GOED GEVOEL?

Dochterlief stuurt een video opgenomen in Amsterdam Osdorp. Jarenlang werkte ik daar vlak in de buurt, ik herken de gebouwen. ‘Zo zonde’, appt ze, het was zo’n mooie buurt, maar helemaal naar z’n moer’.

Het nieuws springt gejaagd van de ene rel naar de andere. De deskundigen aan tafel weten allemaal precies hoe het zou moeten. Ga er maar eens echt aan staan, denk ik voortdurend. Maar ik heb net zo goed makkelijk praten, hier in deze veilige bubbel in het hoge noorden.

‘En? Ben je nu wakker geworden? Goed gevoel? Dat je je stad naar de vernieling hebt geholpen? Wat heb je gedaan met de spulletjes die je gestolen hebt gisteravond? Voelt het goed om wakker te worden met een tas vol gestolen spullen naast je? We hebben de afgelopen jaren met elkaar ongelooflijk veel geld en energie gestoken om hier prachtige mooie winkelstraten van te maken. Je bent er trots op toch? En vervolgens help je je eigen stad de vernieling in. Een held toch hè, ben jij? Wat zegt je geweten eigenlijk?

Ouders: Hebt u uw zoon gemist gisteren? Heeft u zich afgevraagd waar die was? Heeft u gebeld van: kom thuis, want het is 9 uur geweest? Of heeft u toch de gestolen spulletjes gezien en gedacht: het is normaal dat het zo gaat?’

Het is een open deur, maar daarom niet minder waar. Tegenover negativiteit staat altijd positiviteit. De schoonvegende bezems, de crowdfundingsakties, de boeketten bloemen en taartjes.. En een Rotterdamse burgemeester die ècht zegt waar het staat.

Blije, 22.15 uur

DE LENTE KOMT

DE LENTE KOMT Blije 25 januari 2021

For what its worthor What It’s Worth

Produced by

There’s something happening here
What it is ain’t exactly clear
There’s a man with a gun over there
Telling me I’ve got to beware

Think it’s time we stop
Hey, what’s that sound
Everybody look what’s going down

There’s battle lines being drawn again
Nobody’s right if everybody’s wrong again
Young people speaking their minds once again
So much resistance from behind

Think it’s time we stop
Hey, what’s that sound
Everybody look what’s going down

Crosby, Stills & Nash

Bolwerken, Dokkum

Mijn tuin, Blije

DE NIEUWE MUTANTEN KOMEN

Boven Blije hangt een enorme dreigende, donkergrijze plak. We wagen de gok. Regen striemt tegen de autoramen, maar in de verte wenkt het licht. In Oenstjerk straalt de zon, het is heerlijk buiten, en dat is te zien. Werkelijk overal komen mensen vandaan. Met kinderen, met honden, met zijn twee, soms alleen. In het bos -we zitten hier in de Friesche Wouden- zijn de paden drassig, de varens fris en groen ondanks de winter, de bramenstruiken een kluwen kale takken. Aan de overkant van het bos ligt de oude dorpskern, gebouwd rondom een typisch Fries kerkje op een terp. Hier is geen mens te bekennen, rust, ruimte, corona heel ver weg.

Onderweg naar huis appt Dochterlief. ‘Kijk even terug naar WNL op zondag over corona, nou daar word je niet blij van’. Er blijken steeds meer aanwijzingen dat de nieuwe mutanten van het virus de afweer kunnen omzeilen. Plotseling zitten we in een slechte science fiction film. Dat gevoel wordt nog groter na het zien van de rellen in allerlei steden.

Ik moet denken aan wat columnist Goslinga van Trouw onlangs schreef over de voortdurende coulante houding van de partijen rechts van het midden tegenover de polariserende krachten. Dat heeft geleid tot een politiek waarin niet vertrouwen maar wantrouwen de boventoon voert. De pot en de ketel zijn van positie verwisseld. Het is niet de linkse kerk, het is de rechtse kliek, die zich dit allemaal mag aantrekken. En dat laatste zijn mijn woorden.

VAN DE STEIGERS KLINKT MUZIEK

Vanochtend een bemoedigend gedicht van Marieke Lucas Rijneveld op de voorpagina van Trouw.

denk de dagen langer en niet versomberen, denk aan hoe je straks terugkijkt op

deze tijd, aan hoe bijzonder dat we met zijn allen binnen en er doorheen zijn gekomen,

denk je bij iemand die warm en zacht, denk je de avond en steeds langer licht

Ook fijn: Matthijs gaat weer door. Een spectaculair steigerdécor, een veelkoppige band, een wervelende show. Een prijswinnaar die een zelfbenoemde prijs uitreikt. De band die alvast een voorschot neemt op een nieuwe Summer of Love dit jaar. Oud die in Forever Young het stokje over pakt van de aanwezige twintigers. Hoofdgast André van Duin die vertelt over zijn ernstige ziekte, waaraan zijn man wél overleed en hij niet. De zanger van De Dijk die hem de vertaling toezingt van de Bob Dylansong. Voor eeuwig jong. De komiek die aangedaan zegt: ‘Ik ga het proberen’. De apotheose, gewijd aan de recent verschenen -slechte- film over David Bowie. ‘Zo zijn we niet getrouwd, we wreken hem. Zijn leven was een opera, we geven hem een opera’. Van Ground Control naar Spaceman naar Lets Dance, een meeveranderd decor, in kleuren, in sfeer. Alles staat als een huis, de zangeres met de bekende streep in haar gezicht.

‘Het is nog steeds de top’, zegt de Gewone Jongen. Maar bij mij knaagt het. Alles zit er in, goeie muziek, originaliteit, warmte. Mis ik misschien publiek, het èchte applaus, het samenspel, of mis ik juist de intimiteit van vroeger?

Eerste getekende damesmeisjesvlop, maart 2016

LEKKER PÛH

Corona, dat was toch de aanleiding voor deze blogs? Maar de afgelopen weken was het voor mijn gevoel vooral Amerika, Amerika. Wat is dat toch, die aantrekkingskracht? Terwijl er naast onze deur deze week dingen gebeuren die misschien veel belangrijker zijn voor onze toekomst. Na 15 jaar vertrekt bondskanselier Angela Merkel. Betrouwbare en rotsvaste pilaar in Europa. Ik moest notabene googelen om de naam van haar opvolger te vinden. Hij heet Armin Laschet.

En dan de arrestatie van de Russische oppositieleider Navalny. In M het verhaal over de video, die op datzelfde moment viraal ging over een buitenhuis van Vladimir Poetin. Betaald met belastinggeld, 1 miljard euro waard, met een amfitheater, een ondergrondse ijshockeybaan, een aquadisco. De 29 miljoen Russen, die deze video inmiddels gezien hebben, dachten voor het zien ervan nog dat iedere oligarch corrupt is, maar Poetin niet. Morgen komen er demonstraties in 50 Russische steden. Als er ooit een moment was, dat het er in Rusland om gaat spannen, dan is het nu. Maar onze ogen zijn massaal gericht op Amerika, Amerika.

Ondertussen komt de avondklok eraan. En dacht ik dat er in ons kleine dorp helemaal niets gebeurde op coronavlak. Niets blijkt minder waar. De eerste coronadode in Blije is een feit, een vrouw van 93 jaar oud. Of zij aanwezig was op de plek van de besmetting -een tentje met oliebollen en bier waar zeker 20 mensen corona kregen- is de vraag. Goed nieuws is er ook. De LC bericht dat vanaf eind volgende week de vaccinatie start van zelfstandig thuiswonende ouderen in Friesland.

KARPERSCENE

We moeten meer aan onze conditie doen, vindt de Stienser huis-aan-huis krant. Een rondwandeling in het dorp bijvoorbeeld. Altijd wel in voor een nieuwe route pakken we de auto. Op radio 1 gaat het over een conflict over een visplek. ‘Weet je wat je daarvan krijgt’?, zegt een opgewonden mannenstem. Hij wacht even en zegt dan bloedserieus: ‘Haat in de karperscene’. ‘Mooie titel voor een boek’, zegt de Gewone Jongen terwijl we lachend uitstappen bij de St Vituskerk.

De zon schijnt, de wind is hartstikke koud en stevig. Na een paar minuten wandelen zijn we de weg al kwijt. Pas na twee keer een rondje rondom de kerk vinden we het beginpunt. Maar daarna is de Bûtenskilwei niet te vinden en ook de Breedyk is zoek. Via wat omwegen komen we terecht in een klein park met villa’s aan het water. De goudkust van Stiens, achter onze AH, zonder dat we het wisten.

Bijna bij het eindpunt ontdekken we een onbekende kringloopwinkel. Verlangend staat de Gewone Jongen met zijn neus tegen het raam. Een man komt naar buiten en zegt dat we wel even mogen rondkijken, ook al mag het niet van de corona. De Gewone Jongen is binnen voordat ik er erg in heb. Terwijl ik een rieten stoeltje spot voor bij de Knaus van de Damesmeisjes, scheurt een auto het terrein op. Vier onguur uitziende jongemannen lopen luid gebarend naar binnen en meteen door naar achteren.

‘Moord in de karperscene’, mompelt de Gewone Jongen in mijn oor, ‘snel weg van hier’.

Kippenvel en tranen

Ooit won de Gewone Jongen een reis naar Orlando, bezoeken aan allerlei pretparken inbegrepen. Al die commercie, het leek me niks. Wist ik veel. De eerste overweldigende dag in Disney World kwamen we terecht op Liberty Suare. Na een imponerende film over de VS sloten de gordijnen. En heropenden. ‘Ladies and gentlemen, meet the Presidents of the United States of America’. Een lichtspot, en daar stonden en zaten ze. Lincoln hield een toespraak, hoofden bewogen. Waren het acteurs of poppen? Het was net ver genoeg om onzeker te zijn. Het volkslied. Alle aanwezigen, ook wij, stonden op en zongen mee met de hand op het hart. Eenmaal buiten, was ik all the way een Amerikaanse. Met grote bewondering voor dat dappere en optimistische volk, hun presentatie en hun geloof in zichzelf.

Vandaag net zo’n gevoel. Wat een ‘majestic drama’! Het glorieuze veld vol met Amerikaanse vlaggen. De trotse CNN-commentatoren. Het enorm contrast met 2 weken geleden. De alleszeggende broche van Lady Gaga. De eerste vrouwelijke Afro-Amerikaanse vicepresident. De eerste second gentleman. De gracieuze jonge dichteres, hoogopgestoken haar, de rode haarband als een uitroepteken. De 46ste president, zijn ziel in zijn woorden. Zijn belofte van eerlijkheid, nooit denkend aan macht, met eenheid als de leidende kracht. Het 2e couplet van de National Anthem.

The work and prayers of centuries have brought us to this day.
What shall be our legacy? What will our children say?
Let me know in my heart when my days are through
America, America, I gave my best to you.

Terug naar de WHO, weer deel van het Parijse klimaatakkoord, een streep door de pijpleiding, de muur en het inreisverbod.
Voor het geval we het nog niet wisten: there is a new sheriff in town.

Jaren van ploeteren

Vanochtend begon anders dan anders. De website van de Damesmeisjes moet professioneler en daarvoor moet werk verricht. Nieuwe teksten, aanvullende foto’s, logische indeling, dat soort zaken. Nog nooit eerder beschreven de Damesmeisjes zo uitvoerig waar ze nou precies mee bezig zijn. Wat is het wat hen precies bindt? Wanneer schreven ze de eerste brief aan elkaar? En waar komt de term Damesmeisjes eigenlijk vandaan?

Maar goed dat dit Damesmeisje zo bewaarderig is. Een oude ijzeren munitiekist op de logeerkamer zit boordevol volgeplakte dagboeken vanaf begin 80er jaren. Kaarten, berichtjes, foto’s, artikelen uit krant en tijdschrift, alles wat maar enigszins de moeite van het bewaren waard is, vond een plek. Zo ook de brieven van en aan het andere Damesmeisje.

Daar zat ik dus vanochtend, op mijn knieën tussen de dagboeken. Helemaal terug in andere tijden. Daar vond ik dit gedicht. Ik wist meteen weer waarom ik het destijds had ingeplakt. Maar vandaag doet het me denken aan Joe Biden.

HET ONGEWONE IS GEEN MOED

De Polen reden vanuit Warschau de Duitse tanks tegemoet op paarden.
Te paard, en wetend, in zonlicht met sabels.
Ik heb geen vrede met een schoonheid van die grootte.
Toch wil dit gedicht die dag verkleinen.
De moed meten.
Zeggen dat is geen moed.
Het hartstocht noemen.
Stellen dat moed niet zo is; niet op zijn best.
Onmogelijk ja, en met allure.
Zij reden in zonlicht.
Werden verpletterd.
Maar ik zeg moed is niet zo buitensporig
niet de verbluffende daad. Niet Macbeth met grote woorden.
Niet de Verloren Zoon, of Faust. Maar wel Penelope.
Niet de verrassing. Het verbaasd ervaren.
Trouwen, niet de ervaring van een maand.
Niet de uitzondering.
Een schoonheid die de dagen doorstaat. Stevig en helder.
Het gewone magistrale, waar jaren ploeteren in gaat.

Naar Jack Gilbert / Judith Herzberg

Licht in de tunnel

Het is vandaag Blue Monday. Weer zo’n door de commercie bedacht flauwekul verhaal. Het zou gaan om een wetenschappelijk verantwoorde formule uit 2005 waaruit blijkt dat de meeste mensen zich op de laatste maandag van januari neerslachtig of weemoedig voelen. Het uitvoeren van goede voornemens is alweer mislukt, de vakanties zijn nog ver weg. Volgens kritiek was het bericht afkomstig van een PR-bureau in opdracht van een reisbureau. Hoe dan ook, ik merkte er helemaal niks van, van Blue Monday. Het was alom een vrolijke dag.

‘Ik voel hem wel even, maar het is geen bevalling’. En: ‘Ik wil graag 102 worden’. (101-jarige vrouw die haar eerste vaccinatieprik krijgt.)

‘Jullie prestatie is net zo groot’. (Voorzitter van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elfsteden tijdens de onverwachte huldiging in M van 3 vrouwen die ooit de Tocht der tochten wonnen, maar er nooit erkenning voor kregen.)

‘Er gaat een streep door alle schulden die de gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire bij de overheid hebben. Ik doe een beroep op private partijen om hetzelfde te doen’. (Staatssecretaris Alexandra van Huffelen in het NOS-journaal.)

‘Niet zeuren, gewoon doen’. (Lilianne Ploumen, de nieuwe lijsttrekker van de PvdA.)

‘Ik moet steeds denken aan het boek Licht in de tunnel van Marc de Hond. Die wachtte niet op het licht aan het einde, maar maakte er ook ín de tunnel het beste van. Dat moeten wij ook proberen’. (IC-verpleegkundige Joep in zijn wekelijks verslag in de LC vanuit het ziekenhuis in Heerenveen).

Bokalen met wijn

De Gewone Jongen kan smeuiig vertellen hoe kort zijn acteercarriere was. Het was op een toneelclubje tijdens zijn lagere schooltijd. Samen met zijn rovervrienden zat hij te zingen bij het kampvuur -een zootje hout met een lampje eronder-. ‘Wij zijn de rovers van de Zwarte Bende, wij zijn niet bang, nee, wij zijn niet bang’. Eén zin mocht ie zeggen, één zin maar: ‘Bokalen met wijn, schalen met vlees. Wij zijn toch rovers?’. Het is een gevleugelde uitdrukking in ons leven, als een van ons het even niet meer ziet zitten.

Zeggen: ‘Daar heb ik toch een vrouw voor?’, als ik protesteer tegen een onjuiste beschuldiging. Zeggen: ‘Ik ga met je mee’, refererend aan een instemmend jurylid dat cijfers gaf aan voortuintjes in Amsterdam Noord. Zeggen: ‘Daar doen we het voor’, verwijzing naar het strand in Normandië, zo geliefd bij het andere Damesmeisje.

Het is als het kleine hondje bij Farebuorren. Terwijl we de boerderij met het nieuwe rieten dak passeren, wijzen we elkaar op de aalscholver die altijd op de hoge paal met de roofvogelkast zit. Dan het gevoel van verwachting. En ja hoor, daar komt ie aanstormen langs de zijkant van het volgende huis. Luid blaffend rent ie opgewonden met ons mee. Geen moment verliest ie de erfafscheiding uit het oog en waar het terrein van zijn baasje stopt, blijft ook hij staan.

Het is weten wat er komen gaat.
Het is gezamenlijk plezier.
Het is voorspelbaar klein geluk.

MUSSEN

De route van vandaag loopt deels langs de Ljouweterdijk en slaat dan links af naar een doodlopende weg richting de Zeedijk. We stappen stevig door, diep gebogen tegen een snijdende wind in, handen diep in de jaszakken. Boven onze hoofden klinkt een voortdurend gegak van grote formaties ganzen. ‘Niels Holgersson’, zegt de Gewone Jongen, denkend aan een favoriet boek van vroeger. Ik probeer snel mijn mobiel tevoorschijn te halen, zodat ik een foto kan maken van de overvliegende vogels. Als altijd ben ik weer te laat.

Terug in Blije horen we op grote afstand een ander vogelgeluid. Het gekwetter van een mussenvergadering in een grote strook kale kornoeljestruiken. Het vertrouwde geluid brengt ons allebei terug naar onze jeugd. Haarscherp herinner ik me hoe mijn vader met een luchtdrukpistool schoot op de mussen in onze achtertuin en in de buurt van zijn ouderlijk huis. Oefenen voor het vogelschieten van de schutterij, zei hij. Mijn stadse Hollandse moeder vond het niks. Zij ergerde zich eraan hoe in het kleine Limburgse dorp werd omgegaan met dieren. Zo sprak ze boeren kwaad aan, als zij hun hond aan de ketting hadden liggen. En ze stuurde haar kinderen met pannendeksels naar buiten om de vogels weg te jaren als haar man het weer op zijn heupen kreeg.

Wat was het ooit gewoon. Waar de mens was, waren de mussen. Nu zijn we opgetogen blij als we ze nog een keertje horen.

 

KRANKZINNIG

‘Het kabinet treedt toch af vandaag’, appt het Damesmeisje uit de grote stad. Een minuut eerder zagen we elkaar nog via een videoverbinding, om met een paar leuke wizz-kids te overleggen over onze nieuwe website-in-wording. Enigszins gelaten zet ik de TV aan om te kijken naar iets wat eigenlijk allang geen nieuws meer is.

Maar ’s avonds bekruipt me alsnog een grote woede. Dat is op het moment dat ik in de gaten krijg wie de grootste schuldeiser is van de gedupeerden van de toeslagenaffaire. Een groot deel van de beloofde € 30.000 gaat direct weer terug naar de Belastingdienst. Geld, bedoeld als compensatie voor aangedaan leed. Geld, dat notabene nog niet eens is uitgekeerd. En dat geld zou op moment van eindelijk uitbetalen als een soort vestzak-broekzak truc opnieuw worden afgepakt? Nadat je al 10 jaar lang zo onrechtvaardig behandeld bent? De onmacht van de gedeputeerde ouders is niet om aan te zien.

De lijsttrekker van de PvdA is weg, de minister van Economische Zaken en Klimaat heeft opgezegd, het voltallige kabinet is opgestapt. De Beroepsvereniging Bewindvoerders stapt als protest uit het overleg met de Belastingdienst omdat de laatste op geen enkele manier bereid is om zijn wettelijke positie als eerste schuldeiser op te geven. Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid, jawel, maar het lost helemaal niets op Het is te krankzinnig voor woorden. Nu. Meteen. Het mes. Diep in de Belastingdienst.

DE VAL

DE VAL Blije 14 januari 2021

Vandaag 1 jaar geleden stond ik stoer op een hoge ladder in de Kunstkapel in Amsterdam woorden van het andere Damesmeisje aan de muur te bevestigen. Die nacht, terug in Blije, kon ik niet slapen. Het was 2 uur en ik moest nodig. Tashi mocht sinds een paar dagen in de woonkamer blijven. Het was donker, ik sloop zachtjes de trap af en keek ondertussen ingespannen naar waar ze zat. Een stap in het luchtledige en voordat ik het wist kwam ik via het plateautje halverwege de trap terecht op de houten vloer beneden. Op de Spoedeisende Hulp bleek uit de röntgenfoto dat mijn linker hielbeen was gespleten. Meteen kwam iedereen in beweging, ik kreeg een stevige pijnstiller en nog diezelfde ochtend vond de operatie plaats.

Wekenlang moest ik op bed liggen, Ik las de nodige boeken en borduurde mijn gipsbeen vol met het verhaal over de val. Na een moeizame revalidatie volgde een tweede operatie: het weghalen van 3 grote schroeven. Daarna ging het snel beter. Afgelopen week wandelden we alweer 10 km en voor het eerst heb ik een klein stukje gerend.

Twee operaties in één jaar. Allebei de keren nam ik me voor om namen van verzorgend personeel te onthouden, om persoonlijk te kunnen bedanken. Allebei de keren waren de namen na de operatie verdwenen uit mijn hoofd. Daarom gaat er vandaag een brief op de post, aan iedereen van de afdeling orthopedie. Want wat een mazzel dat je in Nederland terug kan vallen op zo’n goeie zorg!

MALWARE

Mijn laptop heeft last van malware. Als ik niet verify ontvang ik geen email meer. Natuurlijk trap ik niet in dat dreigement. Maar vervolgens krijg ik stapels onbekende emails retour die niet kunnen worden verzonden. Een jongeman van de hulplijn haalt een scanner door alles heen. Na een halfuur bromt hij tevreden dat alles schoon is, niks meer aan de hand. Ging het in de rest van de wereld maar net zo gemakkelijk. Alles lijkt wel tjokvol malware. Even scannen van de programma’s helpt niet meer. Ruggen moeten gerecht, verantwoordelijkheden genomen, knopen doorgehakt.

In de VS is de situatie explosief. De eerste aanwijzingen voor een burgeroorlog zijn onmiskenbaar. Wat is wijsheid? Nog meer olie op het vuur lijkt niet verstandig. Maar wil een democratie geloofwaardig blijven, dan mogen welbewuste misstappen niet ongestrafd blijven. Gelukkig zijn er nog steeds mensen die staan voor hun functie, die een standpunt durven innemen dat velen niet welgevallig is.

Die lijn kan je doortrekken naar Nederland. Coronacrisis of niet, de betrokken bewindslieden bij de toeslagaffaire moeten opstappen. Het onrecht dat zo’n 30.000 mensen is aangedaan, de fouten die zijn gemaakt, dat kan je niet met wat excuses naast je neerleggen en gewoon doorgaan. De conclusies spreken voor zich, neem je verantwoordelijkheid.

Malware moet gefixed. Laten zitten betekent dooretteren. Hup, het mes erin en snijden. Diep. Dus niet zoals bij mij. Zojuist weer tientallen niet verstuurde mailtjes retour ontvangen.

JOOP 2

Zo hadden de Damesmeisjes een keer een gesprek met Joop Mulder. Want ze hadden wilde Oerolplannen met hun caravannetje, helemaal alleen ergens op een verlaten Terschellinger strand. De proefkoekjes voor de bezoekers, kekke damesmeisjeslaarsjes, waren zelfs al gebakken. Joop kwam de Knaus binnen en die barstte meteen uit zijn voegen. Het was een beetje ongemakkelijk, zo dicht op elkaar. Mooie tijd was dat, denk je nu. Toen we begonnen te vertellen, bleek Joop’s grote talent. Hij snapte onmiddellijk het hoe en waarom. Hij voegde hier een nieuw plannetje aan toe, daar haalde hij iets weg. De Damesmeisjes werden er helemaal vrolijk van.

Joop zag het dus wel zitten allemaal. Maar er was één probleem: de Damesmeisjes waren te oud! ‘Oerol is vooral bedoeld om jonge kunstenaars een kans te geven, daar horen jullie niet thuis’. Wij natuurlijk protesteren. Was het, juist voor jonge bezoeker, niet geweldig om te zien dat vriendschappen een heel leven lang kunnen duren? Dat je dat op allerlei manieren vorm kan geven en dat dat zorgt voor groot levensgeluk? Joop was het helemaal met de Damesmeisjes eens, maar hij bleef bij zijn standpunt. Te oud is te oud!

In de twee jaar na dit gesprek liet Joop af en toe wat van zich horen. Over een festivalletje in Groningen, een evenementje in een park in Leeuwarden. Nooit werd het wat. En nu is hij er niet meer, de bevlogen dromer. Hij werd 67 jaar, niks jonger dan de Damesmeisjes.

VERHUISD

Het is koud buiten en het waait hard. Samen lopen we langs het hoge verpleegtehuis richting de supermarkt, zo’n 10 minuten verder. De vrouw naast me komt voor het eerst in een halfjaar weer buiten, het is duidelijk wennen voor haar. We praten over de afgelopen tijd, hoe het voor haar is om door corona en ziekte vast te zitten in Nederland en afgesneden te zijn van haar echte leven in India En hoe het voor de vrienden hier is om te willen helpen, maar niet goed te weten wat het beste is voor haar.

In de supermarkt is het niet druk. Met mondkapje op en allebei een karretje voor de 1,5 meter afstand doen we geroutineerd boodschappen. Bij de kassa zijn telefoonkaarten te koop en ook pinnen blijkt mogelijk. Even later lopen we weer op straat, samen een zware boodschappentas zeulend.

Binnen, in haar nieuwe aanleunwoning, vertelt Indiase Vriendin dat ze had verwacht op een soort voorlopige campingplek terecht te komen. Ze is blij verrast dat het zo gezellig is, zo warm, met alles erop en eraan.

Zal deze woonplek een einde maken aan haar ontheemde gevoel? Voor nu is er in elk geval tevredenheid, en dat is meer dan terecht. De Russische klusjesman, die een paar uur eerder een boekenkast en een kaptafel kwam vastschroeven, kon er niet over uit. Zo ruim, zo’n grote slaapkamer. Voor één persoon?

JOOP

Ik zie op internet condoleances voorbij komen voor Joop Mulder. Is dit jou bekend’? Een appje van onze Overbuurvrouw, het is 7 uur in de avond. Ik schrik. Joop is de oprichter van Oerol en sinds een aantal jaren houdt ie zich aan deze kant van de Waddenkust bezig met zijn nieuwe liefde: Sense of Place. Hij wil de schoonheid van dit prachtige UNESCO werelderfgoed laten zien en de bijna vergeten geschiedenis ervan vertellen aan de hand van een reeks van culturele landschapsprojecten. De aanleg van een buitendijkse terp bij ons dorp maakt hier onderdeel van uit.

Op internet is nog geen nieuws te vinden, ik stuur een appje naar zijn rechterhand. Ze belt me meteen en vertelt dat het waar is. Ze heeft Joop vanochtend gevonden naast zijn bed, waarschijnlijk een hartaanval.

Ik doe wat er moet gebeuren: het bestuur van Dorpsbelang op de hoogte brengen en ook de projectgroepleden. Iedereen is aangeslagen. ‘Reden temeer om dit jaar de terp te realiseren’, reageert een projectgroeplid.

We overleggen met elkaar over een rouwadvertentie:

‘We vinden het verschrikkelijk dat je niet meer samen met ons de Terp fan de Takomst kan bouwen. We gaan er met elkaar voor zorgen dat de terp er dit jaar komt, in jouw geest en mede uit jouw naam.’

ZUCHT

Ik lees de krant.

Friese schapenboeren willen een hek van 1.70 meter hoog rondom heel Friesland om zo de wolf tegen te houden.

Zelfbeheersing in de kindertijd leidt tot gezond en tevreden ouder worden.

De bestorming van het Amerikaanse Capitool is een wake-up call voor Nederland. Ook hier is het politieke klimaat verhard.

We liggen voor op het vaccinatieschema.

Kerkgangers voelen zich schuldig omdat zij mensen in de bijstand hulp hebben aangeboden.

De Britse coronavariant is niet te stuiten: noodtoestand in Londen.

Amerikaanse gelovigen marcheren voor èn tegen de president: ‘Jezus staat aan onze kant’.

De bestormers zwaaiden met vele vlaggen, waaronder die van India, Iran, het eilandstaatje Palau en Georgia. Niet de staat, maar het land op de Kaukasus.

Plots heeft elke ouder een cruciaal beroep. De slijter brengt zijn kinderen naar de noodopvang omdat hij in de ‘voedselindustrie’ werkzaam is.

Amsterdam wil de wietverkoop fors terugdringen.

Schotse vissers zitten in de problemen. EU-klanten lopen weg omdat de versheid van hun vis niet meer gegarandeerd kan worden door de Brexit.

Lodewijk Asscher belichaamt een paradox: in hem zien we de hoop op èn het falen van de overheid.

In Nederland kreeg een 31-jarige de eerste prik. In Duitsland was het een vrouw van 101, in België een 96-jarige man en in Engeland een vrouw van 90.

Ik heb zin in een fris ruikend, kraakhelder, vers opgemaakt bed.

VOGELTJE

Ik moet even in de deel zijn voor een paar flesjes water uit onze voorraad. De deur blijft op een kier voor wat lichtinval. Een flits! Tashi heeft het hem weer geflikt. Roepen heeft geen enkele zin, is de ervaring, dus ik doe de deur dicht in afwachting van smekend gekrab. En vergeet het hele gebeuren.

Een paar uur later, op weg naar bed, zat van CNN en ander verontrustend nieuws, is Tashi zoek. De deel! Ik open voorzichtig de deur, ze spurt naar binnen, verstopt zich onder het Franse keukendressoir, iets donkers in haar bek. ‘Ze heeft een muis’, roep ik. De Gewone Jongen komt assisteren. De kat rent naar de woonkamer, met ons op de hielen. Dan laat ze per ongeluk haar prooi los. Het blijkt een piepklein vogeltje, dat meteen angstige rondjes begint te vliegen. Een winterkoninkje? Ik grijp de tegenstribbelende Tashi en zet haar in de keuken. De Gewone Jongen zet alle deuren naar buiten open en doet de lichten uit. Het vogeltje snapt niets van deze goede bedoelingen en blijft rondfladderen. Een klein moment zit het zelfs bij de voeten van de Gewone Jongen. Maar dan, net op het moment dat we overleggen over andere opties, scheert het laag over de grond richting de gang en naar buiten.

In een hoekje van de kamer een dotje zwartgrijze veertjes, stille getuigen.

MAM

‘En als ‘t waar is van die tunnel met het licht, dan hoop ik dat mijn vader daar staat om me te verwelkomen.”

In een brief aan het andere Damesmeisje schreef ik nog over de 90ste verjaardag van mijn moeder. Kort daarna overleed ze onverwacht. Het had hevig geijzeld die dag, waardoor mijn geplande reis naar het verpleegtehuis in Eindhoven niet mogelijk was. Toevallig (?) keek ik vlak voor het slapen gaan nog op mijn mobiele telefoon en zag een oproep van een onbekend nummer uit die stad. Daardoor belde ik naar het tehuis en mijn Jongste Zus. De verzorgster van dat moment hield de telefoon bij mijn moeder, ik hoorde haar heftig ademen. Ik wist meteen: dit is foute boel, zo was het bij het overlijden van mijn vader 35 jaar geleden ook. ‘Als het mijn moeder was zou ik haar niet alleen laten vannacht’, zei de verzorgster. Daardoor zette ze mij in gang om Jongere Zus, Oudere Broer en Middelste Zus te bellen. Uiteindelijk was alleen Jongste Zus bij haar sterfbed. Een uur later was mam overleden. Heel zachtjes weggegleden, terwijl ze haar hele leven zo ontzettend bang was voor de dood. Michel de Montaigne had gelijk toen hij proefondervindelijk schreef: ‘Maak je geen zorgen over je sterven, als het zover is leert de natuur je dat wel’.

En nu is dat alles alweer 5 jaar geleden. Had zij nog geleefd, dan zou Mam vandaag 96 jaar zijn geworden.

A DAY IN THE LIFE

If Mike comes true for us we will winn the Presidency.

We are going to walk to the Capitol. I’ll be with you.

7 million more votes, it was a fair election.

At least 13 senators say it was un unfair election, certification is impossible.

The 82 year old hands that picked cotton for somebody else, choose now her youngest son to be the first black senator for Georgia.

Sorry, I have to do my job.

The voters, the judges, the states, they have all spoken. If we overrule them we overrule democracy.

What the hell is this?

The Capitol is being invaded.

They are inside!

They are standing on the balconies!

They break through windows!

The people of Congress are in hiding!

Do they have weapons?

The VP is evacuated.

Armed standoff at the door of the House floor.

There have been shots, one woman is injured.

‘Het is spannender dan een gewone film’.

I call on president Trump to go on national television and fullfill his duties.

It is time to go home, we love you.

He still refuses to say he lost a democratic election.

Let’s declare that this is the end of something.

What will the Republican Party do now?

Success has many fathers, faillure just one: it all leads back to the President of the United States.

We go continue and do our business.

Meanwhile: 3.775 deaths because of the pandemic.

HELDINNEN

Lezen. Van kinds af aan was het een grote passie. Nooit viel me op dat er in die boeken geen heldinnen voorkwamen. Ik identificeerde me zonder problemen met de helden: Arendsoog, Winnetou, de Lone Ranger. Zo vroeg ik me ook nooit af hoe het kwam dat mijn broers wel mochten gaan studeren en mijn zussen en ik niet. Pas bij het begin van de tweede feministische golf kreeg ik in de gaten dat er iets niet klopte. Bij de entree van een tentoonstelling over moederschap in Haarlem hing een uitspraak van feministe Joke Smit uit haar beroemde essay Het onbehagen van de vrouw : “Want dat een zo grote verscheidenheid aan individuen zijn leven bevredigend vult met een zo uniforme taak, wil er bij mij niet in”. De waarheid dreunde binnen. Het is dus helemaal niet raar dat ik geen huisvrouw wil worden. Ik kan, net als een man, net als mijn broers, ook voor iets anders kiezen. Zelf de heldin zijn.

In M werden weer 3 Nederlandse heldinnen toegevoegd aan Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes. Majoor Bosshardt, zij gaf haar leven voor het Leger des Heils. Comédienne Soendos el Amadi, zij maakt zich nooit kleint. En One-Tété Lohkay, een legende op St. Maarten. Zie je een vuurtje in de bergen, dan is dat van deze gevluchte slavin, die zegt dat je nooit moet opgeven. ‘Dan moeten eigenlijk de Damesmeisjes ook erin’, zei de Gewone Jongen, ‘jullie zijn ook van die typetjes, zeker met zijn tweeën’.

DAAD

Geen tijd vandaag om een blog te schrijven. Daarom een gedicht. Gewoon, omdat het mooi is. Maar vooral vanwege de schrijver. 91 en nog lang niet gedoofd.

POËZIE IS EEN DAAD

Poëzie is een daad

van bevestiging. Ik bevestig

dat ik leef , dat ik niet alleen leef.

Poëzie is een toekomst, denken

aan volgende week, aan een ander land,

aan jou als je oud bent.

Poëzie is mijn adem, beweegt

mijn voeten, aarzelend soms,

over de aarde die daarom vraagt.

Voltaire had pokken, maar

genas zichzelf door oa te drinken

120 limonade: dat is poëzie.

Of neem de branding. Stukgeslagen

op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,

maar herneemt zich en is daarin poëzie.

Elk woord dat wordt geschreven

is een aanslag op de ouderdom.

Tenslotte wint de dood, jazeker,

maar de dood is slechts de stilte in de zaal

nadat het laatste woord geklonken heeft.

De dood is een ontroering.

Remco Campert

EYEOPENER

Eyeopener heet het blad, met als ondertitel de grote ontsnapping. Ik kwam het vanochtend tegen op onze leesstapel. Ene Jaap Dieleman is de schrijver. Hij is bekeerd tot Jezus en naast het uitdragen van de boodschap over Gods liefde ging hij ook anderen helpen. Hij maakt ons graag deelgenoot van alle activiteiten.

So far, so good. Maar nu komt het! Na een onschuldig beginartikel over Bijbelprofetieën volgt een artikel van heel andere strekking. ‘De wereld zoals wij die kennen, wordt structureel verwoest en in een economische chaos gestort’. Het gaat over het opkloppen van de corona-angst en slachtoffer-aantallen, over de lockdown die ons door de strot wordt geduwd. Het is geen pandemie, néé, het is een plandemie, ‘een duivels plan van de Deep State, de Elite die dit script lang geleden heeft geschreven en nu ten uitvoer brengt, om vanuit de chaos die ontstaat de nieuwe wereldorde te kunnen lanceren. Elke arts, wetenschapper, journalist, politicus of nieuwszender die iets anders zegt dan de agenda van deze machthebbers wordt als brenger van ‘fake-news’ verwijderd van YouTube, Twitter, Facebook, etc., terwijl de mainstream media ronduit liegt over de echte feiten rondom het coronavirus’. Het is kortom, een complot uit de hel.

Daar ligt, open en bloot op ons salontafeltje, de complottheorie waar we de laatste tijd zoveel over horen. Hoe komt zoiets in onze brievenbus? Dan blijkt dat het blad huis aan huis is verspreid in de vier noordelijke provincies, naar 737.000 brievenbussen. Mogelijk gemaakt door sponsoring via ontzagwekkendnieuws.nl.

Er is nog € 670.000 nodig voor de rest van Nederland. Met € 15 voor liefst 100 brievenbussen sponsor je vergif, onschuldig verpakt in een kerkblaadje. Een eyeopener, absoluut.

KWETSBAAR

Het is schitterend windstil weer, op deze eerste dag van het nieuwe jaar. Zonlicht zet de hoge bomen rondom onze tuin in een laaiende gloed. Ook de weilanden en akkers rondom Blije liggen er zonovergoten bij. Alles is knisperend groen, bijna nieuw. Op de bietenplek ligt een enorme berg suikerbieten te wachten op transport. De luchten zijn als altijd nauwelijks te beschrijven. Blauwer dan blauw, witter dan wit, gestapelde schapenwolkjes, met een halve regenboog aan de einder.

Een jongetje gooit een rotje naar de overkant van de straat en rent hard weg. Hier en daar ligt wat afgeschoten vuurwerk, maar het valt dit keer mee. Op het dorpsplein, in de restanten van een aanhangwagentje, een verkoolde brandstapel van kerstbomen, een fiets en de onvermijdelijke autobanden. Onderweg komen we onze CV-monteur tegen, een vrouw van de haakclub, diverse mensen met een hond. Iedereen is buiten om een frisse neus te halen, onze stemmen met wederzijdse nieuwjaarswensen dragen ver.

Ik moet denken aan het andere Damesmeisje, zo gelukkig op haar plek in de Salines. Dit Damesmeisje voelt precies hetzelfde in Noardeast-Fryslân. Als er iets is waar de Gewone Jongen en ik dankbaar voor zijn, dan is het wel dat we het afgelopen coronajaar hier woonden. In deze vredige rust, in deze onmetelijke ruimte, zonder gehaast en zonder ingewikkeld gedoe. Met altijd de natuur op de achtergrond, bereid om ons te ontvangen wanneer wij dat willen. Het lijkt gewoon, maar is van een grote kwetsbaarheid.

ZOUT

Vier uur. We schrikken wakker van een enorme knal. Daarna volgen de knallen elkaar op, vaak ver weg, soms onverwacht dichtbij. We doen geen oog meer dicht, en waarschijnlijk zijn we niet de enigen. Plots klinkt er een constante dreun. Muziek? Ook dat geluid verspreidt zich door het dorp, dan weer hier, dan weer daar. De hele dag knalt het lekker door. Vuurwerkverbod? Nog nooit van gehoord. Maar dat is niet zo vreemd, Piet is hier ook nog steeds erg zwart.

Deze Oudejaarsdag zijn we voor het eerst sinds jaren met ons twee, net als Jongere Zus en Zwager aan de andere kant van het land. Maar gelukkig is er Matthijs gaat door om het jaar mee uit te luiden. Er is veel goeie muziek, er zijn ontroerende gedichten, het is één grote ode aan de onvermoeibare zorgverleners, die de ziekenhuizen en verpleegtehuizen draaiende houden.

Ook de Oudejaarsconference gaat terecht over hen. Maar het doet me deugd dat Youp het ook heeft over het gezeur, het gezeik, over eigen gelijk, hoe zwáááar we het hebben, over al het gepraat op TV en hoe er niemand luistert. Zijn oplossing: een flinke korrel zout. De Gewone Jongen en ik kunnen ons erg vinden in dit advies. We heffen samen het glas -0% prosecco, ja echt dat bestaat- en wensen iedereen een heel gelukkig 2021! Maak het zout!

GELUK

De dag voor Oud en Nieuw verglijdt als bijna elke dag. Samen opstaan, kop koffie, sneetje geroosterd brood, sinaasappeltje, krantje lezen, wat regelwerk, een wandeling maken. Dit keer door Rypstjerk, een rumoerig dorp in Tytstjerksteradeel. Boren, maaien, ramen lappen, iedereen is druk bezig, corona lijkt ver weg. Het is als de bedrijvigheid in mijn geboortedorp, vlak voordat de processie komt.

De dag voor Oud en Nieuw is erger dan verwacht, zeggen de twee Deskundigen. Ruim 14 dagen na de laatste strenge lockdown zouden de cijfers moeten dalen. Dat is niet zo. De inschatting is dat het ergste nog moet komen. Triage, het doemscenario. En toch worden de mensen niet voorzichtiger, integendeel. In maart vond 12% van de bevolking dat kleinkinderen hun grootouders mochten zien. Nu is dat 76%. Een onbegrijpelijk groot verschil.

Want de geschatte oversterfte in Nederland is dit jaar het grootst sinds de Tweede Wereldoorlog: 13.000 mensen. In de VS stierven vandaag 3.900 mensen, er kwamen 125.000 besmettingen bij en er zijn inmiddels meer dan 330.000 overledenen. Natuurlijk zijn er ook goeie ontwikkelingen in 2020. Veel nieuwe huisdieren, veel nieuwe hobbies, een herwaardering van rust, ruimte en natuur. En een vaccin natuurlijk. Wij kregen inwoning van De Neus, we gingen meer klussen en dat we hier mooi wonen wisten we allang. Maar dat alles weegt niet op tegen de schrikbarende cijfers. Geluk? Geluk is een saai verhaal.

IRONIC

Het weer is een perfecte afspiegeling van mijn gemoed. Het regent, het waait, de schemering is aanstaande. In de auto, op de terugweg, vechten verdriet en woede om aandacht. Dan klinkt de zeurderige stem van Alanis Morisette uit de radio.

‘Well life has a funny way of sneaking up on you, when you think everything’s okay and everything’s going right, and isn’t it ironic… don’t you think’.

Hoe waar. Ruim dertig jaar woonde Verwarde Vriendin vol overtuiging in India. Op vakantie in haar geboorteland Nederland overvalt corona ook haar. Ze kan voorlopig niet terug, verblijft eenzaam in een caravan en wordt ziek. Nu zit ze al 7 maanden in een crisis ouderenopvang. Geen eigen thuis, haar netwerk van vrienden ver weg, haar leven afgesneden.

Wij, twee vriendinnen en zus, doen wat we kunnen. Er is nu een leuk ingericht appartementje, er kan eindelijk verhuisd worden. Alles in de hoop dat teruggaan naar India straks een optie is. Alleen: Verwarde Vriendin is boos. Op de psychiater, op de zorgverlening, maar met name op ons. Met haar is niets aan de hand, wij doen haar dit aan. Het is bijna niet te verteren, de vriendschap wankelt.

Maar het zal je maar gebeuren. Absoluut niet willen wonen in Nederland, altijd ver weg willen blijven van alle drukte, gedoe met internet en dat soort zaken, en nu zit je hier vast. Misschien wel voorgoed. Isn’t it ironic?

ONS LEVEN

De Kerstbrief is klaar. De brievenbus in Blije is onbetrouwbaar, teveel brieven aan het andere Damesmeisje raakten voor ontvangst verzeild in merkwaardige omwegen. De route naar de brievenbus van het dorp Ferwert, 3 km verderop, loopt grotendeels langs de luidruchtige provinciale weg. Op de terugweg slaan we daarom af naar de Zeedijk. Onder het lopen vertel ik Jan over het boek Het Grote Wereldtoneel. Hoe daarin wordt verteld dat alle desastreuze veranderingen inde wereld de laatste 60 jaar hebben plaatsgevonden. In onze levens dus. Eigenlijk, diep in ons hart, wisten we dat al, maar toch, het is schokkend. ‘Ik herinner me nog dat er op de Wingerdweg maar één auto in de straat stond, niemand had een auto’, zegt de Gewone Jongen. ‘Ik herinner me dat wij thuis als eerste TV hadden, iedereen kwam kijken’, schep ik er bovenop. ‘Wij hadden helemaal geen TV’, vertelt de Gewone Jongen. ‘Wij zaten met z’n allen rondom de radio geschaard en luisterden naar hoorspelen. We keken naar die radio alsof het een tv was’.

Al pratend en vertellend zijn we bij het buitendijks gebied aangekomen. Het gekak van ganzen is oorverdovend. In de verte, bij Holwerd, ziet de lucht zwart van de vogelzwermen. Het zonlicht schittert op de veerboot in de buurt van Ameland. Het is een prachtige, zonnige, frisse maandagochtend. Het bestaat toch niet dat dit alles zomaar verloren zal gaan? Door ons leven?

KLEINE IJSTIJD

Tijd voor het gebruikelijke halfuurtje lezen in bed. De Gewone Jongen leest met hoorbaar plezier in aanelkaar, een briefwisseling tussen Kees van Kooten en Remco Campert. Een verjaardagskadootje van Dochter. Ik ben begonnen in Het grote wereldtoneel van Philip Blom, kerstkadootje van het andere Damesmeisje. Het begin kost moeite. Soms zijn zinnen zó ingewikkeld, dat je na drie keer lezen de essentie nog steeds niet goed kan bevatten.

Maar de boodschap dringt desondanks luid en duidelijk door. We zijn bezig om onszelf en de hele wereld naar de verdommenis te helpen. En volgens Blom ligt dat moment niet ver bij ons vandaan. Hij wijst op eerdere gebeurtenissen in de wereld, zoals de kleine ijstijd. Nooit geweten dat het rond de tweede helft van de zestiende eeuw in Europa meer dan twee graden kouder werd. Hoe dat kwam is omstreden, maar de gevolgen zijn nauwgezet opgetekend. Strenge winters duurden tot in mei en door verregende zomers mislukten oogsten, ontstonden hongersnoden, epidemieën en sociale onlusten. De wereld stortte in een diepe crisis. Het was de straf van God, dacht men toen, er kwamen boetedoeningen en processies, met als ultieme oplossing de heksenverbrandingen.

De vergelijking met deze tijd laat zich gemakkelijk maken. Hoewel nieuwsgierig naar een mogelijke uitweg sla ik het boek dicht en kruip diep weg onder ons dekbed. Het duurt nog lang eer ik eindelijk de slaap kan vatten.