HUIZENKOORTS

De kleine vrouw van de pakketdienst kan het pak nauwelijks torsen. Ik neem het van haar over en snap waarom. Wat een gewicht, hoe kan dat? Nieuwsgierig zet ik een mes in het brede bruine plakband en trek de dooshelften van elkaar. Binnenin liggen nog eens 3 kartonnen dozen, netjes naast elkaar. In elk ervan een prachtig vogelhuisje, niet van hout, maar van houtbeton. Veel duurzamer, volgens de Vogelbescherming, en met een garantie van 10 jaar. Loodzwaar waren ze vergeten erbij te zeggen.

De oude houten exemplaren vallen bijna uit elkaar. Met het broedseizoen zichtbaar voor de deur, hangen we snel het eerste nieuwe huisje op, een mussenhotel. Er moet een grote boormachine aan te pas komen en enorme schroeven. Hopelijk snapt de huismus dat dit een hotel met 5 sterren is en neemt ie het meteen in bezit. De twee ovalen huisjes met de uitnodigende naam Alicante komen aan een boom, gezicht op het weiland.

Ook Dochterlief en Schoonzoon hebben het voorjaar in de kop en zijn op zoek naar een nieuw huis. Weg uit Amsterdam West, waar corona de verhoudingen nog eens extra onder druk heeft gezet. Huren is geen optie meer, kopen heeft de voorkeur. Het blijkt een onmogelijke tocht in een overspannen huizenjungle. Zonder een flinke zak geld kom je nergens tussen, huizenprijzen worden meteen al grof overboden. Het is moedeloos makend.

De Gewone Jongen en ik kijken vanaf de zijlijn bezorgd mee. Ging het maar om een vogelhuisje, of wonnen we maar de Staatsloterij, dan hadden we het zo voor hen gepiept.

WHEREVER YOU STAND, BE THE SOUL OF THAT PLACE (RUMI)

Vandaag gewerkt aan een artikel over de Amsterdamse begraafplaats Huis te Vraag. Ik herlees de boeken, geschriften en brieven van de bezielde Tuinman en vind aan de hand van bewaarde agenda’s terug dat ik in 2003 voor het eerst een bezoek bracht. Ik liep, onvoorbereid, door het hek het prachtige omhuifde laantje op. Het stadsrumoer verstomde, een prachtige stille schoonheid opende zich.

In de maanden die volgden kwam ik er steeds vaker. Ik begon te houden van die ongelooflijk mooie plek en er ontstond een vriendschap met Leon en Willemijn, het beheerdersechtpaar.

Er waren etentjes in de hoge imponerende woonruimte, eens de aula. We stookten vuurtjes in de grote houtkachel, ik woonde er een week in m’n eentje, en ook het andere Damesmeisje kwam een keertje op diner.

Ook toen ik er niet meer kwam, bleef Huis te Vraag in mijn leven. In mijn manier van tuinieren, in hoe ik me verbonden voel met de plek waar ik woon, in alle dingen die ik met hart en hoofd tot stand probeer te brengen, mijn eigen Gesammtkunstwerk.

Vorig jaar overleed de beschermheer, en ook de beschermvrouwe heeft haar plek moeten verlaten. De toekomst van Huis te Vraag, symbool voor wat er werkelijk toe doet in het leven, ligt onder vuur. Waarom wordt dit unieke groene monument in Amsterdam niet meer op waarde geschat? Waarom kwam er geen erepenning van de gemeente, geen koninklijke onderscheiding, nauwelijks een vorm van erkenning? Terwijl iedere bezoeker die er ooit komt, wordt getroffen door het levenswerk van deze twee mensen. Een bijna verloren gegane wereld, waar we allemaal naar op zoek zijn, juist nu, een troostende plek voor onze ziel.

Leon van der Heijden- Huis te Vraag

LANG LEVE GEBARENTAAL

De wereld is

kwetsbaar

als een verjaardagstaart voor een kind van drie.

Gelukkig

voor het eerst

is niet de rechtvaardige oorlog

of de eervolle vrede

de oplossing.

Weg met gefluister en geschreeuw.

Weg met al dat besmettelijke samen

tussen muren, waar de hemel onzichtbaar is,

het sociale, het politieke, het economische,

het religieuze en het rock ’n rollsche.

Ook met al het gelijk

en geen enkele tand,

is nu

de mond het gevaarlijkst.

Niet slechts

een minuut stilte…

De wereld

heeft decennia

mond houden nodig.

Rodaan al Galidi

ZEEPAARDJE

Tijdens de zoveelste persconferentie dwalen mijn gedachten af.

Hoe vaak viel het woord surrealistisch om te beschrijven wat de wereld overkwam?

Het gevoel iets mee te maken dat niet echt te vatten is.

Wie had kunnen bedenken dat een virus ons leven zo zou beheersen?

Maar ook: wie had kunnen denken dat mijn vriendin uit India zo ontheemd zou raken?

Beide zaken had ik nooit kunnen, durven voorspellen.

En toch zijn ze allebei waar.

Je probeert te doen wat nodig is.

Niet terug kijken.

Niet vooruit.

Leven in het nu, er het beste van maken.

De gemiddelde talkshow gast kent deze levensregel niet, schat ik in.

Want onmiddellijk na de persconferentie begint het gezeur weer.

Waarom niet concreter?

Naar de kapper gaan is niet belangrijk.

Naar de kapper gaan is goed voor ons welzijn.

En de terrassen dan?

En de kerken?

En de bibliotheken?

En de studenten?

Waarom jij open?

En ik niet?

En ik?

De financiële zorgenzijn begrijpelijk. Maar toch, zijn er niet veel ergere dingen aan de hand?

Ik moet denken aan de blog van het andere Damesmeisje over de walvis, over hoe de ene grote golf de andere inhaalt en overspoelt.

Plots doemt een beeld op, een krantenfoto van een tijd geleden.

Dat zeepaardje in innige dans, dáár zouden we ons druk over moeten maken.

POEP

Het lijkt wel alsof er een zucht van verlichting door het land trekt.

De mensen zien er vrolijker uit en zoeken het buiten.

De planten doen massaal hetzelfde.

Zelfs de katten komen uit hun winterslaap.

Ik sta in mijn tuin en moet ook zuchten.

De groene vingers jeuken, maar wat te doen?

Deze tuin vol bomen heeft een volkomen eigen wil.

Vroeger, in Noord Holland, sloeg alles wat de grond in ging meteen aan.

Hier is dat maar de vraag. Alles kwart en doet moeilijk.

De overburen hadden mijn geklaag vorig jaar meewarig aangehoord.

Paardemest was hun remedie.

Een appje, en de overbuurman staat al met een shoveltje voor de deur.

‘Waar zal ik het gooien’, vraagt ie.

Even later ligt er een grote hoop op onze betonnen achterbinnenplaats.

‘Dat was vroeger een mestplaat’, vertelt de overbuurman.

Weer wat geleerd.

Aan de slag, met klompen aan, mestvork, schep, kruiwagen.

Het is zwaar werk, de klevende kluiten paardemest laten zich niet goed losspitten.

Met plastic handschoenen aan verkruimelen gaat beter.

Niet veel later is de eerste kruiwagen verwerkt.

En de eerste border bedekt.

Het is nu afwachten wat de komende maanden gaat brengen.

De tuin en ik, samen in een groene lockdown.

INVASIE

De geruchten gingen al rond in het dorp: we hebben een nieuwe buurman.

Op deze prachtige warme lenteochtend staat ie plotseling op het kippenweitje van de overleden buurman.

Hij komt uit Rotterdam, vertelt ie, en zat altijd op de grote vaart.

Al 16 jaar woont ie in de buurt, hij moest door omstandigheden verhuizen.

Nog even dacht ie aan de Randstad, maar nee, de stilte en de ruimte…

Al die niet-Friezen.

Op de hoek een Brabander die ook in Polen woont.

Drie huizen verder iemand uit Wezep. Is dat Gelderland?

Een Amsterdammer en een Limburgse, wij dus.

Aan de andere kant om de hoek die Rotterdammer.

Kan het dorp dat wel aan, al die nieuwigheid?

In de middag gaan we een ommetje maken in de buurt van Kornjum en Jelsum.

Pittoreske dorpjes onder de rook van Leeuwarden.

Hier lijkt het wel alsof de omgeving is ontploft.

Overal lopen, fietsen, skaten mensen.

De stille ruimte van het Friese platteland is ver te zoeken.

Waar komen al die mensen plots vandaan?

Letterlijk uit het veld geslagen rijden we terug naar huis.

Er bekruipt ons een schrikwekkende gedachte.

Wat, als iedereen nu eindelijk heeft ontdekt, hoe mooi het hier is?

Corona wordt bedankt.

GROTE KNAUS

Een monumentaal pand in het hoge noorden van Groningen.

Erachter een enorme verbouwde aardappelschuur.

In dat atelier overal schilderijen, projecten in wording, materialenopslag.

Er wonen 4 vrouwen.

De man en minnaar van hen allen overleed ruim 15 jaar geleden.

Zijn ogen volgen alles vanaf metershoge schilderijen.

De kunstenares, inmiddels 81, mist hem nog steeds.

Ze heeft net een heupoperatie achter de rug.

Een electrisch stepje biedt de oplossing.

Ze zoeft door haar atelier en haar werk.

Altijd bezig, altijd nieuwe ideeën.

VOORBODE

De Stienser wil nog steeds dat we gaan wandelen.

Alleen, die onbegrijpelijke routekaartjes.

Toch brengt het ons op nieuwe ideeën.

Via het industrieterrein bij Stiens komen we terecht in een nog onbekende wereld.

Nou ja, onbekend.

Frieser dan Fries.

Grote stukken landbouwgrond, overdekt met een zachte groene waas.

Groepen gakkende ganzen boven onze bemutste hoofden.

Een schrale wind.

Sloten nog steeds vol ijs en zanderig bruine sneeuw.

Net als onze voordeur, die ook getekend is door grillige zandvormen.

‘Het zou best kunnen zijn dat we in Nederland oranje sneeuw gaan zien’, zei de Weervrouw vorige week.

‘Bloedsneeuw’, door een sterke luchtstroom vanuit Noord-Afrika naar de Pyreneeën en Alpen gebracht.

Kennelijk ook wat verder, richting de polders achter de Afsluitdijk.

We lopen door wat was. En zien de natuur zich opmaken voor wat komen gaat.

Hoofd en hart waaien schoon.

RODE LIJST

Dwergblauwtje.

Dwergdikkopje.

Groot geaderd witje.

Grote IJsvogelvlinder.

Kalkgraslanddikkopje.

Moerasparelmoervlinder.

Purperstreepparelmoervlinder.

Rode vuurvlinder.

Rouwmantel.

Tijmblauwtje.

Tweekleurig hooibeestje.

Vals heideblauwtje.

Woudparelmoervlinder.

Zilverstreephooibeestje.

Zilvervlek.

Ik zou zo graag eens een grote ijsvogelvlinder willen zien.

Een purperstreepparelmoervlinder of een rouwmantel.

Maar dat kan niet meer

Al deze dagvlinders zijn verdwenen uit Nederland.

Mijn vriendin uit India plakte altijd glitter vlindertjes op haar

brieven en kaarten vanaf haar bergtop in de Himalaya.

Geen vlinders meer.

En ook geen vriendin.

Zo te sterven op het water met je vleugels van papier
Zomaar drijven na ’t vliegen in de wolken drijf je hier
Met je kleuren die vervagen zonder zoeken zonder vragen
Eindelijk voor altijd rusten en de bloemen die je kuste
Geuren die je hebt geweten
Alles kan je nu vergeten
Op het water wieg je heen en weer
Zo te sterven op het water met je vleugels van papier

FUNDAMENTEEL

Ik zou hier nu moeten schrijven over gisteren.

Maar ik krijg niets uit mijn toetsenbord.

Gisteren is heel ver weg, geen idee meer wat er toen speelde.

De gebeurtenissen van vandaag domineren alles.

Overal ligt een zware deken overheen.

Doodmoe probeer ik te denken aan de goede dagen.

Aan niet eens zo lang geleden, toen mijn vriendin uit India en ik samen een rondreis maakten door Tibetaans India.

Een droomreis met indrukwekkende vergezichten en belevenissen.

‘We kunnen ontwaken tot fundamentele goedheid, ons geboorterecht’, is de boeddhistische spreuk voor vandaag, van Pema Chödrön.

Het is vandaag heel diep graven.

OVERGANG

Lieve koukleum,

Het is vandaag een gelukkige dag voor je.

Het gaat dooien, sneeuw en ijs gaan verdwijnen en daarmee ook de gehate kou.

Nu is het nog een beetje glad buiten, maar tegen de middag is ook die ergernis voorbij.

De sneeuwklokjes laten zich alweer zien, in een drippende en druilerige tuin.

Nog even, en het is lente!

Je kan niet wachten…

Ik ben ook blij.

Want nu kan eindelijk de CV in de slaapkamer weer op de nachtstand.

Geen raam open en dan ook nog zo warm.

Het is alsof ik opnieuw in die verschrikkelijke overgang zit.

We kunnen dus allebei weer back to normal.

Wat heet.

Kus van ML, je persoonlijke kacheltje.

XXXXXXX

Jan Cremer, Adelaar sneeuw, 1985

3 KILOMETER VERDEROP

Holwerd noemt zichzelf sinds een paar jaar Holwerd aan Zee. Een paar ambitieuze dorpelingen hebben het plan opgevat om een dijkdoorbraak realiseren. Zo komt de Waddenzee aan de rand van het dorp te liggen, is er plek voor een haventje en kunnen boten doorvaren naar de Dokkumer Ee. Inmiddels is het plan breed omarmd en zijn er vele miljoenen opgehaald. Maar er is nog steeds geen schop in de grond. Er zijn vele fluisteringen over de onmogelijkheid van een slenk. Die zou binnen een paar jaar weer dicht slibben.

Desondanks verandert Holwerd voor onze ogen. Geen huis meer te koop, en ook de leegstand op het kleine industrieterrein richting de veerboot lijkt voorbij. Sinds een paar maanden vestigden zich hier twee kringloopwinkels met plannen om in de zomer een rommelmarkt voor de deur te beginnen. En je kan er gewoon altijd naar binnen, zonder mondkapje.

De Gewone Jongen raakt aan de praat met een van de eigenaressen uit Amsterdam. ‘Voor mij geen prik’, zegt de blonde van de twee kordaat. ‘Ik vertrouw het helemaal niet, ik kijk het wel aan. Gisteren kreeg een oude man een prik, 20 seconden daarna was ie dood. In Laren zijn er 15 tegelijkertijd gegaan. Ze zijn bewust bezig om de oude mensen op te ruimen’. Verbaasd luisteren we allebei naar haar verhaal. Iets terug zeggen heeft duidelijk geen enkele zin. Geen corona maar de samenzweringstheorie heeft vlakbij hartstikke toegeslagen.

HELLO BABIES BLIJE

Uit: God bless you, Mr. Rosewater van Kurt Vonnegut.

‘Hello babies.

Welcome to Earth.

It’s hot in the summer and cold in the winter.

It’s round and wet and crowded.

On the outside, babies, you’ve got a hundred years here.

There’s only one rule that I know of, babies.

God damn it, you’ve got to be kind.’

Een passende tekst voor ons wiegeproject, Damesmeisje?

KANTELJAAR

1971 was een kanteljaar, aldus de Poppresentator. De vorige keer in M vertelde hij over de singersongwriters, die hun leven publiekelijk begonnen te maken in hun liedjes. Maar ook het schrijven van zoetige nummers in de soulmuziek was passé. Er was zoveel gaande in de wereld en dat moest bezongen.

Mother, mother
There’s too many of you crying
Brother, brother, brother
There’s far too many of you dying
You know we’ve got to find a way
To bring some loving here today, yeah

Welke kant gaat het op na het kanteljaar 2020? In onze blogs worden de verschillen tussen dorp en stad steeds groter, zegt het andere Damesmeisje aan de telefoon. Mij is dat ook opgevallen. De dreigende druk in de stad, de onmacht en wanhoop van mensen is voelbaar in de Amsterdamse teksten. Hier bespreken we met elkaar hoe het kan dat het ijsbaantje op het dorpsplein niet goed bevroren is. En vertelt onze Jonge Buurvrouw enthousiast in hoe de zeedijk al generaties lang dé plek is om naar toe te gaan met je sleetje.

Terwijl de Poppresentator luistert naar een fabuleus bandje schiet hij vol. ‘Dat je de bas echt voelt in plaats van hoort, dat is te lang geleden’, zegt hij emotioneel.

De Gewone Jongen ziet dat anders. ‘Vroeger, ja toen was een concert gaaf, nu moet je je overal in een gekkenhuis begeven. Ik luister liever thuis’.

De ruime stilte, de weinige prikkels, het gevoel van bestemming, misschien maken die het verschil. In elk geval voor ons.

BAH

Het is een schitterende dag.

De wereld is een kerstkaart, de zon schijnt, buiten lonkt.

Zelfs de vogeltjes laten zich horen, alsof ze de lente voelen aankomen.

Het is vandaag druk met vanalles en nog wat.

Maar niet mis te verstane sms-jes van een verwarde geest overschaduwen de hele dag.

64 maar liefst.

Ik ben zo ongelukkig omdat jullie me hebben opgesloten, er was niks aan de hand,

jullie hebben mijn leven verpest, bedankt!

Ik heb je niet meer nodig.

Ik ben blij dat ik niet in je schoenen sta, hoe zwaar moet dat zijn.

Ik wil niet dat je nog contact opneemt.

Je hebt mijn leven kapot gemaakt.

Ik wil niets meer met je te maken hebben, over en uit.

Hopelijk gaat het je lukken je niet meer met me te bemoeien, jij die alles zo graag regelt, nou, ik kan het zelf wel!!

Dit was mijn laatste sms.

Hopelijk is het zo duidelijk, ik denk het wel.

WINTERPRET

In Friesland gebeurt alles altijd later.

Pas vanochtend begon het hier te sneeuwen.

Grote, dikke, witte vlokken.

Eindelijk!

Voor het eerst zet Tashi haar pootjes in een heldere, schitterende wereld.

Via het dorpsplein met opgespoten ijsbaantje wandelen we richting de zeedijk.

Bovenaan de trap, de Waddenzeekust een eindeloze witte vlakte, komen we onverwacht terecht in een blizzard storm.

Teruglopend naar beneden proberen we zo snel mogelijk weg te komen uit de kou.

Onze hoofden diep weggedoken, sneeuw op wenkbrauwen, mutsen en sjaals.

Al ploeterend passeren voortdurend auto’s.

‘Wat een drukte’, moppert de Gewone Jongen, ‘wat doen die mensen hier?”

Net zo plots als de bui begon, houdt ie weer op.

Voor onze ogen ontvouwt zich een verrassend schouwspel.

Aan de voet van de zeedijk overal geparkeerde auto’s.

Er bovenop tientallen schreeuwende kinderen, met allerlei soorten sleetjes.

Onbevreesd storten ze naar beneden, naar waar hun ouders zorgen voor de opvang.

Het lijkt wel alsof heel Blije zich hier als op afspraak heeft verzameld.

Geen mondkapjes, geen 1,5 meter afstand, gewoon blij met elkaar en met de winter.

Het virus houdt ook van de kou.

Maar niemand die daar nog mee bezig is.

EEN DAG VOL MUZIEK

Al jaren staan onze cd’s, keurig op alfabet gerangschikt, bij elkaar in een grote kast.

Maar die kast staat boven.

En daardoor blijft veel muziek ongespeeld.

Heeft het andere Damesmeisje in Normandië niet een draaikastje voor boeken?

Opgediept uit die ongeëvenaarde depot vente?

Misschien biedt Marktplaats uitkomst.

Hé, een draaibaar ansichtkaartenrek vol cd’s.

Laten wij nou net zo’n rek hebben!

Eruit, die Ian Fleming pockets en de Tarzan en Bob den Uyl boeken.

De hele dag draaien we vergeten plaatjes.

We geven commentaar op elkaars keuzes.

We zingen mee met ooit stukgedraaide muziek.

Tussendoor even snel naar buiten, ons wandelregiem weer oppakkend.

De Elfstedenkoort is ver weg hier, we zien geen mens.

’s Avonds zingt het gewoon verder.

Vandaag stemde de Eerste Kamer voor uitbreiding van artikel 1 van de grondwet.

Eindelijk is ook seksuele gerichtheid een verboden grond van discriminatie.

Ook vandaag, maar dan 20 jaar geleden, was het eerste homohuwelijk ter wereld.

In Amsterdam natuurlijk.

Ik heb je lief is het lievelingslied van het getrouwde stel van toen.

De Olijke Zanger zingt het ze onverwacht toe.

Twee in elkaar gestrengelde handen, twee gezichten vol emotie.

Wat is ons leven zonder muziek?

OMMELANDERS

Een felle oostenwind beukt nog steeds tegen de weilandkant van onze boerderij.

Het is bitter koud, een dubbele lockdown, zelfs wandelen is geen optie meer.

De Gewone Jongen zet, als maanmannetje verkleed, de vuilnisbak buiten.

In de brievenbus Binnenlands Bestuur.

Onderzoek wijst uit dat de beleving van het Sinterklaasfeest, de jaarwisseling en Europa in dorpen wezenlijk anders is dan in de stad.

Stadse mensen tillen minder aan een Sinterklaasfeest zonder Zwarte Piet.

Stadse mensen kunnen zich beter inleven in de positie van Nederlanders met een migratie achtergrond.

Stadse mensen voelen zich minder sterk verbonden met tradities en symbolen.

Stadse mensen vinden dat alleen Europa de grote vraagstukken van deze tijd kan aanpakken.

Oorzaak: het hogere opleidingsniveau en de aanwezigheid van meer jongeren en migranten.

Vast geschreven door een stadse mens, dit artikel.

Want waarom niets over de andere kant van de medaille?

‘Ik schrik van de stad, elke keer als ik een tijdje op het platteland ben geweest. Het naar buiten gestoken ego, de territoriale strijd’, aldus schrijver Tommy Wierenga.

Zo is het dus óók.

Ommelanders bouwen samen een huis.

Ommelanders dragen samen bij aan een betrouwbare uitvaartverzekering.

Ommelanders werken maandenlang samen aan een feestwagen voor het tweejaarlijkse dorpsfeest. Of carnaval natuurlijk.

Ommelanders schieten samen carbid.

Is dat niet juist wat iedereen nu zoekt, in deze onzekere coronatijden?

Het is samen versus individu. Ruimte doet wat met een mens.

Angeline Donk, 1992

MOOI LEVEN

Het dak kraakt en kreunt.

De wind waait loeiend om het huis, een bijna oorverdovende herrie.

Diep onder het dekbed luisteren we naar het natuurgeweld.

Houden de dakpannen het? Blijft die ene scheve boom wel overeind?

Niet veel later trek ik verwachtingsvol de blinden omhoog.

Géén witte wereld, wat een teleurstelling.

Stuifsneeuw, dat wel. En hier en daar een bij elkaar gewaaid hoopje wit.

Terwijl in heel Nederland sleetjes van hellingen afsuizen, is het rondom ons groen.

Er is ook altijd wat.

In de middag wagen we ons naar buiten voor een ommetje.

Het is verschrikkelijk koud. Zo koud als het in onze jeugd was, maar daarna nooit meer.

Bij de oude spoorbaan willen we naar links af slaan.

De storm slaat ons loodrecht in het gezicht.

We draaien om en werken ons naar huis terug.

Vuurrode konen, ijskoude bovenbenen.

De Gewone Jongen wenst zichzelf naar een warm land.

Maar hier is het goed, met Tashi en De Neus, gezellig naast elkaar op een kleedje voor de radiator.

DE GLIMLACH VAN SACHMO

Een dag vol emoties.

Mijn vriendin uit India viert haar 71ste verjaardag.

Al een jaar lang ontheemd van haar moederland, van zichzelf en eigenlijk ook van mij.

Terwijl Nederland langzaam grijs kleurt, steekt ook in mezelf een storm op.

Zo buiten, zo binnen.

Gelukkig is er Matthijs gaat door.

Hij introduceert een nieuwe rubriek: humeurmanagement.

Limit your negative news, zegt de Wetenschapper.

Vier keer per dag kijken naar Wonderfull World van Louis Armstrong, zegt Matthijs.

Het gaat over Brel, over Aznavour, over fan zijn en vriendschappen.

Er is als altijd verbindende muziek.

Laat me niet alleen, twee mensen op een bankje zingen het elkaar vol emoties toe.

Het voedt, inspireert, doet ontroeren en lachen.

Het is als vanouds.

Het is mijn humeurmanagement.

DE KONING GAAT DOOD

Please Go, That Day en Sound of the Screaming Day waren de eerste succesvolle Nederbeat singeltjes. Niet lang daarna ging de bandnaam van meervoud naar enkelvoud en deed de flamboyante zanger met eeuwige zonnebril zijn entree. De creatieve spil achter de band uit Den Haag was echter de gitarist/zanger. Hij schreef de meeste nummers en als het erop aan kwam was hij de baas.

En nu is hij ernstig ziek en stopt de band na 50 jaar samen spelen.

Want doorgaan zonder één van hen is geen optie.

Het is afscheid nemen van de meest iconische band in de Nederlandse popmuziek.

Gelukkig is er een waardige opvolger.

‘Elke krisis is een voedingsbodem voor goeie muziek, dat is het perspectief’, zegt de

gitarist/zanger van een veel jongere Haagse band als reactie. Hij is de opvallende schoonzoon van de flamboyante zanger en vertelt over hun nieuwe nummer Wild Hearts. Net als hun vorige hit Soldier On is het een reactie op deze coronatijd.

Vanuit de oerkrochten van zijn binnenste perst de meesterlijke zanger van deze band de zinnen naar buiten, van een intensiteit en overgave dat je de adem beneemt. Hij eindigt met zijn handen tegen elkaar, zijn hart ligt op straat.

And the time is now

No more time than this

To save our paradise lost

As we stare into the abyss

From your mother’s arms

To your walking stick

Freedom for your thoughts

No more politic

ZO ONTZETTEND TROTS

Het was ooit een groot verdriet. Als meisje niet mogen studeren, terwijl mijn broers dat wel mochten. Dat betekende werken vanaf mijn 17e,, eerst als administratief medewerkster, later als secretaresse. Het duurde lang eer het glazen plafond aan diggelen ging, maar toen ging het hard.

Mijn 3 jongere zussen zijn net zulke laatbloeiers.

Jongere Zus mocht niet naar de kunstacademie, maar wist desondanks toch een rijk creatief leven op te bouwen.

Middelste Zus ging net als ik pas laat in haar leven studeren en timmert nu kordaat aan de weg in het gevangeniswezen.

Jongste Zus, de durfal van het stel, had naar eigen zeggen haar leven lang last van een gebrek aan zelfvertrouwen. Daardoor besloot ze pas afgelopen jaar eindelijk te gaan doen wat ze het liefste wilde. Coach worden.

Tijdens het videobellen vertelt ze over haar opleiding. En passant coacht ze me ook nog even vakkundig door een ingewikkeld probleem heen.

We moeten er samen om lachen, maar ik voel ook tranen prikken.

Mijn lieve, wijze Jongste Zus, ons zusje, is straks een dijk van een coach. Wat zeg ik?

KEK

Samen met 6.299.999 anderen naar de zoveelste persconferentie gekeken. Meteen daarna begon het bashen weer, het beter weten, het onrust en verwarring zaaien. Steeds dezelfde gezichten, steeds dezelfde verontwaardiging, ik ben er helemaal klaar mee. Ooit zal die prik wel mijn kant op komen. En ondertussen kijk ik naar veel boeiender zaken. Want er gebeurt veel meer dan alleen maar corona, corona, corona. Zeker op wetenschappelijk gebied.

Zo gingen in 2020 de eerste commerciële astronauten de ruimte in, ontdekte men een zwart gat dichter bij de aarde dan ooit, werden er grondstoffen gemijnd op 2 astroïden, en even dacht men zelfs dat er leven was gevonden op Venus. Ook vond er een waanzinnige ontdekking plaats op DNA-gebied. Je zal maar lijden aan een van de 3.000 erfelijke ziektes die ontstaan door 1 kleine fout in het DNA. En horen dat dat eiwit er nu dus uitgeknipt kan worden. En hoe eiwitten precies zijn opgebouwd, dat weten ze sinds kort ook voor 90%. Nog aanschouwelijker is dat je inmiddels een stukje vlees kan eten van een nog levende kip. Gewoon, labvlees. Misschien is het einde van de bio industrie eindelijk in zicht, maar niemand die je erover hoort.

En dan die archeologische vondst in Peru. Daar vond men de restanten van een graf met allerlei jagersattributen erin. Laat die jager nou een vrouw zijn geweest. Geen zaden en vruchten plukken, geen zorg voor een baby, gewoon lekker over de grasvelden rennen met een zwaard in je handen. In een kek pakje. Hoezo die grote verbazing?

PUBERTJE

Gisteren had het andere Damesmeisje het over Bad fog of loneliness van Neil Young. Ik moest daardoor denken aan een ander nummer van hem. Vanwege Black Lives Matter vond Young dat het nummer opnieuw uitgebracht moest worden. In een akoestische versie, op de ep Times. ‘Hier sta ik als oude man een 50 jaar oud lied te zingen dat was geschreven na ontelbare jaren van racisme in de VS. En bezie ons vandaag…Dit gaat veel te lang door. Het gaat nu niet alleen over Southern Man. Het gaat nu over de hele Verenigde Staten. Het is tijd voor echte verandering, nieuwe wetten, nieuwe regels voor de politie’, schreef hij op zijn website.

Goed voorbeeld hoe je relevant en aanwezig kan zijn op je oude dag. Net als Captain Sir Tom Moore, die vandaag aan corona overleed. Terwijl ie in de eerste golf datzelfde virus zo effectief bestreed door miljoenen op te halen voor de Engelse gezondheidszorg.

Het leven is niet eerlijk. Zelfs niet voor katten. Het is koud in huis, de CV moet hard werken. Met alle deuren dicht kan Tashi niet meer naar haar geliefde slaapplek boven. Dat zullen we weten. Ligt er iets op de keukentafel? Eraf. Wat zit er in die bloemenvaas? Eruit. Een rellerig poesje, ongedurig op zoek naar iets dat ze stuk kan maken. Kwaad op de gedwongen lockdown. Zij ook al

DE BLIK VAN BINNEN

Meedoen aan Yin Yoga was een jaar lang onmogelijk. Niet vanwege de coronabeperkingen, maar vanwege de breuk aan mijn linkervoet. Die moest eerst helen, ik moest weer leren lopen en de revalidatie was lang en soms moeizaam. Ingewikkelde yogaposities zijn dan wel het laatste waar je aan denkt. Maar zo langzamerhand is het gedoe met mijn voet verleden tijd. Voor de meeste mensen is deze coronatijd een periode van dingen die niet meer kunnen, voor mij voelt het alsof de wereld steeds verder open gaat. Als er 14 km gewandeld kan worden zoals van de week, dan moeten oefeningen op het zwarte rubbermatje ook weer kunnen. Dus staat yoga sinds kort weer op mijn programma, alleen: nu is het online.

De sfeer in de ruimte van de Yogadocente is open, ruim, rustgevend. Het is heel anders, liggend op de vloer van onze logeerkamer, met een flikkerend videoscherm naast me. Maar een kaarsje, zacht strijklicht en een opgeruimde omgeving helpen. Bovendien is er de stem van de Yogadocente, vertrouwd en net zo plezierig als vroeger. En, nooit te versmaden, er ligt een kleine kat nieuwsgierig naar mijn benen te kijken, hoog in de lucht.

‘Maak je gezicht zacht, maak je blik zacht’, zegt de Yogadocente, ‘want alleen zo verzacht je ook de blik van binnen’. Mijn gedachten dwalen weer eens af. De blik van binnen verzachten, deden we dat allemaal maar.

IJSPRET

De joodse schrijfster Etty Hillesum schreef dat de liefde voor een landschap iets zegt over je innerlijke gesteldheid. Zij hield van de poesta, weids van buiten, weids van binnen. Wij houden van het polderlandschap, misschien wel net zo weids. De makelaar die ons destijds de woonboerderij wilde verkopen waarschuwde ons echter. ‘Het is nu mei, maar jullie moeten zeker weten dat je hier in de winter ook graag wilt wonen. De meeste westerlingen vinden het dan net Siberië’, zei hij tijdens de eerste bezichtiging. Wij vonden het een onbegrijpelijke opmerking.

Het is vroeg in de ochtend. Bij het omhoog trekken van de blinden kijken we uit over een landschap van een onaardse schoonheid. Rijp op de huizen en de akkers, ijs op de slootjes en langs de randen van de weg. De zon schijnt, alles schittert en lokt. We besluiten lopend boodschappen te gaan doen in Holwerd, zo’n 3 km verderop.

Terwijl we binnendoor op weg zijn, vertelt De Gewone Jongen hoe hij als jongetje graag de bevroren plassen kapot trapte. Vooral het knappende geluid deed het hem. ‘Doe eens voor’, zeg ik. Enthousiast loopt hij naar de kant van de weg, zoekt een grote ijsplas uit en laat zien hoe het moet. Het knapt inderdaad lekker, maar de video-opname kan beter. ‘Kan je het nog een keertje doen? ‘Nee’, zegt De Gewone Jongen, ‘er moet ook nog wat voor andere jongetjes over blijven’.

CONTRASTEN

Vandaag naar Beetsterzwaag, een groot dorp in de Friese Wouden, iets ten zuiden van Drachten. Een rijk dorp ook, waar ooit veel adel woonde. Dat is te zien, want het staat hier vol met prachtige rijksmonumentale panden en villa’s. We parkeren onze auto bij een modern kerkje en lopen richting de Hoofdstraat. Daar is het een drukte van belang. Auto’s in de file, ronkende motoren. Verbaasd tellen we op rij minstens vier tentjes waar je koffie en chocolademelk to go kan krijgen. Een bloemenwinkel heeft tulpen en bloeiende kersentakken buiten staan in emmers, de pinbetaling vindt plaats door een half geopende deur. Drie restaurantjes verkopen lunchboxen en diners. Ook to go natuurlijk. Twee drogisten zijn open, zo ook een slager en een bakker. Hoezo corona?

Na de Hoofdstraat valt de stilte in. We lopen over smalle bospaadjes, op en neer door greppels. Over brede zandpaden, monumentale bomen aan weerszijden. Over brede grasvlaktes, de paarden gewoon los langs het wandelpad. Over een ruiterpad dat bezaaid ligt met stammetjes om het fietsers onmogelijk te maken hier te komen.

Vlak voor het parkeerterrein gaat mijn mobiel. Voordat ik nee kan zeggen volgt een emotioneel verslag na een bezoek aan mijn vriendin uit India. Het gaat niet goed, ze kan haar draai niet vinden, zakt weg in niksigheid en boosheid. Verslagen stap ik in de auto. De avond valt en maakt een einde aan een prachtige harmonieuze wandeling. Het contrast met mijn eenzame vriendin kon niet groter zijn.

YOU’VE GOT A FRIEND

Ik zit op de bank naar M te kijken en wens me ergens anders. Op een eiland, blauwe lucht, zon, het geluid van vogeltjes, strand, zwemmen. Vrijheid. Ik schrik er van. Niet dát woord te pas en te onpas. Ik schouw in mezelf. Het is vooral het oeverloze geleuter dat me steeds meer stoort. Maar het is ook het toenemende besef dat de erfenis van corona ernstiger zal zijn dan gedacht. Met weemoed denk ik aan de begintijd van de eerste lockdown. Hoe DWDD elke avond liet zien hoe je ook anders kan kijken naar wat er gebeurt. Met mooie muziek, inspirerende kunst, intieme kleine verhalen. Alsof M voelt wat ik nodig heb gaat het plotseling over 1971. Het jaar van Sticky Fingers van de Stones en Hunky Dory van David Bowie. In Los Angeles bleek de grond meer dan vruchtbaar. Mensen als Joni Mitchell, Carole King en Graham Nash, ook wel de Mellow Maffia genoemd, gingen onder invloed van Dylan en de Beatles veel meer over zichzelf schrijven, over de grote en kleine gebeurtenissen in hun leven. Het leverde prachtige, tijdloze muziek op.

Ik ben geen tekstschrijver van muziek. Het persoonlijk maken van wat er gebeurt in mijn leven doe ik op andere manieren, vaak samen met het andere Damesmeisje. Ik moet aan haar denken als ik naar een vertolking van het meest bekende lied van James Taylor luister. En kijk naar beelden van mensen, geliefden, vrienden, die allemaal op 1,5 meter van elkaar zitten. Of die alleen maar met elkaar kunnen praten via het beeldscherm, zoals wij.

ALTIJD EEN BARBERTJE

Het is alweer 3 maanden geleden dat een rosse grutto, een mannetje, een bijzonder record vestigde. Hij heet ‘4BBRW’, naar de kleuren van de ringetjes om zijn poten: blue, blue, red en white. Ruim 1 jaar geleden werd hij in Nieuw-Zeeland gevangen en van een zendertje voorzien. Op 16 september 2020 vertrok hij uit Alaska, op weg naar het zuidwesten. Op 27 september had hij het meer dan tien jaar oude non-stop-vliegen record van soortgenoot ‘E7’ te pakken: 11.600 km. Bij aankomst in een baai ten oosten van Auckland, Nieuw-Zeeland bleek dat hij ook dat record had verpulverd: 12.854 km. Nog nooit had een vogel zo’n enorme afstand in één keer overbrugd. In elf dagen.

Het maakt nederig, zulke verhalen. Tegelijkertijd denk ik: lekker makkelijk. Dat mannetje had nergens last van. Gewoon, verstand op nul, doorvliegen en dan kom je er wel. Geen deskundigen die zeggen hoe het anders, beter, sneller kan. Geen hijgende media op je nek, die elke vleugelslag willen analyseren. Geen talkshows die steeds met dezelfde BNers aan tafel zitten en die geen enkel nieuw, verfrissend, origineel verhaal kunnen toevoegen aan dat wat we al weten.

Met zijn allen op zoek naar een Barbertje dat moet hangen. Maar dit vogeltje ontspringt gelukkig de dans. Hij weet nergens van. Hij doet wat hij moet doen in dit leven. Hij vliegt van Alaska naar Auckland. Gewoon, in één keer.

KOOPVROUWSGEEST

Ooit waren er in ons kleine dorp meer dan 60 winkels. Het is bijna niet te bevatten. Nu is daar zegge en schrijven nog één winkeltje van over. Een klein postagentschap, waar je ook allerlei hobby artikelen kan kopen. Zoals wol. En borduurgaren. En laat nu mijn voorraad grijze en zwarte kleuren op zijn, nodig voor een nieuw project van de Damesmeisjes. Tja, en wat doe je dan? De winkels zijn dicht en op internet zijn borduurkleuren nooit goed te beoordelen.

De houdster van het postagentschap zit als altijd in haar afgeschermde hoekje te wachten op klanten. ‘Je mag wel even kijken achterin’, zegt ze. Ik kom terecht bij een ronddraaiend rek vol strengetjes en kies er snel een flink aantal uit. Terug bij de kassa krijg ik een kaartje met bankrekeningnummer. ‘Maak het dadelijk even over en als je dat gedaan hebt, kan je het komen halen uit de auto’. Auto? ‘Ja, ik wil geen boete van € 4.500 en vanuit de auto mag het wel’.

Na de lunch wandel ik opnieuw dezelfde kant uit. Nu samen met de Gewone Jongen. Vanuit de deuropening klikt de houdster van het postagentschap haar auto van het slot. ‘Op de voorbank’, wijst ze. Ik open de autodeur, pak het papieren zakje, ze klikt haar auto weer dicht, zwaait uitbundig naar de Gewone Jongen en gaat weer naar binnen.

16 strengetjes voor € 13,50, verkocht vanuit een auto. Kijk, zo gaat dat hier.