Domweg gelukkig maar ondertussen elders… Village de l’Isle

De geliefde stelt vandaag voor te wandelen. Daar ben ik altijd voor te vinden. Dat doen we dan vanochtend, dan kan ik daarna nog even mijn atelier in en kunnen we daarna nog wat gaten dichten. Maar eerst nog even ontbijten. En dan nog even naar de Dechetterie om de in de muizenschoonmaak verzamelde zooi verantwoord weg te gooien. Oude computers, opladers, spelletjes, aangevreten kastjes, versterkers en wat al niet meer. Een auto vol.

Enige tijd later rijden we dan toch echt naar het geliefde wandelgebied. Het plaatselijke VVV heeft overal routes uitgezet. Althans dat was zo. Wat we nog niet weten is dat die verdwenen zijn. We vinden nog slechts een paaltje. We dwalen over holle wegen, groene velden en langs nieuwsgierige koeien. Waarom zijn de aanwijzingen weg gehaald? Is dit een Corona maatregel? Op deze wandelingen komen we nooit iemand tegen. Juist te weinig animo?

Uren later komen we tevoorschijn uit de modder en bezoeken nog even een bouwmarkt, op zoek naar rockwool om onze muizenfamilies buiten te houden. We passeren de pizzamachine, een wonder van gemak en vernuft. Je stopt je creditcard erin en drie minuten later wordt er een heerlijke pizza naar buiten geschoven. We snellen naar huis en ploffen neer op de bank. Vuurtje aan en smullen maar. Ons leventje hier.

Toch even de IPad erbij en nieuws luisteren. Oorlog in Washington. We trekken de plaids nog wat steviger om ons heen. Domweg gelukkig hier met een vuurtje en pizza, maar daarbuiten.. De wegwijzers zijn ook daar zoek.

‘Capitol Hill’, 2011. A.D.

The Jackson song

Vijfentwintig jaar geleden brengen wij de Kerstvakantie in Zeeuws Vlaanderen door. Onze lieve Utrechtse vrienden zijn er ook. Worstenbroodjes halen bij de bakker in Retranchement. Dat ‘mocht’ toen nog. Een wandelingetje over de wallen. Of langs zee. Kerstboodschappen doen in Cadzand. Onze oudste twee spelen met de dochter van de verhuurders. “Als zuurtjes in een zakje” zou de Zeeuwse grootmoeder zeggen over hun vriendschap, al sinds ze konden lopen. Na Oud & Nieuw ren ik nog even naar hun huis. Negen maanden zwanger. Twee dagen later, terug op de gracht, breekt het water. Verder gebeurt er niets. De verloskundige slaapt in huis, omdat de vorige geboorte zo gepiept was. En nog gebeurt er niets.. Een ambulance komt . De volgende dag keer ik terug naar de Keizersgracht, met de baby in een draagzak.

Vijfentwintig jaar jaar later, op een winterse januari nacht, komt er opnieuw een ambulance naar KG 37. En keren een moeder met kind later naar huis terug. Een nieuwe bewoner van het oude huis aan de gracht.

De geboorte van het nieuwe buurjongetje vult ons met vreugde en melancholie. Ik draai ‘The Jackson song’ van Patti Smith voor hem en wens hem een lang, gelukkig leven.

Gif, Village d’Isle

Uit mijn ooghoek zie ik t naar me zitten kijken. Alsof t zich afvraagt: wat hebben we hier nou? Een piepklein babymuisje zit op een meter afstand van mijn kussentje voor de ochtend oefeningen. Ik neem me op dat moment voor de blog te besteden aan mijn morele dilemma’s ten aanzien van de muizenplaag. Want dat is het. Alle etenswaren zitten nu in containers, schoon zijn de kasten en lades, gaten in de muur met cement dicht geplamuurd. Maar helaas, gisteren zagen we er eentje op zijn gemak tegen de muur klimmen om door een gaatje in de zoldering te ontsnappen. Achter de open haard lijkt het wel een muizensnelweg.

De Geliefde, die zichzelf als boerenzoon bestempeld heeft is voor gif. Ik ben tegen gif en voor vallen waarmee je de muis levend buiten zet. Maar ja, als je pas na weken terugkeert is dat geen optie. We besluiten tot een compromis. Op een enkele, strategische plek, daar waar de hond absoluut niet bij kan, gif en verder alles dichtmaken, grondig.

Inmiddels is de morele kwestie opgelost. Maar wel tegen een prijs.

Later op de dag, ook weer vanuit een ooghoek, zie ik Marie iets onder de kast vandaan halen en opeten. Een veronachtzaamd kauwbotje, denk ik nog. Maar als de kleur roze tot me doordringt, weet ik het. Gif.

Een kwartier later komt de dierenarts vervroegd van zijn Dejeuner terug om Marie een nare injectie te geven. De roze brok komt er even later in zijn geheel uit.

Met een zielig hoopje op de achterbank rijden we naar huis waar de Boerenzoon alle illegaal verstopte roze brokken verwijdert.

Ik dank het babymuisje. Ik stel me voor dat haar grote aaibaarheidsfactor me extra alert heeft gemaakt. En daarmee een hond heeft gered.

EAGLES NEST

Het chaletje ligt op een bergtopje in de uitlopers van de Himalaya, met besneeuwde bergen in de verte. Vlakbij ligt een prachtig authentiek hotel, Eagles Nest. Een rotsig pad loopt glooiend naar een kleine tempel en een teashop, uitvalsbasis voor trekkings hogerop de bergen in. Verder naar beneden leidt het pad via een klein dorpje naar Mc Leod Ganj. Dit altijd drukke stadje is bekend door zijn belangrijkste inwoner: de Dalai Lama. De bevolking is daardoor gemêleerd: gevluchte Tibetanen, Indiërs en veel toeristen en gelukszoekers.

Vanochtend kreeg ik een email uit Mc Leod. ‘There is something very important that we would like to share with you about our hill. We could not say anything to our friend because of her health and we will be able to tell her only when we know she is strong again. Eagles Nest, the hotel next to her house, has been sold to a wealthy company from Delhi and the actual hotel has been demolished. They are now building a brand new five stars hotel. Three other new buildings are coming up too on the same property. Big changes around! I know perfectly well that our friend will hate it… At the moment it is a huge construction site all around, and even right in front of her garden!!! Honestly we did not have the courage to talk to her”.

Ontheemd in Nederland en nu ook nog je vertrouwde plek in India naar de knoppen. Het beeld van de muren rondom Jericho dringt zich op. Welke krachten werken hier samen?

Kamers. Village de l’Isle

“Ik heb het noodlot getart, vandaag”. Bedenk ik als ik voor de duisternis valt met Marie naar de Salines loop. Donkere wolken, die op de horizon lijken te rusten geven de illusie van een berglandschap. De toppen zijn als bewerkt met fluoriserende roze verf.

De laatste auto’s spoeden zich naar huis, voor de avondklok ingaat.

Bij het familiehuis op de hoek van het natuurgebied kan ik het niet nalaten naar binnen te gluren. Enkele van de gezellige kamers lichten op in het duister. Ik stel me het leven daarbinnen voor.

Marie volgt een spoor. Met de neus plat op de grond gaat ze ervan door. Een groot gevoel van geluk komt over me in die stilte en wijdheid.

Op de terugweg gluren we nog even bij de buren door het laatste open luikje. De grote buitenman zit aan tafel. Wat zou hij doen, de hele dag in zijn kamer?

Door het tuinhekje gluur ik ons huisje binnen. De Geliefde zit op de bank, bij vlammend haardvuur, de schemerlampjes aan. Ik loop door naar het atelier en bezie het werk-in- wording en de ladder waarop ik vanmiddag het lot tartte, met tape tussen mijn tanden. Het is immers bijna een jaar geleden dat het andere Damesmeisje tweemaal op een dag een trap beklom. Van de laatste viel ze af. Na een dag vol kamers.

Een nieuw begin. Village de l’Isle, 2-1-21

Tegen mijn gewoonte in lees ik eerst de krant, voordat ik met Marie de wijde wereld in trek. Zwaarte overkomt me.

Maar als ik even later over het laatste duin omhoog klim, verschijnt een lichtblauwe ruimte. Zee en lucht vermengen zich tot een veel dimensioneel vlak. Ik ren erin voort en laat alles achter me. Stromen van bloed in Ethiopië, cijfers en grafieken met Corona data, ziekenhuizen en kankergeschiedenissen in beeld gebracht, nieuwe must-read boeken adviezen, Amerikaanse politiek, het weer van de komende week. We rennen voort in het blauw. Leeg en helder. Potentialiteit voor alles. Verfrist keren we terug en ren ik direct naar mijn atelier. Een nieuw begin.

2021. De nieuwe liefde. Village de L ‘Isle

De zon gaat bol-rood op boven de verre heuvels, op deze eerste dag van een nieuw jaar. De velden zijn bevroren als we onze wandeling beginnen. Het afkalvende maantje bekijkt het van een afstand. We hebben onze warme jassen uit de mottenballen gehaald. Lang niet meer nodig gehad. Langs de romantische huizen gaat de tocht, de oude holle wegen, langs oude boomgaarden met hier en daar een winterappeltje tussen de takken. Winterbloeiende brem en uit het nabije Engeland overgewaaide palmen. Ondanks het vroege uur ontmoeten we hardlopers en voorzichtig rijdende families op weg naar elders. Er zit iets sprankelends in de lucht. Een frisse, positieve energie. We lopen dwars door de Salines. ons ‘buitendijks gebied’ , zal ik maar zeggen. Via het strand gaat de weg terug. Ouders met kinderen, gekleed in kleurrijke jasjes, spelen in het zand. Vlak bij onze ‘Cale’, de bootopgang van ons dorp, staat een fles champagne in het zand. Met een electronisch ‘device’ ernaast, waaruit stemmen klinken. Een familie staat erom heen verzameld, met in het middelpunt hiervan een gehandicapt kind, in een rolstoel. Ze lachen, toasten en het kind glundert. Wat een levenskracht, denk ik. Wat een improvisatie vermogen om er iets moois van te maken. Ik denk terug aan onze oudejaarsavond, nog zo dichtbij. Die we deelden met de lieve vriendin van het westelijke eiland in de oceaan, die opnieuw de deur niet uit mag. We lachen en heffen het glas online, tot de klok 12 slaat. Daarna sluipen we als dieven de nacht in. Met een groot papier en tape naar de achtertuin van onze geliefde buren die de deur weliswaar uit mogen, maar dit niet durven.

Als we vanmiddag na een lange wandeltocht bij t huis terugkeren, hangt hun boodschap aan ons tuinhek.

Liefde aan beide zijden van het pad, aan beide zijden van de zee, liefde met vele kilometers ertussen, landsgrenzen en continenten. Een nieuwe vorm van liefde, maar liefde is het.

Voor A en JJ, R, J en L, K en R en Ch, K en E, H, L, T en M, E., M, M, en ML en J, D en C, M en E, S en N, P en A, en alle anderen

Metamorphosis

Een stralende dag, deze laatste van een veelbewogen jaar. Als ik vanmorgen het eerste ommetje maak, staat de maan, vol en rond, boven de populieren. De zon komt achter het huis op met on-decemberse kracht en verwarmt even later het wad tot alle mogelijke zorgen van de wereld oplossen. Behalve van de gewonde watervogel die ik aantref. Alleen haar kop kan ze opheffen om zich te verweren. Een eenzaam einde in de golven die eraan komen.

Het einde ook van een belangrijk jaar.

Waarin we leerden dat we kunnen improviseren. Dat afstanden op andere wijze overbrugbaar zijn. We moesten tot inkeer komen. Tot stilstand die geen stilstand bleek. Als het besef dat de uitputting van de aarde en plagen & ziektes met elkaar verbonden zijn, sterker doordringt tenminste. Als de vliegschaamte erin blijft. Als we ons blijven realiseren dat de grondstoffen die we gebruiken voor ons normale leventje eigenlijk al op zijn, dat we ons deel allang opgesoupeerd hebben.

Een jaar waarin een glimp van besef verschijnt dat ons oude idee van ‘markt’ achterhaald is. Dat het niet okay is je producten voor zoveel mogelijk geld en met zo weinig mogelijk kwaliteit of duurzaamheid te verkopen. Dat ‘fair trade’ niet alleen een begrip voor geitenwollensokken types in het verre Afrika is.

Een jaar van vriendschappen die zich verdiepen. Een jaar waarin om steun gevraagd moest worden. Waarin kwetsbaarheid als natuurlijk toonbaar bleek. Een jaar van grotere verbondenheid met de dieren, die herademen in onze stilte. In de lucht, op het water, in de stad.

Kiza Magendale schrijft in zijn column in de NRC: “ik heb deze ene kerst lessen geleerd waar ik normaal gesproken twintig jaar over zou doen”.

Ik zou willen zeggen: geldt dat niet voor ons allen, en niet alleen met deze Kerst maar voor het hele jaar?

Ik ga hier in afzondering nog even op mijn ‘Lessons learned’ zitten terwijl buiten inmiddels de hagel neerslaat. Panta Rhei, het andere meisje schreef het al. Maar ook ‘metamorphosis’. Verandering,, alsmaar weer. Ook nog lang na ons.

Phillip Glass ‘Metamorphosis’

Droom. Village d’isle

Ik word wakker uit een heldere droom. Het lijkt te gaan over de ontmoeting met een oude bekende, omgeven met geheimzinnige rituelen. Alles is rustig, vredig en vanzelfsprekend. Kijk ik terug in de tijd, of droom ik iemands anders’ leven, vraag ik me af.

Als we de auto naar het strand nemen, verschijnt de geliefde buurman achter zijn raampje en zwaait met een onwaarschijnlijk tenger handje terug.. Ook dit lijkt een droombeeld. Wanneer we arriveren is de zee vertrokken. Een zacht gele vlakte, tot waar het oog reikt. Uit de verte klinkt machinegeluid van de oesterboeren, aan het werk tussen de verre palen. Regen en zon wisselen elkaar af als we de wijde verte in lopen. Een prehistorisch landschap. Op de zachte brom in de verte na, geen enkel teken van leven.

Thuis hervatten we de grote muizenschoonmaak. We verplaatsen kinderbedden en meubels die in geen 16 jaar van hun plek zijn geweest. Ik open nachtkastjes en vind haarspeldjes, snoeppapiertjes, opladers, briefjes, knuffels, en slofjes uit een ander tijdperk. Verloren gewaand, weggegooid, achtergelaten items. Een jeugd in trivialia gaat door mijn handen. Flarden van gelach, geroep. Het geluid van gedraai en getrek aan het voetbalspel, nu al jaren kapot en wankel in de hoek geschoven. Beelden van de stapels kleding die hier op de grond rondslingerden. De kast stond er werkeloos bij. Nu is alles keurig opgevouwen en opgeborgen, de kastsleutel omgedraaid, uit het zicht. De kinderkleding vertrokken.

Wat rest zijn de herinneringen. Als droombeelden uit een vorig bestaan.

Muizenissen, Village d’Isle

Wat zal ik vertellen over deze laatste dinsdag in 2020?

Dat de nacht donker en regenachtig was, met de Grote Beer wakend boven het huisje?

Dat, toen ik vanmorgen de luiken opende ik de kleine nachtelijke bezoeker op de deurmat zag liggen. Pootjes op t buikje, de oogjes gesloten. Toen ik op onderzoek uitging bleek de privé bank van de Geliefde een muizenhotel te zijn. Het buffet bestaat uit pinda’s en chips die De Kleine Eter, de andere koosnaam van De Geliefde, in de rondte heeft gestrooid. Zal ik vertellen over de schoonmaak die volgde. Over de fossiele producten die we later op de dag van de Super U zouden betrekken om alle etenswaren in op te bergen? Dat ik Marie zag lopen met een staartje uit haar bek bungelend?

Of zal ik het maar liever hebben over het lied “There she goes” van The La’s, dat de jongste dochter stuurde bij het wegrijden van de verhuiswagen met de middelste dochter erin. Dat wij hier erg moesten huilen bij deze muziek uit onze jeugd? Dat ’zoete lieve Gerritje’ later een foto stuurt van het familieportret, in een nieuwe huiskamer?

Dat ik door de duinen liep en achtervolgd werd door een drone? En ik de bestuurder de lol van omkijken niet gunde, dus maar stoïcijn doorrende met dat ding op mijn hielen? Dat het busje ons stond op te wachten toen een regenbui dreigde? Dat ik dat zo lief vond van de Geliefde?

Nee, zelfs dat niet.

Dat de zon doorbrak toen ik over het wad rende en het geliefde landschap in een prachtig, warm strijklicht zette. Dat wil ik vertellen.

Leaving home

De geliefde viel uit bed. Met matras en al. Daarna tuimelde hij ook nog eens het trapje naar onze badkamer af. Ik kon daarna de slaap niet meer vatten. Ik ga opruimen.
Het is een bijzondere afscheidsavond geweest, daar in die Aagtekerke ‘se boerderij. We hebben ons riskante familie spel gespeeld en zijn gefinisht zonder ruzie. We hebben gedanst op nostalgische muziek en hebben gehuild in elkaars armen. We hebben Oud en Nieuw ‘gedaan’, met ABBA. Alvast. We hebben elkaar belangrijke dingen verteld.

En vanmorgen vroeg zijn er de getuigenissen van vier dagen Bourgondisch leven. Alles opgeruimd en redelijk schoongeboend, gaan we ieder ons eigen weg.

Weemoedig rijden we over grijze wegen. De navigatiestem waarschuwt voor grensovergangen en vraagt ons de COVID-19 reisvoorschriften voor België en Frankrijk na te gaan. Willen we wel naar daarginds? Maar wat dan, zo niet? Er valt slechts te mijmeren.

De kinderen gaan opnieuw en nu voorgoed het huis uit. Of misschien gaan wij het huis uit, dat kan ook. Zoete lieve Gerritje trekt bij haar geliefde in. Het ‘dependance‘ familiehuis wordt opgeheven. Wij hebben er geen plek meer.. Geliefde zussen nemen afscheid. Nooit meer samen ‘zus’ zijn onder een dak. Nooit meer alles delen, van lief en leed, tot aan de pindakaas. De uitgerekte kindertijd is over.

En wij? Wij zijn gewone ouders, redelijk oude gewone mensen met herinneringen en vreugde in ons hart. We moeten de kunst van het loslaten nu echt onder de knie gaan krijgen. Ze gaan hun eigen weg en zo is het bedoeld. Maar wij moeten het allemaal nog leren.

Wij zijn degenen die moeten gaan. Het achter ons laten, terwijl we t ook zo vreselijk koesteren. Het is de hoogste tijd.

Van storm tot Rode Komeet. Zeeland

Het licht van de vuurtoren van Westkapelle gooit haar noodsignalen uit over land en zee. Zo lijkt het mij als ik de overtocht waag. Er zullen toch nog enkele oude bewoners zijn die zich die nacht in 1953 herinneren, met soortgelijk weer. Hoe zou dat voor hen zijn, peins ik al sturend. Met de kont in de storm heeft het busje nergens last van. De weg ligt bezaaid met takken. De klei glimt boosaardig vanmorgen. Wolken jagen boven ons voort. We zijn op weg naar het strand en de Beauforts zijn opgelopen tot 10 met orkaanachtige windvlagen. Niemand op de weg.

Ik trek mijn stormvaste capuchon over mijn hoofd en stort me in de wind. Een leeg strand en huizenhoge golven. Met de wind schuin in de rug zou je denken dat hardlopen een makkie is. Ik kan me amper staande houden en dreig de zee in geblazen te worden. Marie loopt met haar kop tegen mijn knie aangedrukt. Is ze bang, vraag ik me af.?Later realiseer ik me dat haar zorgen mij betreffen. Zodra ik uit de wind ben, in de luwte van de duinen, rent ze vrolijk en uitgelaten met haar kop in de wind. Ik herinner me een gesprek over hulphonden. De sterke huisgenoot heeft een trainer in de familie en vertelt hoe honden op deze manier hun blinde baasjes de weg leren wijzen.

Alleen met de elementen, hoe heerlijk vind ik dit. Waarom trekken extreme weersomstandigheden me zo aan?

Thuis gekomen, kruip ik op de bank en lees de verdere dag mijn boek. “Rode komeet”, de nieuwe biografie van Sylvia Plath. Vlammende kunst en een kort, stormachtig leven.

Hulphond

Stormachtig, Zeeland

De diverse telefoons geven waarschuwingen. Code geel en oranje. Er blijken hier nog andere gevaren te heersen als COVID 19. ‘Ga niet naar het evenement’, zegt de mijne. Het evenement blijkt de storm zelf te zijn.

Het begint al een beetje stormachtig binnenshuis. De hond durft de trap niet meer af. Of beter gezegd: beide trappen die van ons appartement naar de hoofdwoning en tuin leiden. In alle vroegte smeek ik, verleid ik, probeer ik te tillen. Niets helpt. Marie blijft bibberend in een hoekje zitten. Er moet een sterke huisgenoot uit bed komen om haar de trap af te dragen. Ze geeft zich aan hem over en de huisgenoot gaat weer terug naar bed. De ritmes hier in huis verschillen nogal, de intenties niet, gelukkig.

Opgewekt stappen Marie en ik de storm in. De Beauforts zullen in de loop van het volgende etmaal alleen maar toenemen. Buitenshuis.

Het licht. Zeeland

Als Marie en ik over het nog onbekende strand rennen, zet een stralende, over de duinen opkomende zon het landschap in lichterlaaie. Dramatische zwarte wolken hangen boven de woeste zee. Zeeland. Ooit sloeg de stormvloed een bres in de duinen, hier dichtbij. Nu is er het geruststellende, mooie en vreemd genoeg warme licht.

Het begeleidt ons op deze kerstdag. Bij het geven en ontvangen van de cadeautjes die uitgestald liggen onder Kees’ schamele voeten. Opj de strandwandeling die eindigt bij een strandtentje dat warme chocolademelk met rum en slagroom uitvent. Bij het bereiden van de Indische maaltijd, nog weer later in de middag. De diverse bumbu’s staan te pruttelen, de uit de pannen stekende serehstrengels herinneren me opnieuw aan mijn moeder en de kampongbeelden die zij schetste. Het licht is er als ik de brieven lees die we bij deze gelegenheid voor elkaar schrijven. Gezien worden, begrepen worden. Het licht verwarmt ons.

Als ik aan het eind van de avond me op de bank vlei en de stemmen van onze spelletjes spelende kinderen uit de keuken hoor, daalt een grote rust en warmte over me heen. En vanaf de schoorsteenmantel schijnt een speciaal lichtje voor mij voort.

Een negatief gezelschap

De regenboog kromt zich over de Zeelandbrug. Lichtstralen en regenwolken zetten de Westerschelde in een bizar zwart-wit palet. Hier was ik eerder. In 1965, vlak na de opening. Mijn vader zag graag als eerste bouwwerken als deze brug. Negen kilometer brug was nog nooit vertoond, in onze wereld althans.

De geliefde stuurt het busje over de nu smal aandoende brug. Wanneer zijn telefoon gaat, neem ik die aan. Met de GGD. Na enige formaliteiten over of ik de boodschap wel mag aannemen volgt het verhaal. Als ik u straks de uitslag van uw mans test vertel, moet u voorbereid zijn op wat te doen. Mijn hart zinkt in mijn schoenen. Uiteindelijk blijkt de uitslag negatief.

Aangekomen bij de gehuurde boerderij volgt de enorme hoeveelheid boodschappen de omgekeerde route. Van auto naar ijskast en keukenkastjes. Ook Kees de wees, die nu bijna kaal is, krijgt een plekje. Zijn ballen en piek er weer aan en op. Klaar is Kees.

Dan gaat opnieuw de telefoon van de geliefde. Ik hoor het nieuws vanuit de keuken. Een deel van het reisgezelschap staat langs de kant van de weg. Te wachten op de testuitslag van een sleutelcontact. In de inmiddels donkere Kerstnacht kijken zij Netflix series om de spirit erin te houden. “In de herberg was geen plek voor hen”, grapt de rest van het gezelschap bij het knetterde haardvuur.

Maar dan komt het verlossende telefoontje.

Ouders en kinderen kunnen het, nu het gezelschap compleet is, toch niet laten en sluiten elkaar in de armen.

Een negatief gezelschap, positief gestemd.

Hoop in bange dagen

Deze tijd van het jaar zet aan tot mijmeren over hoe het was en hoe je wilt dat het zal zijn. Niet eerder heeft een voorbij gegaan jaar zoveel stof tot reflectie gegeven. Alle dag- en weekbladen hebben speciale edities met ’terugblikken’. Ik stop ze allemaal in mijn tas en neem ze mee.

Het busje staat al bepakt en bezakt klaar. Met oneindig veel boodschappen, alvast gekookte maaltijden en hondeneten aan boord. We gaan Kerstmis vieren met ons gezin en ‘aanhang’. Op afstand, in twee huisjes op het Zeeuwse platteland. We zijn allemaal getest. De uitslagen druppelen binnen…

2020 was, naast Coronajaar, ook het jaar van ‘de gender kwestie’. Of liever gezegd van de non-gender kwestie. Meer dan ooit kwamen non-binaire mensen aan het woord. Mensen die zich niet tot het ene of het andere geslacht voelen horen of daartoe teruggebracht kunnen worden. “Meer ruimte tussen man en vrouw”, kopt het artikel in de NRC. Vanaf afgelopen zomer wordt op ID’s niet langer het geslacht vermeld. Een historische mijlpaal. Niet voor alle transgenders een oplossing, zo begrijp ik. Maar toch een doorbraak in het binaire denken.

Het riekt naar empathie. Medegevoel voor de anders-zijnde mens. Dat stemt me hoopvol. En als we reflecteren over wat deze crisis heftig voor ons maakt en het draagvlak voor de maatregelen geactiveerd heeft, kom ik uit bij zorg voor de ander. Dat onze ouder, geliefde of naaste niet ziek wordt of dood zal gaan.

Dat een samenleving gebaseerd blijkt te zijn op empathie, boven verwachting wellicht, dat is een hoopvol teken in bange dagen.

Woman is the nigger of the world

“Woman is the nigger of the world”, concludeert het andere Damesmeisje als ik haar het verhaal vertel. John Lennon zong het al. Vrouwen die op de achtergrond blijven, maar ondertussen de basis leggen voor baanbrekende vernieuwingen, zoals de Hongaars-Amerikaanse Katalin Kariko, het brein achter het nieuwe Pfizer vaccin. Zij is degene die het zoeken volhield, stilletjes in haar laboratorium. Gelukkig krijgt zij nu de credits die ze verdient. Zo gaat het niet altijd. Vrouwen die automatisch zorgdragen voor hun familie en daar nooit waardering voor krijgen. Of juist kritiek. Jongetjes die nog altijd, zowel in hun jonge jaren als later, meer gepamperd worden dan meisjes.

Jammer. Misschien zelfs wel rampzalig voor de wereld als dat niet verandert. De United Nations hebben voor het behoud van de aarde vier duurzame doelen gesteld.

Ten eerste de reductie van voedselverspilling en een ander, plantaardig dieet. Ten tweede het overgaan op zonnen en wind energie. Alle vervoer elektrisch. Ten derde het behouden en herstellen van bossen, regenwouden en moerassen. En ten vierde ‘empowering’ van vrouwen.

We hebben het in Afrika al gezien. Ondersteun de vrouwen en meisjes en je redt een land of een volk.

In deze donkere dagen voor Kerstmis zou ik willen zeggen: het kan alleen echt samen, verenigd in ieders kracht, met waardering voor alle energie en moeite. Want dit is een race die we of samen winnen, of allemaal verliezen.

Wie doet er gemiddeld over de wereld de meeste kerstboodschappen en het kookwerk?

Rijsttafel in de winter

Op de lange tafel staan vele blauwe kommetjes, in dezelfde tint als het tafelkleed. De drankjes zijn gekoeld. Onze jarige vriend uit de Jordaan trakteert ons op een rijsttafel, refererend aan de vele gesprekken over onze families. Drie van ons hebben immers een ‘Indische achtergrond’. De smaken en geuren herinneren me aan mijn moeder en tante in de keuken bezig, dagen van te voren. Mysterieus en vol verwachting van het feestmaal. Want dat is het, de rijsttafel. Een gebruik wat ontstaan is bij de witte elite in Nederlands-Indië. Uit de lokale lekkernijen werd een selectie gemaakt en samen geserveerd. Alsof wij uit een top Italiaans kookboek alle beste recepten tegelijk maken en op ons bord scheppen. Een maal voor heersers, stellen we gegeneerd vast. Van Reybrouck’s ‘Revolusie’ is nooit ver weg, tegenwoordig.

Ondertussen, op een ander continent, laat de verliezende heerser nog even, via een speciale federale procedure, wat mensen doodspuiten. Als enig Westers land is de doodstraf in de VS nooit ver weg. Sitalsing gedenkt ze met hun namen in haar column.

In de nacht wandelen we terug naar huis. De Lindengracht is zo stil en verlaten dat hond Marie haar eigen spoor mag trekken. Via weggeworpen koffiebekers en ander afhaal afval. Alleen café Thijssen probeert de moed erin te houden met uitbundige kerstverlichting die de plaats van de bezoekers ingenomen heeft. Hoopvol.

Ook mijn IJslandse boek eindigt met perpectief. De nieuwe generatie zal minder kunnen kiezen wat ze willen worden maar meer worden wat ze moeten zijn. Slim en inventief. Zo zijn jonge IJslandse boeren begonnen met het herstellen van de zogenoemde ‘Wetlands’. 40.000 kilometer aan slootjes wordt hersteld. Het water mag er weer zijn en het ontstane moeras zal goed zijn voor een enorme CO2 opnamecapaciteit. Kijk, dat is hoopvol nieuws in deze winterse nacht.

Poëzie

De lieve vriendin uit Noord stuurt me een filmpje van een project op een BSO. ‘Samen’. Hartverwarmende beelden van kindjes en hun juffen en meesters die, vanuit allerlei locaties, zingen. Over waarom nu ‘niet samen,’ en hoe je toch samen kan zijn. Over solidariteit, over zorgdragen voor elkaar. Een van de vele initiatieven op scholen om kinderen te helpen deze gekke tijden te begrijpen.

Later lees ik in mijn IJslandse boek (On time and water, A.S.Magnason) een hoofdstuk over onderwijs. Dit dient altijd ‘hoger’ doel. In de Middeleeuwen vond onderwijs plaats in kloosters en andere religieuze plekken en diende een ‘God’ of Godsdienst. Later werden machtshebbers en naties de ‘goden’. In ons kapitalistisch tijdsgewricht is ‘de vrije markt’ een nieuwe ‘God’ geworden.

Maar nu, door bedreiging van de menselijke soort door virussen en ziektes, smeltende ijskappen, verzurende oceanen en oprakende grondstoffen, dient zich een andere ‘God’ aan. Opleiding moet nu een hele generatie voorbereiden op hoe te overleven op een uitgeput rakende aarde. De speerpunten waarop onderwijs gericht zal moeten zijn veranderen radicaal. en daarmee de eisen die aan kinderen gesteld worden.

De kersverse oma die ons gisteren bezocht, vertelt ons dat haar vak, het Frans, nooit meer wordt gekozen. Het sterft uit. Als de keuze voor een taal gemaakt wordt, is het Spaans, Russisch of Chinees. Geen Frans. Dat is iets uit een ander tijdperk.

Treurnis welt op. Over een poosje zal er, op de Fransen zelf na, niemand meer zijn die de gedichten van Verlaine kan lezen, geen Proust meer in t Frans.

De IJslandse geleerde vraagt zich af welke vakken er nog wel onderwezen zullen moeten worden. Techniek, uiteraard. Ethiek? Hard nodig om lastige beslissingen te nemen die er aan zitten te komen. Poëzie en oude teksten? Laten we die er in ‘Godsnaam’ in houden. “Because poetry is the silver thread of the human spirit, without it, human existence is unthinkable”.

Grote beer

Het is een koude, heldere nacht. Vertrouwd staat de Grote Beer aan de noordelijke sterrenhemel en waakt over de slapende Damesmeisjes. De een in de caravan, de ander in het busje. Zelfs hond Marie draait zich tot een klein balletje om warm te blijven.

Het zal een prachtige dag worden. Een lucht vol zachte pasteltinten en een bemoedigende zon. De Damesmeisjes gaan voor t eerst weer uit wandelen. De enkel van het ene meisje is dusdanig hersteld dat ze de tien kilometer langs het riviertje naar het volgende dorp aan kan. We lopen, praten en kijken. Een stroom van gedachten, associaties en plannen komt op gang. Ons ‘to do lijstje’ groeit.

Wat ben ik blij met deze dag. Dit bezoek aan de noordelijke weilanden, even weg uit het stedelijke Corona isolement. De geur van de zee. De frisheid van pas gewassen lakens wapperend in de wind.

Op de weg terug naar het westen, met de oude zee aan mijn linkerhand, vangt mijn blik berichtjes op van de telefoon. Een bede van de enige reddingsboot die nog vluchtelingen kan redden op de Middellandse zee, de “Open arms”. Een moeder wiens baby overboord slaat smeekt om hulp.

En dan het berichtje van de geboorte van een nieuw kindje in onze ’vrienden-familie’. Het slapende roze gezichtje van het deze nacht geboren meisje, in het sterrenpakje van haar vader, 33 jaar terug in de tijd.

Moge de Grote Beer over je waken, lief meisje, een lang leven lang.

Donk genen

De lieve nicht zit op de grote bank, het tafeltje met lekkere hapjes staat tussen ons in. Ik zit in de andere hoek. Later zal Marie er stiekem bij kruipen.

Het was een lange dag. Zelfs de lunchpauze moest worden opgeofferd. Een laatste werkdag, op een rafelige ‘post werkdag’ volgende week na. Tussen de ‘calls’ door bereid ik het eten. En daar zitten we dan weer. Net zoals toen we kleine meisjes waren. Het leven wordt doorgenomen. En zoals altijd komen we op onze familie. De ‘Donk genen’. Onze vaders. De hare schaakgrootmeester en accountant, de enige die mocht studeren in het gezin met vier zonen. Hij was de baas, altijd en overal. Ik was een beetje bang voor hem. De mijne, de derde zoon, had graag geschiedenis gestudeerd. Maar dat kon niet. Na de driejarige HBS ging hij werken. Hij zou later een lange carrière bij DNB afronden. En sterven vlak na zijn pensionering. Van zijn kampeerauto dromen en verre reizen maken is niets terecht gekomen.

Tijdens die lange jaren bij DNB werkte hij s avonds thuis door. Op de eettafel stond zijn typemachine. Ik heb hem niet weg kunnen gooien, toen ik hem vond bij het opruimen van het ouderlijk huis. Avond aan avond typte hij offertes voor het aannemersbedrijf van de tweede zoon, onze oom Jan. Die kwam dan met zijn mooie rode Volvo van Buitenveldert naar Slotervaart gereden om een enveloppe te brengen. Ik vroeg me, naïef natuurlijk, af waarom oom Jan deze enveloppe met papieren niet zelf uittikte.

Mijn vader kluste bij, zou je nu zeggen. Soms zag hij grauw van vermoeidheid en maakte ik me zorgen om hem. Ik was bang dat hij iets aan zijn hart zou krijgen. Zoveel wist ik al over de gevolgen te hard werken. Later zou ik me in dit onderwerp specialiseren. Toeval?

Ach, mijn arme vader. De lieve nicht wist niet van het bij klussen. Er werd niet over gesproken. Tussen de broers was het duidelijk. De oudste twee zonen waren ‘rijk’, de twee jongsten niet. Anders dan de Benjamin was mijn vader trots en accepteerde geen ‘aalmoezen’. Later, toen ik met de geliefde ons huis wilden kopen, bleek er voldoende geld te zijn om een lening binnen de familie af te sluiten.

Mijn arme vader. Stilletjes spaarde hij voor ons, zonder een woord daarover.

De harde werker, charmant maar bescheiden. Ik wou dat ik hem nog eventjes kon spreken.

Van streek

Ik ben van streek. Dat is duidelijk. Alles irriteert me en mijn concentratie is belabberd. Wat zit er zo dwars, vraag ik me af.

Lege schoolbanken in de school hiernaast. Overal in het land en bij de buren. Lege schoolbanken in Nigeria, waar de Islamitische terreurgroep Boko Haram zeker 300 jongens uit hun internaat heeft ontvoerd. Om als kindsoldaten ingezet te worden, waarschijnlijk. Geen rooskleurige toekomst.

Een eeuwigheid geleden, zo een anderhalf jaar, werd ik benaderd door een Nigeriaanse school. Opgericht door meisjes, vrouwen inmiddels, die ooit ontvoerd zijn geweest maar ontsnapt. Zij startten een meisjesschool waar zijzelf alle lessen geven en functies vervullen. Naast onderwijs vormt de school een thuis en een plek om te helen. Velen zijn heftig getraumatiseerd. De school trekt expertise uit de hele wereld aan om hen te ondersteunen. Ik voel me zeer vereerd. Nu ligt Nigeria onbereikbaar ver weg, terwijl de foto’s in de krant de dreiging naar voren halen.

Dichterbij huis ben ik er getuige van dat een misbruikschandaal in extreem-christelijke kerkelijke kringen langzaam boven tafel komt. De RK kerk is er niets bij. Het gaat om systematisch, ritueel en zeer wrede vormen van geweld. De slachtoffers kunnen er amper over praten. Gehersenspoeld als ze zijn. Nog steeds bang voor de duivel, nog steeds bang dat het hun eigen schuld is. Het zou aangekaart moeten worden, maar de slachtoffers kunnen dat nog niet dragen. Machteloos en met teveel akeligheid in mijn hoofd moet ik toeschouwen.

Heel dichtbij huis ben ik ook van streek. Beide Damesmeisjes eigenlijk. En liggen ’s nachts wakker. Ons geplande piepkleine kerstuitje naar de Knaus. Hoe moet dat nou? Mag het nou wel, of is het toch amoreel? Wikkend en wegend woelen ze in hun bed, zo een 120 kilometer uiteen.

Maar dan is er de sneltest. Een uitkomst. Opgelucht kunnen ze nu wel slapen.

Was er voor de rest van ’s werelds problemen ook maar een sneltest a raison van veertig euro.

Handenwringend

Handen zijn gekke dingen. Soms verzelfstandigen ze, lijkt het. Alsof ze een eigen leven leiden. Zo keek ik gisteren, tijdens de toespraak uit het torentje, gebiologeerd naar de handen van Mark Rutte. Ze aaiden elkaar. Ze tastten het papier af. Ze leken met elkaar te praten. Zochten ze steun bij elkaar? Waren ze het met hem eens? Ergerden ze zich aan het gefluit buiten?

Vandaag lees ik handenwringend de kranten. Theorieën waarom nu wel het RIVM advies gevolgd wordt en eerder niet. Waarom zulke generieke maatregelen nu. Waarom niet meer op maat. Ik herinner me de kritiek van enige tijd geleden, dat de maatregelen juist uitbleven. Dat de regering te laks reageerde. En realiseer me de lof die Merkel oogst, met soortgelijke acties en strengheid.

Voor de schooldeur, naast mijn kantoor hoor ik vanmorgen huilende kinderen. De school stopt. Ouders hebben vannacht enorm aangepakt en serveren de teleurgestelde kinderen een kerstontbijt. Geen feeërieke kerstviering volgende week. De jurkjes en feestpakjes blijven in de kast hangen. Online hoor ik huilende ouders aan. Het vooruitzicht om de kinderen vijf weken binnenshuis te moeten bezighouden, zonder uitjes naar attracties als dierentuin en pretpark, stemt somber.

’s Avonds lees ik de column van Maxim Februari en heradem. In tijden als deze is het besef bij de elite gegroeid dat er iets anders nodig is. ‘The great reset’. Ik blogde er al over. Maar een ‘reset ’ gaat niet zomaar. Er is haast bij. De ijskappen smelten, die wachten niet tot wij eruit zijn of de pijn wel eerlijk verdeeld is, of de besluiten wel democratisch genomen zijn. We moeten handelen. En wel nu. Dat gaat niet zonder pijn. Er is haast bij, maar niemand maakt haast. Op een enkele Zweedse puber na. Er hangt een prijskaartje aan. Niet alleen minder besteden, is het motto, maar ook minder stemmen. “Niet om de samenleving onrechtvaardiger te maken, zoals in Polen en Hongarije, maar om haar te redden”.

Handen ineen slaan voor de aarde en de individuele pijn slikken, denk ik, handenwringend.

Goed idee, kerst met zijn twee

Wat had ik het graag over het woord ‘autogorbe’ willen hebben. Een Spaanse uitdrukking voor presidenten die na hun nederlaag het bewind willen voortzetten. Spaanstalige landen maken dat kennelijk wel vaker mee. Dan had ik het over T kunnen hebben. Over zijn waanzinnige en gevaarlijke pogingen voor altijd in het witte huis te blijven.

Maar ik kan het niet.

Vanmorgen trof ik onze buurman in tranen aan. Zijn exclusieve winkelketen moet sluiten. Na een moedige doorstart na de eerste lockdown was hij vol goede moed. De naderende, complexe bevalling van hun tweede kindje valt in het niet bij de zorg om het voortbestaan.

Ook mij overvalt de ernst van wat er komen gaat. Bij de winkel voor kunstenaarsbenodigdheden tref ik een zeer lange rij. En verontrustend lege schappen als ik eenmaal binnen ben. De fabrieken werken op halve kracht en mensen hamsteren verf, doek en penselen, hoor ik. Bij de dierenwinkel tref ik een nog langere rij. “Jij hoeft toch niet dicht?” vraag ik hoopvol aan de aardige baas die me altijd een extra dingetje voor de hond toeschuift. ” Geen idee” is zijn gelaten antwoord.

Thuis gekomen verzet ik iets in mijn avondpraktijk om de persconferentie te kunnen volgen. Persconferentie? Een toespraak uit het torentje, zal je bedoelen. Mijn gedachten gaan terug naar die eerste keer. Het andere Damesmeisje borduurde toen onmiddellijk een schilderijtje naar het beeld van de premier temidden van zijn persoonlijke inspiratiebronnen.

We kijken en luisteren. De geliefde, de empathische vriend en ik. We zijn het niet met elkaar eens. Een pittige discussie volgt. Over generieke maatregelen versus meer ‘op maat’. Over hand in eigen boezem of in die van een ander. Het gevaar van ‘de Kalverstraat’ of die van de eigen keukentafel.

En dan komt de dominee voorbij. “Goed idee, kerst met zijn twee”.

Eens raden, wat zal dat voor de discussie betekend hebben?

Kees, de wees

We hebben een wees in huis genomen. Hij is waarschijnlijk zeven jaar oud. Zijn adoptief ouders hebben hem niet goed behandeld en als we naar het opvangcentrum fietsen zien we hem treurig langs de kant staan. Hij is van goede afkomst. Zijn biologische verzorgers hebben hem gifvrij gevoed en hem alle ruimte gegeven om te groeien voordat ie voor adoptie in aanmerking kwam. Daarna ging het mis.

Ik was meteen ‘om’ en zette hem op mijn fiets. De geliefde had liever een ‘strak jong ding’ gekozen. Ja, dat hou je toch. Maar de belofte dat hij Kees mag aankleden, doet hem verzachten. Terug op de pont met Kees schuin hangend voorop, oogsten we vertederde blikken.

Thuis halen we heel oude dozen tevoorschijn. met spulletjes voor Kees. Spullen die in geen jaren gebruikt zijn. Uit de mode, foute kleuren en kapot. En daar staat Kees dan, bij de serre deuren. Om zijn hoofd nog een beetje koel te houden. Anders gaan de levenssappen als een gek te keer, waarschuwde de mevrouw van het adoptiecentrum nog.

Foute slingers om zijn schamele lijf, kaal aan twee kanten, met een foeilelijke piek op zijn hoofd. Ik vind troost voor Kees bij Paulien Cornelisse. Een kerstboom moet geen design ding zijn, in de juiste kleuren van dat jaar. Bah. In een kerstboom mag vanalles hangen. Van glinsterende .kitschballen in niet-matchende kleuren tot foute hoelahoep slingers.

We houden van hem zoals hij is. Kees, de kerstboomwees.

‘The great reset’ oftewel oefening in deemoedigheid

Het is 12 december. Ook deze datum is van betekenis. Om twee redenen. Het eerste jubileum van het akkoord van Parijs, hoewel ‘jubileum’ geen gepast woord is, in dit geval. Het impliceert teveel vreugde.

En omdat het de einddatum is van een al een halfjaar lopend zogenoemd ‘visitatietraject’ van mijn psychotherapiepraktijk. Zeg maar ‘ controle’.. Voor de derde keer in mijn loopbaan en elke keer enerverend. Maar waar heb ik t over in het licht van de andere datum?

Vijf jaar na de eerste afspraken die moeten voorkomen dat onze planeet en alles erop en eraan ten gronde gaat. Greta Thunberg is vernietigend in haar commentaar op de bereikte resultaten. “We gaan nog steeds snel de verkeerde kant op. Onze hoop is gericht op de mensen, het volk”.. Ook de Nederlandse elite schijnt te vinden dat het anders moet. Duurzamer, een grote ‘ reset’ is nodig. aldus onderzoek door het SCP, wiens directeur opnieuw de invloedrijkste mens van Nederland blijkt te zijn.

En wat gaan we daaraan doen, de komende jaren? Wat ga ik doen? Deze vraag speelt constant in mijn hoofd als ik het boek ‘On time and water’ door de IJslandse geleerde A..S.Magnason lees.

Dezelfde vraag speelt, op micro niveau’ in het visitaitietraject. Wat ga ik doen ter verbetering van mijn handelen. In dit geval met name op administratief en organisatorisch niveau. Ik heb een slechte beurt gemaakt. Te slordig bij het invullen van allerlei online vragenlijsten betrekking hebbend op deze controle, in de maanden september en oktober.. De foto’s van mijn prachtige praktijkruimte zijn in zwart/wit vanwege de hoeveelheid pixels en maken weinig indruk. Ik krijg een negatieve lading over me heen.

Naast het beeldscherm staat een afbeelding die me rustig houdt. Die me in contact houdt met het groter geheel. Belangrijker dan wat dan ook. ik heradem, we praten, ik laat zien en alles is goed.

Ongewone vrijdag

11 december. Deze datum leidt me terug in de tijd. Toen ik twee en een half jaar oud was, verhuisden we van Amsterdam-Oost naar de zandvlakte in west, wat later Slotervaart zou gaan heten. En daar werd al snel mijn broertje geboren. Ik herinner me het witte, mistige licht van die december maand. Een wiegje in een kamer die ik nooit eerder had opgemerkt. Mijn wereldje was nog zo klein. Mijn eigen kamertje, de slaapkamer van mijn ouders en beneden, keuken en woonkamer. Nu in ene bleek er nog een kamer te zijn in mijn wereld.

Hij sliep. Heel veel. Ik herinner me hoe mijn moeder hem wakker probeerde te maken. Om hem te voeden, te verschonen. En dat ze ongerust was. Waarom slaapt hij zoveel? Ze leek zich afgewezen te voelen door dat alsmaar slapende kindje.

Het is nooit goed gekomen met dit jongetje. Het minste wat ik kan doen is aan hem denken, op de elfde december. Voor altijd een ongewone dag.

Een doodgewone donderdag

Donderdagochtend 7.30u. Opstaan, de hond verlossen van haar hoge nood, een half uurtje op het kussentje. De krant. Sitalsing kopt met: “Normen en waarden zijn voor de buurman”. De VVD is niet zo voor t opleggen van wat en hoe. Dat hebben we afgelopen dinsdag weer gemerkt. Adviseren, niet opleggen. Er is een waarde die al de anderen overstijgt. Vrij zijn om te doen wat je wil, ook al gaat dat tegen het algemeen belang in. Waar is het tijdperk van normen en waarden gebleven? Onze vorige premier heeft nog een norm op zijn naam staan.

Na het lezen van de column vraag ik me af of ik diep in mijn hart ook niet een beetje een VVD-er ben. Is het niet zo dat wij met Sinterklaas onze dochters plus hun mannen ontvingen? Ja, zeiden we tegen ons zelf: “zij zijn een huishouden en wij ook”. Dus zitten we goed. Maar is dat zo? Volgens de letter van de wet bestaat het begrip ‘huishouden’ in dit verband niet meer. Alleen telt het ingeschreven staan op een adres. Aha, een andere uitweg. Woont de jongste dochter niet officieel op ons adres?

We gaan met Kerst weliswaar niet naar Frankrijk, maar huren een huis in Zeeland. De reden houdt verband met de achterban van de mannen. Wat ons betreft waren we gewoon gegaan. Nu dan wel niet de grens over maar de aantallen blijven hetzelfde. “Ja, maar..we hebben een tweede huisje ernaast gehuurd”, denken we opgelucht.

Donderdagmiddag ga ik me minder fit voelen. Hoofdpijn. En heel moe. Als ik tussen twee afspraken door even ga liggen, lijkt het alsof ik niet meer op kan staan. Moet ik me nu testen, schiet het door mijn hoofd? Zou t Corona kunnen zijn? Geen koorts of verkoudheid, maar ja. Ik herinner me hoe ik eerder die ochtend een cliente toegesproken heb. Dat ze zich moeten laten testen. Voor het algemeen belang. Ik zucht, de teststraat is aan t andere eind van de stad. Een half uur fietsen. Toch maar even aanzien…

Tja, een doodgewone donderdag. Doodgewone dilemma’s?

Dam, revisited

De lieve vriendin uit het centrum en ik gaan naar een theatervoorstelling anno nu. In Frascati. A portrait of the Artist in red, yellow and blue. Door Caro Derkx. Ik haal de vriendin op en samen lopen we door de stille koude stad In het gesloten theatercafe wachten we, de mondkapjes inmiddels op, tot we de zaal mogen betreden. Een halve vloer met eenzame stoeltjes. Stelletjes bestaan inmiddels niet meer. Gedurende het eerste kwartier ben ik verdwaald in de verkeerde voorstelling. Waar zijn de teksten van Woolf, Smith en Solnit, die me zijn beloofd? Langzaam ontdek ik in de tekstflarden een patroon. Veel minder over de vraag ‘ wie ben ik’ gaat het over ‘ wat zou je kunnen zijn’. Ik geef me over en laat me meevoeren door woorden en kleuren.

Anderhalf uur later staan we weer buiten. De vriendin vraagt vriendelijk aan de portier of we nog even binnen mogen blijven. Nee. Het nieuwe uitgaan is bar.

We lopen in omgekeerde richting. Op de Dam, onder de net opgerichte Kerstboom zitten we op een bankje. En drinken de meegebrachte gluhwein uit een thermoskan met een bonbon erbij.

Het is lang geleden dat ik hier zat. Ik zal 14 of 15 jaar zijn geweest. In een bloemetjes jurk, met blote voeten. Op de Dam zitten en denken dat dit het echte leven is. Ik herinner me dat het effect een beetje teleurstellend was. Na een poosje begon ik me te vervelen en deden mijn voetzolen pijn. Ik denk dat ik mijn schoenen maar weer aangetrokken heb en naar huis gefietst ben.

Wat is nu precies het verschil met de eerste golf, vragen de lieve vriendin en ik ons af, op deze koude december avond in 2020. In het voorjaar was het spannend. We voelden ons verbonden met elkaar in het isolement. We waren bezorgd over de zieken en de doden. Nu maken we ons druk over hoe en met wie we kerst kunnen vieren. Het is het allemaal een beetje saai geworden.

We pakken ons boeltje maar weer op en lopen langzaam naar huis.