Huizen en hun geschiedenis

Zo oud als sinterklaas. Een bonusvertelling

Ongeveer op hetzelfde moment dat het andere Damesmeisje touwtjes knoopte aan chocoladeletters, of beter gezegd, liet knopen en deze presentjes bij de buren langs bracht, liepen de Geliefde en ik door inmiddels donker Amsterdam. Mensen spoedden zich gehaast naar bijna sluitende winkels om nog wat laatste Sint inkopen te doen.
Bij de etalage van de badeendjes winkel hielden we stil. De elegant geklede eigenaresse daalde van de wenteltrap af haar zaak in. Een vriendelijke vijftiger, zo schatte ik haar. Ze verheugde zich in onze queeste, namelijk een badeendjes familie aanschaffen voor onze lieve voorburen. Ze moest af en toe streng de Geliefde tot de orde roepen die alle eendjes in zijn handen wilde nemen voor nader onderzoek. Dat staat deze Corona golf niet toe.
We kozen uiteindelijk voor een stoere eend met mobiel aan het oor en een dames eend met engelengeduld. Voor de twee jongetjes zwichtten we voor een dino eend en een olifant. Het bijna vijfjarige knulletje is immers verzot op dino’s en de eenjarige doet me denken aan een dartel babyolifantje, grappig en erg lief.
Tijdens het keuzeproces klonk mijn lievelingsmuziek uit de jaren zeventig. “Hoe heet die zanger ook al weer”, vroegen wij in een ‘senior moment’ van niet weten. Oh ja, Neil Diamond! De badeendjesmevrouw haalde opgelucht adem. Ja, daar luisterden mijn ouders ook zo graag naar.
Ik voelde me even heel oud. Geen eendje in de winkel kon uitdrukken hoe oud. Of het zou de Sinterklaas eend moeten zijn. Maar die had ze niet in de collectie. Trouwens geen enkele oudere damesbadeend. Deze kwam t dichtst in de buurt. Daar moeten de Damesmeisjes toch gauw iets aan doen…

Huizen en hun geschiedenis

Oh kom er eens kijken
Hoeveel Sinterklazen zal het oude huis aan de gracht hebben mogen meemaken, vraag ik me af. Het voorhuis is begin 17e eeuw gebouwd, het achterhuis waar wij nu wonen wat later.
Op Wikipedia lees de geschiedenis van het kinderfeest. Al in de Middeleeuwen werden er mirakelspelen opgevoerd waarin Sint Nicolaas aan kinderen verscheen en hen voedsel en geschenken gaf.
Wij hebben de afgelopen 30 jaren flink onze best gedaan om een bijdrage te leveren. Samen met de bevriende familie, mijn moeder en de lieve vriendin nodigden wij de Goed heilig man in levende lijve uit, met een fout getypeerde knecht naast hem. De jonge bewoners van het oude voorhuis, onze buurkindjes, kennen slechts regenboog Pieten.
In de krant lees ik een bekentenis. Ik meen van Frits Abrahams in de NRC. Dat ie in het begin van de Piet discussie dacht: ach laat het toch, een kindertraditie.. Ik moet toegeven dat ik hetzelfde dacht, ooit. Tot ik de ervaringen van zwarte mensen hoorde en las. Hoe diep de typering als knecht in het onderbewuste is geslopen. Recent vertelde een zwarte vrouw me hoe in haar familie tot op heden geldt: hoe zwarter hoe minder waard. En zij is de zwartste.
Na een carrière op meerdere vakgebieden bekleedt zij nu een functie waarvoor je maximaal opgeleid moet worden. Te midden van de haar collega’s voelt zij zich een buitenbeentje. Tussen de witte kaaskoppen steekt haar zwarte huid extra af tegen de witte jas. In het ziekenhuis zijn de schoonmakers en verzorgers zwart en een enkele verpleegkundige. Verdrietig vertelt ze me de onmogelijke paradox waarin ze leeft: waar hoor ik bij? Zelfs in haar familie is ze een vreemde eend.
In de Friese brievenbus vind ik reclamefolders waarin onbeschaamd zwart gekleurde Pieten, inclusief kroes haar en volle rode lippen Sinterklaas begeleiden. Friesland, de bakermat van de zwarte piet lobby. Geldt hier: wat je niet wil weten, deert niet? Er zijn hier immers haast geen zwarte mensen. En die er zijn zitten in t AZC, waarop de noord west hoek trots is. Trots op de eigen tolerantie, is mij verteld.De gemoederen rond Zwarte Piet lopen hier nog steeds hoog op. Pieten stress rond een vriendelijke traditie.
Intussen breekt op de Friese dijk ook stress uit. Bouwstress. De elektricien laat de loodgieter zitten, de schilder kan hierdoor ook niet verder en een erbij gehaalde ‘redder’ maakt met iedereen ruzie. De loodgieter belt me en smeekt: kom maar niet, teveel rotzooi hier. Ik kan mijn belofte (dat er gekookt kan worden in de overhoop gehaalde keuken) niet nakomen.
Als we een etmaal later het huis betreden, is het gasstel klaar voor gebruik.
Alles is opgeruimd. Op een enkele surprise bij de schoorsteen na dan..

Huizen en hun geschiedenis

Het Noorden
Elders in Nederland valt natte sneeuw, op de televisie zal de premier het land straks toespreken over nieuwe coronamaatregelen.
In ons noordelijke steegje klettert de regen op de vuilniscontainers, de wind loeit om de daken van de gezusterlijk schuilende dijkhuisjes.
In de gezellige eetkamer zit een gezelschap rond de tafel. Met enige fantasie zou je er ‘De aardappeleters’ van Van Gogh in kunnen zien. Wij echter reiken met stukjes brood naar een dampende schaal met vloeibare kaas in broodkorst.

We nemen afscheid na een intens weekend. De lieve vrienden van de Amsterdamse kade rijden zo terug de donkere nacht in, na een nachtje in de B&B van de lieve buren van de dijk.

Een weekend in gesprek. Over deze levensfase, voor de ene wat verder gevorderd dan voor de ander. Hoe die ons beïnvloedt, we andere keuzes maken, ieder op een andere manier. Hoe lastige omstandigheden ons op een ander pad kunnen brengen. We kijken terug op vele jaren, op onze idealen die we niet altijd terug kunnen vinden in de huidige wereld.
Hoe ook op hoge leeftijd er steeds nieuwe uitdagingen liggen, kijk naar de bijna 90jarige Yvonne Keuls, die in het nieuws is met haar nieuwe boek.
Over het landschap om ons heen. De zwaarte van het leven in de klei, en met de zee, die nog maar zo relatief kort opgesloten ligt achter de dijk. Een heftigheid die voelbaar is voor hen die er gevoelig voor zijn.
Het andere Damesmeisje brengt me een artikel over de biografie van het landschap hier, in Waadhoeke, waar de invloed van 30 eeuwen zee nog alom zichtbaar is voor het geoefende oog.
Over het leven in de stad en het bestaan in de tijdloze ruimte van het waddenlandschap. Tegenstellingen en verbindingen.
Op tafel staat ook het dubbelportret van de lieve buren, een leven lang verbonden terwijl het leven ook andere wendingen moest nemen

De volgende morgen, met de hond lopend langs het ebbige wad, zie ik een eenzame grauwe gans. Ze kijkt naar ons. Haar pootjes zakken diep in de vette klei. Kan ze niet vliegen? Verbeeld ik t me of kijkt ze verlangend naar een overtrekkende vogel?
Zo alleen, zo klein in deze eindeloosheid. Ze waggelt door, doelgericht naar t noorden.

Huizen en hun geschiedenis

Vandaag trek ik een jurk aan, denk ik onder de douche vandaan komend. Vandaag ga ik niets doen. Gewoon een beetje rommelen. Wie weet iets aan de kunst doen.
Niemand die me ziet, denk ik nog, met die gekke netpanty onder de jurk. De enige die ik kan vinden.

Het loopt anders.

De schilder attendeert me gisteren op een kleine schat. Door een opening in het zachtboard plafond van de Oudedijkse keuken schijnt een blauwgroene tint. Van een prachtige balkenzoldering. Gaan we dat verder inpakken, vraag ik de Geliefde die in Amsterdam met heel andere zaken bezig is. Nee, natuurlijk niet.

Zo gebeurt het, op deze stralende vrijdag diep in november, dat ik samen met de loodgieter/timmerman/lifesavour op een ladder sta en met een klauwhamer op het plafond in hak. We beuken en sjorren, vegen, rapen en voeren af. Een wirwar aan electrapijpen wordt zichtbaar. Ff een dingetje, wordt er naast me gezucht.

Buiten, op het bankje gezeten met een biertje, bij te komen van al dat gesloop, lachen we om mijn waanzinnige outfit.

Later, als de puin geruimd is, de stofzuiger geraasd heeft en de hond aan de beurt is, fiets ik met Marie naar zee. In het westen gaat de zon onder en ik overpeins de dag. De lieve buren die me verwennen met advocaatjes en vandaag een heerlijk visje. Het lieve andere Damesmeisje en haar man die boodschappen voor me doen. Schilder en loodgieter die betrokken en hartelijke bijstand leveren.

Als ik me omdraai is daar in het oosten de volle maan boven de oude dijk.

Jeetje, wat een geluk!

Huizen en hun geschiedenis

Tegeltjeswijsheden
Ik krijg dramatische foto’s van de loodgieter. Ontkoppelde koppelstangen, een wirwar van gasbuizen in de kruipruimte onder het dijkhuis. Een onttakeld fornuis. En mijn keukenwaar in verhuisdozen gestapeld in de huiskamer.
Gaslekkage. Ontploffingsgevaar. Het oude gammele keukentje waarvan ik dacht dat t nog wel even mee kon, moest wijken en wel meteen.
Als ik er een paar dagen later zelf ben, tref ik een lege ruimte waar ooit de keuken was. De tegelwanden alvast afgetimmerd. Het wachten is op nieuwe keukenkastjes en de bijbehorende apparatuur.
Maar die zijn niet te vinden. Ook Ikea levert niet. Dat blijkt pas als je online alles in je winkelmandje geladen hebt en denkt te kunnen afrekenen. Leveringsdatum onbekend.
Zo verblijf ik dus al enige tijd op de dijk zonder keuken.
Het treurigste gebeurt als we met onze vertrouwde klus ploeg, nu de nieuwe kastjes eindelijk zijn gearriveerd, een nieuwe houten vloer gaan leggen en daarvoor wat oude, vieze wandtegels moeten verwijderen. Door het gewrik laat de dikke verflaag los en een beeldschone tekening geeft zichzelf prijs.
Helaas, te laat.
In scherven, of weg getimmerd.

‘Scherven brengen geluk’’, denk ik, aan tegeltjeswijsheid nummer één.
‘Be like a tree’, een wijsheid uit een andere hoek, waar ik wel wat mee kan.
En dan een krant vol bij het commentaar op ‘Glasgow’: ‘De klok tikt en wij zijn de klok’.
En: ‘De wet van de kleinste gemene deler’. Over de moeizame eindonderhandeling.
En: ‘Je kunt altijd meer doen’. Een slappe poging tot optimisme.
Tegeltjeswijsheden. Waar zouden we zijn zonder.

Huizen en hun geschiedenis

Lezen en schrijven

De storm gaat liggen en de lucht breekt open als ik met de hond westwaarts langs het wad loop.
Een klein stukje, houd ik mezelf voor. Andere zaken te doen. Een huis dat overhoop ligt, acclimatiserende vloerplanken voor de onttakelde keuken liggen in de huiskamer op schragen. En zoveel te lezen…

Maar de zon lokt me verder. Ik kan niet omdraaien en zo loop ik van de Oosthoek naar Westhoek. Een verpletterende zonsondergang stelt me gerust. Alles is goed zoals het is.

Als ik via het achterhekje de tuin betreed, kijkt het lezende meisje op haar sokkel me aan. Een korte blik van verstandhouding. En dan zie ik wat ze bedoelt. De Tibetaanse vlaggetjes die haar al decennia omwikkelen zijn losgeraakt en onthullen haar rechterhand. Ze leest niet alleen, ze schrijft.

Gauw even deze blog schrijven voordat ik verder ga met lezen.

Huizen en hun geschiedenis

Meisje op reis
Lezend zit ze naast me. Haar uit steen bevrijdde hoofdje strak op t boek gericht. Meisje, we gaan op reis.
De stad probeert ons vast te houden, zet obstakels op het pad. Opgelucht bereiken we open water. De dijk door de oude zee. Rozig ochtendlicht door grijze mistflarden, silhouetten van windmolens in eindeloze rijen. Een vissersboot valt in het niet.
De oude dijk rust in de mist. In het huis wordt hard gewerkt aan warmte en onderhoud, als ik het meisje naar haar verblijfsplek breng. Uitkijkend over land dat strekt tot aan de zeedijk, leest ze voort. Haar rode Tibetaanse vlaggetjes ritselen in de wind en vallen langzaam stil onder de zwaarte van de mist.

Het lezende meisje.
Ooit, zeer lang geleden kreeg ik haar van het andere Damesmeisje. Als symbool van verbondenheid. Met andere vrouwen, met boeken en lezen, met elkaar. Ik neem haar vandaag met me mee, naar de open luchten, ver voorbij de drukte van de stad.

Terwijl het meisje voort leest op het donker gevallen wad, zit ik melancholisch op de bank naast mijn dichtgeslagen boek. Uit is ‘t Hooge Nest door Roxanne van Iperen. Twee dappere vrouwen, innig verbonden zussen, strijden voor hun eigen leven, dat van hun geliefden en alle mensen op hun pad. Strijd tegen onrecht, gruwel, Mordor.

Een huiver trekt over mijn rug. Een huis als toevluchtsoord in donkere tijden. Zijn het de berichten in de krant, de geruchten van tweespalt en paniek, de angsten in mijn spreekkamer die me verontrusten, die me doen onderduiken?
We lezen voort meisje, hier in de beschutting van t wad.

Huizen en hun geschiedenis

Tijd slijt
Niet ver van ons huisje op het zuidwestelijke wad, in t gehuchtje Village de L’Isle, staat de oude boerderij van onze vrienden. In Village Adam. Beide gehuchten zijn sinds lang opgenomen in een grotere gemeente en de oude namen zijn in ongebruik geraakt. Ik koester de fantasie van de oude situatie, toen er nog vissers woonden, ons huis een café was dat grensde aan een oud kerkhof. Ooit vonden we een oud gedenkplaatje.

De boerderij van de vrienden bestaat uit een oud laag gebouw en een hoger, nieuw gedeelte, samen met schuren rondom een court gegroepeerd. Van de geschiedenis is weinig bekend.
Bijna dertig jaar geleden tekenden de vrienden het koopcontract en namen de sleutels in ontvangst van een oude mevrouw.
Op zolder vonden zij een dodenmasker. De oude mevrouw wist slechts te vertellen dat het een elf jarige jongen betreft die stierf aan de Spaanse griep. Het verdere verhaal blijft in taalbarriere en nevelen gehuld.

Het hoofd lag daar, op een verder lege zolder. In zijn pierige eentje. Niet weggegooid maar ook niet echt bewaard.
Gebruikelijk was het een dodenmasker, ter nagedachtenis op de schoorsteenmantel te zetten.

En wat doe je dan als nieuwe bewoner met een dergelijke vondst? Je zet zo’n hoofd niet op je eigen schoorsteenmantel. Maar je stopt t ook niet in de vuilnisbak.
Het beeld staat nu op de oude waterput en kijkt uit over de bemoste court, waar een beekje in de loop der jaren steeds woester over heen is gaan stromen.
Tijd slijt. Zowel een waterweg in de court als breuklijnen in het oude jonge hoofdje.

Windvaantje van de maand. Village de l’Isle

De terugkeer van de storm
Als we de kleine honderd meter naar onze lieve buren lopen voor de avondmaaltijd, daalt t herfstzonnetje naar de horizon. De blozende, bijna volle maan lacht ons tegemoet. Aan tafel gedenken we, na zoveel heerlijke zonnige dagen dat de laatste echte storm al weer zolang geleden is. Het was kerst 1999 dat het dak van onze vrienden eraf vloog.
We praten over huizen en hun geschiedenissen. Zou je in een huis willen wonen waar iets naars gebeurd is? In China is zo een huis onverkoopbaar en met enig pech het hele huizenblok. Ik vertel dat ik de geschiedenis van mijn Friese heerlijkheid wil nagaan. Wat heeft dat lieve huisje in haar eeuw meegemaakt en gezien?
De vrienden vertellen van de wonderbaarlijke vondst die zij op de, later door de storm blootgelegde zolder deden. Maar daarover in een volgende blog meer.
Inmiddels zijn ramen en deuren gaan rammelen en een vreemde tocht trekt door het huis. De honden zijn onrustig. Langzaam dringt het tot ons door: het stormt.
De terugweg naar huis lijkt veel langer als we wat later in t aardedonker voort zwoegen onder heftig zwiepende bomen. Unheimisch.
Maar vanmorgen is er geen vuiltje meer aan de lucht, ook de telefoon heeft weinig verontrustends te melden. Dus gaan de hond en ik erop uit. In mijn hoofd woedt nu een andere storm. Verontwaardiging over de bureaucratische wantoestanden en de niet gehaalde klimaatdoelen. Aangewakkerd door de Nederlandse ochtendkrant.
Buiten t dorp lijkt de fysieke wind me te willen overvallen en terugduwen. Dat laat ik natuurlijk niet gebeuren en we zetten door, naar t strand. In de duinen zie ik een vrouw haar vakantiehuisje uitgraven uit t opgehoopte zand. Een heilloze bezigheid in de aanwakkerende wind. Ik kan nog net een opname maken van de golven als ik omvergeblazen word.
En dan gebeurt het. In een ijskoude centrifuge van grijze mist, regen en zand word ik meegesleurd en rondgetold. De bange hond aan mijn voeten.
“Blijven bewegen en dekking zoeken”, dreunt het in mijn hoofd. Struikelend en rollend bereiken we de Dam. Asfalt!
En dan, als een wonder, duikt uit mistflarden en zandstralen het bekende witte gemotoriseerde snoetje op. Gered.

Feestmutsje van het jaar

Flow
De tijd op het wad verstrijkt volgens haar eigen wetten. Met de vertraging en versnelling van het water onder invloed van de maan, laat de tijd zich hier niet dirigeren door de klok.
Nauwelijks opgestaan en de dag is al om.Bedtijd, zegt mijn klok, tot mijn verbijstering.
Op het strand, turend over de eindeloze vlakte van waterstroompjes en zand lijkt de tijd stil te staan. Een levensloop lang brengen de hond en ik daar door.
Hoe fijn is het om bovendien een noordelijk wad te kunnen aanschouwen. Net als de Friezen leven de Normandiërs in de meeste getijden met hun rug naar de zee gekeerd. Hier achter enorme basaltblokken. Tenminste in het naburige dorp waar de zee ooit de kerk en het hart verzwolg. De luiken houden ze hermetisch gesloten.
Daar, in t noorden schuilen ze achter hun dijken. Ooit wonnen de Fransen hier zout en de Friezen leefden met het water, op hun kwelders graasde het vee en gevist werd er ook. Nu is er nergens meer verse vis te krijgen.
De tijden veranderen. De zee blijft.

Over andere tijden gesproken. Morgen is het andere Damesmeisje jarig.
Waar is de tijd gebleven dat ze rond stapte in haar rubber laarsjes en korte rok, met gestreepte beenwarmers. Zelf gebreid, uiteraard. Dat mocht toen nog op school, op haar opleiding. Zoals ik mijn hond altijd meenam naar t werk. Vergadering of niet.

Vandaag trokken de andere hond en ik de Salines in. De oude zoutvelden. Ooit vond ik daar een eeuwen geleden aangespoelde boot. Het andere Damesmeisje en ik, geholpen door weer een andere hond, groeven onderdelen op. Een patrijspoort, een oude ketel.
De ooit door zuidwesterstormen aangewaaide boom ligt uitgebleekt te wachten. Te dromen. Net als de halve sloep op t strand, ook jaren geleden, moest ik haar wel een tekst meegeven voordat de reis voor haar verder gaat, bij een volgende storm, op ‘The waves’.
Virginia Woolf. Altijd dichtbij.
‘I am rooted. But I flow’.

Flow, lief Damesmeisje. Flow verder op je pad. Ik stroom een stukje mee. Naar t Noorden.

Snotlapje op de gracht

Ik heb geen zakdoeken meer. Ik ben overgeleverd aan de papieren variant. Daarop is het lastig borduren. Niet dat ik ze nodig heb, die zakdoeken. Al lang niet meer verkouden geweest (afkloppen!). En C is immers over. De pandemie is over. Het is officieel bekend gemaakt door de premier, en dan is het waar.
Op de dijk is er weinig van te merken. Daar is de ferm uitgestoken hand nooit weggeweest uit het sociale leven. Ook nu is die maar lastig te omzeilen.
In Amsterdam overvalt me de drukte. Een verstopte ring en door de stad gaat t stapvoets. Het mooie nazomerweer trekt de terrassen overvol en kriskras overstekende feestvierders blokkeren het verkeer.
Mijn mobiel staat vol aantrekkelijke theater uitnodigingen. Gewapend met de corona app storten we ons in de rij. Ditmaal werkt hij gelukkig en hoef ik niet, als een betrapt kind, achter te blijven.
Een napraat drankje in het cafe, hoe lang geleden is dat. Wij lijken de enigen die hiervan een beetje moeten bijkomen. Deze opnieuw veranderende wereld, nu de andere kant op. Geen beschermende reflexen meer nodig. Geen afstand, geen mondkapjes, geen voorzichtigheid in de omgang. Het is voorbij.
En ik? Geen zakdoekjes meer te vinden. Tijd voor iets nieuws?

Snotlapje van de dijk

Woorden
Het centrum in mijn hersenen dat woorden vindt bij belevenissen leek een poosje kapot. Er kwamen er geen. Een grote, lange stilte. Geen snotlapjes.
En toch waren er belevenissen genoeg die beschrjvenswaardig zijn.

Een expositie van de Damesmeisjes.
Zoveel woorden in beeld gebracht, zoveel gevoelens, zoveel gedachtes… zoveel gedaan….borduurt het andere Damesmeisje op een niet zo toevallig aanwezige zakdoek terwijl het publiek langs ons werk loopt en kijkt. En blijft kijken. Een aandachtig publiek in het verre Woerden. ‘Onze levens verbeeldt’ versterkt de verbinding en leidt tot sterker beeld en meer verbinding, borduur ik op dezelfde zakdoek.

De eerste weken van een nieuwe manier van leven. Na een knusse en verbindende maand klussen aan het nieuwe huis op de dijk, nemen de Geliefde en ik op de woensdagavond afscheid en rijd ik naar mijn nieuwe bestaan aan de andere kant van de afsluitdijk. Het is wennen, voor iedereen.

Vele Corona golven hebben Nederland en het groene westelijke eiland gescheiden maar nu is de verre vriendin in levende lijve verschenen, op de dijk. We bespreken het leven, doen gezellige boodschappen en gaan aan t werk. De grote heen en weer gestuurde doeken hangen op de mooie wanden van de dijkwoning, ter beoordeling.
Terwijl we oude cd’s spelen op mijn eerste nieuw aangeschafte muziekinstallatie en ik in mijn brein naar het taalcentrum zoek, maakt de vriendin een proeftekening van een oud pluizig vriendje, een cavia en ligt Marie snurkend in haar mand.

De duisternis daalt over het land, de westelijke hemel houdt lang vast aan het rose-oranje licht voordat t ook dat moet laten gaan.

Rust op de dijk en er komen weer woorden.

Snotlapje van de week

Belangrijkste voetnoot ooit

Zakdoekje leggen
Niemand zeggen
Heb de hele nacht gewerkt
Twee paar schoenen heb ik afgewerkt.
Een van stof en een van leer
Hier leg ik mijn zakdoekje neer

Het wasgoed wappert in de wind. Na dertig jaar was uit de droger halen en in de kast stoppen, is dit de kers op de taart: terug naar een simpeler bestaan. Wasgoed dat ruikt naar buiten, naar weiland.
Een simpeler bestaan. Kan je makkelijk zeggen, als je daarnaast ook nog een kapitaal pand aan de Keizersgracht bezit. Om over de Normandische heerlijkheid nog maar te zwijgen.
En toch is het wat me hier brengt. Simpelheid, met de voeten in de klei. En een tuin waar niemand wordt bestreden. Ruimte voor insecten, voor de miljoen slakken. Welkom aan de egeltjes. Elke plant een diep gegraven wortelgat, met potgrond en water. Naïef en weekhartig? Lees Tommy Wieringa vandaag maar, in de NRC.

Snotlapje van de week

Knokken
Op de fiets langs prachtige terpdorpen en meanderende riviertjes laat het me niet los. De plaatsvervangende beklemming. De angst en de bedreigde vrijheid die voelbaar zijn in de krantenberichten. Vrouwen die dreigen teruggezet te worden naar het aanrecht en hun biologische functies. Niet meer geacht worden zelf na te denken, zich te gedragen en te kleden zoals ze willen.
Alle andersdenkenden en voelenden zijn in één klap weer onderworpen aan ijzeren wetten.
Op mijn mobiel verschijnt een bericht uit Bosnië. Een dochter is er op vakantie. Ooit had ik haar bij me als babietje, toen mijn werk in voormalig Joegoslavië me naar Sarajevo voerde. Het was er veilig zei BuZa. Geen bezwaar om haar mee te nemen, ze was immers nog afhankelijk van borstvoeding. Het andere Damesmeisje ging mee als ‘oppas’.
Het vliegveld was nog dicht, ondanks de vredesakkoorden werd er nog gevochten in de heuvels rondom de stad. De bus waarmee we reisden vanaf Zagreb werd onderweg beschoten en verongelukte op een roadblock.
Voor ons liep het wonderbaarlijk goed af.

Waarom moet ik er vandaag zo aan denken?
De verhalen die ik hoorde in Kroatische en Bosnische opvangcentra voor vrouwen en hun kinderen komen boven. Van zelfstandige, hoogopgeleide mensen werden ze plotseling tot ‘ding’ gemaakt. Een te verkrachten ding, een te vernederen on-mens, een oude lap die je kapot maakt. De etnische wrijvingen gingen over de ruggen van vrouwen.

Afghanistan is nu duidelijk in beeld maar is in feite slechts een van de vele plekken op aarde waar mensen en met name vrouwen teruggebracht worden tot de waarde van hun biologische functies. Ont-menst worden, niet meer mogen nadenken en kiezen in vrijheid.

Laten we voor deze basisrechten blijven knokken, overal en voor iedereen.

Snotlapje tussendoor

Een vaderlands doekje voor t bloeden
Terwijl op de wadden de eerste storm van het seizoen over het land raast en de appeltjes van mijn eenbomige boomgaard voortijdig in het gras doet belanden, klimmen ergens oostwaarts, in het land waar de hippies hier op de dijk graag heen gingen vanwege de klaprozen en hun bijproducten, wanhopige Afghanen op vertrekkende vliegtuigen. Om vervolgens te pletter te vallen.
Als ik na drie dagen vloeren leggen, schroeven en spijkeren, verstek zagen en lakken, mijn bloedigere hand met blaar verzorg en in de enige stoel neerplof om de krant op te slaan, lees ik dat wederom Duitsland, zeg maar Merkel, naar Canadees voorbeeld, de helpende hand uitsteekt naar de doodsbange Afghanen. Naar in ieder geval 20 duizend van hen. De rest van Europa aarzelt, treuzelt, zwijgt, of zet zelfs uitgeprocedeerde asielzoekers terug in de regio.

Ik zou mijn hoofd in de vette zeeklei willen steken uit schaamte.

Zoveel doekjes voor t bloeden die mijn vaderland verzint kan ik niet borduren.

snotlapje van de week

Schuren is als aaien
Bij t opruimen van de Friese zolder vind ik een lap. Helder rood, dat valt op. Een zakdoek? Nee, dat niet. Zo maar een lapje, maar wel geborduurd, ooit ter gelegenheid van Kerstmis. Alles gaat naar de grofvuilstort, maar dit lapje niet. Ik houd het als reminder, een herinnering aan hardhandig ingrijpen, weggooien, schoonmaken.
Na het rigoreus leeghalen en schoonmaken volgt het witten en schilderen. Niet mijn favoriete bezigheid. Ik haat het, eerlijk gezegd, maar het moet als overgangsrite.
De zolderkamer is als eerste aan de beurt. Ik reinig het houtwerk met schoonmaakazijn. En daarna schuur ik het. We kennen deze procedure allemaal. Dat is wat je doet met een nieuwe plek, een nieuwe woning. Een rituele reiniging. Ik werk me door mijn tegenzin heen. De kozijnen zuchten onder het schuurpapier. Eerst de grove korrel, dan de fijnere. De oude verflagen voegen zich, worden zacht en plooibaar. Rimpels verdwijnen, weerstand wordt overwonnen.

Ik moet denken aan de woorden van de wijze vriendin van de kade. Aandacht, aandacht heeft dit huisje nodig, zijn haar woorden. Het huisje zet zich schrap en herademt onder onze ingrepen, zoals onder een koude, maar uiteindelijk verfrissende douche. De hekpalen die in de klei geslagen worden, de spijkers die er juist uit getrokken worden. De glasdeeltjes van het schuurpapier die over haar huid gaan. Grenzen worden getrokken, rotte plekken verwijderd.
‘Fierce compassion’, liefdevol maar hardhandig ingrijpen. Soms nodig om een positieve wending te bewerkstelligen. Een duw in de goede richting te geven. Hard maar noodzakelijk.
Schuren kan zijn als aaien.

snotlapje van de week

Buurfrou
Waar tref je een buurfrou die de naam van je huisje op de deurpost schildert, stiekem en ongezien? En die een hekje komt plaatsen. En een zoldervloer afkrabt en 1000 spijkers uittrekt?
Waar tref je een andere buurfrou die hier al 48 jaar woont en na haar weduweschap de draad met haar kleuterschool geliefde oppakt en het leven vrolijk verder leeft. Elke dag een volle B&B runt, met een groot stuk tuin, schapen houdt en ga zo maar door?
Een volgende buurfrou komt uit Amsterdam en heeft zich niets aangetrokken van de lichte drang hier woonachtig te moeten zijn en t openlijk over haar vakantiehuisje heeft, maar blij is voor de dijk dat ik hier ‘echt’ kom wonen. Ook kunstenaar, die meteen spijkers met koppen wil slaan, na twee minuten kennismaking.
Waar tref je twee buurmannen met dezelfde voornaam en BN’er die zich hier vrij en onbedreigd voelen?
Waar komt de getipte hovenier s avonds nog even langs fietsen, een wijntje meedrinken met toezegging volgende week ‘ofzo’ onze rimboe te kortwieken?
Waar komen moeder en zoon uit Polen, ook weer getipt, als een tornado door het huis stormen om t blinkend en wel achter te laten?
Waar vind je in de schuur zaken die daar al een halve eeuw staan, zoals een designasbak op pootjes. En tref je onder het gasfornuis een etui met sigaretten en joints aan, klaar om gerookt te worden, 60 jaar na dato?
Waar komt de zon op in je voortuin en gaat ie aan t einde van je terrein en van je dag weer gloeiend onder?
Waar vind je dat t aan alle kanten van je huisje zo mooi is dat je niet weet waar je zal gaan zitten omdat alle provisorische zitjes te mooi zijn?
Waar kom je tegen dat al deze zaken zich in amper vier dagen voltrekken?
Vast op veel plekken. Maar mij gebeurt het hier. Op de Oudebildtdijk.

snotlapje van de week

De eerste spade
Begin 16e eeuw trokken Zuid Hollandse landarbeiders naar het gebied dat we nu t Bildt noemen. Ze vonden werk bij de aanleg van de eerste zeedijk die de kwelders in de Noord-West hoek van Friesland tegen het instromende water moest beschermen. Het inmense karwei om ‘de langste straat van Nederland’ te scheppen, letterlijk, was in 1505 voltooid.

Nu zet ik de eerste spade in deze oude zeeklei. Om een witte roos en een blauwe regen te planten. Een nieuw begin op deze oude grond, zowel fysiek als overdrachtelijk. Een avontuur, met andere prioriteiten, maar ook voortgaand op een langgeleden bepaalde weg.

Ook elders maken mensen een nieuwe start. De door de toeslagenaffaire getroffen familie gaat voor t eerst sinds jaren op vakantie. Een bescheiden, ingetogen plan om een weekje te wandelen in de Italiaanse bergen. Maar oh jee, in de stress en de jarenlange onmogelijkheid van een auto is het rijbewijs verlopen. En het gemeenteloket meldt digitaal dat de eerst volgende mogelijkheid pas in september is. Het telefoonnummer bedoelt voor niet in de digitale wereld oplosbare vragen wordt beantwoord door een vriendelijk persoon. Het kan niet. Maar ik ga u helpen. De afspraak komt er, het rijbewijs kan worden afgehaald, net voor het geplande vertrek. Een verzoek de aardige persoon te bedanken wordt afgewezen. Deze persoon zal worden ontslagen wegens het te veel tijd besteden aan het helpen van anderen.
Een nieuw begin en een einde. Laten we hopen dat dit einde een nieuw begin in zich heeft.

Als ik mijn blik opricht van de omgewoelde aarde zie ik de gedroomde naam van deze mooie plek op de oude dijk boven de deur geschreven staan. Welke ‘Dakini’ heeft dit wondertje met een potje verf en een trefzekere hand staan uitvoeren?
Natuurlijk, dat kan er maar eentje geweest zijn.

En het snotlapje? Dat moet nog geborduurd worden.

Snotlapje van de week Village de L’Isle

Een waargebeurde geschiedenis

De Dat zei tegen zijn Doet:
Ik ben de Dat en jij bent de Doet.
Ja zei de Doet en deed dat wat
De Dat nog lang heugen doet.

En weet je wat de Doet je nou vertellen moet:
ondanks Dat houdt de Doet
nog steeds van de Dat
En de Dat Doet wat moet van de Doet

Eind goed al goed

snotlapje van de week. Village de L’isle

Betinking
Ik lees het boek De Friezen van Flip van Doorn. Een geboren Hollander die op zoek gaat naar zijn roots in Friesland. De omslag toont een beeld van door zee aangevreten land. Het komt me bekend voor. Om mij heen is het niet anders. Getijdeland, gewonnen en weer verloren land. Alsmaar weer, zoals de getijden zich bewegen. Zoals ijstijden kwamen en gingen.
Een van de mooiste woorden die ik in dit boek ontmoet is ‘ betinking’. Herinnering, maar ook reflectie, nadenken over. Doe een knoop in je zakdoek, zei mijn moeder vroeger als ik iets niet mocht vergeten. In het huidige Friesland zijn er nog steeds ‘ betinkingen’ over het geweld van”de Hollanders’. Menig held sneuvelde.
In Holland sneuvelde er gisteren een held en tegelijkertijd liepen de zuidelijke gewesten onder water. Ontregeld hemelwater. Onze eigen schuld, zeg maar. Denk er aan, de volgende keer dat je in t vliegtuig wilt stappen, of de auto, of vlees of vis eet, en te veel of überhaupt zuivel nuttigt. Denk eraan, knoop in je zakdoek.Denk eraan als je het hier zo lekker warm vindt, over 50 jaar zal de aarde te heet zijn om op te leven. Als we niets doen, verschroeien we. Denk eraan!
Eigenlijk wilde ik het hier helemaal niet over hebben. Eigenlijk wilde ik schrijven over De Man die Alles Kan en Alles Heeft. Ik wilde schrijven over deze man die dat soms vergeet. Hij heeft een zakdoek nodig, met een knoop erin. Want als je een zakdoek met een knoop hebt, dan weet je weer waaraan je herinnert moest worden. Dat je zoveel hebt en kan. Dat je dat even vergeten was.
Ik zou willen dat de wereld zo simpel in elkaar zit. Gewoon een knoop in onze zakdoek.

snotlapje van de week. village de l’Isle

Turn turn turn
Tijd om vast te houden, tijd om los te laten
Opnieuw komt Prediker voorbij. Ditmaal niet vertolkt door The Birds, maar door een kerkkoor in een uitvaartmis.
De zeer oude man is dood. Zijn inmiddels bejaarde kinderen hebben hem tot het laatste moment liefdevol verzorgd. Daar gaan ze nu, gebukt onder de kist. Gezichten doortrokken van verdriet en dierbare herinneringen. Ze vertellen, gedenken. Puur en bezield.
Hoe oppervlakkig en schraal tekenen zich de kerkelijke rituelen hierbij af. Ik zit erbij, in die harde kerkbank en laat het over me komen. Het katholicisme is voor mij lang verleden tijd.
Vanmorgen nog, op mijn kussentje, maakte ik kennis met de levensgeschiedenis van een Boeddhistische ‘leken-non’, Sera Khanto . Zoveel wijsheid. Onopgesmukt,
zonder status, althans geen ‘wereldlijke’. Nooit een suggestie van schuld of boetedoening. Vol positiviteit en geloof in het goede van de mens. Geen bestraffend opperwezen. Om te vrezen of de verantwoordelijkheid op af te wentelen.
Ontroerd door de liefdevolle familie maar ook geschokt over de opnieuw ontmoette puriteinse moraal stap ik naar buiten, de prachtige natuur in op deze zomerse dag. Waarom die donkere teksten vol schuldbesef en boetedoening? Ontbreken bij ons de noodzakelijke vergezichten op lucht en ruimte om perspectief te zien? Blijven wij steken in de klei en het veen, wat betreft onze spirituele ontwikkeling?
Toch blijft Prediker wijs en prachtig. Tijd om vast te houden, tijd om los te laten.

Snotlapje van de week

De kop van de kat
Ik duik in een bij ons thuis gevreesde diepe kast.
Uit angst voor deze kast betrekken wij onze beddelakens direct uit de wasmachine en droger, zo weer schoon op bed. Het is een kwestie van timing.
Onze linnenkast is een ramp. En die proberen we te omzeilen.

Ik trek de stoute schoenen aan en waag de stap. De deur staat bol onder de interne druk. Vele lakens, dekbedovertrekken en moltons proberen te ontsnappen. Daarom houden wij de deur liever op slot. Roze, lichte blauwe, vaal gewassen witte en beige en zelfs, uit een dubieus tijdperk, zwart en grijs beddengoed springt naar buiten. Van eenspersoonskindermaatjes tot kingsize lappen. Verwassen, verkreukeld, vergeten en vereenzaamd beddengoed. Geen matchend stel slopen te vinden. Ik werp alles richting recycling.

En dan, helemaal achterin de nu lege kast vind ik ze. Een stapel zakdoeken, ooit geërfd uit mijn moeders huishouden. Grote geruite exemplaren. Waarin mijn vader, veel te luid volgens ons kinderen, zijn neus snoot. Maar ook kleintjes, voor kinder- en damesneuzen. En een stel dat nog op het kartonnetje geprikt zit waarmee t uit de winkel kwam. Lang geleden. Met poezen erop geborduurd.

Het ‘snotlapje van de week’ is geboren. Ik borduur t poezenlapje vol en zal het aan t Andere Damesmeisje geven met een boekje erin. Over een kat. De kop van de kat. Die is namelijk jarig en de pootjes vieren feest. Het staartje mag niet mee doen want die is pas ziek geweest. Die komt pas uit het ziekenhuis en heeft zo een last van zijn keel. En al dat dansen en dat springen dat is hem te veel. De kop van de kat…

Ik voel me het staartje.
Een (spreekwoordelijke) blik in de krant en ik ben alweer ziek. Door het uitgelekte rapport van het wereldwijde klimaatpanel IPCC, dat een barre toekomst schetst. Met de ene natuurramp die over de ander buitelt. Canada is er niets bij. Het rapport had in deze vorm nog niet naar buiten gebracht mogen worden. Het moest eerst nog wat verlicht en verluchtigt. Zodat het staartje niet zo erg zou schrikken.
Zodat de kop en de pootjes gewoon verder kunnen feesten. Arme staart, zo veel last van zijn keel…

Mondkapje van de dag. Epiloog

Ik borduur een afbreekbaar mondkapje voor de bange buren. Zo eentje met bloemzaden erin. Fleurs de l’Espoire.
Ik gooi de envelope door de brievenbus van het potdichte huis. Het lijkt alsof hier een enge ziekte heerst…
Als ik terugkeer van een rondje hond worden de ramen opengerukt en twee glunderende hoofden leunen naar buiten. Het is een waarlijk ‘weerzien’.
Morgen is de grote dag. De dag waarvan de Franse autoriteiten zeggen dat het 2e vaccin optimaal wekt, 5 dagen na de 2e prik. Morgen mogen de kleinkinderen weer gekust en opgepakt worden, na anderhalf jaar afzien. Bloemen van vreugde en hoop.

Hiermee eindigt de serie ‘mondkapjes van de dag’. Het was ons een waar genoegen.
Houd onze berichtgeving in de gaten. Per 1 juli gaat onze nieuwe website de lucht in. Met hoop en bloemen.

Simplistisch kapje van de dag

Klaar ermee, basta!

Heel simpel. Klaar ben ik ermee.
Met schoonmaken, heggen knippen, bladeren en takken harken. Mijn vingers prikken aan rozendoornen. Alles in handige groene tassen stoppen, ooit van het Andere Damesmeisje gekregen (met haar praktische blik). En naar de Dechetterie brengen. De juiste container weten te vinden, naar huis rijden en de auto schoonmaken. En dat wel drie keer deze weken.
Muizen terugdringen. Verdelgen, daar doen we niet aan, zolang we onze kinderen sprookjes voorlezen over bange muizenouders die bezorgd over hun kindertjes waken terwijl de kat door het gaatje loert. Of erger: een mens. Om maar niet te spreken over vergif neerleggen. Een akelige dood. Nee, toch?
Dan maar glaswol aanbrengen achter de keukenkastjes, vijf meter breed. Cement in spleten duwen, met schuursponzen en al. Alle eetbare waren in stevige dozen opsluiten. Onhandig voor de mens, maar ja.
Boodschappen halen, eten verzinnen, glas naar de container brengen, 0% biertjes zijn ook in glas verpakt.
De banken en stoelen schoonmaken. Marie zit daar s nachts heel graag. Clandestien, extra lekker dus.
Ik ben er helemaal klaar mee en zo tevreden. Neergeploft op een schone bank terwijl buiten de regen klettert.Simplistisch geluk.
En waar ik ook, bijna, klaar mee ben? Met Mondkapjes!

Feestkapje van de dag

Hondenlevens
Nadat Luna gestorven was zag ik haar dikwijls door het landschap rennen.. De zwarte kop boven het hoge gras. Vrij en blij. In augustus van dat jaar droomde ik van haar. Ze keek vanaf een duintop hoe ik op ons vertrouwde paadje langs rende. Met in mijn kielzog een klein beige mormeltje. Een pup van nog geen twee maanden oud.
Afscheid van een hondenleven.

Zo kwam Marie in ons leven. We vonden haar op een Vlaamse boerderij, tussen de paarden. De moederhond een afgewezen fokhond, een ‘Field trial’, gered door de boerin uit een donker kot. .De vader een donkerbruine labrador. Marie is nog steeds dol op chocolade(kleur).
Het toen al bijzonder getekende kopje keek me bang aan. En ik overschreed het eerste gebod van de puppyzoeker: neem nooit het zielige hondje. Ik luisterde naar Luna, zelf immers ooit gered uit de klauwen van Griekse hondenmeppers. En deed t toch.

Vandaag drie jaar geleden begon haar leven. Waarom de moeder afgekeurd werd, is ons wel duidelijk. Eten. Alles en overal. Van junkenshit tot muizengif. Avocado’s, druiven en chocolade. Een pond asperges laatst. Als t niet twee meter hoog staat, wordt t verorberd.
Wat een hondenleven!

Ik moet denken aan de hond die ik laatst tegen kwam, aan het strand. Uit gespreksflarden begreep ik dat deze hond gevonden is. Een jonge Duitse herder. Een prachtige kop, lief en rustig. Hij mist een voorste voet en hinkt onhandig rond. Duidelijk nog niet gewend aan deze handicap. Met een liefdevolle blik volgt hij zijn ‘vinder’.

De aanblik van zijn trouwe geploeter blijft me bij.
Hondenlevens.

Mondkapje van de zomer

“Vertrouw op de kracht van t werk”…
Zegt mijn voormalige docent en supervisor van de Kunstacademie op deze eerste zomerdag. Ik raadpleeg haar graag in tijden van twijfel.
Oh jee, denk ik. Had ik maar niks gezegd. Ik had t zonder probleem tot de hoofdvraag, over het uit te brengen Damesmeisjesboekje, kunnen beperken. Dat was makkelijker geweest, dan was t ‘gesjoemel’ niet aan haar kritische blik bloot gesteld geweest. Maar ik vertelde het wel en ik weet ook waarom.
Waarachtigheid, eerlijkheid en je beperken tot de essentie in plaats van motieven zoals gemak, sociale smeerolie en dat soort zaken. Daarom vertelde ik t. Omdat ik het weet. Ongemakkelijk, dat wel, zeker.
Heeft dit jaar niet vaker in dit teken gestaan? Heeft dat mezelf, en mijn directe omgeving, niet veel opgeleverd? En heeft waarachtigheid niet letterlijk en symbolisch een prachtige plek aan t noordelijke wad opgeleverd? ‘“Nou ja, ook door t werk van een stel goede engelen, hoor!” hoor ik de lieve vriendin van de kade zeggen. Ze heeft gelijk. We moeten de engelen volgen. En vertrouwen op de kracht. Zullen we zeggen ‘ de innerlijke kracht’?

Mondkapje van de tijd

D’autrefois
Sinds lange tijd dwalen we weer door het mooie stadje op de rots. Statige negentiende eeuwse huizen kijken uit over de haven en de zee, met in de verte de kleine archipel.
Veel nieuwe winkeltjes in de nauwe straatjes. Ach, het andere Damesmeisje zou haar spaarpotje hier graag spenderen. Geen foute ketens maar sympathieke boutiques met een overzichtelijk aanbod. In een van de vele hippe winkels met woon hebbedingetjes sta ik oog in oog met het schilderij ‘Le Baiser’ van Gustav Klimt. Tot een glazen lamp verwerkt. Even is er vertwijfeling tot ik me realiseer dat ik hier rondloop met een mondkapje met dezelfde afbeelding. Rond de centrale markt is het mondkapje immers verplicht.
We slenteren langs de mooie vissen die helaas erg dood liggen te zijn maar de kreeften nog niet. Langs de kraampjes waar ooit de dochters hun sportschoenen omruilden voor een hipper model. Langs de uitstallingen van hoeden en petten, waar De Geliefde dikwijls een nieuwe baret scoorde. En langs de jurken. Op elke Franse markt te vinden. Lange jurken met oosterse uitstraling, romantisch, aantrekkelijk. Ooit kocht ik een tijdloze donkerblauwe. Gedragen tot de gaten erin vielen. En nog steeds ben ik op zoek naar hetzelfde jurkje.
Ach, het andere Damesmeisje zou terugdromen naar de tijd dat ze t liefste lange jurken droeg, met blote voeten of desnoods sandalen eronder.
Lange rijen wachtenden voor de walmende worst -met -friet- kraam. En café Le Pirat, waar we de lieve vrienden dikwijls troffen, voor ‘n koffie of een Croque monsieur.

Met armen vol ‘Franse’ geraniums, die met de kleine blaadjes en tere bloemen, dwalen we door het oudste stadsdeel, de kleine huizen hoog boven de zee, met de blik noordwaarts. Ooit hoopte ik hier mijn laatste dagen te mogen slijten. In een huisje zo klein dat het enige meubelstuk een tafel is met uitzicht op zee. Daar zou ik zitten schrijven of lezen. En kijken naar het noorden.
Het liep anders en dat is ook goed. T is van vroeger.

Jour de Marriage

Toegang tot de ruimte
In het boekje dat het Andere Damesmeisje me vlak voor vertrek toestuurt staat een stukje geschreven over de Oudebildtdijk. De 14 kilometer lange voormalige zeedijk. Met aan de voorzijde langsdenderende landbouwmachines & tractoren en op het noorden uitzicht op het niets. Ruimte, heel veel ruimte. Niet iedereen kan daar tegen, schrijft Ton van Dijk in ‘Ons dorp. Leven als God in Friesland’ (2010). Er staat daar altijd wel een huis te koop, van spijtoptanten die hun bekomst hebben van zoveel leegheid. Er wonen vooral kunstenaars en zonderlingen. In de winter loeien de noordwester stormen over het vlakke land. Niets houdt ze tegen en knallen tegen de achtergeveltjes van de voormalige boerderijtjes en landarbeiderhuisjes. De velden zijn zwart, de luchten donkergrijs. Daar moet je van houden.
Op het andere wad, zo een 1000 kilometer zuid-westelijker, weeg ik zijn woorden.
De Geliefde en ik fietsen onze traditionele tocht langs de zee naar het zuiden, naar Mont St. Michel. Daar rusten we in het wuivende gras en eten onze kaas-ei-tomaat boterham. En kijken uit op een vertrouwd hekje.
Toegangspoort tot de ruimte.
Zoveel leegte. We houden ervan.

Mondkapje van de dag

Zand erover
Ja, dat moest ik ook maar eens doen, denk ik, als ik het mondkapje van 12 juni van het andere Damesmeisje lees. Zand erover, weg ermee.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik zet alle commotie even stil, pak mijn naald, garen en een biologisch afbreekbaar mondkapje. Een frustrerend werkje, om te borduren in een kwetsbaar, van dun papier gemaakt mondkapje vol met bloemzaden. Maar het helpt. De rust daalt in.
Dat had ik vannacht meteen moeten doen, denk ik, toen ik een halve nachtmerries had over een te voeren telefoongesprek met de commissie Herregistratie van mijn klinisch psycholoog erkenning. Overigens een erekwestie. Niemand ligt er wakker van, behalve ik zelf, als ik het laat verlopen. Gezondheidspsycholoog zijn is ruim voldoende om te kunnen blijven werken.

Maar, zoals gezegd: een ere zaak. En een zelfverwijt-zaak. En daar mag het zand wel eens over.
De commotie gaat over bonnetjes en andere administratieve handelingen die ik het laatste jaar een beetje uit het oog ben verloren. Wel opleidingen gedaan maar niet meteen opgegeven. En daar loop ik nu vrij hard tegen aan. En tegen de onbereikbaarheid, telefonisch dan. Het geplande gesprek gaat niet door. Want een instelling belt niet met een buitenlands nummer. Dat weet je toch?

Hoe kon ik zo dom zijn, vraag ik me af. Waar zat je met je gedachten? Tja, dat is een goede vraag. Dat weet ik natuurlijk wel. Er waren nogal wat zaken die aandacht vroegen, het afgelopen jaar.

Dus: zand erover. Moge er vele mooie bloemen uit voortspruiten.
He he, dat lucht op..!

Frans kapje van de dag

Bonjour, petit refuge
De dag begint al helemaal op zijn Frans. Terwijl ik de auto aan het inladen ben, stopt een hitsig autootje naast me. “ Ou est le coffee shop?” dringt de dertiger aan, zijn blik dwaalt ondertussen langs mijn lijf en hij lacht uitnodigend. Of ik ook rook? Non, mais pas de Problem. Ieder zijn toevlucht.
Gisteren omarmde ik de Noordelijke mijne. En vandaag snellen wij voort naar het Zuid-Westen waar het andere toevluchtsoord al te lang wacht.
“Heb je nog wel tijd om ergens echt te zijn?’, vraagt de lieve vriend als we over de oude dijk fietsen na een kleine rondleiding. Ik probeer uit te leggen wat de kleine huisjes voor me betekenen. Stilte, natuur, alleen zijn, concentratie. Indikking van alle goede dingen. Voor mij dan.
Het zuidelijke huis wacht ons op met een uitbundige rode en witte rozenpracht.
En een miljoen kleine wezentjes hebben het zich binnen gezellig gemaakt, al die maanden en onze voorraden maar alvast opgegeten. De inhoud van de stofzuiger hebben ze, via de slang, naar buiten getrokken en ligt nu verspreid over de grond. Temidden van de restanten voorraadkast, toch allemaal in hard plastic dozen verpakt.Vooral de bouillonblokjes vielen in de smaak.Wat zullen ze een dorst gehad hebben.
Ach ja, voedsel en een toevluchtsoord hebben we allemaal nodig.
Welkom. Maar ruim voortaan wel je troep op.