
Kijk! Daar!
Een vinger wijst naar de oostelijke horizon.
En dan zie ik haar: enorm en heel erg feloranje gekleurd. De buckmaan. De volle maan van de maand juli, in ‘boeren’termen.
De camera’s lopen, een laatste check of de statieven waterpas staan en dan is ‘t klaar met ons werk, voorlopig.
Waterpas…
Veel later die nacht zal ik nog even aan ‘water’ denken. Blijft de zee vannacht waterpas? Of komt er tóch een helling in de curve? Zijn getijden tabellen altijd correct? Wat als …?
De gedachte dat It Fryske Gea met ons meekijkt, sust me.
Verre vogelgeluiden en het onmetelijk gevoel van ruimte begeleiden mijn slaap. ‘Wakker’ en toch rustend.
Als uren later de eerste zonnestralen uit dezelfde richting zich een weg banen door de gaasachtige stof van het enkele dakje boven ons hoofd, is het andere Damesmeisje allang in de weer.
De Damesmeisjes verblijven op ‘t wad. Een klein etmaal met aan drie zijden ‘zee’.

‘t Andere Damesmeisje ligt nog in een diepe slaap, een poezenmasker beschermt haar ogen tegen het vroege ochtendlicht. Ik vind het zonde om te blijven liggen. Misschien is dit de eerste en laatste keer dat we samen op het wad mogen zijn. Slapen kan altijd nog. Bovendien wil ik iets zien, dat ik niet eerder zag in levende lijve.
Ik sta met blote voeten stevig in het wad gedrukt en kijk om me heen. In de verte, aan de rand van de kwelder, schittert het water. De veerboot naar Ameland schuift door het beeld. Een brede slenk snijdt naar binnen, op een aantal meters afstand van ons tentje, en loopt richting de Terp fan de Takomst. Vogelgeluiden alom. Links van me de maan, veel kleiner en bleker dan gisteravond, langzaam dalend naar de einder. Rechts van me de opkomende zon, het rood omlijst de woorden die we gisteren in het slik schreven. Hoe ik het ook probeer, ik krijg ze niet samen op de foto.
De Iraanse Tina Farifteh kreeg dat wel voor elkaar in haar installatie When I saw the sun and the moon at the same time, nog steeds te zien in het Fries museum:
“Op een dag zie ik de zon en de maan tegelijk. De zon zakt langzaam de zee in en de maan komt op achter de velden. Een magistraal theaterstuk dat zich elke dag voltrekt, maar waarvan de grootsheid en schoonheid me altijd ontgingen. De zon, de maan, de dijk, de Waddenzee en de lucht.”
Ik kan niet mooier zeggen hoe het was, daar op het wad.
Naschrift: een paar weken later spreek ik dorpsgenoot Harry, geboren en getogen aan de Zeedijk. Toen we op het wad waren checkte ik bij hem of het kwaad kon, een tentje op het slik met de Waddenzee vlakbij. Hij zag geen enkel probleem, we konden er best slapen, weg van de distels en de schapen. Nu zegt hij met een stiekem lachje, dat het best fout had kunnen lopen, dat het water best hoger had kunnen komen! Lekker dan! De Damesmeisjes waren dus bijna weggespoeld. Maar als ze de kans krijgen gaan ze weer!

