Het is avond, het regent een beetje, ik maak me op om naar bed te gaan. Ik doe de keukendeur open en roep Tashi naar binnen. Maar die blijkt nog helemaal niet buiten. Een flits langs mijn benen, en ze rent hard weg, de donkerte in. Even kijkt ze om de hoek, want dat lekkere hapje lokt, maar als ze voelt dat mijn blik op de open keukendeur is gericht, smeert ze hem opnieuw. Zucht.
Het is een voorbode van een vast ritueel. Beetje lezen in bed, naar beneden lopen, keukendeur openen, roepen, met een lepeltje op een bordje slaan, rammelen met kattensnoepjes. Niks, opnieuw naar boven, weer naar beneden. Het regent nog steeds, het is nu helemaal donker, geen Tashi te bekennen. Ze bekijkt het maar, ik ga slapen. In het besef dat ik snel weer wakker zal worden, want het zit me nooit lekker als ze niet binnen is.
Ik knip het leeslampje uit, en kruip diep weg onder het dekbed. Bijna in slaap voel ik een lichte druk op m’n benen. Ik kom half overeind en voel hoe een zacht kattenvelletje tegen mijn hand drukt. Hè? Hoe kan dat? Tashi was toch buiten? Hoe krijgt ze dat nou weer voor elkaar, om ongezien naar binnen te sneaken, terwijl ik haar sta te roepen? Een mysterie, zoals zo vaak met haar.
Al gauw hoor ik Tashi zachte slaapgeluidjes maken. Zij wel. Ik lig te denken aan vanmiddag, samen met het andere Damesmeisje in haar tuin. Zij met het onvermijdelijke wijntje, ik met een dito biertje, hond Marie tevreden kauwend op gras in haar bench. Eigenlijk zouden we onze gesprekken eens op moeten nemen. Want het ene plan is nog niet uitgedacht, of het andere doemt alweer op. Hoe werkt dat toch bij de Damesmeisjes, al die onderwerpen, al die ideeën, al die projecten?
Als altijd samen op zoek naar de rode draad die ons bindt. Het gaat over onze huidige levensfase, over mantelzorg en rouw over dat wat was, over de kracht van vriendschap, over kunst en het geschreven woord, over het doorgeven van ervaringen en herinneringen, over stad en platteland, over nauwgezet waarnemen en noteren.
Geen wonder dat ik klaarwakker ben. Want we hadden het ook nog over het blijven kijken naar eigen handelen, over activisme, over Zomergasten en de oproep Doe iets. Over het hebben van een eigen stem en die stem laten klinken, over strijdbaarheid, over groei, ook op oudere leeftijd. Zo zijn de Damesmeisjes, onvermoeibaar, in een gezamenlijke zoektocht naar het leven, tot aan de dood. Tevreden val ik uiteindelijk in slaap, met Tashi in de kom van mijn rug.

