Hond in t bakkie of kat in de zak?

Op sommige dagen komt alles tegelijk. Vandaag is zo’n dag.

Sinds ons bezoek aan Denemarken, afgelopen zomer, ben ik op zoek naar een bakfiets. Niet zo een snelle Amsterdamse ‘urbanarrow’ voor bakfietsmoeders maar een solide Scandinavische waarin hond, echtgenoot, en vriendin vervoerd kunnen worden. Snel gezocht, gauw gevonden. Een klein Limburgs familiebedrijfje doet in gebruikte bakfietsen. Er wordt gezellig heen en weer geappt en de bestelling is een feit. Het duurt alleen tamelijk lang. En er zijn probleempjes. Ik kan niet komen proefrijden vanwege Corona. En de verffabriek gaat failliet. Maar vandaag is de dag. De bakfiets wordt afgeleverd. De vriendelijke mevrouw belt me dat ze eraan komt. Wat leuk zo, hartje Amsterdam, appt ze. Vervolgens staat de dame enige tijd stil achter een van de pakketbezorgers die hun ronde doen. De Volvo stationcar met aanhanger kan natuurlijk niet geparkeerd worden op de plek die ik vrijgehouden heb. Probleempje. Dan maar snel uitladen, de dame doet een plasje op onze toilet en weg is ze. Ondertussen staan er diverse pakketbezorgers voor onze deur. Een schilderdoek, voor een experiment met het andere Damesmeisje, een pot nieuwe verf. Een nieuwe deurmat in een belachelijk grote doos. Een kledingstuk. Een kamerplant met potgrond erbij. De pakjes stapelen zich op, terwijl ik daar sta met de nieuwe bakfiets. En probeer en probeer en probeer op te stappen. Telkens beland ik tussen de paaltjes (die wij vreemd genoeg nog steeds hebben, elders in de stad zijn ze met veel moeite weggehaald). Het ligt aan mij, concludeer ik en haal de Geliefde erbij. Ook die zwoegt en ploetert. Ik app met de dame:. ‘Het is even wennen’ antwoordt ze laconiek.

En Marie, voor wie dit allemaal bedoeld is? Hoe reageert die? Zij heeft er wel zin in, maar sjokt onverrichter zaken terug naar haar bench. Wat een

De Chinese manier

De lieve vriend uit de Pijp eet een hapje tapas mee en kijkt ook nog even kritisch naar mijn schilderijen. Ik waardeer zijn commentaar. En passant komt zijn leven ter sprake en zijn levensfilosofie. De Chinese manier. Alles bekijken op bruikbaarheid en inzetbaarheid voor je eigen doelstelling. Een praktische en onderzoekende levenshouding, afgekeken van de Chinezen. Ik moet wel even slikken als ik vervolgens (de verplichte klok geeft ongelooflijk veel ruimte op een avond) in de krant lees over de systematische verkrachtingen van Oeigoerse vrouwen. Door Chinese mannen, in pak bovendien.

Nog meer tijd later op deze eindeloze avond lees ik een stuk van Tom Lanoye in de NRC en ontdek dat onze zuiderburen t eigenlijk ook op ‘de Chinese manier’ doen. Nederland wordt niet bevochten maar onderdelen opgeslokt, geïncorporeerd en Belgisch gemaakt, zonder dat wij het merken. Maar nu slaat deze Belg hard terug. Het ‘Naderland’ wordt gefileerd.
En ik ben het er ook nog roerend mee eens.

Rimpels, rollators en geraniums

Fotograaf Lassi Lautrainen legt in een fotoserie de innige band vast tussen een bruine beer en een wolf (VK).

‘Doe geen schade’. Zo begint de eed van Hippocrates. En zo begint ook een uitstekend artikel van Emma Bruns in de NRC. De Corona crisis heeft het topje van een ijsberg blootgelegd. De meest kwetsbaren van onze samenleving zijn percentueel niet zozeer de ouderen maar de zogenoemde binnenvetters. Rimpels, rollators en geraniums blijken niet de voornaamste alarmsignalen te zijn. Maar mensen, meestal mannen, die een bepaald type buikvet aanmaken. Vaak is dit aan de buikomvang af te lezen maar niet altijd. Binnenvetter word je door je levensstijl. Te weinig bewegen en dierlijke producten eten.

De pandemie geeft ons nog een andere waarschuwing. Zoonosen, zoals COVID-19, ziektes die van dier naar mens overspringen, ontstaan door teveel dieren opeen te pakken, door hun leefgebieden te verstoren of op te heffen. We zijn nu druk bezig de gevolgen van de besmetting onder controle te krijgen maar is het ook niet de hoogste tijd te kijken naar het voorkomen van een volgende pandemie? Want die komt. De vraag is wanneer en waar.

Ik kijk naar de presentatie van Esther Ouwehand’ s boek: ‘Dieren kunnen de pest krijgen, en dan?’ De lijsttrekker van de Partij van de dieren zet de cijfers op een rijtje. In Nederland, het dichtste door dieren bewoonde land, leven we op een vulkaan. Vogelgriep, Q-koorts, gekke koeienziekte. Er zijn ‘slechts’ enkele honderden mensen aan de gevolgen overleden. Elk jaar is er een nieuwe uitbraak die doorgaans stil gehouden wordt. Maar het kan grootschalig misgaan. In ons dichtbevolkte landje boven op die miljarden dieren.

Stop ze te houden (en onder die omstandigheden), stop ze te eten. En mens, dier en t gehele eco systeem worden er beter van.

Eco centraal denken. “Het beste idee is een idee waarvoor de tijd rijp is”, zegt Victor Hugo. ‘Doe geen schade’, zegt Hippocrates. Is de tijd rijp?

Ommetje

Het grappigste nieuws van de dag is het voorstel dat 1,2 miljoen te dikke oudere mannen in quarantaine gaan en hun eten via een luikje toegestopt krijgen. Dan zijn ze vast na een poosje minder dik. Het mes snijdt aan twee kanten.

Over het nare nieuws wil ik het eigenlijk niet hebben, maar ja, ik ben al begonnen.

Een foto in de krant. Het ziet er onschuldig uit. Een modern gekleed stel, met een kinderwagen en een kind aan de hand. Ze lopen over ruig terrein. Dat wekt argwaan. Waarom lopen ze niet over een verhard pad?

Het echtpaar komt uit Afghanistan. Ze proberen lopend vanuit Bosnië-Herzegovina de grens met Kroatië over te steken. Dan zijn ze in de EU. Nu zijn ze nergens. De fotoserie toont beelden van vluchtelingen in de regio Bihac. Schuilend in leegstaande panden. Wachtend.

Ik ken de beelden van kapot geschoten gebouwen, verwoesting, armoede, uitgedoofde blikken. In de jaren 90 werkte ik in de toenmalige enclave, omringd door vijandelijK Servie. Eerst hoogzwanger en later met een baby. Mijn lieve nichtje was mee als oppas. Later, in Sarajevo was het andere. damesmeisje mee als oppas. We trainden vrouwenorganisaties volgens het ‘Train the trainer‘ principe. Op een dag stormde er een rebellenleider de zaal in en nam de zitting over. Gevolgd door paniek, hectiek en chaos. Voor ons, trainers, was het inmiddels haast ‘gewoon’. Je dealde ermee. Onbegrijpelijk, achteraf. Net zo onbegrijpelijk als ik nu naar deze familie kijk. Alles achtergelaten, met kinderen op de vlucht. En ze zien er zo ‘normaal’ uit, Alsof ze een ommetje maken.

Bad fog of loneliness

Mist flarden druppen ijskoude regen. De straat is spiegelglad als ik de hond op een eerste rondje mee uit neem. Een enkele fietser op de spekgladde brug. Verder niets, op de mist na. De stad heeft zich naar binnen gekeerd en komt vandaag niet uit bed. Ik doe mee, geen zin vandaag.

Als ik dan toch de mail open tref ik een bericht van de lieve vriendin uit het centrum. Ze stuurt me een gedicht van haar lievelingsdichter en oude stadgenoot Rien Vroegindeweij, ‘ Laat mij niet’. Later vandaag tref ik hetzelfde gedicht in de NRC, Frits Abrahams schrijft er een stukje over. ‘Laat mij niet in de mist’. “We staan allemaal, zeker wij oude mannen, wel eens in de mist, toch?”, zegt de dichter tegen de schrijver. In de mist staan we, bij de dood van geliefden. Of bij liefdesverdriet, zoals Neil Young op zijn 26e, in zijn ‘Bad fog of loneliness’, herinnert Abrahams zich. Er klapt een luikje open in mijn brein. Een lading sentiment daalt in. Liefdesverdriet, zonder dat je t hebt. Dat kreeg ik toen al van Neil Young. En nog steeds.

Een mistige dag verder tref ik een alleenstaande LGBTQer. Hoewel hij op een steenworp afstand woont, zie ik hem online. Hij heeft al een maand niemand gezien en belt s nachts vier keer met de politie. Een angstige mist in zijn hoofd.

Bad fog of Corona loneliness.

Villanelle, een beetje ouderwets aandoende dichtvorm krijgt haar kracht als je t hardop voorleest. Een ‘rap’ avant la lettre, eigenlijk.

Ijstijden

Het schurend geluid van een ijskrabber over de bevroren voorruit. Het scherpe gekraak van stappen over bevroren plassen. Gesmoord kraken van ijs in moddergeulen. En een explosie van brekend ijs wanneer een zwaar voorwerp het ijs verbrijzelt. Een samenvatting van de geluiden vandaag.

Het is een beetje winter, vandaag. Muts op, handschoenen aan. Begeleid door een stralend zonnetje gaan we naar het park. Daar patrouilleren, naast politie en handhavers vandaag ook ME voertuigen. De blauwe auto’s bewegen als logge tanks door de winterpret. Het wordt nu echt koud, in mijn gemoed. Is dit slim om te doen, Amsterdam? vraag ik me af.

Op de terugweg zie ik de Van Baerlestraat geheel geblokkeerd door politie en ME. Ook voetgangers worden gestopt. Ijstijden zonder pret.

Nog niet koud thuis en we stappen in de auto, naast de Geliefde en rijden naar de Ankeveen. Stilte en schoonheid van bevroren plassen en een laag hangende zon. We glijden over bevroren modder en oneindig veel ijssplinters glinsteren in het licht. Marie is euforisch en de tien kilometer rennen door het park allang vergeten.

Ze kijkt naar het grote bevroren water voor zich. Er wordt even nagedacht. En dan neemt ze een besluit. Ik wil iets zeggen maar de woorden stollen op mijn lippen. Ik zie slechts een langzame, vertraagde beweging waarin de hond door de lucht beweegt en zich met een enorme sprong richting ijsvlakte slingert. Met t oorverdovende lawaai van brekend ijs, zakt ze er doorheen. Kopje onder. Spartelende poten die houvast zoeken. Ik sta aan de kant te graaien maar kan er niet bij. Het ijs houdt me niet. Dan is er een grote man met lange armen die de hond grijpt en aan de kant trekt. We staan er allemaal een beetje perplex bij. Marie schudt zich uit en rent alweer verder op. Geen betere tijd dan ijstijd.

Moeders en dochters

Mijn lieve broer stuurt me een foto. Een KLM toestel, de Curaçao. Ik herken de Indische prinses, onderaan de vliegtuigtrap in lichte kleding. Aan haar rechterzijde, voor de kijker links, herken ik mijn opa. Daarnaast de lieve tante Suze. Aan mijn moeders linkerzijde staat, op pijnlijke (Corona !) afstand een vrouw die mijn oma moet zijn. Ze gaat schuil onder haar hoed. Ik meen haar kleine, gedrongen postuur te herkennen van latere foto’s.

Op welk moment is deze foto genomen? Ik schat mijn moeders leeftijd rond de 20. Het moet op hun repatriëring vanuit Nederlands-Indië zijn geweest, in 1946/47. Uit de verhalen herinner ik mij een boottocht door het Suez-kanaal. En steeds bijtender kou aan dek naarmate ze dichterbij Nederland kwamen. Er werden winterjassen uitgedeeld, altijd te groot, gedoneerd door sympathiserende landen waar ze langs voeren. In dat verhaal kwam geen vliegtuig voor. En toch staan ze hier.

Wat me het meeste puzzelt is de familieopstelling. Opa met zijn twee dochters. En oma op afstand. Hoe pijnlijk treft me dit. Verbijsterend genoeg lijkt het bovendien het thema van de dag. Wandelend langs het Bloemendaalse strand met de lieve Haarlemse vriendin praten we over moeders en dochters. Dat moeders door dochters verantwoordelijk geacht worden voor het goed houden van de verhoudingen. En vaders daarvan verschoond blijven.

Vanavond op het wekelijkse ‘culinaire en culturele avondje’ (nu wat bekort door de avondklok, maar net zo gezellig) wisselen de moeders uit over onzekerheid in hun huiselijke rol. In tegenstelling tot hun maatschappelijke en professionele positie. “Wat moet je nou met je moeder? ” als zelfondermijnende en afstand creërende gedachte in de relatie met je dochters. Jezelf in dat op zicht onbelangrijker maken en op afstand blijven.

Gezinstherapeut avant la letter Nagy zei ooit dat bepaalde gezinsdynamieken zeven generaties nodig hebben om te veranderen.

Moeder, sta ons bij..

Hoog water

Het Vondelpark is vandaag terug in haar oorspronkelijk staat. Moerasland.

In 1864 krijgt de architect D.J.Zocher de opdracht van het weerbarstige terrein een ‘rij en wandelpark’ te maken en een jaar later is het park open voor publiek.

Al sinds 1972 behoor ik tot dat vaste publiek en heb ik er met mijn respectievelijke honden van mogen genieten. De waterhuishouding van het park vraagt in toenemende mate aandacht. Vandaag zuigen mijn met Goretex beschermde hardloopschoenen zich vol met water. Marie rent achter een waterhoen aan van weiland zo de sloot in. Naadloos. Kleddernat rolt ze in de modder en schudt zich uit. Kindjes hebben dolle pret. Net als de honden vermaken ze zich in de prut. Allemaal zwart van de blubber.

Ik moet denken aan het werk van fotograaf Kadir van Lohuizen, vandaag besproken in de VK. Hij reist het smeltend en rijzend water na. Als een waarschuwing. Op onze Alaska reis belandden we fietsend bij een tentoonstelling van zijn werk. Alaskaanse Yupiks bij verhongerde ijsberen. Drankflessen naast iglo’s. En veel smeltend ijs. Om de een of andere reden was hij aanwezig. Graag had ik hem aangesproken, ik bewonder zijn inzet en werk allang. Maar schroom verhield me. Nog steeds spijt van.

Bij het verlaten van het Vondelmoeras zie ik een man met hond wachten voor het voetgangers stoplicht. Een vuilnisbakkie zoals je ze in Spanje treft. Vaal roodbruin, schriel postuur met spitse kop. Timide. Het baasje heeft haar van dezelfde kleur, een spitse neus met baard. Schuchter kijkt hij rond. Een blik van verstandhouding tussen hond en baas. Synchroniciteit en lotsverbinding. Bij mij rijzen de tranen. Hoog water vandaag.

Nederland

Ik heb nog geen twee pagina’s VK gelezen, of ik weet wat er vandaag in de blog zal staan. Aboutaleb speelt de hoofdrol bij Paulien Cornelisse en ik moet hartelijk lachen. Ik sla de pagina om en Sitalsing veegt de vloer aan met Rutte. Nee, waarom zouden we naar achtergronden vragen. De geesteswetenschappen zijn geen favoriet voor de VVD.

En de dag is nog maar een uur oud.

Een op school gepest en mishandeld kind komt langs, met de moeder. Een relatief simpel EMDR traject zou verlichting bieden. De jeugdzorg is echter uitgekleed, bij de gemeente ondergebracht en kreunt in zijn voegen. Het lukt mij zelden een voet tussen de deur te krijgen, zelfs als collega. Het kind moet wachten. Tot wanneer? Tot het depressief is of een agressief vechtersbaasje, die op relletjes afgaat? En dan ingerekend wordt en de cel in verdwijnt. Welke winst is er dan geboekt?

Een vrouw slikt 25 jaar antidepressiva en wil afbouwen. Dit kan alleen in zeer kleine stappen dus kleine doses. Van 5 milligram en minder. Anders treden er onthoudingsverschijnselen op en is terugval een reeel gevaar. Maar de kleine tabletten zijn amper verkrijgbaar en worden, tot mijn verbijstering, niet door de verzekering vergoed. De enige apotheker die kleine tabletten maakt, De Regenboog in Bavel, blijkt bovendien geboycot te worden door de verzekeraars. Liever betalen voor middelen dan mensen helpen om van die ‘troep’ af te komen. Middelen die ook nog heftige bijwerkingen hebben, bovendien. Wat voor beleid is dit?

De NRC kopt met de gebrekkige samenwerking tussen de nationale politie en de internationale. ‘M’ staat er bol. Om nog niet te reppen van het datalek bij de GGD.

En de treurige ranglijst wat betreft Europese aantallen vaccinaties. Alleen Bulgarije doet t trager. Ach jee, Nederland.

Een gedupeerde caféhoudster heeft een geweldig idee: stel alle lege cafe’s aan als priklocatie en geef de bartenders een spoedcursus injecteren. Vaccineren in je favoriete kroeg. Met een biertje toe. Wie wil dat niet.

Dat is ook Nederland.

Angela Merkel in Davos. En dat is Duitsland.

Superager

Na mijn dip van gisteren (teveel ‘te ’s) beurt de krant mij vanmorgen op. Bijna heel Noord-Europa wordt nu bestierd door vrouwelijke premiers. Ze staan met ‘haar allen’ op de foto. Jonge, stoere vrouwen met de touwtjes in handen en een kansrijk leven voor zich. De wereld zal ze nodig hebben.

De lieve vriendin uit het centrum komt een bordje zelfgemaakte risotto met me delen en vraagt en passant met welke dubbelganger ik onlangs op het strand was. Met Sonja? Ik moet lachen. Nee, met de lieve andere. Maar graag zou ik ook eens met ‘superager’ Sonja naar de zee kijken. En praten over haar nieuwe boek. Kan iemand een afspraak regelen?

Vorige week verscheen er, naar aanleiding van de inauguratie, een artikel over mensen die op hoge leeftijd nog voldoende energie hebben voor banen als bijvoorbeeld president van de VS. Biden en Nancy Pelosi laten het aan de overkant van de Atlantische zien, maar ook op eigen bodem hebben we ze. Superagers. Sonja is een van hen. Hedy D’Ancona verricht, amper gehinderd door haar jaren, nog steeds goed werk in Oeganda. Neelie Kroes, ooit dat Rotterdamse meisje en nu machtigste vrouw van Europa, laat onverkort van zich horen. Ga zo maar door.

Aan het eind van de middag, na een pittige dag beeldschermwerk, krijg ik een filmpje toegestuurd. Van een lieve vriend die mijn verre toekomst aldus voor zich ziet.

En over wijsheid gesproken, de Maori IFFR film ‘Whale Rider‘, een aanrader!

Flirten kan niet meer…

En al dat Corona gedoe is nog maar ‘klein bier’ vergeleken met de klimaatramp die eraan komt.. (vrij naar Freek de Jonge bij M).

Het is te groot en teveel vandaag. Het enige wat ik doe is een dichtbundel openen (Zwemlessen voor later, klimaatpoëzie) en er eentje delen (door Joke van Leeuwen).

TE

te waar dan te hier ach te duurzaam te duren

te natter te droger te technisch te sturen

te weten dat alles te economie dan

te plan plan plan plan plan

te plan plan rapport

te kort dag

tekort

En flirten met de kunst

Strand, 828 Broadway, NY 10003

Als ik vanmorgen vroeg onder een stralende zon naar het VP ren, hangt de politie helikopter alweer in de lucht. In het park uitpuilende vuilnisbakken, weggesmeten koffiebekers (hoe kan dat nou, denk ik, toch allemaal weldenkende mensen die hier verpozen?) en politieauto’s. Net als in Friesland zijn de tegenstellingen extreem. Rust en inkeer aan het strand en in het park, op yogamatjes of wandelend. Haatmail en met keien gooien naar de politie, even verderop.

De wereld lijkt op een desperate kluwen muizen of ratten in een te kleine kooi. Waar ziektes uitbreken en het voedsel schaars wordt (Oxfam voorspelt dat in 2030 3,3 miljard mensen met minder dan 4,50 E per dag moeten rondkomen, terwijl de 1000 superrijken nu al weer net zo veel vermogen hebben als voor de C-crisis). Velen worden depressief en sterven in een hoekje. Anderen worden vals en werpen zich op zwakkeren, dikwijls aangemoedigd door een opper rat. Hoewel het voor knaagdieren niet is aangetoond, blijkt uit dieronderzoek bij hogere soorten dat degenen die zich om anderen bekommeren, het langste overleven.

Na de krant (gisteren was de meest dodelijke covid dag ooit, lees ik) open ik mijn mail en tref een bericht van ‘Strand’ aan. De New Yorkse winkel met ‘28 miles’ aan boeken. Hoewel absoluut onpraktisch, want bestellen heeft weinig zin, houd ik vast aan deze nieuwsbrief. Berichten uit een andere wereld, waar op iets grotere schaal dezelfde extreme krachten spelen. Mordor, maar ook hoop en sprankel.

Een advertentie, voorbode van hoop voor volgende generaties.

Spiegel

Sinds ik het las op de zaterdagochtend blijft het interview met Adelheid Roosen (VK) in mijn gedachten. Zonder precies te weten waarom. Natuurlijk, we zijn fan. Ooit reden we door mijn jeugdterritorium achterop een scootertje bij een heuse Slotermeerse Marokkaan. Nadat we eerst bij een Turkse familie op de koffie waren geweest. Op ‘Safari’ in Amsterdam-West. Onvergetelijk. Altijd op zoek naar ‘de Ander’, deze kunstenares. We willen immers allemaal hetzelfde, een beetje geluk en niet hoeven lijden. We herkennen onszelf, de ander houdt ons de spiegel voor. Adelheid’s levenswerk.
Het spreekt me erg aan, en ik herken de drijfveer.

Tegelijkertijd ontvang ik van de lieve vriendin uit het hoge Noord-Westen een instructiefimpje van het Frans Halsmuseum. Hoe een zelfportret te maken. Met de uitnodiging dit vervolgens voor een museum competitie in te sturen. Ze herinnert me lachend aan een foto die ik ooit van mezelf maakte. Het spiegelt in mijn hoofd en zonder woorden voel ik een verband met het interview.

Op deze eerste dag van de serieuze klokkentijd duik ik mijn atelier in. En diep de foto op.

Wie herkent zich niet?

‘Damestafeltje’, 2014. Angeline

Teken van leven

Mijn lieve dubbelgangster en ik lopen over het strand. Terwijl Marie pogingen doet haar op de wang te kussen als liefdesbetuiging, pakken wij de draad van ons gesprek naadloos op. Los van tijd en afstand blijft er altijd een lijntje lopen. We volgen elkaars bestaan al zo lang en er zijn veel parallellen.

Het is druk, ik heb zelfs in de file gestaan, ergens op de weg naar de zee. Alsof iedereen nog even naar buiten wil, nog snel een ander ontmoeten, voordat de klok slaat.

De klok van gisteren. We praten over deze blog. De lieve vriendin heeft t niet zo gevolgd. Ik vertel en steeds duidelijker wordt voor mijzelf wat het belang is. Juist niet stilletjes geschreven in een dagboek, maar als teken van leven naar de omgeving, de geliefden, de bekenden. Signalen uit een belegerde vesting. Een dagelijks ritueel van zingeving aan een verwarrende situatie en tussen de regels de persoonlijke boodschappen.

Wat nu een eeuwigheid geleden lijkt, borduurde ik twee jaar geleden op een Amerikaanse fietsreis mijn reiservaringen naar het andere Damesmeisje in een stoffen brief. Tussen de regels kwamen de woorden “read between the lines”, als smeekbede de diepere lading op te pikken. Niet alles is wat het in eerste instantie lijkt.

Een teken van leven uit een stille verlaten stad, onbereikbaar verwijderd van omringende eilanden in een donkere zee.

”Niet meer door de lanen, langs weilanden, niet meer je jas aantrekken en weten dat je rustiger terug zal keren, niet het licht uitknippen, tot straks tegen de kamers fluisteren…”. Marieke Lucas Rijneveld, in Trouw 23-1-21

Zoals het klokje thuis tikt..

Een laatste avond. Zo voelt het. Een laatste avond met onze lieve vrienden uit de Jordaan samen zijn tot in de nacht. Voornamelijk op alcoholvrije wijn. Best een goede leverancier gevonden, by the way. De laatste avond voordat de deur op slot gaat. We fantaseren over escape mogelijkheden. Slaapfeestjes houden, alsof we tieners zijn. Met de hondjes over en weer lopen. Het is immers maar vijfhonderd meter. De Geliefde krijgt er kwajongens politie-om-de-tuin-leiden fantasieën van. We weten dat we dat niet gaan doen.

Jongensdromen. En nachtmerries. We brengen er de avond mee door.

We kijken naar de livestream van Eddy Bellegeule, naar het boek van Edouard Louis. Halverwege bedenk ik het boek gelezen te hebben. De impact van deze toneelproductie overtreft dat vele malen. Armoede, geweld en homofobie in een Noord Frans industriestadje. Mannen moeten vechters zijn, het wordt erin geslagen. Vrouwen geven hun dromen op en geven dat door aan hun kinderen. Zoals het klokje thuis tikt, zo blijft het tikken. Al vele generaties lang. Eddy ontsnapt., maar met een flinke PTSS, schat ik.

Als de klok 1.00u tikt lopen we een laatste maal over de Lindengracht. Uitgestorven, maar achter de nog verlichte vensters zien we mensen achter laptops zitten. We lopen verder de nacht in. Zo tikt ons klokje nu.

Netjes

Weer zo een mooie datum vandaag. Netjes om te zien en auditief in balans, zal ik maar zeggen.
De toestand in de wereld is minder netjes en in balans. 400.000 Corona doden in de VS en de Portugezen zitten dag en nacht thuis. Als je t zo bekijkt is onze avondklok een eitje. Toch een gevoelig besluit voor ons landje met een geschiedenis.
Ook de Damesmeisjes moeten vandaag een pijnlijk besluit nemen. Volgende week staat een extra uitgebreid treffen in de Knaus gepland. Om bij te praten, te relaxen maar vooral om te werken aan een nieuwe tentoonstelling. De ‘varianten’ gooien roet in het eten en we moeten allemaal even thuis blijven. Ook wij. Op de ‘zoom’ hakken we de knoop door.
Over diezelfde ‘zoom’ hoor ik de hele dag grotere Corona naarheid. Paniekaanvallen door het gevoel opgesloten te zitten, dreigende faillissementen, wanhopige alleenstaande ouders, leerkrachten met een ‘lege’ klas bomvol opvangkinderen. Depressie, uitzichtloosheid. Ga zo maar door. De slijtage zit er nu echt in. Mensen trekken het haast niet meer. Vooral degenen die zich netjes aan de afspraken houden. Alleen al voor hen wil ik het ook zijn, netjes. Maar pijn doet het wel, dat netjes zijn.

‘The one for whom food is not enough’, Amanda Gorman

Een dag van openingen en nieuwe perspectieven? Het andere Damesmeisje begint met een gedicht op te dragen aan Biden. Een mooie start.
Vele mogelijke titels voor deze 20 ste januari komen in me op. De dag van de inauguratie van de 46e President en tevens oudste In de Amerikaanse geschiedenis.
The first ‘second gentleman’. Geweldige titel. Waarschijnlijk moest dat woord in allerijl bedacht worden, aangezien het fenomeen zich nog niet eerder heeft voorgedaan. Een man naast de ‘Vice president’. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. De geliefde en ik zien de ‘second gentleman’ als eerste zwaaien naar het publiek alsof het t zijne is.
Een eerste vrouwelijke President, en dan ook nog met een migratie achtergrond. Wat staat ze daar sterk en kwetsbaar tegelijk.
‘Amazing Grace’ gezongen door een in Republikeinse kringen populaire zanger. Een handige PR stunt? knaagt het ver in mijn achterhoofd. Of misschien gewoon een oprechte handreiking? We zijn oprechtheid niet meer zo gewend.
Lady Gaga die het volkslied zingt verbaasd minder, maar niettemin mooi en sterk.
“Wat zullen onze kinderen zeggen.” Biden haalt in zijn speech een zin aan uit het volkslied. Het raakt me. De gewetensvraag die altijd gesteld moet worden. Of het nou gaat over het besturen van de VS, het grootbrengen van een gezin of omgaan met de bronnen van de aarde. Hoe hebben wij het gedaan in de ogen van ons nageslacht. Degene die achterblijven met onze erfenis. Dat telt.


En dan is er een vrouw, ‘n meisje nog. 22 jaar oud en dichter. Harvard studente en zwart. Ze spreekt. Haar woorden onvertaalbaar maar duidelijk qua impact. Zelf kind met ‘special needs’ richt ze een teenager empowerment beweging op. En het schrijversinitiatief: ‘one pen one page’. Om verhalen te verzamelen. Een idee voor de Damesmeisjes, denk ik meteen.
Er gloort hoop deze dag. En het besef dat er meer nodig is dan materie. Geestelijk voer, verbinding. Daar gaat t om.

Geen nieuws

Ik kan het bewuste artikel niet terug vinden maar ik meen vanmorgen een interview met een coach gelezen te hebben die iedereen aanraadt geen nieuws te volgen. De televisie uit of liever nog, weg. ermee. Mobiel idem.
Bepleit de schrijver van ‘De meeste mensen deugen’ ook niet zo iets? Je wordt er een gelukkiger en beter, schijnt, mens van.
Hoe graag zou ik me voor het nieuws willen afsluiten. Niets horen van

de inauguratie in de VS, morgen.. Althans geen slecht nieuws. Geen bespiegelingen meer over ‘de affaire’. Niet weten of het nou wel of niet goed is dat het kabinet is opgestapt. Niet lezen dat het hoogtepunt van de pandemie pas in maart verwacht wordt. Dat we feitelijk kiezen tussen de avondklok of allemaal afzien van bezoek. Geen nieuwe afspraken plannen, de komende twee weken. Maar achter de voordeur neuzen gaat te ver, de avondklok is makkelijker te controleren. Dat vind ik eigenlijk het meest zinnige nieuws dat me vandaag, tegen beter weten in, bereikt.
Ik trek me terug achter een andere deur. Van t atelier. Ijskoud en in mijn oude kloffie, blijf ik er de hele dag. En maak veel nieuws. Heerlijk.

 

MLK day

Onze fietsdochter vertelde het al. Ze heeft, net als alle andere Amerikanen, een lang weekend vrij. Zij is gaan fietsen. Het Californische landschap ligt er bij alsof het hoog zomer is. Vanaf de fiets filmt zij het land, zodat we er een beetje bij zijn. Zoals toen we een stuk samen langs de Pacific fietsten, met zijn drieen. Ze memoreert hoe wij, toen we er zin in kregen, onze Italiaanse diabolo tevoorschijn toverden uit onze keukentas en koffie zetten in het gras. De tas bood zelfs chocolade aan en koekjes. Genietend keken we uit over de oceaan en hoopten op walvissen. Hoe prettig en vredig was dat alles. En Obama was er, wat kon dit land gebeuren nu deze onmogelijkheid mogelijk bleek. Een zwarte man als president.
Vandaag, maandag de 18e januari, is Martin Luther King Day. De andere zwarte held. Van hem is een vrije dag geworden, voor alle onderdanen.
Niet alle Amerikanen gebruiken dit weekend om op de fiets te stappen en van de natuur te genieten. Er wordt iets klaargestoomd, er staat iets te gebeuren. De inauguratie zal worden verstoord. Er worden moordplannen gesmeed. Het kan uit alle hoeken komen. Extreem rechts, zelfs extreem links is niet onverdacht. De politie als infiltratiebron beangstigd.
MLK draait zich om in zijn graf. Op Zijn vrije dag.

Into the woods of Duke’s town

Reizigers ploegen voort in de waterige modder. Alleen zij die de weg kennen, zullen de citadel bereiken. Anderen dolen verdwaasd rond en dreigen door de moerassen te worden verzwolgen.
Ik verbeeld me de geschiedenis van de oude handelsstad terwijl ik voort glibber over een modderige dijk. Borden waarschuwen voor muskusratten en adviseren de hond uit de stadsgracht te houden. De vestiging van deze citadel is goed gekozen. De torens bieden vrij uitzicht over de Bossche Broeck. Een vijand is snel gesignaleerd.
Maar, vraag ik me af, hoe is t om belegerd vast te zitten in deze stad? Niemand erin, maar ook niemand eruit. Verstoken van contact met de buitenwereld.
Najaar 2019 volgde ik een cursus essay schrijven. Mijn eindwerkstuk is een essay over geheimschrift en andere beeldende vormen van ‘taal’ om boodschappen over te brengen naar de buitenwereld. Aanleiding was een Chinees boek over geheimschrift. Uitgehuwelijkte vrouwen borduurden hun geheime boodschappen op de geschenken die ze naar hun familie lieten sturen. De enige vorm van contact die toegestaan was. Al hun leed vertaald in de versiersels van een kledingstuk of doek.
We bezoeken Zoete Lieve Gerritje. Aan de muur van het gezellige huis midden in de citadel hangt het schilderij dat ik ooit maakte toen ze als 18 jarige uit huis ging. De polders tussen haar geboortestad en Utrecht. Een schijnbaar onoverbrugbare modderige vlakte. Zoals het toen bleek mee te vallen, zal dat ook nu wennen.
Soms denk ik dat mijn dagelijkse blogs een soort geheimschrift zijn. Een teken uit de, door virus geteisterde moerassen, omsingelde stad. Ik steek een vlag op en kan slechts hopen dat het signaal wordt opgepikt.

Een ander schilderij dan t genoemde, uit dezelfde periode

Opgewarmd

In snijdende kou lopen de lieve oudste dochter en ik over het strand. Dik ingepakt met shawls en mutsen terwijl het hondje in haar blootje de zee in rent. De ijzige wind blaast ons voort. Onvermijdelijk komt de politiek voorbij. De kilte en harteloosheid van de affaire. Sitalsings woede verwarmt ons. Zij heeft nota bene de moeite genomen een heel boek over R te schrijven. Op de terugweg ontneemt de storm ons het spreken, we ploegen voort in de sneeuwjacht.

Voldaan en warm eindigen we met een beker gluhwein in de hand bij de auto.

Het bezoek aan de lieve Haarlemse vrienden, hun warme gezelschap en heerlijke hapjes maken me rozig van weldaad.

Thuis check ik nog even de mail. Een bericht van onze lieve Californische ‘fiets’dochter smelt onze harten. Vanuit een stralend landschap spreekt zij ons vanaf de fiets toe. In een land met een nog grotere graad van kilte en harteloosheid, waar verzengende hitte de zaak wil overnemen. Zacht en verwarmd door de lieve menselijkheid om ons heen, glijd ik de winternacht in.

Beste Mark Rutte, wilt u ons niet langer over het hoofd zien?*

Opnieuw komt er stoom uit de krant. Sitalsing gaat nog even door. De geliefde is ook goed op stoom. Kan de R naam al geruime tijd niet horen of t is goed voor een uur lang hitte. Wel prettig in deze bijna winterse tijden.

De zachte val van R 3 kan de gedupeerden niet echt imponeren. Wel dat ze nu opnieuw door de belastingdienst achtervolgd worden wegens de financiële pleister. Kan dat nou, voor deze ene keer, niet anders geregeld worden?

Als ik lees over ’het ’opschuiven in denken’, het geschuif en gekonkel komt het beeld van Asscher op als schrijnend contrast, haast. Geïnterviewd in een praatprogramma waar hij in de beklaagdenbank zit. Een gebroken man, een mens van vlees en bloed met schrik en spijt. Een mens kortom.

Rutte komt ongetwijfeld ergens weer boven drijven, als hij al onder gaat. Maar Asscher? Waarom is t zo dat iemand die meer ‘mens’ is en fouten maakt, door het publiek uiteindelijk toch harder aangepakt wordt dan gelikte (stem) rekenmachines?

Angeline, 2012 ‘Licht’

* citaat uit een brief van alleenstaande ouder, Opinie VK

Artikel 5

Als er stoom uit een krant kon komen, zou het vandaag uit de VK zijn. Sitalsing over de Toeslagen affaire. Woest. Gelukkig heeft ze wel een remedie voor dit puriteinse landje waar men met name de fouten van de ander ziet en de een verantwoordelijker acht voor een misstand dan de ander. Meer artikel 5 adviseert ze. Ik moet erg lachen bij het beeld dat ze schetst: plaats vijf vingers tussen jezelf en de ander. En het gaat beter.

Ik kan nog niet weten dat ik s avonds opnieuw erg moet lachen. De kersverse Master of science komt samen met haar vriend eten. We vieren de behaalde graad met een in de kelder opgediepte fles Champagne. De Rendang van Jack fruit staat te pruttelen, de vega bitterballen gloeien op de borreltafel.

De jonge Master vindt dat wij als familie geluk hebben. Daarmee zijn wij t van harte eens. Maar ze bedoelt dat de gokjes die wij genomen hebben vaak goed uitpakken. Dit na aanleiding van een aantrekkelijk pand dat te koop staat en de torenhoge financiële risico’s die jonge starters moeten nemen om er tussen te komen.

De Geliefde neemt nooit onverantwoorde risico’s, laat hij weten. Niet iedereen in het gezelschap kijkt er zo tegen aan. We herinneren ons dat, 32 jaar geleden, toen we onze financiële ‘reddingsboei’, het voorhuis, maar niet verkocht kregen, we vrolijk en wel op vakantie gingen en de zaken aan onze lieve Haarlemse vriend over lieten. Alles kwam goed. We herinneren ons de reizen met onze antiquarische kampeerbus. Hoe kinderwagens, fietsen en de kinderen zelf soms met touwtjes vastgesjord zaten en wij, ook weer vrolijk en wel, over de ‘Route nationals’ deinden. Het kwam goed. Hoe een houten plaat van de daktent achter ons op het asfalt belandde en een ons inhalende Spaanse politieagent dat vriendelijk kwam vertellen. We hesen de plaat weer omhoog en reden ‘vrolijk’ verder. No problem. Hoe er ooit een boom omviel en ik de auto maar amper op tijd tot stilstand kon brengen. De stam zou dwars door het gammele blik zijn gegaan. Dat, en zoveel meer waarover we nu hartelijk lachen, kwam goed. Door geluk, door ingreep van anderen, door een flinke dosis artikel 5.

Er is een hoop door de vingers gezien..

Onze geliefde Citroen HY bus waarmee we in de jaren 1993 tot 2002, geheel ‘self supporting’, door Europa toerden Op het dak de tent waarin de oudste twee kinderen sliepen. De jongste sliep in de bestuurderscabine, in een hangmatje. Ook de Damesmeisjes gingen op pad met bus en kinderen. Stoere meiden, stoere tijden…

Maandag de 13e

Na een lange dag werken kruip ik op de bank. Schemerlampjes en kaarsjes aan. Heerlijk.

In de praktijk vandaag, zo vlak na het kerstreces, de gevolgen van oplopende corona spanningen gestapeld op oudere problematiek.

Op de televisie beelden van tot op de tanden gewapende militie op plekken waar onlusten zijn of verwacht worden. iedereen houdt de adem in. De ratten verlaten ondertussen het zinkende T schip. “Waarom niet eerder” is een logische gedachte. Op andere kanalen beelden van praatprogramma’s en uit de tweede kamer impressies van hoe het er toegaat rondom de vraag ‘avondklok’ of niet.

Ik trek even alle stekkers eruit. Even niets. Even staat alles stil. Verademing.

Ik open de laatste brief van het andere Damesmeisje en een wondermooie vlop valt op mijn schoot. Een terugblik op het afgelopen jaar in beeld gebracht. Een jaar wat feitelijk begon met een quote van Virginia Woolf en een val.

Precies een jaar geleden, die val. Op de 13e. tja, geen mooi getal. Ook op een maandag niet.

12-1-21

De post wordt tegenwoordig kennelijk s nachts bezorgd en zo belandt de nieuwste ‘vlop’ van het andere Damesmeisje vanmorgen vroeg op mijn ontbijtkrant. Bovenop de pagina met overlijdensberichten. Op de kop van Joop Mulder, de geestelijke vader van Oerol. Vorig jaar nog bezocht hij ons in de Knaus om te praten over een project.

Hoe kan het zo zijn? Toeval? Ik hoor het andere meisje al zeggen: “toeval bestaat niet”.

Kijk eens naar de datum van vandaag. Is die niet prachtig? Symmetrie in getallen fascineert me. Evenwicht in de cijfers geeft evenwicht in het gemoed. En niet alleen evenwicht. Ook hoop, creativiteit en vertrouwen in de vele mogelijkheden. Met een mooie datum als vandaag kan er van alles gebeuren.

Dat doet het ook.

Met het grote pakket van de lieve vriendin van het westelijke eiland onder de arm betreed ik mijn atelier. Haar opzet, die ik nu pas in volle glorie kan zien, vertoont grote gelijkenis met mijn schilderij over dezelfde jaren van onze jeugd. Een plattegrond van Slotervaart. Toeval?

Op deze mooie getalsdag is niets toeval.lig. Ook niet dat we hoogstwaarschijnlijk met een avondklok moeten gaan leven.

Poblacht na hÉireann

Laat ik t eens over het natte eiland in de Atlantische oceaan hebben. Het kruist mijn pad vandaag op meederde manieren. De laatste kwartiertjes van 2020 heb ik ‘daar’ doorgebracht. Virtueel in de woonkamer van de lieve vriendin.

Corona gewijze gaat t niet goed. Met ‘gewone’ COVID niet, maar ook niet met de nieuwe varianten die ongeveer 45% uitmaken van de positieve tests. De lieve vriendin zit nu al weer voor de vierde keer aan huis gebonden. En mag daar bovendien niemand ontvangen. Naar haar atelier op 5 km afstand mag ze opnieuw niet.

Ook mijn dikke boek van de laatste tijd leidt me naar Ierland. Ik lees over de fascinatie van Sylvia Plath met James Joyce en haar poging zijn werk te doorgronden. In die tijd (nog zo relatief kort geleden, eigenlijk) ging men er op diverse toonaangevende literaire opleidingen vanuit dat dit vaardigheden en intellect vereisen die niet voor een vrouw zijn weggelegd. De enorme druk die dit op Plath legt, wordt haar teveel. Ze bezwijkt, wordt opgenomen en met elektroshocks behandeld. Wat heet behandeld. Het wordt gedaan, zonder onderzoek, zonder rationale erachter. De meeste patiënten waren vrouwen. En zijn dat overigens nog steeds. Ook in Nederland. Het meest schokkend aan dit ‘schok’ verhaal is dat Kennedy zijn Jackie naar hetzelfde Amerikaanse ziekenhuis stuurde om geshockt te worden omdat ze heibel had geschopt over zijn ontrouw. Dat kon toen, in de jaren 50 en 60 in de VS: je vrouw laten opnemen en de behandeling bepalen. In Ierland kon dat zelfs tot redelijk recent. Ook daarmee heeft de lieve vriendin te maken gehad. Vrouwen die minder zin hebben en in de typisch vrouwelijke rol liepen het risico in de psychiatrie te belanden, zonder inspraak..

Gelukkig is er ook iets positiefs te melden rond Ierland. Twee pakketjes bereiken mij van dit eiland in de oceaan. Eentje heeft twee maanden over de reis gedaan. Gelukkig is de lieve vriendin lekker tegendraads gebleven en stuurt mij een enorm doek met het begin van wat een gezamenlijk schilderij moet worden. Aan de slag moet ik. Eerst nog een groter atelier vinden, denk ik. Het andere pakje bevat een kleine rode fiets, met mandje voorop. Om lekker eigenzinnig je eigen pad te volgen.

Dank je wel, lief paardenmeisje

Ritje

Op weg naar het noordelijke strand, dat zo op Normandië lijkt, weet ik nog niet dat een andere, bevlogen liefhebber van het waddenlandschap net gestorven is. Het andere Damesmeisje zal het me later berichten. Ik kijk uit het raam naar de voorbij schietende weilanden en moet denken aan die andere dode, van gisteren 14 jaar geleden, de Prinses. Hoe heerlijk zij t vond rondgereden te worden en naar buiten te kijken. Fietsen en wandelen daar deed ze verder niet aan., daar schreef ik al over. Ooit nam ze stiekem rijles. Ik zat in het complot en vond t geweldig. T idee was dat ze, eenmaal geslaagd, gewoon in de lelijke eend zou stappen en mijn vader verbluffen. We zaten ons al helemaal te verkneukelen. Helaas onderschepte mijn vader de brief die het bewijs bevatte en viel ons plan in duigen. Of mijn vader net zo blij was met het rijbewijs als mijn moeder, durf ik te betwijfelen. Ik heb in ieder geval nooit mee gemaakt dat zij reed en hij ernaast zat. Ze ging wel met mij op de achterbank uit rijden. Op de Lelylaan vloog eens de onhandige omgekeerd geplaatste voordeur van de oude eend open en mijn moeders deftige vijftiger jaren handtas die op de passagiersstoel stond vloog er achteraan.

Langzaam werd ze passiever. Toen ze ooit uitte dat ze wilde werken, ze was immers directiesecretaresse bij DNB, geweest, waren mijn vaders historische woorden: “maar hoe moet dat dan s morgens met zijn allen in de badkamer”. Ze heeft t nooit doorgezet. Ze bleef op de passagiersstoel zitten dromen en zou dikwijls in slaap vallen. Toen ze definitief in slaap was hebben we haar meegenomen voor een laatste ‘ritje’. In ons midden met het uitvaartbusje langs geliefde plekken en het huis waar ze ruim 50 jaar gewoond heeft.

De soepmaker

De Indische prinses hield van soep. Krachtige geuren vulden de keuken dikwijls als ik van school thuis kwam. De prinses gooide er van alles in. “Kliekjes“, zo noemde ze de restanten van maaltijden. Ze had speciale gebutste emaille kommetjes die daarvoor bestemd waren. Handig, want deze konden zo op het vuur gezet worden. Die pannetjes zijn met haar in t Jappenkamp geweest en hebben in 1947 de bootreis naar Nederland gemaakt. Samen met het keukenmes dat zo vaak geslepen is dat het op een dolk lijkt. Ik heb het bewaard, ter nagedachtenis.
Op 9 januari 2007 stierf ze. Eigenlijk door t eten van een kommetje soep. Ze verslikte zich. Ik hoop dat ze genoten heeft van die laatste hapjes. Lieve Indische prinses, wat zou ik graag nog eens ‘n soepje voor je maken. Weet je dat er tegenwoordig elektrische soepmakers in de winkel te koop zijn. Nou ja, we hebben geen winkels meer tegenwoordig. Maar dat is een ander verhaal. Je lieve jongste kleindochtertje kreeg er eentje, gisteren, voor haar verjaardag van de lieve oudste. Het zou je goed gedaan hebben als je t had geweten. Een ding is zeker: soep maken blijft in de familie!

Snelweg

Ergens op de snelweg tussen daar en hier pakt de Geliefde zijn boekentas, rommelt erin en trekt het Sinterklaascadeau tevoorschijn. Dat doet me goed. Ik meende hem er toch een beetje mee opgezadeld te hebben.

De autobiografie begint met de beschrijving van een bijzonder huis en de meest geliefde plek daarin, een lange zuilengalerij. “It was where each morning I felt the first slap of winter or pulse of summer heat; the place where i’d gather my thoughts, ticking through the meetigns that lay ahead, preparing arguments for skeptic members of Congress or anxious constituents, girding myself for this decision or that slowrolling crisis..”

Waarom nu? Is het toeval, vraag ik mezelf af. De geliefde is teleurgesteld geraakt. Had meer verwacht van deze man. Maar nu pakt hij het en begint te lezen, terwijl de boekentas uitpuilt met concurrentie.
Zijn het de recente gebeurtenissen aan de andere kant van de Atlantische oceaan, die de geschiedenis, de ‘hardship’ en achtergrond van deze man in een wereld waarin verborgen slavernij en racisme zo aan de orde van de dag zijn, nu in een ander licht zetten? Is het zijn prominente rol in de afkeuring van het geweld (in meerdere opzichten)?

Is Obama niet ‘a King among men’ in vergelijking tot het woedende kind dat niet tegen zijn verlies kan en nu met zijn vinger naar die ene roodgloeiende knop dreigt te gaan?

Marie weet t wel

1958. Village de l’Isle

De dag voor vertrek betekent opruimen. Ik ga in mijn atelier aan de slag. Op zoek naar muizenholen. Alles moet naar buiten, in het gras. Het winterzonnetje doet haar best de ochtendmist te verdrijven. Een roodborstje kijkt toe. Helemaal achteraan vind ik de fiets. Een groot zwaar origineel Simplex Damesrijwiel. Echt iets voor de Damesmeisjes stel ik me voor. Ik fietsend en ML achterop, of andersom. Zingend en met opwaaiende zomerjurken. Daar gaan de heldinnen..

Het rijwiel staat in de weg. Maar ik kan haar niet weg doen. Ze is immers niet van mij. Nou ja, feitelijk wel maar in moreel opzicht niet. Wat een dilemma.

Het zit zo. In 1958 gaf mijn ‘Indische’ opa, de enige opa die ik gekend heb, zijn twee dochters een fiets. Een prachtig, statig zwart glanzend rijwiel. Ik kan me nog herinneren hoe mijn moeder opstapte. Een wonder, ik had mijn moeder immers nog nooit zien fietsen. Op het eind van de straat stapte ze af en kwam teruglopen, de fiets aan de hand. Hij is veel te zwaar, ik kan hier niet op fietsen… riep ze boos tegen opa. En dat was dat. De fiets ging weg en mijn moeder heeft nooit meer, op welke fiets dan ook, een trap gezet. Dat leek me allemaal wel zielig voor opa.

De andere dochter, mijn lieve tante daarentegen, heeft haar hele leven gebruik gemaakt van de fiets. Van logeerpartijtjes herinner ik me dat ze met volle fietstassen van de Vomar terugkeerde. Niks Dirk of Albert, noch de Spar. De Vomar.. Toen de lieve tante er echt niet meer op kon fietsen, gebruikte mijn lieve nichtje de fiets. Onverwoestbaar ging het rijwiel voort.

Toen zij na haar moeders dood naar Argentinië emigreerde, kwam de fiets bij mij. In Amsterdam durf ik haar niet te gebruiken en hier heeft het niet veel nut, in de heuvels. Dus staat ze te verstoffen in mijn atelier.

Ik stof haar af en laat haar verder dromen. Over 1958 en de lieve opa, de Indische prinses die niet wilde fietsen en de lieve tante.