Ach wat lig je hier stil

Arm kind, zestien lentes zo pril.
Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg.

Ze woonde in een villawijk haar ouders waren stinkend rijk.
Toch was daar niets meer dat haar bond, ze gaf zich aan een vagebond,
Die sprak van liefde, ’t oud verhaal, en zij geloofde ’t allemaal.
Zo ging ze weg, ze nam niets mee; alleen haar jeugd en het idee
Dat hij haar man was, zij zijn vrouw, en het altijd zo blijven zou.

Arm kind, zestien lentes zo pril.
Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg.

Ze trokken voort van stad tot stad, omdat hij ruimte nodig had.
Het zwerversleven was te zwaar, niets voor een kind van zestien jaar.
Haar liefde was haar levenslot, ze ging er langzaam aan kapot.
Ze kon de hartstocht niet weerstaan, moest tot het einde verdergaan.
Zij was geen kind, maar ook geen vrouw en wist niet wat er komen zou.

Arm kind, zestien lentes zo pril.
Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg.

Ze werd vermoeid, zag bleek en vaal, verloor haar jeugd, haar ideaal.
Alleen haar liefde bleef bestaan, toen ging hij weg, bij haar vandaan,
Toch had ze kunnen weten dat hij niet genoeg aan liefde had.
Dat op een dag hij weg zou zijn. en zij alleen, met spijt en pijn,
Dat hij zolang een meisje had, als een stormwind speelt met een enkel blad.

Arm kind, zestien lentes zo pril.
Ach wat lig je hier stil, langs de kant van de weg.

Boudewijn de Groot, 1964

Nog geen zestien jaren, zo pril was ik toen dit liedje uitkwam. Elke keer als ik het op de radio hoorde, moest ik huilen. Arm kind.
Gisteren, temidden van alle rumoer en ellende in de mensenwereld trof me deze foto. En ik moest huilen. Arm wolfenkind. Je verliet nog maar kort geleden je roedel en ging een eigen plek zoeken, zoals wolven dat doen. Je vond, ook nog maar heel kort geleden, een partner. Samen zouden jullie een eigen roedel beginnen. In de war gebracht door te veel mensendieren in jouw territorium, raakte je gestresst. En gedesoriënteerd.. Arm kind, zestien wolvenjaren zo pril, en nu lig je hier stil, langs de kant van de weg…

Internationale vrouwendag

Ooit was ik onwetend.

Hoewel dat niet helemaal waar is. Ik wist als kind heel goed dat het niet eerlijk was dat ik goed kon ‘leren’ maar dat dat ‘zonde’ was, volgens mijn ouders. Omdat ik ‘toch’ zou trouwen. En mijn broers het beter zouden kunnen gebruiken. Maar wat ik niet wist, of wat nog niet bestond: dat 8 maart vrouwendag is.

Ik leerde het van mijn schoonmoeder, Ida Brandjes. Als dochter uit een arbeidersgezin aan de Meeuwenlaan in Noord was zij politiek bewust. PvdA uiteraard. Ze werd lid van de Rode Vrouwen en ik volgde haar voorbeeld. Met de lieve vriendin uit het stadje aan de rivier ging ik ooit naar een partijcongres. Op de fiets, nota bene, naar Amersfoort.

In de tweede feministische golf werd Ida het boegbeeld van de Amsterdamse feministische intelligentsia. Ze kwam bij De Swaantjes over de vloer en kon het goed vinden met Hedi. Ze leerde praten in t openbaar en gaf vurige interviews. Ooit kreeg ik van haar het onovertroffen ‘tegeltje‘ met de tekst: ‘moeders vrije dag’ bij een volgeladen moederfiets met tassen en kinderen erop en aan. Ik heb het altijd bewaard. Ze nam me mee naar politieke evenementen en stelde me voor. Ondertussen was ze woedend toen haar zoon door onze liefde zijn studie verzaakte en zakte voor het eindexamen Atheneum terwijl ik het diploma in mijn zak had. Tja, thuis is het een andere zaak…

Ik leerde veel van haar. Later volgden andere voorbeelden en heldinnen. Want een voorbeeld hebben wij immers nodig. Een sterke vrouw, onafhankelijk en toch aardig. Dat t liefst ook wel. Een ‘viswijf’ willen we niet zijn.

Geschokt lees ik in ‘De Groene’ een artikel over de hoeveelheden haatmail die vrouwen in de politiek ontvangen. Seksistische en racistische teksten, op de persoon gericht. Veel meer dan hun mannelijke collega’s. In hetzelfde onderzoek worden artikelen en politieke commentaren in gerenommeerde kranten geanalyseerd. Ook daar vind je een seksistische ondertoon als het om een vrouw gaat.

In latere tijden, de bedachtzame jaren, werd de schrijfster May Sarton mijn heldin. Ik leerde haar kennen door het Andere Damesmeisje. Jarenlang las ik haar dagboeken voor het slapen gaan. Haar analyses, aardigheid en levensvisie, haar creativiteit zijn een voorbeeld voor mij gebleven. Ook al zijn de boeken gelezen en herlezen. En is haar huis, ‘House by the sea’, op onze fietstochten langs de kust van Maine, nooit gevonden.

Zij blijft. Internationale vrouwendag.

Angeline, 2010. May Sarton en haar kat.

Question of the day

Toen wij ooit in een vorig leven op de fiets in Chicago aanlandden, vonden we onderdak bij Bonny en Frank. In hun heerlijke appartement met uitzicht op Lake Michigan, waar we een eigen slaapkamer kregen, herinnerde Google de bewoonster elke dag aan ‘de vraag van de dag’. Wat is de essentie van deze dag. Wat brengt deze mij. Wat leert deze mij? Een belangrijk, haast meditatief moment voor Bonny.

Ik moet er vandaag aan denken door het zien van een opname, daar gefilmd. Voor een project dat binnenkort te zien zal zijn.

Maar toen wist ik nog niet dat deze vraag, ook voor mij vandaag, zo prangend langs zou komen.

We kijken, in het kader van de gezellige avonden met de lieve vrienden uit de Jordaan naar een ITA stream. ‘Reprise’. Ik voorvoelde nattigheid en nam mijn ‘handwerkje’ mee. Maar dat hielp niet genoeg.

Het geweld, dat we met een vreemde term wel ‘zinloos’ noemen, sloeg me in het gezicht. Alle angst, pijn, ontzetting van de wereld leek zich aan mijn zoogdierenbrein op te dringen en gaf mij slechts een signaal: “weg hier”. Ik verdween met de hond in de nacht. Om later weer terug te keren.

Een willekeurig moment, een passant geschikt als zondebok, een broeierige onderstroom, alcohol. Bovendien het ‘juiste’ publiek aanwezig, en de opgehoopte agressie wordt moordzucht.

Het huilt in mij.

Toeval of niet, ook andere voorbeelden van intermenselijk geweld passeren in die lange uren, tot ver voorbij de avondklok.

Wat op mijn netvlies blijft is het beeld van de ouders, naakt op het toneel neergezet. Ze proberen te begrijpen wat er is gebeurd en herhalen de scenario’s in hun hoofd. Ontroostbaar. Waarom?

De wereld gefilterd door een visbordje

Even weg

Het zoemt en t klopt. Matjes vliegen naar buiten, winterslapende vliegen worden opgeschrikt en opgezogen. De stoeltjes staan al buiten, in het schitterende zonnetje. Voorbijgangers groeten, lachen. Er is weer leven in de Knaus. De lieve mensen van de camperplaats hebben het toiletgebouwtje opengegooid, ondanks de dreigende vorst, vannacht. Zelfs de douche werkt vandaag.

Ik ben dan nog onderweg, over de Afsluitdijk gaat de reis. Ik stop om een foto van het kalme water te maken, het is te mooi om aan voorbij te razen.

De stad laat ik ver achter me. Negatief getest, de wereld is van mij!

Het is vrij kussen en omhelzen vandaag. Die ene dag na de test, de dag dat alles mag. Althans met een medetestgenoot.

We wandelen. De voet van het Ene Damesmeisje is genezen, de knie van het Andere meisje blijkt geblesseerd, maar samen lopen ze uren door het land achter de zeedijk. Marie raast uitzinnig door de zware Friese klei. Even weg, hoog tijd.

Het water aan de kade./ Westerpark

In mijn herinnering ben ik nevel

slijt mijn dagen als een moerasmist

die overal (op halve dichtheid) is

niet een vrouw alleen aan het water

maar de afgemeten kade zelf ben ik

het resultaat van de rotsen en hard

hier altijd al geweest en ieder voorjaar

aan gedacht door mensen mijlenver verwijderd:

weet je nog, jaren geleden, wij aan die kade

niet een vrouw alleen aan het water

maar een hele vriendengroep in de zon

te koud om te zwemmen, dus we zwommen?

Lieke Marsman

Angeline, Westerpark 3, 2014

Als ik dichter was zou ik zeggen

van al die passen

in t blauwe licht gezet

bij elke opkomst weer

het zwarte dier aan mijn zijde.

Het mysterie van het defecte kookplaatje en het Eikenplein

Amsterdam, 3 maart
De dag begint met een mysterie en eindigt met een lange wandeling en een bijzondere plek.

De lieve duurzame dochter doet een online assessment voor een traineeship bij de bekende duurzame energieleverancier. Als we daarnaast over andere zaken appen vraagt ze verbaasd: “Was je op een retreat? Ik dacht dat je met het defecte kookplaatje op reis was, dat appte J”. De echte naam van De geliefde, die wel vaker vreemde teksten uit zijn mobiel tevoorschijn weet te toveren.

Over De Geliefde gesproken. Aan het einde van de werkdag heb ik een date met de lieve oudste dochter. We zullen elkaar ergens mid-way ontmoeten, ik loop met de hond de gracht af en de Amstel op. Met een gluhwein in de hand zwerven we door de mistige stad. De woonkamers stralen ons tegemoet in de vallende nacht en we gluren dat het een lust is. Op de Transvaalkade slaan we af en volgen het voetpad naar de Middenweg. Hier liggen veel voetstappen. Van De Geliefde en van mij. Onze oude werkomgeving. We lopen door een bekende straat en staan toch nog onverwachts op het pleintje. Een groepje jonge vrouwen doet een work-out voor de ingang van een markant oud schoolgebouw. Daar sta ik dan, 40 jaar na dato. Oog in oog met een ver verleden en een grote verliefdheid. De Psychotheek op het Eikenplein.

Over gebouwen gesproken en hun historie. Het andere Damesmeisje schreef er al over. En het grappige is dat ik hier niet alleen De Geliefde ontmoette, maar ook haar!

Field of care

Dan maar fietsen, denk ik als ik vanmorgen van mijn kussentje stap. Na het bericht over de knie moet er, hopelijk tijdelijk, een alternatief gezocht worden. En we lonken met de gedachte deze zomer naar Sint Petersburg te gaan. Op de fiets.

Maar ja, wat doet Corona?

Met het fietsen van De Ronde Hoep rijden we ook een andere cirkel. De cirkel van het ‘verjaarseffect’. Vorig jaar reden we hier ook, tijdens de eerste pandemiedagen en had ik last van een moreel dilemma. Iedereen moet binnen blijven, mag ik dan wel op de fiets naar buiten? Nu lijkt iedereen buiten te zijn en niemand heeft er nog een moreel probleem mee. Overal is het druk en het gevaar lijkt ver weg.

Als ik s avonds de lieve vriendin van het eiland spreek, hoor ik de horrorverhalen van de Ierse IC. De dochter werkt er. De schaduw glijdt stilletjes voort. Niemand is veilig.

Ik heb een huisje om me heen getrokken, een ‘safe place’ gevuld met alle elementen van dierbaren om me heen, bekend en niet bekend. Iedereen is welkom. ‘A field of care’.

Beate Gjersvold. Een Noorse kunstenares die ijsbergen en sneeuwlandschappen schildert waarin je prettig kan verdwalen.

“There is nothing that isn’t stilness” (Rahob Rinpoche)

Amsterdam, 1 maart
Vandaag neemt het internationale gezelschap afscheid. Veel Amerikaanse superlatieven. Heerlijk, wat heb ik die gemist. En hoe geweldig was het om op deze manier samen komen met de lerares die voor ons allen veel betekent. Het ‘goodbye’ stemt licht droevig.

Naast de lange eindmeditatie spreken we vandaag veel over stilte. De stilte temidden van alle gedoe in je eigen hoofd en in de wereld. Of beter gezegd: de stilte kunnen ervaren in de aard van alle gedoe. Er valt een quote van een voor ons bekende Rinpoche die ongeveer hierop neerkomt: een verlicht persoon ervaart 50% stilte in (de aard van) alle voorbijkomende gebeurtenissen. Nog nooit eerder hoor ik de Dharma beschrijven in procenten. Ik denk er nog enige tijd over na, terwijl de afscheidsboodschappen al klinken.

Even later gaat mijn telefoon. De huisarts. Hoewel de mobiel de afgelopen dagen genegeerd werd, neem ik nu op. Slijtage in mijn knie, is de conclusie na het beschouwen van de röntgenfoto’s. Niet gek na 40 jaar hardlopen, zegt de huisarts, en ook niet heel erg, maar toch..: even op 60% van je activiteiten gaan, is het advies. Sterkte daarmee, ik weet hoe het voelt, is zijn troost.

Oh jee. Juist in hardlopen, het buiten zijn in verbinding met de natuur, ervaar ik de stilte, ook al is t in een drukke stad. Eens kijken hoe ik in deze boodschap de stilte ga vinden.

Angeline, 2014

Looking for the looker

De dag begint in Ierland. Ik ben te gast in diverse woonkamers en spreek in de outbreakroom een verlegen dame. Het is de eerste keer dat ze aan schrijven doet. Onwennig deelt ze haar ervaringen. Ook ik ben hier voor t eerst, deze online cursus ‘journaling’, op uitnodiging van de lieve vriendin van het eiland. Na een korte meditatie gaan we non stop schrijven, 20 minuten lang. Elke gedachte of emotie gaat op t papier. Koortsachtig pennend. Vervolgens stellen we onszelf een aantal vragen. Maar wie ben ik eigenlijk, hier op deze zoom? Ik zit in een klein hokje, naast de lieve vriendin maar we kunnen elkaar slechts via de ‘chat’ functie bereiken. Het gevoel van iemand van vlees en bloed zijn wordt relatief op de zoom.

Een interessante ervaring die in zijn geheel naadloos aansluit bij de retreat.

In Californië is het nog donker als we naar buiten gaan. In mijn tuin zit ik in het namiddag zonnetje terwijl ik zoek naar wie hier eigenlijk kijkt, ruikt en voelt. Er wordt een beeld waargenomen wat ontroert. Wat raakt er eigenlijk ontroerd en wat is dat? Een foto wordt genomen. Ergens in mij vraagt het zich af wat er met het beeld op de camera zal gebeuren. Het kan haast niet zo ontroerend mooi zijn als het nu waargenomen wordt, in deze staat. Als ik vele uren later op mijn mobiel kijk, ben ik verbaasd.

What needs to be known

Ik bevind me in een vreemde situatie.

Mijn kantoor is retreatruimte geworden, deze dagen. Een ruimte die ik deel met de Sanghagenoten. Afgesloten van de rest van het huis. Geen katten, hond of Geliefde die mij storen. Zo dacht ik.

Buiten is het prachtig weer, het mooie namiddagse licht valt door de luxaflexen gefilterd naar binnen. Mijn praktijkdeur komt net iets onder het straatniveau uit. Stromen mensen lopen langs, blij met een uitje in de zon. Ik zie hun benen voorbij gaan. Dikwijls met kinderwagens daarvoor uit rollend. Amsterdam herademt en wil eruit. Massaal. En we wonen in een leuke buurt.

Midden in een meditatie zonder ‘ object’, waarin alles vrijelijk kan zijn en ervaren worden, besluiten mijn buren een straatfeestje te geven. Voor mijn deur, daar is de stoep wat breder. Babies worden in zitjes gehesen, peuters rennen rond, hapjes worden aangevoerd, de flessen witte wijn ontkurkt. Er wordt gelachen, er wordt getroost en gevoerd. Ik zit er midden in, althans.. Ik, wat is dat? Mijn geest, die we voor t gemak ‘ik’ zullen noemen, ziet het allemaal aan, gedachtes en emoties komen langs en verdwijnen weer. Maar in de pauze overkomt me een gevoel van: ‘maar waar moet ik dan heen? ‘. ‘Thuis’ is er bezoek, op de stoep een feestje. “En ik dan”, zegt mijn geest. Als we later spreken over Alaya, het ‘storehouse’ bewustzijn, waarin alle oude patronen huizen, weet ik het weer. Oh ja: “en ik dan”?

Samen

Vandaag ben ik kind aan huis op allerlei plekken in de wereld. Ik bevind me in een Californische leefruimte, de opkomende zon zet de kamer in een prachtig rood licht. Kunstobjecten in de vele ramen tegen de kleurende lucht. Ik ben in een Duits aandoende klassiek ingerichte slaapkamer, het bed prettig opgemaakt met een berg zacht dons. Ik ben bij mijn lieve vrienden wat verderop in deze stad, aan een kade. De laagstaande, ondergaande zon vlamt in de haren van oude bekenden in hun huizen aan de kust. Vlakbij waar ik vandaag met de lieve vriendin uit de Jordaan liep, samen in gesprek over moeders en dochters. De meest basale maar ook veel gelaagde vorm van menselijke verhouding.

Thuis bij de geliefde ‘teacher’, in haar sfeervolle kamer ergens in Wisconsin. En dan zit ik ook weer op de fiets, reizend door haar landschap.

De Sangha is bijeen, technologisch ondersteund om in deze pandemie samen te kunnen zijn. In retreat.

En dan zit ik, een nacht later, in mijn serre aan de gracht. Via YouTube ben ik bij Tsoknyi Rinpoche, en doe een ‘dropping meditatie’. Gewoon zoals elke morgen.

Nu samen met De Geliefde. Alles is mogelijk.

Tsoknyi Rinpoche

Vijfentwintig februari

Geen andere titel dan de datum vandaag. Die zegt al genoeg.

De geboortedag van mijn moeder en van George Harrison, mijn meest geliefde Beatle.

Over The Beatles gesproken: ik breng mijn lieve nichtje naar huis, vlak voor het sluiten van de avondklok. Met de hond. Als tieners leefden wij voor en met onze idolen in nachtenlange, bij elkaar logerende fantasieen. George, Paul, John en Ringo.

Alles is geconcentreerder in tijd en ruimte de laatste tijd, zo ook ons samenzijn vandaag. Waar we anders een avond over doen, vindt nu in 2 uur plaats. We lachen en huilen. Het leven zelf.

Op de terugweg van het afscheid vind ik mijn pad geblokkeerd. Grote schermen zijn opgetrokken, het wegdek is veranderd in een grote gapende geul van zand. Mannen in gele jasjes besturen gravende monsters. Met andere woorden: ik kan er niet door, een gasleiding ligt open. Ook op de tweede hoek word ik terug gestuurd. Als ik dan eindelijk de thuisgracht bereik staan daar weer andere geüniformeerden. De politie houdt iedereen aan. En er zijn nog verbazingwekkend veel mensen op de been. Wat dat betreft hebben ze gelijk dat ze hier staan. Een bevriende buurvrouw becommentarieert het gebeuren vanaf haar balkon op drie hoog. “Jij hebt tenminste je hond..”!ik mag doorlopen.

Een hond. Mijn moeder had in ‘Indië’ meerdere honden. Haar lieveling heette Freia. Ze werd verslonden door een slang. Mijn moeder was ontroostbaar en ik ook, haar verhaal keer op keer aanhorend. De buren in Slotervaart hadden vanaf het allerprilste begin van het stadsdeel, toen nog een hopeloze plak opgespoten zand, diverse honden. Duitse herders. Altijd vals, want dat moest, zei de buurman, tevens slager. Honden moeten scherp zijn. Mijn moeder was de enige die de hijgende, heftige schepsels kon benaderen. Ik had er diep ontzag voor. En over ontzag gesproken: voor mijn moeders verjaardag kocht ik, met mijn schamele zakgeld, cadeautjes in de ‘drugstore’, een op Amerikaanse leest geschoeide buurtwinkel. Een mengeling van 2 takt benzine tot en met goedkope halskettingen, haarlak en graszaad, naast zwart-op-wit en lollies in de aanbieding.

Haar verjaardag was een dag waarop, weer of geen weer, mijn lieve tante en haar man uit Haarlem overkwamen. En Haarlem lag toen erg ver weg. Ik herinner me mijn tante en oom voortploeterend door kniehoge sneeuw vanaf de bus die wonderbaarlijk genoeg had kunnen rijden.

Ach, de vijfentwintigste februari. Elk jaar weer onvergetelijk.

Informatie

De poezen leven op een eiland. Dat eiland heet ‘De Tafel’, in mensentaal dan wel. Ze slapen in een eivormig, vilten geval en op een kussentje. Ze rekken zich uit, wassen zich en luieren boven op mijn spullen. Vooral de laptop is populair, want lekker warm. De rest van het leven voltrekt zich onder hen en op veilige afstand naast hen. De hond kan er niet bij. Dat is zuur voor de hond. Hoe graag zou die niet de laatste informatie hebben van ‘De Tafel’.

Soms voel ik me ook leven op een eiland. Midden in een druk bevaren zee. en toch in ‘n informatieluwte. Meestal heel prettig maar vandaag een beetje verontrustend. Onze jonge, dynamische inpandige buurman heeft een winkelketen in de kleding branche. Op het andere eind van de schaal waarop zich ook H&M bevindt, of erger nog The Primark. Jonge Internationale sterren vormen zijn klantenkring. En kopen kleren voor bedragen waar in Afrika een dorp een heel jaar van kan leven. Echt jammer dat ik geen namen mag noemen. Maar eigenlijk gaat mijn verhaal daar niet over. Hij bericht ons vanmiddag over de situatie in de stad. Videobeelden van massa’s jonge mensen, feestvierend in het Vondelpark. Protesterend tegen het C beleid. Het getal 50.000 valt. Op het journaal dat we vervolgens kijken is hierover niets terug te vinden. Behalve dan dat de politie vanmiddag een groepje feestvierders het park uit begeleidde.

Van gebeurtenissen die op 3 kilometer afstand plaatsvinden weten we dus eigenlijk niets. Wat is de waarheid? In de VK vanmorgen lees in een artikel over het opslaan van herinneringen, hersentechnisch. Dat gaat beter door het gebeurde als het ware te overdrijven, erger te maken, of juist minder erg. . Bovendien zijn we afhankelijk van boodschappers. Die hebben allemaal hun eigen ‘belang ‘ bij de kleuring van die boodschap. En de snelheid waarmee het nieuws zich verspreidt varieert ook nog eens. De jonge tam-tam is snel en effectief.

De poezen bekommeren zich niet om de waarheid van de hond. Of om onze waarheid, behalve dan als t over kattenbrokjes gaat. Ze leven in hun wereld. Die van ‘De Tafel’.

Ik probeer me te informeren over verschillende waarheden en soms is dat best vermoeiend. En verwarrend.

Sprookje

Ik woon in een huisje in t bos. ‘S Avonds, als de lucht lila kleurt vliegt de zwarte merel laag over. Met een luide roep. Hij inspecteert de landerijen op katten en ander gevaar. Pas als hij zijn fiat geeft kunnen alle vogels gerust gaan slapen. De dikke duiven wiegen in de hoge bomen. Kleine vogeltjes zitten verstopt in de heggen en klimop.

Ik leun achterover op mijn divan en bekijk de arbeid van de dag. Het kacheltje snort nu, de avond brengt kilte na deze lente dag. Hier, in mijn huisje ver weg van het gedruis, weet ik niets van persconferenties en grafieken. Volg ik geen discussies over wat wel en wat niet helpt de pandemie te beheersen. Weet ik niets van Palestijnse families wier onderkomens opnieuw vernietigd zijn door de Israeli. Terwijl Europa wegkijkt. Niets van de hongerende kinderen in Jemen, voor wie Biden te laat komt.

In mijn huisje in t bos is t universum overzichtelijk en verbeeld op grote doeken waaraan ik koortsachtig werk. Ik wil in mijn verhaal blijven en niet ingehaald worden door de werkelijkheid van ‘daar ginds’. Nog even niet.

Vroeger, toen de kinderen klein waren, vertelde ik tijdens wandelingen, die dikwijls net te lang bleken of we verdwaalden, verhalen. Het pad werd er aanzienlijk korter door. We droomden met zijn allen over de wegen, met de zielige kinderen uit het sprookje of de dappere hond die zijn gezin redde. De kinderen wilden niet dat ze eindigden. Zo vertelde ik voort over de ijskoningin die ons jaren begeleidde.

Had ik ze maar opgeschreven, die sprookjes, denk ik nu. We hebben ze nu meer dan ooit nodig.

‘Het gevoel je hele bestaan voor een tijdje in je rugzak te hebben, dat vind ik heerlijk’

’If you wish to be a writer, write’ Epictetus

Twee uitspraken, een column en een foto. De winst van vandaag. En de rode draad van mijn gevoelsleven in een notendop.

De lieve vriendin uit het centrum stuurt me een artikel uit het Parool. Een 64 jarige alpiniste, Myra de Rooy, loopt 3000 km door Noorwegen. Ze schrijft er een boek over en verwoordt haar gevoel in bovenste quote. Hoe herkenbaar. Het summum van geluk is het hele bestaan in een fietstas, schreef ik ooit in een van onze vele fietsblogs. Het boek is inmiddels besteld. Ik ga een boeklengte onder in de betovering van het onderweg zijn in de natuur. Ik mis het.

Misschien raakt daarom de foto me zo. Wolharige varkentjes die wroeten in bosgrond. ‘Hun’ boer besteedt ze uit wanneer er in t bos gewerkt moet worden. Wie kan de grond beter omwoelen dan een varkentje? En wie wordt er gelukkiger dan zo een pienter beestje met de snoet in de aarde? Het meeste raakt me de zin:” en dan graven ze samen een hol in de grond om in te slapen”. Een wereld van zachtheid, samenwerking en tevredenheid. Ik zou wel samen met de varkentjes in dat hol willen slapen.

Slapen en niet weten dat er hoge golven over ons heen slaan. Een pandemie die endemisch dreigt te worden. In een redactioneel VK commentaar schrijft Sander van Walsum dat in een samenleving als de onze een endemische ziekte niet de permanente beperking van burgervrijheden rechtvaardigt. We zullen er mee moeten leren leven. Ik ben bang dat ik deze visie deel.

En dan is er Epictetus.

De lieve vriendin van het eiland in de oceaan nodigt me uit bij een schrijfcursus, online uiteraard. “Write to remember. Write to connect. Write to comfort. Write to forgive. Write to accompany yourself. Write to feel love. Write to surprise yourself. Write to see yourself..”, oppert de website als schrijfmotieven. Ik herken ze allemaal.

Golf, golven, golfst

Weet je, lief Damesmeisje, dat t slecht gaat met de walvissen? Ook in de Noordzee. Het huidige aantal is nog maar een fractie van de populaties een eeuw geleden.. Dat wordt een eindeloos borduurwerk voor ons.. ! En weet je waarom dat zo erg is? Net als de bijen blijken deze zoogdieren een belangrijke stabiliserende rol te spelen in het fragiele ecosysteem. Een wapen tegen de klimaatverandering noemt het WWF ze. Walvissen poep stimuleert de groei van plankton. Naast belangrijke voedselbron voor zeeleven geeft t zuurstof af en neemt CO 2 op. Ongeveer 40% van de uitgestoten CO2 wordt door plankton gebonden. Veel meer dan het Amazonewoud dit kan doen. Daarnaast zijn walvissen zelf grote CO2 stofzuigers. Als ze sterven nemen ze de enorme hoeveelheid opgeslagen CO2 mee in hun zeemansgraf.
Hoe minder walvisachtigen, hoe meer ongebonden CO2.

Terwijl heel Nederland zich buiten aan de zon te goed doet, word ik dit wijzer uit een WWF rapport. En herschrijf ik mijn dagboek van De Eerste Golf. Ik word daar een beetje moe van. Al die opwinding over een paar weekjes lockdown. We hadden eens moeten weten. C leek toen de ergste ramp mogelijk. Nu doemen grotere rampen aan de horizon op. De lieve duurzame dochter stuurt me een pakkende illustratie van dit gevoel. Pff.. waar is mijn reddingsvlot?

We bezoeken de lieve vrienden in het hoge noord-westen. Bij het weerzien pakken de honden elkaar plaatsvervangend recht op de bek. Dolgelukkig met elkaar. Wordt t toch nog een fijne dag.

Herziene versie

Rennend door het VP in een waarachtig lentezonnetje, klinkt er alsmaar ‘herziene versie’ door mijn hoofd. De uitpuilende vuilnisbakken worden opgeruimd door dito personeel. Opgeruimd. In korte broeken en t-shirts. Wandelaars, her en der over de parkgrond gebogen om bosviooltjes te fotograferen. Herziende.

Ik denk het bij ‘n foto in de NRC, van een van de nieuwe oplossingen om bijeen te komen.

Ik denk het als de Geliefde de fietsbroek aantrekt, een goed teken. Ik zie ons in een fietsbubbel door de wereld trekken, komende zomer. Een herziene versie van ‘wass wahr, einmahl’.

In de brievenbus tref ik, voor mijn schamele contributie (ok, ik zal het verhogen..)het boek van Esther Ouwehand, ‘Dieren kunnen de pest krijgen’ aan. Ik schreef er al over. Met de lieve vriendin uit Noord fantaseer ik, met de mobiel op ‘speaker’ terwijl ik deeg voor het dessert aan t kneden ben en zij de noordelijke berm inspecteert op nieuwe groeisels, over alternatieve namen voor de PvdD. Als lid wil ik niet perse geassocieerd worden met apolitieke ‘zielige diertjes’ affaires. Maar met een visie op de samenhang van alles in onze bubbel op aarde, ons enige thuis. We komen er niet meteen uit, maar de conclusie is wel: de naam is toe aan een herziene versie. Want de visie van de partij van de ‘bloedserieuze vrouwtjes met de malle standpunten’ is van groot belang, Daarover schrijft Sitalsing vandaag een mooi stuk.

Op de gracht krijg ik bakfiets les van overbuurman-acrobaat. Een wereld gaat open. Een andere buurman biedt me zijn oude tweewieler bakfiets aan. Gratis. Met de inpandige buurman sleep ik een gigantische gevonden plantenbak op de stoep en maken we plannen over de inhoud. Kindjes liften mee op mijn bakfiets oefentochtjes.

Betrokkenheid en gezelligheid. Een herziene versie van de buurt.

De samenhang der dingen, Steve Cutts, 2021

Veerkracht

Terwijl ik begin jaren 90 in Voormalig Joegoslavië aan het werk ben, loopt ergens niet ver van mijn standplaats verwijderd, een hoogzwangere vrouw met haar 3 jarige dochtertje door de bergen. 28 jaar later maak ik deze reconstructie.

Ze is op de vlucht voor het regime in haar land. Door haar politieke activiteiten is ze statenloos verklaard. Haar kind zal, bij geboorte in het vaderland ook statenloos zijn. Geen paspoort, geen school, geen bestaan. Ze heeft geen keuze. In een van de Oost Europese landen wordt ze opgepakt en in de gevangenis gestopt. Haar dochtertje meegenomen, ze denkt dat ze haar nooit meer zal zien. Ze komt vrij en herenigd met het jonge kind vlucht ze voort. Ergens in West Europa dient de bevalling zich voortijdig aan. Na de bevalling zal ze gevangen gezet worden. Een van de artsen van het ziekenhuis helpt haar ontsnappen, met twee kinderen onder haar arm. Ze haalt het naar Nederland, waar ze contacten heeft. Ze heeft het gered en bouwt een bestaan op, ondanks een heftige PTSS. Haar kinderen gaan naar de beste scholen en universiteiten. Daarvoor heeft ze het gedaan.

De mensen van het verbrande huis hernemen zich. Ze zullen hun geliefde landerijen niet verlaten, hoewel de aanblik van hun verwoeste huis en verbrande herinneringen ondraaglijk moet zijn. Op deze grond zal hun tot nu toe sluimerende droom, een geheel duurzaam huis bouwen, verwezenlijkt worden. Ze gaan meteen aan de slag met de voorbereidingen.

Twee verhalen op een dag die getuigen van ongekende menselijke veerkracht. Zoveel mentale kracht verspreidt de moed die nodig is met zijn allen deze leegte te boven te komen en perspectief te blijven zien. Petje af.

Angeline, zonder titel, 2014

Tempo doeloe

‘De tuinen van Buitenzorg’. ‘Bogor’, ‘Djokja’. Zelfs ‘Batavia’. Klanken die een mysterieus verlangen oproepen. Het verlangen dat doorklonk in mijn moeders jeugdverhalen.
Ik lees de zoektocht van Jan Brokken naar de vrouw die zijn moeder zou worden. Haar leven in Nederlands Indië, lang voor zijn geboorte. Het verlangen naar een tijd die nooit weer zal keren.

In de kranten van deze dagen lees ik eenzelfde verlangen. Weet je nog, vorig jaar? Een interview met een Oeteldonkse eigenaresse van een carnavalswinkel annex café. De leegstaande ruimte is te pijnlijk, te confronterend om aan te zien. Ze hebben een oplossing gevonden.

Ook mezelf betrap ik op ‘eerste verjaardagsgedachtes’. Een jaar geleden kwam een familielid terug van een beurs in Noord Italië, waar hij de hand geschud bleek te hebben van de eerste Nederlandse C patient. Daarna was t carnaval, daar danste hij vrolijk met zijn eventuele virussen in de rondte. En daarna werd een ander familielid, niet toevallig want min of meer in hetzelfde huis wonend, ziek. Ik adviseerde haar de huisarts te bellen maar die wist nog weinig van het aanstormende virus. Koop een thermometer, was zijn meest praktische advies. Mama en papa gingen erheen, met het gewenste instrument en sinaasappels. Want zo hoort dat. Daarna werd ik ziek. Een klein beetje maar. Een jaar geleden. Even later ging ik met een andere dochter op wandelvakantie. Kip lekker in een heerlijk hotel, lekker eten, wijnhandelaren bezoeken en veel buiten zijn. Komt die tijd nog ooit weerom? Ach, ons kleine tempo doeloe.

‘Die erg denkt Vaart Erg in T Hart’

Oftewel: ‘wie diep nadenkt gaat ook diep het hart in’.

Een blog op de historische dag,

dat de avondklok eerst niet en toen weer wel vermag

Dichten in verenigingsverband was eeuwenlang een mannelijke aangelegenheid en bleef dat ook tot ver in de negentiende eeuw. Een studente literatuurwetenschappen ontdekt daarop een vroege uitzondering. Midden in de patriottentijd (1780-1787) richtte Anne van der Aar een vrouwelijk dichtgezelschap op. Waarschijnlijk nadat ze als enige vrouwelijk lid van een vereniging gedichten mocht inleveren maar niet aan de bijeenkomsten zelf mocht deelnemen. Dan doen we t zelf wel, heeft ze waarschijnlijk gedacht.

Het was een roerige tijd, de Republiek sterk verdeeld. Volgelingen van de stadhouder versus politieke vernieuwers. Velen vluchtten naar Frankrijk. De vrouwen richtten zich zich in hun gedichten op de vriendschap, niet op de politieke verdeeldheid. Uit veiligheidsoverwegingen of was de kracht van vriendschap hun ideaal? We zullen het nooit weten. Het zou een moment kunnen zijn, zoals dat af en toe gebeurt in de geschiedenis, dat vrouwen zich realiseren dat ze hetzelfde kunnen gaan doen als de mannen om zich heen.

De avondkrant toont een foto van de oprichtster, Anne. Eigenlijk het eerste Damesmeisje, schiet t door me heen.

‘Wat genoegen, hartsvriendinnen! Heden is het reeds twee jaar/ dat we in ongestoorde vriendschap weeklyks komen by elkaar. Ik kan meenigmaal verlangen na die blyde zaterdag/ Wyl men met vermaak en stichting leerzaam boerte paren mag’.

De hedendaagse Damesmeisjes zouden zeggen: ik zie uit naar onze bijeenkomsten in de Knaus waar we intellectuele en kunstzinnige zaken vooral graag combineren met Damesmeisjes slappelach…

Damesmeisjespost anno 2021

Back to life

Na confrontatie met ‘vuur’ en de verschrikkelijke gevolgen daarvan, interpreteren mijn hersens ambigue, niet meteen heldere zaken als ‘gevaarlijk’. Zo werkt ons zoogdierenbrein nu eenmaal. Bij de eerste blik op deze foto, vanavond in t NRC, moest ik meteen aan een ziekenhuis denken. Bedden met hongerende kinderen erin, of zo iets. Bij nader inzien is dat misschien ook wel zo, maar dan hongerend naar iets anders. Na rustig verder lezen blijkt t om een experiment te gaan. Een voorbeeld dat langs komt op het ‘Back to life’ congres dat in Utrecht wordt gehouden. De aftrap van een reeks ‘fieldlabs’, experimenten die moeten laten zien hoe evenementen, Corona-proof, weer kunnen plaatsvinden. Er wordt positief, oplossingsgericht gedacht. Heerlijk, al die creativiteit.

Ik voel mezelf ook weer ‘back to life’. Alsof een zware jas uitgetrokken is. Niet dat de cijfers daartoe aanleiding geven. Integendeel, het zit in de mensen zelf. Alsof de frisheid van de korte winter ons bij onze positieven gebracht heeft. De lieve vriendin uit het Noord-Westen appt dat het dit weekend bij hen al lente wordt. Gewoon, een maand vooruit. Een wilsbesluit.

In een ander artikel uit dezelfde avondkrant lees ik de woorden van een jonge literatuurwetenschapper. “Op tegels en tatoeages: overal is poëzie”. Over die laatste toepassing wijdt ze uit. Een gedicht op een zij van een jonge vrouw. In zwarte inkt getatoeëerd. “Voor wie ik liefheb, wil ik heten”. Neeltje Maria Min.

Ach, mijn lievelingsgedicht van toen. Hé, helemaal ‘Back to life’.

Angeline, zelfportret 2014

Vuurtje?

Sommige combinaties van gebeurtenissen zijn zo ongeloofwaardig dat je een samenhang gaat zoeken. En dat kan beangstigend zijn.

Donderdagavond keken we naar de gestreamde première van ‘our house is on fire’. Ik schreef er een blog over. De apocalyptische beelden vlammen na in mijn brein. Vrijdag hebben we een dineetje -met -logeerpartijtje van onze lieve oudste dochter. We praten over het bestaan in C tijd, haar plannen en de reis die ze met haar vriend gaat maken. Vijf maanden op pad met hun net aangeschafte old timer camper. Vertrek datum: 1 april en dat is geen grap. Zullen de grenzen open zijn? En campings? Het zal spannend worden. De vriend heeft geen weg terug. Zijn kamer in Amsterdam is al vergeven. Zijn huisraad plus camper hebben zolang onderdak gevonden bij zijn ouders, in hun prachtige woonboerderij met rietendak in de Achterhoek. Het jonge stel was er vorig weekend nog en raakte ingesneeuwd. De dochter stuurde ons foto’s van huis en omgeving.

Op de Keizersgracht verkassen we al kletsend van eettafel naar bank, bij de open haard. Zullen we een vuurtje maken, vraagt de dochter. Wij stoken nog zeer zelden. Bang voor schoorsteenbrand (en vanwege fijnstof). Nou vooruit, for old times sake, besluiten we. En de vlam gaat in de oude in stukken gezaagde stoelen die hiervoor al eeuwen liggen te wachten.

Amper 12u later krijgt onze lieve dochter een telefoontje van haar geschokte vriend. Zijn ouderlijk huis, de boerderij is zojuist in vlammen opgegaan. Schoorsteenbrand.

Alleen de camper is gespaard gebleven. Het scheelde slechts vier meter.

Als ik op maandagochtend de hond uitlaat, staan de buren en de leiding van de aangrenzende school op de stoep. Overal klinken sirenes. Grote brand, ergens, denk ik nog terwijl ik door Marie over de restanten sneeuw gesleurd wordt. Pas als er vier enorme auto’s voor ons huis staan, schrik ik. Brand in de school die direct grenst aan ons achterhuisje?

“U kunt vooralsnog binnenblijven“, zegt de brandweerman vertrouwenwekkend. Dat doen we dan maar.

Ijs vrijheid

Het verschil tussen stad en platteland neemt toe. De Corona belasting drukt zwaar op de stedelingen die toch al met te velen op een kluitje zitten. Het platteland veert terug op oude overlevingsstrategieen en sappelt door. De Afsluitdijk lijkt alsmaar langer te worden en de Randstad drijft af naar zee. De Damesmeisjes nemen het waar, ieder uit haar eigen hoek.

Wij Amsterdammers trekken de bus uit zijn winterslaap en rijden naar het stille noordelijke strand. Het besneeuwde platteland trekt aan ons voorbij. De bevroren slootjes vol vrolijke mensen. Ouders met kinderen, voor het eerst op de ijzers. Stoere jongens en meisjes snerpen hard over het zwarte ijs van diepe plassen. Bedaarde 60 ers, rustige slag met de armen op de rug. Wat een plezier, wat een herademing. Mijn eigen schaatstocht- herinneringen komen boven. Het gemak en t heerlijke gevoel van vrijheid in de cadans van je eigen slagen en het gekras onder je voeten. Ijs vrijheid.

Ook de berichten in de ontbijtkrant lijken door de vorst opgefrist te zijn. De Amsterdamse burgemeester krijgt ongekend veel bijval. Alsof iedereen al dacht dat het anders moet en het nu pas hardop gezegd kan worden. Sitalsing herademt. De proef van een vliegtuig op synthetische kerosine. Het moet, en t kan. Perspectief. Zoals de eenzame schaatser uitziet naar ‘koek en zopie’ in de verte.

Terug in Amsterdam wacht ons een verrassing. De rust en vrijheid van de natuur zijn voor even neergedaald in de stad. De Keizersgracht is bevroren. In plattelandse vrolijkheid zwieren de stedelingen over het ijs.

Ijs vrij, voor even.

Delict

Vandaag begint vannacht om vijf over twaalf. Loop je even mee, vraag ik aan de Geliefde, als ik met de hond een laatste rondje ga lopen. Hij werpt een vertwijfelde blik, maar bij mij gaat er nog geen klokje luiden. En de politie dan, roept de Geliefde nog, maar met flapperend schoeisel stiefelt hij achter ons aan. De Geliefde heeft een theorie over losse veters. Het is goed voor de voeten, dan moeten ze harder werken. Ik vermoed echter gewoon luiheid. De enige andere verklaring, kwajongens bravoure, zal s nachts in het donker niet tellen, neem ik aan.

Op het omkeerpunt ben ik Marie kwijt. Ik vind haar terug bij een overvolle vuilnisbak waar ze ‘n broodje vleeswaren met verpakking en al probeert te verorberen. De prooi zit vast tussen haar ijzersterke kaken en blijft daar. Ik kan het bekijken. Een ernstig delict in de honden en bazen wereld. Gedurende deze patstelling is de Geliefde met veters en al doorgelopen. Als ik tenslotte brood en restanten plastic zak uit de nog steeds gesloten hondenbek heb gepeuterd en op kijk, zie ik een geheel nieuw tafereel. De geliefde staat naast een politiebusje. Oh jee, delict nummer twee. “Ik ben mijn vrouw en hond kwijt”, hoor ik hem zeggen. De agenten bieden hem een lift aan om samen te zoeken. En dan verschijn ik op het toneel. Iedereen opgelucht. Zachtjes gniffelend lopen we naar huis.

“This is shelter and you make fire”

De man voor mijn deur lijkt bij daglicht nog meer voorbode van een ramp. Een gevelde ijsreus, kwetsbaar op zijn rug met gespreide benen. Een beetje eng. Omgevallen, hartstikke dood. Ouders met buggies, kinderen met sleetjes klauteren over zijn ledematen om de ingang van de school te bereiken.

Na een korte pauze richt ik me weer tot het scherm. “Mag ik alsjeblieft weer life langskomen”? Ik hoor het elke dag vaker klinken. Gebrek aan contact met levende mensen vervlakt het gevoel, depressie ligt op de loer.

Later lees ik het dringende advies van arts en viroloog Jaap Goudsmit in t NRC. Vaccineer zo snel mogelijk, in ieder geval voor de zomer, alle 60 plussers die immers het grootste gevaar zijn voor overvolle IC’s. En hef vervolgens alle maatregelen op. Stuur iedereen op vakantie en houd met sneltests de besmettingen in de gaten. Het beleid van nu heeft geen zin meer. Al die eenzaamheid, irritatie, onrust, complotdenken en financiële ellende. Stop ermee.

Bij de zoommeeting met het bestuur van de kunstenaarsvereniging houden we elkaar bij les met grapjes. Zullen we ooit weer een life expo houden, met gezellige drommen mensen, feestelijk en uitbundig?

Na een uurtje stap ik eruit voor de life streaming van een Frascati première. Een apocalyptische voorstelling gebaseerd op uitspraken van Greta Thunberg.

“It all depends you and me. Our house is on fire. There is no planet B..”

Nee, er is geen ‘elders’. Alleen in verbinding gaan we dit redden maar samen is nu zo ver weg.

https://video.wixstatic.com/video/f52321_9abfa72390824dbaa433c2cd6c110415/1080p/mp4/file.mp4

No one is too small to make a difference

Er ligt een man op de stoep. Met een buikomvang die hem kandidaat stelt voor de IC. Zijn lengte maakt hem daarvoor echter geheel ongeschikt. Hij is enorm.

De hele middag zijn ouders en kinderen met hem in de weer. Ik sla het tafereel gade vanuit mijn praktijkruimte en zie hoe mijn bezoek over het obstakel heen klautert. Er staat een bord met tekst bij de man. Hoewel ik het op deze afstand niet kan lezen, is het duidelijk dat de boodschap boosheid in zich heeft. ‘We zijn het zat, stop daarmee’.. of iets dergelijks. De buurtkinderen zijn heel boos dat hun sneeuwpop vernield is. Ze zijn in opstand en komen terug met iets indrukwekkends.

S Avond lees ik ‘n voorbespreking in de krant van de voorstelling die we morgen gaan zien. De gestreamde première, getipt door een ‘geheim’ contact met Frascati. Van ‘Our house is On fire’, door Nicole Beutler. Ik zie foto’s van mensen in pakken met geïntegreerde astronautenhelm die lijken op die uit de winnende IFFR film van gisteren.

De voorstelling is gebaseerd op uitspraken van het kleine boze pubermeisje. Die het niet meer pikt. Greta Thunberg. “Hoe leven we, kunnen we iets doen, moeten we onze grenzen niet openstellen, waar zijn we bang voor. Is het niet juist goed als de mens zou verdwijnen”? Dit soort vragen is voor mij de drijfveer om me in het openbare debat te mengen. Van levensbelang. “No one is too small to make a difference”.

Gemis

De mensen zitten in een dip”, zegt de collega-vriendin tijdens onze intervisie zoom, vandaag. We bekennen elkaar dat we daarvan zelf ook enige last hebben. De eindeloze stroom hulpvragen, de lange wachtlijsten van collega’s, sombere mensen, ouderdomsklachten. De kranten staan niet voor niets vol met artikelen over sneeuw & ijs, met E-fantasieën. Alles getuigt ervan hoezeer de mensheid snakt naar een verzetje. Ergens denk ik nergens last van te hebben. Mijn leventje loopt wel, ik heb niet te klagen. Regelmatig contact met fysiek aanwezige vrienden, we mogen nog naar buiten, zelfs na de klok van 21u is een ommetje met de hond mij toegestaan. Een prettig huis, de natjes en droogjes prima verzorgd.

En toch.

Er hangt een nauwelijks benoembare verstikkende last, als een onzichtbare zware deken over me heen. Maar als ik t wil benoemen of me erop focus is t weg. Als de eigen schaduw die je letterlijk nooit kan betrappen.

Gemis, heet die schaduw. Gemis aan onbevangenheid, aan onbekommerde fysieke nabijheid. Aan creatieve uitwisseling met de ratio uitgeschakeld. Aan laten stromen van ideeen in een weiland. Aan gekke filmpjes maken in een caravan. Aan samen kleren passen In een te klein pashokje in de Bijenkorf. Aan de slappe lach.

In de publieksfavoriet van het IFFR, ‘De hond die niet huilt’, zien we ‘n scène uit een wereld waar de zuurstof schaars is. Arme mensen kruipen over de grond, rijke mensen lopen rechtop dankzij een kostbare astronautenhelm op hun hoofd. Ze leven. Maar verkommeren.

Van gemis.

Sunshine

’Sunshine’, dat leek me wel een mooie titel voor de blog, vandaag. Niet dat de zon zoveel scheen, maar het is een vrolijke dag. Die begint met het lezen van Sitalsing. Over sneeuwpret en de Corona voorschriften, daaromtrent. Inpeperen mag alleen met familieleden en dan wel op gepaste afstand, graag.

Ik lees over ijszwemmen en naakt, althans met ontbloot bovenlijf (voor de mannen dan) bergwandelen. Als antidote tegen de Corona depressie. Ik heb zo mijn eigen hobby. Opnieuw ren ik door sneeuw en ijs naar het park. In de veertig jaar dat ik hardloop heb ik geen winter gemist. Dat gaat me ook nu niet gebeuren, neem ik me stoer voor. Op twee mannen van rond de dertig na, ben ik de enige die zich daaraan waagt, vandaag. Stel ik met enige tevredenheid vast. Als ik de bocht naar het oosten neem, beukt de snijdende wind op me in. Ijssplinters boren zich in mijn ogen, verblinden me. Gelukkig heeft Marie geleidehonden genen en wijst me de weg.

Thuis blijkt de toegang tot mijn atelier bevroren. Bergen sneeuw achter de deur. Muurvast. De föhn en de Geliefde moeten eraan te pas komen. Eenmaal in het atelier aan het werk vervliegt de koude. Zonneschijn, maar dan vanbinnen.

‘S avonds kijken we naar de winnaar van het IFFR, de film Pebbles. Een Indiase productie. Een debuut. Veel nadruk op landschappen en zonneschijn. En de hardheid van het bestaan. Van uithuwelijking, alcoholisme, van kinderen blootgesteld aan ouderlijk geweld. Van dierenmishandeling. Mijn zin vergaat. Kom Marie, wij gaan naar buiten, even de sneeuw opzoeken, de innerlijke zonneschijn.

https://video.wixstatic.com/video/f52321_b48095652e4b4602bf1e410d06389677/1080p/mp4/file.mp4

Gloeiend

Vandaag begint eigenlijk al gisteren, als ik met de lieve vriendin uit Noord onder een doorstapelende onheilslucht op gloeiwandeling ga. We beginnen bij Het Bruine Paard. Het café waar, in een vorige sneeuwstorm, een Albert Hein auto naar binnen gleed.. Het opschrift ‘bezorging tot in de keuken’ vond wel erg letterlijk plaats. Met onze thermo-bekers door Het Paard gevuld met warme drank wandelen we door de Jordaan, schrikken daar de lieve vrienden op uit hun boek en dwalen verder over de Westelijke Eilanden. Terwijl de vreemde donkere wolken nu opgejaagd worden door de aanwakkerende storm, gluren we huizen en levens binnen. Lezende mensen rond de open haard, gezinnen aan tafel. Solisten achter de krant. We vergapen ons aan de schoonheid van de stille grachtjes, het zachte schijnsel van geborgenheid gloeit de huizen warm. Van simpele huurwoningen tot luxueuze appartementen. Etalages worden kunstwerkjes, uitstallingen in gesloten winkels leiden tot nieuw associaties in het gesprek. “Kijk, hoe bijzonder”, zegt de vriendin. Een klein stilleven op een straathoek. Een foto. En verder gaat de tocht.

Terwijl de inspiratie van de wandeling nog verder indaalt, hoor ik later in bed de storm loeien. Sneeuwflarden worden neergesmeten en hebben vanmorgen de straten en tuinen gevuld. Lachende mensen, spelende kinderen, Marie die naast mij rennend de sneeuw verkent en achter alle ballen aan rent. Er gloeit iets bij mij vanbinnen.

Sisyphus

Terwijl vreemde wolken zich opstapelen en het landschap in een eigenaardige oplichtende donkerte zetten, rijden de lieve dochter en ik naar het strand. We praten over het grote dilemma van dokters in deze tijd. Misschien wel van alle tijden maar nu publiek zichtbaar. Het artikel van de vier intensivisten, onlangs in de NRC gepubliceerd. Moeten we niet accepteren dat mensen sterven aan Corona? De alleroudsten en degenen met ernstige onderliggende aandoeningen? COVID-19 is het ‘koekoeksjong’ dat anderen uit het nest duwt’ aldus Armand Girbes, hoofd intensive care in het VUmc, Amsterdam, in het NRC vandaag. De bevolkingsonderzoeken borst en darmkanker liggen ver achter op schema. Vrouwen met verdachte cellen zullen nu in een later stadium door de zorg opgemerkt worden. En daarmee een grotere kans lopen te sterven. Kansen afschatten van patiënten en openlijk durven bespreken wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van de zorg zijn, is dagelijkse kost voor de promovenda. Haar thema. Betrokken bij De Jonge dokters maakt ze zich sterk om patiënten en mede artsen bewust te maken van wat realistisch is. En onnodig lijden kan voorkomen.
Een lagere prioriteit van Corona patiënten ten gunste van anderen. Hoeveel sterfte zijn we bereid te accepteren tegenover hoeveel vrijheid? Waar leg je de grens en wie bepaalt die?

Loodzware dilemma’s tegen een sombere achtergrond. Dit is niet een pandemie waar we zo maar vanaf zijn als we gevaccineerd zijn, waarschuwen diverse wetenschappers. “Deze wedstrijd is allang verloren, de rest is wensdenken”, zegt de Duitse virologe Melanie Brinkmann. We zullen moeten wennen aan een eindeloze strijd tegen virussen, in alle varianten. Sisyphus arbeid voor dokters, beleidsmakers en voor ons, gewone stervelingen.

Al pratend zien we een stipje aan de horizon. Een jonge zeehond hobbelt over het strand. Het kan of durft de zee niet in en weet zich op het land geen raad. Bang voor de toekijkende mensen probeert het te ontsnappen. Waarheen? Een op afstand toekijkende biologe vertelt me dat de hulpdienst al gebeld is. De mensen komen te dichtbij, ze creëren onnodige lijden voor dit dier, verzucht ze. Eindeloos hobbelt het dier heen en weer over het strand, tussen land en zee. Sisyphus. Albert Camus schreef een boek over de Griekse God, lees ik in de NRC. En over het uiteindelijk accepteren van zijn lot. We moeten Sisyphus zien als een gelukkig mens, in staat tot optimisme en creativiteit tegen een donkere achtergrond, schrijft Camus.

Ik hoop het van harte en ook dat de arme kleine zeehond de moed en kracht heeft voort te hobbelen. Eindeloos, zoals Sisyphus en wij.