone Jongen verbaasde me weer eens. ‘Waar komt toch al die woede vandaan tegen de koning’, merkte hij op tijdens het Journaal kijken. ‘Ik dacht dat de mensen in Nederland zo van het koningshuis hielden’. Ik vroeg hem wat hij vond van dat reisje naar de Peleponesos, terwijl toch is gevraagd aan iedere Nederlander om zoveel mogelijk thuis te blijven, in je eigen omgeving. ‘Te onbelangrijk om me druk over te maken’, mompelde hij bijna vergevingsgezind. Om vervolgens een dag later woedend zijn verontwaardiging te uiten toen Willem Alexander onverwacht spijt betuigde via een videoboodschap. ‘Dat moet ie zeggen van Rutte’. Ik keek naar Maxima die als een soort wassenbeeld zwijgend naast haar man zat. Ondenkbaar dat dit plaatje ons was voorgeschoteld toen Beatrix nog koningin was, met Prins Claus aan haar zij.

SIMONE

‘Wist je dat er een nieuw boek uit is van Simone de Beauvoir?’, vraagt Jan. We zitten samen op de bank de Leeuwarder Courant te lezen. Blij verrast kijk ik op. ‘Als ik dat geweten had’, vervolgt Jan, ‘dan had ik dat gekocht voor je verjaardag’. ‘In plaats van wat?’, vraag ik nieuwsgierig. ‘De laatste cd van Bruce Springsteen’, verklapt Jan. ‘Schijnt een geweldige plaat te zijn, zoiets als the American recordings van Johnny Cash. Hij kijkt terug op zijn leven en neemt als het ware afscheid’. Ook niet te versmaden, vind ik. Maar een nog nooit gepubliceerd boek van De Beauvoir is toch echt belangrijker. Ooit veranderde haar eerste autobiografische boek Een welopgevoed meisje mijn leven. Sindsdien zit er een klein fotootje in mijn portemonnee. Daarop zit ze stijlvol en nadenkend te schrijven in een café. Zo je eigen vrouw zijn, zo in je eigen waarde. Dat wilde ik ook. En ik niet alleen. Niet voor niets prijkt de naam Simone de Beauvoir twee keer op de Levensdeken, geborduurd door allebei de Damesmeisjes. Wat vonden we het stuitend om in de recente biografie te lezen hoe zij in haar leven vaak is gekleineerd en weggegumd. De Amerikaanse vertaler van Le deuxième sexe liet notabene hele hoofdstukken weg als zijnde niet relevant. Pas in 2010 verscheen de integrale tekst op de markt. Alleen daarom al wil ik haar eerste manuscipt als verjaarskado. Daarom en om nog veel meer.

ME TOO

Wat is dat toch met mannen en foto’s? Vroeger, in onze beginperiode samen, richtte de Gewone Jongen veel zijn camera. Op mij, het voorwerp van zijn niet aflatende aandacht. Uit die tijd zijn dus veel foto’s te vinden. Daarna, met het verstrijken van de jaren, nam de intensiteit geleidelijk af. Niet eens omdat de liefde minder werd. Het was meer dat de aandacht verschoof. Weg van dit Damesmeisje, meer naar auto’s, verzamelingen, muziek. Andersom behield de Gewone Jongen zijn plek in onze foto-albums. Want ik bleef wél de camera hanteren, tegenwoordig overgenomen door de mobiele telefoon. – De Gewone Jongen, die heeft natuurlijk geen mobieltje, daar doet ie niet aan mee. – Gelukkig dat je tegenwoordig een selfie kan maken. Gelukkig dat er soms ook andere mensen zijn die je aanwezigheid vastleggen. Anders zou je bijna gaan geloven dat dit huishouden maar uit één persoon bestaat. Van de week viel het weer eens goed op. Wat er niet allemaal gebeurde in dat kleine halletje. Schuren, schaven, plamuren, cementen, schilderen. Mijn mobiele telefoon legde het allemaal vast. Maar nu lijkt het alsof de Gewone Jongen dat allemaal alleen heeft gedaan. Ook in het taalgebruik werkt het door. ‘Ik heb het halletje opgeknapt’, klonk het van de week in een gesprek. Daarom, voor de duidelijkheid, en vanwege het ontbreken van visueel bewijs: ‘Wij hebben het halletje samen opgeknapt’. Mooi hè.

TROUW

Niets heerlijkers dan op zaterdagochtend de 5 sterren sudoku in Trouw oplossen. Vandaag lukt het al na een half uur, zeer bevredigend. Waar de krant ook goed voor is, is het verwoorden van een mening, die zich in jezelf nog aan het vormen is. Vanochtend twee keer raak. De hoofdredacteur beschrijft hoe de media na de moord op Pim Fortuyn op zoek gingen naar de vergeten burger. Maar in zijn ogen worden de boze burgers van nu wél gehoord. ‘Ze komen uitgebreid in de media aan het woord en worden zelfs in het Torentje van premier Rutte toegelaten. Tegelijkertijd blijkt dat het vertrouwen in de overheid groot is en blijven de oplages van de reguliere kranten groeien. Zouden we deze boze mensen wellicht te veel aandacht geven?’ Columniste Nelleke Noordervliet schrijft over de jongeren, hoe erg het was ‘dat ze geen eindexamenfeesten konden geven en hoe fnuikend het was dat ze niet met hele vriendengroepen shotjes konden wegzetten en campings onderkotsen om zo zichzelf te leren kennen. Hoe eenzaam een generatie jongeren dreigde te worden zonder fysieke contacten en met online lessen.’ Om te vervolgen met een geweldige tirade. ‘Wat een blamage! Kunnen wij, welvarendste aller landen, niet eens meer een jaar afzien? Het minste dat we kunnen doen is niet zeuren, niet zeiken hoe erg we het allemaal hebben en hoe zat we het zijn, maar welgemoed de regels volgen en van het leven maken wat er van te maken valt.’ Boze burgers, verongelijkte jongeren, ook ik ben ze zat.

NU

Soms dwingt het leven je om een wijze les écht te doorleven. Jezelf overgeven aan het nu is er zo eentje. Twee uitspraken van Eckhard Tolle hielpen ontzettend, toen ik door een hielbeenbreuk maandenlang niet mocht lopen. ‘Zorgen en angsten wijzen op een teveel aan toekomst en te weinig aanwezigheid in het nu’. ‘Verdriet, stress, wrok wijzen op een teveel aan verleden’. Huub van der Lubbe bezingt in Later is nu dezelfde levensles op geheel eigen wijze:

Waar wil je toch op wachten?

Tot je wat zeker weet?

Alsof dat bestaat en zekerheid geeft.

Is niet elke seconde een mogelijk uur U?

Waarom nog wachten?

Waarom niet nu?

Later bestaat niet, je weet hoe dat gaat

Later dat gaat niet, later is te laat.

Is niet elke seconde een mogelijk uur U?

Later bestaat niet.

Later is nu.

Mooi en toepasselijk voor deze onzekere coronatijd, lijkt mij. De Gewone Jongen zit zoals gewoonlijk op een ander level. Hij zit naast me de krant te lezen en moet ontzettend lachen om een cartoon. Zo kan je het natuurlijk ook bekijken.

Zoet & zout

NRC-journaliste Tracy Metz bezocht onlangs een aantal aansprekende projecten aan de Friese Waddenkust. Ook de Terp fan de Takomst bij Blije had haar interesse. Terwijl de mannen de bijzondere auto’s in de garage bekeken, bespraken wij in het boomgaardje het wel en wee in de omgeving van het Wad. Een week later bezorgt de post een boek van haar hand. Zoet & zout, Water en de Nederlanders. Het is een kloek exemplaar, moeizaam te hanteren boven het dekbed, maar spannend. Teksten over technologie, ruimtelijke ordening, landschapsontwikkeling en natuur wisselen elkaar af met hoofdstukken waarin de verbondenheid met water tot uitdrukking komt in de beeldende kunst. Nooit zal ik meer hetzelfde naar de zee en de rivieren kijken. Het is Nederland op het toppunt van kunnen, een bron van verbazing voor de rest van de wereld. Een schril contrast met de beschamende beelden over coronafeestjes voor horecasluiting die vandaag de wereld overgaan. Minstens zo erg zijn de aanvallen op Kamerleden die worden uitgemaakt voor kinderverkrachter of volksverrader. En de recente tweet van Wilders over Henk en Ingrid die niet naar de IC kunnen omdat Mohammed en Fatima die plek al hebben bezet. Gelukkig pareerde Asscher adequaat dat Henk, Ingrid, Mohammed en Fatima zich een slag in de rondte werken in onze ziekenhuizen, voor álle patiënten. Zoet & zout. Jawel.

Richels en randjes

Ik zit aan mijn serene tafeltje en kijk naar buiten. Het mossige grasveld onder de fruitbomen verandert langzaam in een gele lappendeken van bladeren. Een groepje merels, ik tel er zes, doet zich tegoed aan de resten van de perenboom. Sommige peren liggen half vergaan op de grond, andere hangen aangevreten nog aan een tak. Zelf neem ik af en toe ook een sappig peertje van eigen oogst. Dat doe ik tussen ons schilderwerk door. Wat moet je anders tijdens een gedeeltelijke lockdown? Nou ja, dit Damesmeisje weet wel veel beters te doen, maar ze wil niet zeuren, de klus moet af. En een klus is het. Nog nooit kozijnen gezien met zoveel richeltjes en randjes. Wie bedenkt zoiets? Zoet staan we naast elkaar te kwasten, soms een kreun als de gebukte rug weer omhoog moet of gemopper als een druppel verf een eigen leven wil leiden. Aan het einde van de middag is veel bereikt, maar nog niet alles. De badkamerdeur is nog ongeverfd, de voegen van de tegelvloer in het toilet moeten aangepakt, de verrotte vloerdelen in het gangetje moeten gerepareerd. Maar anders dan in de rest van Nederland zijn de richels en randjes hier eindelijk onder controle.

Vroeger

Het is de 3e keer in twee weken dat ik in het buitendijkse gebied bij Blije ben. De eerste keer scheen de zon en was het paars van de zeeherfstastertjes De tweede keer had het net geregend, het was uitkijken om niet uit te glijden in de modder, in de verte bij het Wad enorme vogelmassa’s, druk bewegend in de lucht. Vandaag is het goed weer, tegen de verwachting in. De paarse kleur heeft plaats gemaakt voor het wit van zaadpluizen, grote groepen gakkende ganzen vliegen over, een eenzame haas vlucht weg. Met mensen van Rijkswaterstaat bezoeken we de locatie van de Terp fan de Takomst, een mienskip project van ons dorp. Koeien lopen nieuwsgierig mee aan de andere kant van de sloot. Net als ze vroeger deden in mijn geboortedorp tijdens een processie. Bij de ijzeren paal die de plek markeert staan we stil. Iedereen kijkt naar de verte, daar waar Ameland ligt in zachte contouren en een streep schittering de Waddenzee doet vermoeden. Ik kijk terug naar waar ik zojuist vandaan kwam. De kerktoren van Blije is nog net te zien boven de boomkruinen, hier en daar een windmolen. Alles ademt rust, ruimte, natuur. Het is van een onaardse schoonheid. Niets en niemand is hier bezig met de nieuwe maatregelen of de vlieg op het hoofd van Pence. Of het feit dat er wereldwijd zo’n 1 miljoen dier- en plantensoorten met uitsterven worden bedreigd. De Wadloper verbreekt de betovering. ‘Vroeger’, zegt hij, ‘kon je hier bijna niet lopen door de vogelnesten.’

Waxinelichtje

Onderaan de trap staat een huisaltaartje. Elke ochtend, bij het naar beneden komen, zet ik een plastic waxinelichtje aan. Ooit kocht ik er een grote hoeveelheid van voor een feestelijke gebeurtenis in het dorp. Eén avond branden en daarna lagen ze doelloos in een aantal gestapelde doosjes. Tot het moment dat ik bedacht dat het elke dag ritueel aanklikken van zo’n neplichtje vast wel de betekenis evenaart van een keer in de zoveel tijd een echt kaarsje aansteken. Sindsdien kunnen de vaders, de moeders, de vriendinnen en vrienden en de twee poezenkinderen in de hemel zich verheugen op dagelijkse aandacht. Wat zouden zij vinden van de huidige gebeurtenissen? Het ziet er allemaal niet best uit. Morgenavond weer een persconferentie en zoals gewoonlijk ligt het nieuws alweer op straat. Zoveel mogelijk thuisblijven, alleen reizen als het moet, de horeca weer twee weken dicht. Opvallend is dat het in deze tweede golf nauwelijks gaat over de verpleegtehuizen. Het is nu mondkapjes wat de klok slaat. Maar verplicht dragen zit er nog niet in. Wat is dat toch, die onwil? We hebben geen zin meer om te luisteren naar al het coronagedoe en gaan lekker vroeg naar bed. Nog even lezen. Ik klik het lichtje uit en kijk naar de foto van mijn moeder. Het is een zegen dat ze dit niet meer hoeft mee te maken.

Dorhouter

Zondagochtend. Krantje lezen, kop koffie, gezellig samen op de bank. Wachten tot het 12 uur is, dan gaat de bouwmarkt open. Daar blijkt het veel drukker dan verwacht. De parkeerplaats staat bijna vol. Geen hemel te bekennen binnen. Koortsachtig zoek ik mijn mondkapje, een mooie zwarte. Voor mijn ogen doemt een hoopje stof op, liggend op mijn computer. En een pakje met meer verantwoorde mondkapjes op de keukentafel, klaar om in de auto te leggen. De Gewone Jongen doet triomfantelijk zijn bondkapje op, ik loop ongemaskerd achter hem aan de bouwmarkt in. Voor het eerst voelt dat ongemakkelijk. Plotseling zijn de rollen omgedraaid. Eerst een paria met, nu een paria zonder. Hoe snel kan iets veranderen. Tot nu toe ontsprong Friesland de coronadans. Maar het gebied waar we wonen kleurt nu langzaam rood. De cijfers lopen op. Net als de discussies. Premier Rutte vergeleek Nederland van de week met een borduurwerk van 17 miljoen steekjes. Waarmee hij wilde zeggen dat honderden kleine missteken -lees corona-ontkenners – in zo’n groot werk minder opvallen dan één grote missteek. Aardige metafoor, zeker voor de alsmaar bordurende Damesmeisjes. Maar deze levenslustige dorhouter overtuigt het niet. Bevrijd ons alstublieft van al die discussies op TV, in de niet te vermijden talkshows, op Radio 1, tussen ons allemaal. Iedereen verplicht een mondkapje snoert letterlijk en figuurlijk iedereen de mond. Heerlijk!

Sally Holmes

Ons huis is 119 jaar oud. Een romantische woonboerderij, met witte rozen over de tuinmuren, uitzicht over een weiland met paarden, een kleine boomgaard en rondom zo’n 40 hoge bomen. Het is corona en thuisblijven wat de klok slaat, maar hier is dat helemaal niet erg. Net als half Nederland zijn we aan het klussen geslagen. Het halletje bij de voordeur moet opgeknapt. De houten lambriseringen zijn verrot. Als het waar is dat de eerste indruk de beste is, dan is het in ons huis niet goed binnenkomen. Inmiddels hebben Friese witjes de plaats ingenomen van de lambrisering. Het ziet er puik uit, en overmoedig geworden moesten ook alle deuren eraan geloven. Want in de 12 jaar dat we hier wonen kon geen enkele deur goed dicht. Wisten wij veel. De deuren bleken niet te tillen, want van hardhout. Ze zijn 4 cm dik, en de kozijnen maar 3,5 cm. Na veel schaven, schuren, tillen en passen blijkt niets waterpas. Alles staat hier schots en scheef. Na een hele dag klussen zijn we kapot. Maar alles kan nu dicht. Ik doe de keukendeur open en kijk over het weiland. In de verte het geluid van zeemeeuwen. Opzij, in een van de borders, trekt roos Sally Holmes mijn aandacht. In de zomer is het een storende rozenstruik met veel te veel slordige bloemen. Nu bloeit één enkele roos. Precies zoals het moet zijn.

Vriendschap

Twee opmerkingen spoken in bed door mijn hoofd. Allebei zijn het reflecties op de gebeurtenissen rondom Verwarde Vriendin. Normaal gesproken kan iemand die het spoor bijster raakt altijd terug naar een vertrouwde omgeving. Een vaste woonplek, de supermarkt om de hoek, het dagelijkse ommetje. Verwarde Vriendin heeft dat allemaal niet. Waar ze ook heen gaat, alles is nieuw, onbekend, bedreigend. Zo gezien is het dus helemaal niet gek dat de vriendinnen en zus op zoek zijn naar een huisje voor haar. En dat meteen gezellig en vertrouwd willen inrichten. Haar weigering mee te willen werken hieraan zou in feite een grote schreeuw om hulp kunnen zijn. Maar er is ook een andere kant aan al dat helpen. Gaat het om een depressie met psychotische kenmerken? Is het een beginnende dementie? Of is het haar persoonlijkheid die langzaam aan het desintegreren is? Die laatste mogelijkheid is nieuw voor me en werpt een ander licht op de zaak. Hulpverleners weten hoe ze met zo iemand moeten omgaan. Vriendinnen niet. Een zus ook niet. De taak die voor me ligt is misschien anders dan ik dacht. Ik ben geen hulpverleenster, die moet proberen de zaak in goede banen te leiden. Terwijl het onderwerp van al die zorg alleen maar boos is, om zich heen slaat en dat alles niet wil. Is het niet veel belangrijker om een vriendschap van meer dan 40 jaar te koesteren en te beschermen? Het betekent afstand nemen en zo tegelijkertijd dichterbij proberen te komen. Naar dat wat er ooit tussen ons was.

Neanderthaler

De Gewone Jongen begon ermee. De slaapkamerdeur op een kiertje zetten na nachtelijk toiletbezoek. Die ene keer was genoeg voor simpele kattenhersentjes. Vanochtend maakt een kirrend geluidje me wakker. Tashi geeft met haar grote ronde ogen aan dat het tijd wordt om op te staan. Nooit kan ik haar smeekbedes weerstaan. Ik loop naar beneden en doe de boerenkeukendeur voor de helft open. Voor mijn ogen ontvouwt zich een mistige wereld vol met het geluid van dikke regendruppels. Een leger meeuwen bevolkt het weiland. Ze vliegen allemaal op als Tashi naar buiten springt en hard rennend de tuin in verdwijnt. Terwijl ik me aankleed luister ik naar Radio 1. Een opgewonden discussie over iemand die positief op corona is getest. Wat dat betekent voor de verkiezingen. Ik roep het nieuws naar de Gewone Jongen, nog diep begraven onder het dekbed. ‘Ik geloof dat Trump corona heeft’. Een paar minuten later kijken we samen naar het laatste nieuws. Trump twitterde het bericht zelf.  ‘Dat is geen toeval, dat is opzet’, sombert de Gewone Jongen. Mannen als Bolsonaro en Trump die kiezen voor gezichtsverlies? Ik geloof er niets van. Ik moet denken aan een recent artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Volgens een Duitse onderzoeker heb je drie keer zoveel kans om aan de beademing terecht te komen als je een specifiek gen hebt. Het Neanderthaler gen.