Huizen en hun historie

Rituelen

Ons jaarlijkse Damesmeisjes kerstdiner is als vanouds. Ik dek de feestelijke tafel met een op maat gemaakt wit tafelkleed van damast, met daarop ons zelf ontworpen Kerstservies, de kandelaars aan, waxinelichtjes, bijpassende servies en intrigerende kadootjes onder het kleine witte kerstboompje. Het andere Damesmeisje is de keukenprinses. Hoe ze het voor elkaar speelt in al die drukte van verbouwingen en verdwenen klusjesmannen is me zoals altijd een raadsel. In het piepkleine keukentje bakt ze van bloem met gips lekkere pannenkoekjes, maakt een smakelijk smeerseltje van pistachnoten en feta, met als voorafje een spinaziepaddestoelensoep en mozarella met tomaten. Marie ligt als altijd in de weg, uitgestrekt op de bank. Ondertussen praten we honderduit, om tegen enen uitgeput in elkaar te storten. Provisorisch doen we de afwas, het boompje wordt weer afgetuigd, de beschreven borden opgeborgen. De kou dringt langzamerhand ons kleine huis op wielen binnen. We kruipen diep weg onder de dekbedden, met extra sprei en omslagdoeken.

Het andere Damesmeisje is nog diep in slaap, als ik in de vroege ochtend het deurtje van de Knaus opendoe. Samen met Marie kijk ik uit over een betoverende wereld. In de verte, bij Berltsum, een zweempje rood van de opkomende zon. Aan de andere kant, richting de boerderij van de beheerder, een volle maan hoog boven een wit knisperende tuin. De hond kan haar geluk niet op, ze springt uitgelaten om me heen. Het wandelingetje in het dorp is van een verblindende schoonheid.

Wat een geluk, denk ik zoals altijd, als ik terug rijd naar Blije nadat we afscheid van elkaar hebben genomen. Wat een geluk dat we dit hebben. Deze omgeving, onze woonplekken, elkaar. Thuis berg ik onze Kerstspullen netjes op in een speciaal kratje. Bovenop twee nieuwe kerstballen: een stoere groene tractor en een lievig stenen engeltje , maar wel met gebalde opgeheven vuist. Ook een vast ritueel, maar dit keer bijna inwisselbaar. Want rara, voor wie was wat?

 

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

9 december 2021

Sinds ergens dit jaar ben ik bestuurslid bij de VPTZ, Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg. Een ingewikkelde naam voor een goed initiatief. Eigenlijk was het niet de bedoeling. Maar mijn Overbuurvrouw heeft overredingskracht, en vooral het gezellig samenzijn en op en neer rijden met haar naar vergaderingen zag ik wel zitten. De begintijd was onwennig. Netjes notuleerde ik alles wat er zoal gezegd werd, heel wat termen moesten worden uitgelegd. Na een gezamenlijke cursusdag veranderde die afstand. Ik voelde steeds meer betrokkenheid bij dit belangrijke werk, met name bij de vrijwilligers. Veel van hen zijn op leeftijd, vaak vrouw, vaak weduwe. Hun levenservaring maakt dat ze dit werk vol overgave en betrokkenheid doen.  ’s Nachts waken bij een sterfbed, vrijwel altijd van een onbekende, om zo de mantelzorger te ontlasten en wat slaap te gunnen. Dat alles zonder betaling en ook in deze coronatijden. Ga er maar aan staan.

Een attentie met de feestdagen is meer dan terecht, besloot het bestuur. Er werden kadobonnen gekocht en kerstkransen besteld bij de bloemist. Overbuurvrouw en ik zouden ze rondbrengen. Vroeg in de ochtend vertrokken we op een rijtoer door Noordoost Friesland. De eerste adressen waren vlakbij, maar langzaam raakten we steeds meer verzeild in de buitengebieden. Broeksterwald, Ee, Metslawier, alle dorpen kwamen voorbij. Maar interessanter was het inkijkje in de huizen. Een schattig huisje aan een klinkerpad naar de kerk, beschermd dorpsgezicht. Een villa-achtige woning in een groene buitenwijk. Een idyllisch woonboerderijtje temidden van polders, zover het oog reikt. Een simpele, maar vol overgave ingerichte tussenwoning. Overal werden we hartelijk ontvangen, de koffie klaar.

Aan het einde van de ochtend keken Overbuurvrouw en ik elkaar tevreden aan. De klus geklaard, iedereen blij. We hadden samen gedaan wat we van plan waren: een diepe buiging maken voor alle vrijwilligers van de VPTZ Noordoost Friesland. Chapeau!

 

Huizen en hun geschiedenis

Of ons huis in Blije een Sinterklaastraditie kent?  Het is gebouwd in 1901 als een boerderij waar in de deel koeien werden gehouden. Dat waren er vast niet veel, want de deel is kleiner dan in de meeste boerderijen hier. Een paar maal werd er gewisseld van eigenaar. De voorlaatste eigenaar voor ons vertrok naar een grote boerderij buiten het dorp, hij moest meer ruimte hebben. Toen kwam de Chevroletman, die ruim 30 jaar bezig was om van een krakkemikkig huis een woonboerderij te maken. ‘Ik ken hier elke spijker’, vertelde hij ooit trots. Met grote weemoed verkocht hij het aan ons. Het ging hem zo aan het hart dat ik zelfs vlak voor de verkoop nog aan hem vroeg of hij het wel zeker wist. Als troostprijs leende ik fotoboeken vol met vorderingen in de bouw, scande ze allemaal en maakte er voor hem een filmpje van. Daardoor weten we nu precies hoe de volgorde was in al die verbouwingen. Maar waar de electraleidingen precies allemaal lopen, en waarom het lekt precies in dat ene hoekje, daar moeten we naar gissen, net zoals het andere Damesmeisje dat moet doen op de Oudebiltdijk.

Maar Sinterklaastradities? Inschattend wonen hier al zeker zo’n 43 jaar geen kinderen meer. Nou hoef  je niet persé kind te zijn, om toch te houden van Sinterklaas en zijn Pieten, ook al zijn die tegenwoordig anders van kleur. Behalve hier, in deze contreien, het andere Damesmeisje schreef er al over. Hier doen ze niet aan al die nieuwe fratsen, niet vanwege al dan niet gevoelde compassie voor de zwarte medemens, maar gewoon omdat die lui uit de Randstad het hier niet voor het vertellen moeten hebben.

Ik hou dus wel van Sinterklaas, en zou het liefste weer lootjes willen trekken en een pakjesavond willen hebben. Maar met wie? De Gewone Jongen laat strijk en zet weten dat ie niets heeft met al dat opgelegde commerciële feestgedoe. Daar heeft ie een punt, maar mij gaat het niet om dure cadeau’s, maar om de achterliggende gedachte en pret. Het is al jarenlang een terugkerend dingetje, een klein verdriet. En het resulteert altijd in hetzelfde: dan maar op mijn eigen manier.

Na het boodschappen doen ligt mijn mandje vol met chocoladeletters, een banketstaaf en twee boeken. De letters knoop ik aan elkaar en ook de banketstaaf krijgt een touwtje. De Gewone Jongen komt kijken wat ik aan het doen ben. Voor knopen heeft hij doorgeleerd, dus mijn geknutsel moet over. Niet veel later lopen we door Blije. Het is pikdonker,  het miezert en het is hartstikke koud. Bij het Poolse Gezin dat we afgelopen jaar leerden kennen, hang ik de letters aan de knop van de voordeur, bons op het raampje, waarna we samen hard wegrennen. Bij onze Overburen hang ik de banketstaaf aan een plantenmand.

De boeken deed ik vanochtend in ons beider schoenen. Waarop de Gewone Jongen, zoals gewoonlijk toch blij verrast, zijn kadootje openscheurde. ‘Maak je het jouwe niet open’, vroeg ie nieuwsgierig. Maar dat hoefde eigenlijk niet, ik wist al wat erin zat.

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

 

In de avond ontvang ik een appje van het andere Damesmeisje. Temidden van een onttakelde keuken ziet ze toch nog kans om haar blog te schrijven. Dat Damesmeisje, ze is onverslaanbaar. Bij haar relaas over de verbouwingsperikelen een foto van de volle maan, schijnend over de Oudebiltdijk. Ik ben verrast, want vlak ervoor stond mijn camera gericht op dezelfde maan, schijnend over het weiland achter ons huis. Een moment heel dicht bij elkaar, zoals zo vaak de laatste tijd.

Deze week hing aan elkaar van allerlei klussen. Overleggen over de terp, het jaarlijkse huisartsenbezoek, poetsen in huis, wandelen, boodschappen doen, klussen in de tuin, een gezellige filmavond bij vlakbije vrienden. Het leven meanderde en ging behendig alle coronadiscussies uit de weg. Geen zin in!

Eén moment stak met kop en schouders uit boven de rest, of liever: één persoon. Jongste Zus deed examen voor haar opleiding tot lifecoach. Geen sinecure, want ze was altijd extreem faalangstig als het gaat om examens doen. Maar dit keer was niets meer zoals het was: oude angsten werden overwonnen, nieuwe kansen voluit omarmd, het geloof in zichzelf verveelvoudigd, het ouderlijk huis definitief losgelaten, eindelijk zichzelf gezocht en gevonden. In één keer geslaagd, ze moest er zelf zachtjes om grinniken toen ze het vertelde. Alsof ze het zelf nog niet helemaal kon geloven.

Maar het is toch echt waar, lieve schat. Je mag jezelf lifecoach noemen, helemaal zelf gedaan, lekker pûh. Wij, zussen en broer, zijn onnoemlijk trots op je.

En Zusje tegen je zeggen, dat durf ik niet meer, die tijden zijn nu echt voorbij.

Huizen en hun geschiedenis

Huizen -en tuinen- staan natuurlijk niet op zich. Altijd zijn ze ingebed in een groter geheel, het landschap om hen heen. De huizen van de Damesmeisjes staan op nieuw land, op de bodem van een oude zee. Bij de OBD is dat de inmiddels drooggepolderde Middelsee, ooit liep deze zee-inham tot aan Leeuwarden. Hier, in Blije, zijn land en dorp ouder, mogelijk woonden er al enkele eeuwen voor de jaartelling mensen op een terp.

Oudere inwoners van het dorp verhalen over hun relatie met de zee, de Waddenzee. Veel mensen leefden ervan, ze waren jutter en verkochten wat ze vonden aan aangespoelde spullen, vooral hout. In de 1e helft van de 20ste eeuw waren veel mannen slikwerker. Met rijsbossen begrensden ze uitgestrekte velden met dammetjes. De zee liet bij het terugtrekken laagjes slib achter. Het was vruchtbaar land, dat de boer zelf mocht houden. Zo ontstonden de huidige zomerpolders, begrensd door een zomerdijk. Het gebied erachter werd ook op deze manier bewerkt, tot het moment dat het rijk besloot te onteigenen. Nog steeds is de onvrede over dit besluit bij de boeren hier voelbaar. Dat op een gegeven moment It Fryske Gea, de natuurorganisatie in Friesland, het buitendijks gebied in beheer kreeg, hielp niet. Boeren en ecologen, het wil maar niet goed samengaan.

Blije werd nog meer van de Waddenzee afgesneden toen de dijken werden verhoogd. Een bijzondere relatie met de zee verdween. Tot 2011. Toen besloot het dorp dat de verloren gegane verbinding moest worden hersteld. ‘We willen weer wonen, leven en werken met de Waddenzee’. Een oud idee, de bouw van een buitendijkse terp, werd van stal gehaald. Er kwam een projectgroep, Joop Mulder (voorheen Oerol, nu Sense of Place) haakte aan, langzaam ontvouwde zich een plan. Er was gedoe over geld, gedoe over de organisatie, gedoe over de vergunningen. Maar het dorp hield hardnekkig vol. Met succes. Volgend jaar wordt de Terp fan de Takomst officieel geopend, maar je kan er nu al heen.

Zoals vandaag, een winderige, koude zondag. Om 10.14 uur krijg ik een appje. ‘Voor de tweede keer in het water dit jaar. Nu al over de twee meter, over een uurtje op z’n hoogst’. We kleden ons warm aan, mutsen op, dikke jassen, en gaan op pad. Het eerste deel van het pad naar de terp is nog redelijk begaanbaar. We halen net de zomerdijk. Daarachter zien we voor onze ogen hoe snel het water stijgt, we kunnen niet verder.

In de verte ligt de Terp middenin het water. Zo moet het vroeger hebben uitgezien, toen ons huis nog niet bestond, en iedereen zich bij hoog water terugtrok op een klein stukje grond.

Huizen en hun geschiedenis

Net als het andere Damesmeisje ben ik erg geÏnteresseerd in de verhalen die horen bij een huis. Maar in mijn verhalen domineren vooral de tuinen. Ooit, bij mijn ouderlijk huis, hadden de kinderen een eigen tuintje. Het mijne had een stenen beeldje van de Lourdesgrot, met Bernadette op haar knieën, en Maria verheven boven haar. Ik herinner me hoe we als kinderen vroom knielden op het pad naar het beeldje toe. Daarna was de tuin lange tijd een rommeltje, totdat mijn vader tuinarchitect werd en de tuin betegelde. De liefde en interesse voor de natuur werd ons met de paplepel ingegoten door een paar zeer bevlogen leraren op de lagere school. Desondanks had ik vreemd genoeg geen enkele interesse in waar mijn vader precies mee bezig was met zijn eigen tuincentrum in ons dorp. Waarschijnlijk waren mijn ogen als jong pubermeisje gericht op veel interessantere zaken dan groen. Dat was ook zo toen ik op kamers ging wonen in Heerlen, waar mijn enige wapenfeit was dat ik regelmatig het gras maaide voor mijn hospita. Na een paar jaar vertrok ik voor de liefde naar een flat 11 hoog in Amsterdam Noord. Ik begon me los te maken van thuis, ontdekte de wereld en probeerde ondertussen halfslachtig en vrij talentloos een balkontuin aan te leggen. Pas toen we verhuisden naar een nieuwbouwhuis in Purmerend kwam de liefde voor de natuur terug. Mijn eerste tuin, met vallen en opstaan, met kat Poesie in de hoofdrol. Ik begon te schrijven over wat ik zag.

Na een tijd alleen op verschillende plekken te hebben ingewoond kwam er een nieuwe tuin in mijn leven. In Oosthuizen. Toen begon het serieuze werk: ik maakte een tuinontwerp, er kwam een vijver, er werden bomen geplant, tuinboeken werden verslonden. Ik huilde toen we verhuisden. Niet vanwege het huis, maar vanwege het verlies van mijn eerste echte, eigen tuin. Mijn liefde voor tuinieren versterkte zich in Kwadijk. Vele jaren was ik bezig met de aanleg van een heus tuinontwerp. Er kwamen euforische momenten van grote tevredenheid, zó was het precies helemaal goed.

Hier, in tuin nummer 6, vielen ook tranen. Dat was toen ik in het eerste najaar bollen wilde planten en er een hakbijl aan te pas moest komen om een pootgat te maken. Wat was dit voor een rotgrond? Nu, alweer 13 jaar later, heb ik leren leven met een moeilijke tuin. Dat dat zo is, komt door alle bomen rondom. Zo’n 40 in totaal. Een trots bezit, zeker in het begin van de lente en in het najaar, zoals nu. Maar ook een bezit dat maar mondjesmaat zijn schatten laat zien. Terwijl ik duizenden afgevallen bladeren bij elkaar veeg kijk ik rond. Ik zie een donkerrode stokroos, die het dapper volhoudt terwijl zijn soortgenoten allang het loodje hebben gelegd,

een gave stinkzwam die omhoog komt tussen het rottende blad,

de lacecap hortensia in prachtige herfstkleuren.

het rode vlijtige liesje in pot, niet kapot te krijgen is.

In de verte schemeren rode vlekken in de frambozenstruiken. Begin november, en ik kan nog steeds oogsten! Dan valt mijn oog op míjn stenen Meisje. Ze leest niet, ze schrijft. Alles is precies zoals het moet zijn.

 

Mexicaans Damesmeisje

Het is een prachtige zondagmiddag. Een herfstige zon, alles knisperend, maar niet te koud. Met de bollenpook in de hand drijf ik kleine gaatjes in het smalle grasveld langs de keuken. En, iets later, vooraan in een van de borders. Daar heb ik eerder met veel gespit de alles overwoekerende dovenetel weggehaald. Een grote graspol van Jongere Zus geplant en andere planten verplaatst.

Heerlijk, heerlijk, zo’n middagje in mijn tuin. In de verte, op het weiland, loopt een groepje donkere schapen langzaam mijn kant op. Ze nemen het dit najaar over van de paarden. Ook gezellig.

Terwijl ik zo bezig ben, denk ik aan Frida Kahlo. Of liever, wat ik zag in het Drents Museum, op de tentoonstelling Viva la Frida. Jammer, dat ze zo’n hype is geworden. Ik was dertig jaar geleden al onder de indruk, maar toen had gelukkig niemand het erover. Jammer ook, dat er zo weinig van haar zelfportretten te zien waren. Daar had ik me erg op verheugd, maar deze collectie heeft er maar een paar. Verder niets dan lof, het was een indrukwekkende verzameling foto’s, schilderijen en verder alles wat Frida’s leven tot haar leven maakte.

Het was een ontroerend moment, toen ik voor het eerst oog in oog stond met een van haar schilderijen. Ooit ging ik met Jongere Zus naar Parijs naar Centre du Pompidou, want die hadden een van haar zelfportretten. Hing het in depot! Uitgesteld geluk.

Misschien was ze wel een soort eerste popidool, met image en al. Want dat ze dat had, en ook bewust heeft uitgedacht, laat de tentoonstelling goed zien. De traditionele kleding, de bijpassende sieraden, de manier waarop ze haar wenkbrauwen weergaf en het zichtbare snorretje, haar make-up.  Frida maakte van haar leven een Gesammtkunstwerk. Ze gaf zichtbaar betekenis aan alles wat ze in het leven de moeite waard vond.

En laat dat Mexicaanse Damesmeisje nou ook nog borduren! Hoewel, vooral de initialen van haar man Diego en zichzelf op kussenslopen. Dat zie ik de Damesmeisjes nou never nooit niet doen.

 

 

Snotlapje van de week

Na een paar hele drukke weken, de verhuizing van ‘t andere Damesmeisje naar hier, onze tentoonstelling in Woerden en de laatste loodjes van de Terp is deze week rustig, met weinig afspraken en lekker weer. In mijn atelier ruimt ‘t lekker op, eindelijk weer aandacht voor allerlei onaffe projecten. Dus de laatste hand gelegd aan de serie Verre Vriendinnen, begonnen aan een portretje van De Geliefde Schrijfster.

Ondertussen, iets verderop aan de dijk, een demonstratie. Nee, weer geen grote opkomst, het lijkt wel alsof het niemand interesseert hier, hoe kan dat met de Waddenzee zo dichtbij?

Even later luister ik naar Samira,  een Afghaanse activiste, over haar vlucht naar Nederland. Ze leert de taal via You Tube, wil aan de slag in onze maatschappij, maar vraagt zich af hoe lang dit gaat duren, ze heeft nog geen idee wat er nog allemaal aan tegenslag gaat komen.

Terwijl ik tevreden op de bank -en een gasbel- zit, denk ik aan de woningnood, de ellenlange wachtlijsten, al die dieren in het nauw in de zee, de vriendinnen die ik de afgelopen jaren ben kwijtgeraakt, de nood van allerlei mensen dichtbij.

Van binnen begint het zachtjes te knagen. Kan dat wel in deze tijd, tevreden zijn? Is dat een goede waarde of  is het waar wat de Vlaamse schrijver Paul Koeck beweert dat tevredenheid wijst op geestelijke ouderdom, het begin van berusting?

Snotlapje van de week

Wie is van hout?

Elke ochtend is als het openmaken van een cadeautje. Ik haal het bovenste deel van de keukendeur van de grendels en open de buitenwereld. Er kan een zweem mist hangen boven het weiland, of pril zonnelicht tevoorschijn piepen boven de boerderij tegenover ons, of een paardenhoofd nieuwsgierig mijn kant opkijken. Altijd is het een verrassing.

Vandaag is het land in rust na een hevige nachtelijke storm. Ik kijk rond over mijn domein en zie tot mijn schrik dat een zilverabeel het lootje heeft gelegd. Gelukkig was ie al eerder gehalveerd vanwege zijn slechte conditie, maar dat heeft dus niet geholpen. De aangevreten stam ligt over ons hek en die van de paardenbuurman, zijn takkengestel draagt de last, een geluk bij een ongeluk. Het dorp komt in beweging. Een boer van de overkant inspecteert de boel en besluit zijn kraan in te zetten. Niet veel later staat er een enorme aanhanger voor de deur en verschijnt de kraan in de achtertuin. Een ketting om de stam en daar ligt ie, op ons grasveld. Een kettingzaag erbij en even later liggen er alleen nog grote brokken hout. Ondertussen is een andere buurman met zijn vier kinderen komen kijken wat er gaande is. Vier vragende kindergezichtjes, krijg je hier niet altijd een ijsje?

Het is al hout wat de klok slaat. Hier in Blije moet blad geruimd, de dikke takken zijn voor de takkenwallen rondom de borders. De grote en kleine knipscharen doen hun werk, de groene containers raken voller en voller. De restanten stam liggen opgestapeld voor een liefhebber. Verderop, bij het huisje aan de dijk, moeten vloeren gelegd. Het is een treintje, zegt het andere Damesmeisje liefdevol: plank opmeten, aftekenen, zagen, door de tuin, door het dakraampje, al timmerend in elkaar schuiven, boren, schroeven. Aan het einde van de dag zijn twee kamers klaar, en een paar dagen later volgt het zoldertje.

Op het einde van de laatste klusdag zitten de Gewone Jongen en ik uitgeteld op de bank. Op het nieuws het bericht dat de drummer van de Rolling Stones is overleden. Nu worden we echt oud, app ik naar het andere Damesmeisje, en denk aan houten drumsticks. Niemand die ze zo elegant kon hanteren als Charlie Watts.

Snotlapje van de week

Beste nieuwe Buurfrou. Dat, wat daar gebeurt op de Oudebiltdijk, daar is een goed woord voor, en dat is Mienskip. Vrij vertaald: gemeenschap, maar het betekent veel meer, het gaat om de onderlinge verbondenheid die wordt ingezet om de gemeenschap te beschermen. Vroeger ging het hier vooral om de strijd tegen het water, men moest de krachten bundelen om terpen en dijken te kunnen bouwen. Maar het kwam ook door het isolement van de Friese dorpen. Zo rond 1900 was alles in een dorpje aanwezig: de boer met zijn land en vee, de bakker, de smid, de schilder en de schipper, die het dorp verbond met de ‘buitenwereld’. Ooit waren er hier in Blije, toch geen groot dorp, meer dan 60 bedrijfjes. Nu is er zegge en schrijven nog ééntje, een klein postkantoor annex hobbywinkeltje.

Het gaat dus om de zelfredzaamheid van een klein dorp, de afhankelijkheid en de verbondenheid van de mensen. De Gewone Jongen en ik maakten daar vanmiddag ook een sterk staaltje van mee. In Jislum, een dorpje vlakbij in het achterland, is een tentoonstelling in het kerkje. De titel lokt: Van Alles Wat, Rariteitenkabinet. We rijden het kerkje tegemoet onder een winderige wolkenlucht door het vlakke land . De vlag hangt uit, bij de ingang staat een tafeltje vol met tweedehands spulletjes. Ik zie een mooi schemerlampje, een theepot, ouderwetse koekjestrommels, mooie opbergpotjes en moet denken aan mijn nieuwe Buurfrou.

In het kerkje krijgen we een persoonlijke rondleiding door een enthousiaste inwoner van Jislum. Zijn verzameling bestaat uit speculaasplanken, likeurflesjes, opgezette dieren, unieke schelpen, een fluitje van een cent, een lollepot. Elk voorwerp gevonden in de kringloop, op Marktplaats, met liefde geëtaleerd, begeleid door een bijzonder verhaal. Via een stenen trapje komen we vervolgens terecht in een mooie tuin. Daar krijgen we koffie en thee met alweer een verhaal. Het kerkje blijkt eigendom van het dorp, gekocht voor 1 euro. Via deze tentoonstelling, een jaarlijkse kerstmarkt en af en toe een verhuur brengen de inwoners samen het geld bij elkaar om de boel te onderhouden. En het pas gedelfde graf op het begraafplaatsje? Ook dat regelen ze zelf.

 

Snotlapje van de week

Deze week het laatste woord geborduurd van mijn Zomerbrief aan het andere Damesmeisje. Het thema? Tussen Tij.

Tijd van nieuwsgierige verwachting, een nieuw avontuur, samen op zoek naar meer verdieping, verstilling, meer éen met de natuur, meer lovely ladies, minder grumpy old men, meer samen, meer alleen, nog een week en hier en daar wordt hier en hier.’

Zoals elk jaar mis ik het dagelijks borduren, als onze brieven af zijn. Maar het is heerlijk te weten dat het niet het laatste steekje was. Want er breekt een bijzondere, uitdagende tijd aan, waarin hopelijk nog heel veel steken en steekjes kunnen worden gezet.

Tussen Tij is voorbij. De Damesmeisjes hebben vanaf morgen nog maar 21 minuten nodig met de auto om elkaar te zien.

SNOTLAPJE VAN DE WEEK

Het is een feestelijke dag vandaag. Het andere Damesmeisje is jarig! De Gewone Jongen en ik zingen voor haar, en sturen het appje op weg naar de lage kust in Frankrijk. Hiep hiep hoera! Niet veel later trek ik mijn stoere wandellaarzen aan, klaar om alle modder te trotseren. Maar dat blijkt helemaal niet nodig. Het hoge water heeft zich allang teruggetrokken, het buitendijkse land ligt er droog en uitnodigend bij. Als we richting de kustlijn lopen, daar waar de zee zich ergens ophoudt, doemen langzaam de contouren van de terp in aanbouw op. Voor het eerst is goed te zien hoe het kunstwerk gaat worden. Maar vooral ook hoe het zich zal gaan verhouden tot het weidse landschap. Eenmaal begroeid zal de terp erin op gaan, je moet er naar toe om te ontdekken hoe het werkelijk is. Het opgaande pad ligt er al. De breedte, het rustige stijgen, brengt rust. Neem de gelegenheid, kijk om je heen, lijkt het pad te zeggen. Bovenaan opent zich het panorama: daar is de zee, de witte veerboot naar Ameland schuift als een enorm monster door het beeld. Ik ben blij. Dit is loon na 5 jaar lang trekken en duwen. De terp gaat er echt komen, mijn stempel is gezet. Hiep hiep hoera!

SNOTLAPJE VAN DE WEEK

Het is bijna middernacht. Een heftige regenbui klaterde een paar minuten geleden nog op het dak van de Knaus. Ik open het bovenste gedeelte van de deur en leun naar buiten. Een diepe stilte ligt over het land aan de overkant van het slootje. In de verte twinkelen de lichtjes van het kerkje in Berltsum. In de campers achter me, de een nog groter dan de andere, ligt iedereen diep in slaap. De sfeer is moeilijk te omschrijven. Onaards, sereen, ontroerend. Dan plotseling, ergens in het riet voor me, begint een vogeltje te zingen. Onvermoeibaar, de ene trits trillers na de andere. Het is hetzelfde geluid, waar het andere Damesmeisje en ik kort geleden samen naar stonden te luisteren. Ook toen was het allang donker, ook toen was er grote verwondering. Het onbekende vogeltje doet me met weemoed denken aan mijn vader. Ooit, als jonge jongen, dichter in spé, schreef hij De Zang:

Wanneer ik in de verte staar,

naar boomen, wiegend in de wind,

dan hoor ik telkens om me heen

’n zachte zang, die’k heerlijk vind.

Ik weet niet wáár vandaan het komt

en wíe zo zacht en zuiver zingt,

maar toch, ik voel het als ’n troost

en ben gelukkig als hij klinkt!

Dan lig ik roerloos, luis’trend stil,

en hoort m’n ziel alleen die stroom

die wonderzoet voorbij zweeft,

als het schoonste van een schoone droom.

’t Doet me denken aan iets groots,

dat’k voel en toch heel ver nog is,

’n wijle lichtend voor me staat,

doch dan weer kwijnt in duisternis…

Het is anders, zonder het andere Damesmeisje. Maar zo alleen is ook fijn, op een andere manier.

Mondkapje van de dag

Vandaag was dé dag voor een eigen schouderklopje. Voor jarenlange inzet, hard werken, zorgen voor, altijd aan staan, overal op letten, je voor alles en iedereen verantwoordelijk voelen, and so on, and so on, and so on. Soms moet je voor jezelf zichtbaar maken wat anders onzichtbaar blijft. Nietwaar, Damesmeisje?

Mondkapje van de dag

 

Niet zo lang geleden was zangeres Ilse de Lange gast bij College Tour. Het ging over haar carriere, haar deelname samen met Waylon aan het Eurovisie Songfestival, waar ze tweede werden en niet lang daarna met elkaar braken, over het succes met de Common Linnets daarna met een andere zanger en vervolgens over Duncan Laurence, die in 2019 wèl won, mede dankzij haar onverzettelijke inzet en enthousiasme. Als altijd was de zangeres vrolijk en optimistisch. Maar uit haar verhalen bleek ook haar eigenzinnigheid, haar gericht zijn op één doel, precies wetend waar ze heen wil, een vakvrouw pur sang, altijd bezig met haar grote liefde, de muziek. Presentator Twan Huys vroeg door, en prikte aan het einde door de goedlachse facade heen. Dat was toen hij vroeg waarom ze niet betrokken was bij de organisatie van het Eurovisie Songfestival in Rotterdam. Mede dankzij haar had Nederland toch gewonnen? Even brak haar stem. Toen antwoordde ze geëmotioneerd:  ‘Vraag me niet naar de reden, ik weet ook niet waarom het zo gaat. Maar het is jammer, en eigenlijk behoorlijk ongepast’. Het kwam me heel bekend voor, deze emotie en dit gevoel. Maar om jezelf toe te staan deze conclusie te trekken, dat is een hele stap.

Mondkapje van de dag

Na een fikse nachtelijke onweersbui ruikt de tuin opgefrist en groen. Met mijn handen in de potgrond ga ik op in de geluiden om me heen. Koolmeesjes -ouders met jongen-, grote groepen kwetterende spreeuwen op het weiland, twee scholeksters die lawaaierig overvliegen, een kwakende kikker in het kleine slootje van de buren. Vandaag vraagt mijn eigendomsschaamte, zoals A.L. Snijders dat ooit noemde, nog nadrukkelijker aandacht. Het is wereldvluchtelingendag. Hier ben ik, tevreden en gelukkig in mijn dagelijkse eldorado, en daar, op zee, dobberen zij.  Waarom zijn wij meer dan zij? Waarom trekken wij al die grenzen op om hen te weren? Wij leven allemaal onder dezelfde hemel, we zijn allemaal lotgenoten.

 

Mondkapje van de Dag

Het lijkt wel alsof iedereen in beweging is. De economie, want het gaat weer goed in Nederland. De mondkapjes, meer af dan op. In ons dorp,  overal getimmer, geboor, machinegeluiden. Glasvezel in aanleg. En veel gepraat, met gebak, want de eerste bouwvergadering voor de terp is een feit. Thuis is beweging van een andere orde. Een jonge Poolse vrouw poetst alsof haar leven er vanaf hangt. Ons hele huis beweegt mee en blijft verkwikt en blinkend achter als ze op haar fiets vertrekt.

Mondkapje van de dag

Sinds vorig jaar heerst in mijn tuin een natuurlijker regiem. Minder wieden, meer toestaan. In een smalle border onder de bomen zorgt een boszaadmengsel voor één strook fluitenkruid. Wondermooi, tot de bloeitijd voorbij is. ‘Fluitenkruid houdt niet van begrazing, wil je meer variatie, dan moet je maaien, liefst laag bij de grond’, is het advies van de Cruydt-Hoeck. Veiligheidsbril op, hoge laarzen aan, bosmaaier op de rug. Onbegonnen werk, te hoog, te dikke stengels. Met een grasschaar in de hand gaat het beter, maar wat een klus.

Op een stuk bestrating het mengsel ‘nectar onder het maaimes’ uitgeprobeerd. Hoezo onder? De grassen zijn minstens 50 cm hoog. ‘Ik verwacht dat deze grassen (inheemse soorten overigens) vanuit de omgeving zijn ingewaaid’. Mooi niet, nooit gezien, en plotseling, na het zaaien zijn ze er.

‘Pardon the weeds, we are feeding the bees’. Het gaat goed met mijn tuin.

Mondkapje van de dag

 

Vandaag 3 jaar geleden werd Tashi geboren. Dochtertje van Roosje, een jonge lapjeskat, die niet wist wat ze met haar eerstgeborenen aan moest. Haar zusje Kayla had een paar dagen eerder een nest geworpen, en die was meteen vanaf de eerste minuut een volleerde moeder. Maar Roosje maakte haar onhandigheid goed door haar lieve uitstraling en aanhankelijkheid.

Vanaf de geboorte van Tashi wandelde ik elke twee dagen naar de boerderij, waar ik ongelimiteerd in de stallen mocht kijken. Wat een vreugde om te weten dat je op weg bent naar je nieuwe kat. maar er gebeurde vervelende zaken. Roosje was twee dagen zoek, haar nest jongen was bang en verstopte zich achter een houten plank. Een van de jongen redde het niet., ik begon me zorgen te maken. Toen kwam het telefoontje, mensen wilden gaan kiezen, maar de eerste keuze was aan mij beloofd. Er moest een knoop doorgehakt.

Op weg naar de boerderij wist ik nog steeds niet wie het zou worden. Een sterk poesje uit het nest van Kayla, of dat kleine bangertje van de lapjesmoeder? Toen ik het terrein opliep, stond Roosje me op te wachten. Opgewonden liep ze voor me uit naar haar nest. OK, zei ik, jij krijgt je zin. En zo kwam Tashi bij ons wonen. Een klein, afstandelijk poesje, dat zich heel moeilijk laat veroveren. Maar het gaat lukken. Met heel veel liefde, kattenkruid en voorzichtige kusjes.

Mondkapje van de dag

Ben jij al bij die man geweest, hier vlakbij, in dat huis met die prachtige wilde tuin?

Hoezo, wat is er met die man?

Nou, bij die man krijg je ontzettend lekker eten. Het maakt niet uit of je er woont of niet, hij zet brokjes voor je klaar, koopt blikjes eten, nee, niet zo maar, Gourmet Goud, of zelfs Gourmet Diamant.

Je bedoelt waar die leuke vrouw woont, die zo aardig tegen katten praat en altijd aaitjes wil geven?

Ja die, maar je moet niet bij haar zijn, hoor. De man, dat is de Opperbaas, die is werkelijk dol op katten. De kat van de buren heeft het goed bekeken, die is gewoon bij hem ingetrokken.  Ik zou het liefste ook, maar de Opperbaas laat me nog niet binnen. Maar ik blijf het proberen. Moet jij ook doen. Het is hartstikke gezellig daar.

 

Mondkapje van de dag

‘Hoi Marie-Louise, ik kom niet meer bij je om schoon te maken. Reden, het houdt me toch teveel bezig. Ik voel me te beperkt in mijn vrije tijd. Groet.’

Eén keer is ze wezen schoonmaken.

Eén keer.

Was dat nou zo erg???

Mondkapje van de dag

Ik was begin 60 toen ik voor het eerst hoorde over de Essays van Michael de Montaigne. Ik kocht het boek en was meteen verslingerd. Wat geweldig dat je op latere leeftijd nog steeds zulke ontdekkingen kan doen, dacht ik toen.

Nu ben ik 67 en het is weer raak. In de kringloop stuitte ik op de biografie over Dietrich Bonhoeffer, een bekende theoloog. De tekst op de achterflap wekte mijn interesse. Ik heb het inmiddels uit. Bijna 1000 bladzijdes over de kerk, over theologische discussies, over hoe Hitler de kerken kleur laat bekennen, over hoe Bonhoeffer hierin zijn hele eigen weg zoekt. De theologische discussies zijn niet na te vertellen en meer dan de helft begrijp ik niet. Toch las ik door, met het gevoel dat er nog iets moest komen, iets voelbaars onder de oppervlakte. Pas in de laatste hoofdstukken is het er. een klip en klare uitleg hoe Bonhoeffer loskomt van religie, het afwijst als iets van instituties, iets dors. Hij kiest voor een heel ander pad, een levend geloof, waarin ieder mens voortdurend rekenschap moet afleggen en verantwoordelijkheid moet nemen. Zei krishnamurti dit ook niet al? Bijzonder…

Bonhoeffer leeft wat hij schrijft. Hij neemt deel aan de samenzwering tegen Hilter, wordt gepakt en vlak voor het einde van de Tweede Wereldoorlog geëxecuteerd.

Mondkapje van de dag

Het mist aan de Noordkant van het Waddeneiland. De zee is niet te zien. Witte flarden waaien over het strand. Af en toe een paar benen in de verte. Een strandpaal die plotseling voor ons opdoemt. Een dode vogel, zijn bek verstrikt in plastic draden. Een bloterik die ons vriendelijk gedag zegt. Een prachtige, surrealistische wereld, zoals we nooit eerder zagen. .Op de terugweg, door het bos, dringen zonnestralen door het bladerdek. de bomen verlaten ons, een nieuwe wereld ligt voor ons. Pas aangelegde hekken, paden, Hollandse geiten. Waar zijn we? Maar ook: wat een prachtig pad.

Het lijkt een beetje op onze huwelijksreis. Vandaag 32 jaar getrouwd.

Mondkapje van de dag

Je stralende en aanstekelijke lach, je sprankelende persoonlijkheid, je onvoorwaardelijke trouw en vriendschap. Micha de Ruwe, vandaag alweer 4 jaar geleden.

Mondkapje van de dag

in de lucht, zich bedenken, zwenken, terug (Judith Herzberg).

Ik wens alle vogels in die lucht. Ver weg van hier, van de aarde, waar op dit moment het gevaar dreigt.

Tegenover mijn atelier hangt een houten nestkastje. Twee koolmezen vliegen af en aan met eten. Van de week zat buurkat Tommie bijna bovenop het kastje. Boven hem, hoog in de boom, loerden twee kraaien.

Op ons dak, in de nok, zit een spreeuwennest. Je kan het zien door de vogelpoep op de pannen, en je kan het horen als de spreeuwenouder zijn jongen voedt. Hier zit het gevaar binnen. Als een van de jongen uit het nest valt en terecht komt op onze hoge zolder. Ik durf er bijna niet te gaan kijken.

Maar mijn grootste zorgen gaan uit naar het merelnest in de klimhortensia. Als ik er langsloop gluur ik heel voorzichtig tussen de bladeren. Steevast gluurt een merelhoofd terug, net boven het randje van het nest. .Hoe moet dat, als straks de jongen groot genoeg zijn en beginnen rond te scharrelen in de tuin? Die klotekatten ook.

Mondkapje van de dag

’t Is weer zover. Na een week van stilte beginnen de appjes weer binnen te stromen. Nu zijn andere vriendinnen aan de beurt om te beledigen, tot zelfs doodsbedreigingen aan toe. We wachten allemaal op de uitslag van de ruggenprik, maar die wordt niet eens afgenomen. Ook de hulpverlener wordt belaagd en geslagen. Hij beschrijft een woonkamer met kapotgeslagen raam, dode planten, net opgegeten maaltijden, lege flessen advocaat. De woonbegeleiding wordt al weken de toegang ontzegd. De crisisopvang is onderweg. Innerlijk slaak ik een zucht van verlichting. Alles beter dan dit. Ik moet denken aan het andere Damesmeisje. Hoe we van de week gelukzalig glaasjes advocaat leeglepelden, samen in ons Knausje. Wat een schril contrast…

Mondkapje van de dag

Er hangt een zwoele, zoete geur in mijn tuin. Het is fluitenkruidtijd, de hoge schermen met kantige bloemetjes stralen me tegemoet. Ooit plukte ik een grote bos van deze mooiste aller lentebodes, en gaf hem aan oma Utrecht. ‘Wat moet ik met dat onkruid’, zei ze als altijd weinig subtiel, en gooide ze in de vuilnisbak.

Fluitenkruid, het is één grote metafoor. Een alles dominerende aanwezigheid, die ademloos maakt. Je wilt dat het nooit eindigt, bent woedend als het onderhoudsregime van de gemeente nietsontziend de bermen maait op het hoogtepunt van bloei. Maar als de plant mag blijven staan, zoals in mijn tuin, dan komt er ook een moment van het grote instorten. Dan moet er gesnoeid worden en opgeruimd, om er nog iets van te maken.

Als altijd: leven in het nu, genieten van het nu.

In de klimhortensia ontdekken we een kundig geconstrueerd nest met vier kleine groenblauwe eitjes. Als De Gewone Jongen er langs loopt vliegt een zwarte flits de struiken in. Een merelnest? Ik houd mijn hart vast voor de jongen die straks over de grond beginnen te scharrelen. Met al die katten.