Femicide/Verwant Bloed

Femicide
In Nederland worden jaarlijks zo’n 25 a 40 vrouwen vermoord. Niet door ‘enge mannen in de bosjes’ (dat is statistisch gezien een andere ‘categorie) maar door hun eigen man of vriend. En deze moorden gebeuren niet in een vlaag van ‘passie’ (zeg: jaloezie) maar na een proces van manipulatie en dwang. Moord is in deze opbouw slechts de laatste stap en vindt met name plaats op het moment dat de vrouw er psychologisch en praktisch klaar voor is om uit de relatie te stappen.
NRC journalisten Kim Bos, Bram Endedijk en Nina Stefanovski publiceerden in oktober jl de resultaten van onderzoek naar deze groep vrouwen die doorgaans naamloos tussen de andere categorieën belandt. In Nederland wordt dit type proces inclusief moord niet apart bijgehouden. In tegenstelling bijvoorbeeld tot in de UK.
In haar boek ‘Control. Dangerous relationships and how they end in murder’ licht ex-politieagente en hoogleraar Jane Monckton Smith toe welke bevindingen zij deed na bestudering van die cijfers. Anno 2024 is er in de Uk een website waarop alle namen van de vermoorde vrouwen genoteerd worden en daarmee ’herdacht’.
De Damesmeisjes doken hun caravan/denktank in om een eigen manier van gedenken vorm te geven.
Het werd deze bruidsjurk, waarop de namen van de in 2023 in Nederland vermoorde vrouwen geborduurd worden. De namen zullen net zo lang herhaald worden tot de jurk bloedrood gekleurd is.
Deze bruidsjurk, de borduurperformance in combinatie met werk van Kyra Cramer over hetzelfde onderwerp was afgelopen weekend te zien op de grote ledententoonstelling van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken in de Bagagehal te Amsterdam.

Het bloed van deze vrouwen is ons bloed, verwant bloed.

De Damesmeisjes houden hof

Boerenfatsoen
Rood met groen, da’s boerenfatsoen, luidde de gevleugelde uitdrukking van mijn lievelingsdocent op de academie.
Maar waar is dat fatsoen gebleven? Hier, in het Hoge Noorden zie ik het niet. En uit Den Haag hoor ik het niet. Ik zie slechts grote velden met monocultuur erop en geen enkele insect erin.
Het is ruim zestig jaar geleden dat Rachel Carson’s Silent Spring uitkwam. Over de gevaren van pesticiden. En toen was de destructie al decennia aan de gang.
Anno 2023 lees ik de boeken van Robin Wall Kimmerer, hoogleraar ecologie en ‘Indiginous’ bewoner van de Adirondacks, een streek in Up State New York.
Ik fietste er in 2019 met de Geliefde doorheen, op weg naar Chicago.
Ergens in de 19e eeuw werd dit gebied uitgeroepen tot het waterreservoir van de stad NYC. Terwijl naburige streken allemaal vergiftigd zijn door de industriële revolutie wordt er hier nog steeds streng op verontreiniging toegezien.
De Adirondacks zijn bewaard gebleven in hun pure vorm en ook de ‘Indiginous’ wijze van landbouw uitoefenen en omgaan met de natuur in het algemeen.
Met rode oortjes lees ik ‘Braiding sweetgrass’.
Hoe voor de hand liggend is het eigenlijk, als je er even over na denkt, om planten die elkaar kunnen helpen, naast elkaar te laten groeien. Voor steun en hoogte, voor schaduw, voor voeding. Het principe van de Drie Zusters: mais, boon en de pompoen met haar grote bladeren in een hoekje bij elkaar.
Planten, de oudste levende organismen op aarde. Ze hebben zich leren handhaven. Het begon ooit in de oceaan, met algen.
“Zonder blauw geen groen”, citeerde onze gids tijdens een excursie op de ‘Dag van het Wad’, afgelopen zaterdag. Uit de algen kwamen de mossen voort. Deskundigen op het gebied van watermanagement.
Waarom gaan we niet bij hen te rade, in deze gekke tijden van aanhoudende droogte?
Planten groeien daar waar een probleem valt op te lossen, lees ik.
In de tuinen, of liever gezegd de ‘hoven’ van de Damesmeisjes is plotseling wilde Hypericum verschenen. Een prachtige plant, met bloei in diverse stadia, allemaal even mooi.
Waarom? Om ons te verlossen van onze bio-diversiteit depressie?
Om ons te helpen de overgang te maken tussen klein en groter verband, tussen materiële en fijn-stoffiger stadia in de ontwikkeling van onze planeet, antwoordt de Wijze Vrouw, inspiratiebron voor deze zoektocht. Intussen bloeit de Hypericum in vele tuinen en brengt, hoe dan ook, vreugde.
En ‘fatsoen’.

De Damesmeisjes houden hof – TUINTURF

Lief Damesmeisje,

Een paar weken geleden was t voor het eerst op het Journaal. Vlak daarna las ik het ook in De Tuinjungle, tuinieren om de wereld te redden van de Britse bioloog en bijenprofessor Dave Goulson. ‘Verbeter de wereld, begin in je tuin’, is zijn slogan. En dat is precies wat we gaan doen, Damesmeisje! Hof houden, want wij Damesmeisjes zijn naast al het andere ook nog Hofdames! Goulson beschrijft in zijn boek hoe slim tuincentra inspelen op ons gevoel. Meteen al bij de ingang staan grote stapels pot- en tuingrond in oneindige varianten. Voor mediterrane planten. Voor vetplanten. Voor rozen. Voor buxus. De reclameposters schreeuwen ons toe. Dat we niet zonder kunnen. Dat ‘t fout gaat met onze plantjes. Dat alleen die ene zak, met die ene afgestemde hoeveelheid mest of iets anders onze tuin kan redden. Het is één grote leugen, ontdek ik nu. Want de inhoud van al die zakken bestaat meestal voor 70% uit tuinturf. Misschien goed voor onze tuin, maar hartstikke slecht voor onze aarde.

Tuinturf. Het woord klinkt lief en aandachtig. Vooral dat voorvoegsel ‘tuin’ is misleidend. Het is gewoon turf. ‘Turf of laagveen is vergelijkbaar met kolen en olie: het ontstaat door de langzame opeenhoping van organisch materiaal over een lange tijdsperiode,’ aldus Goulson. Tegenwoordig wordt een groot deel van de turf uit de tuincentra gewonnen in landen als Estland, Letland en Finland. Er zijn drie redenen om dit niet te willen: unieke wilde natuur gaat verloren, net als een groot vermogen om water vast te houden, en door afgraving komt gigantisch veel koolstof vrij, wat slecht is voor ons klimaat. Waar zijn we in godsnaam mee bezig?

Ik naar het tuincentrum in een dorp hier in de buurt. Ik bekeek de etiketten van grote stapels zakken. Tuinturf all over the place. Ik vroeg aan de man achter de kassa of ie turfvrije potgrond had. Daar had ie nog nooit van gehoord. Waarom, vroeg hij nieuwsgierig. Ik legde het uit, van al die afgegraven veengronden. En dat we de aarde moeten redden, alle beetjes helpen. Stadse fratsen, zag ik hem denken, maar hij verwees me naar de enige zak die nog wel kon, onbemeste gewone ‘kale’ grond. In een felgekleurde plastic zak tegen een fikse prijs. Het moet niet gekker worden. En ‘t is eigenlijk nog erger, want in potgrond zit niet alleen tuinturf, maar ook kunstmest. Allebei not done als je biologisch wilt tuinieren. Dan denk je: doe mij maar biologische potgrond. Maar hé, geen kunstmest, maar heel vaak wel tuinturf! Zucht.

Die potgrondbusiness, ik erger me er al jaren aan. Waarom kan er geen gewone grond in die pot? Hoe deden ze dat vroeger eigenlijk, toen al die potgronden nog niet waren bedacht om ons geld uit de zak te kloppen? Ik doe mijn beklag bij de Overburen. Ze moeten erg lachen om mijn gehannes. Want zij kopen nooit potgrond! Hoe dan, hoe dan? Nou gewoon, ze gaan naar Martinus in ‘t dorp en bestellen een kuub Woudgrond. Bosachtige grond uit de Wouden. Vrij van pesticiden, pfas en andere rotzooi. Dat gebruiken ze in de borders en in hun potten. Hoe dan, hoe dan? Nou, gewoon elk jaar de grond een beetje losmaken en wat nieuwe grond erbij. Overbuurman doet soms wat plantenvoedsel erbij, Overbuurvrouw doet dat nooit. Ik kijk in de rondte. Alles groeit en bloeit en staat er weelderig bij in hun tuin.

Dus zo doen ze dat! Woudgrond. Dit Damesmeisje is eruit: plekje vrijmaken in de tuin en kuubje bestellen. Maar jij als deels stads Damesmeisje kan terecht bij Sprinklr. Weliswaar hartstikke duur, maar als je ‘t haalt in Amsterdam-noord is het nog enigszins betaalbaar. Dag Damesmeisje, tot de volgende Hofzitting!

Beestjes en plantjes

Na het vele borduren tijdens de eerste lockdown, het heen en weer sturen van het zwarte jurkje als drager van onze boodschappen, het tot papier maken van krantenartikelen over Corona, het borduren van 1.253 bedreigde en uitgestorven insecten en planten soorten op een wiegje (waar horen alle prille levensvormen anders thuis?), het op een strijkplank-overtrek omzetten van twee adembenemende lezingen over de bedreigde wereld door tienermeisjes. En tenslotte de zoektocht naar verborgen vrouwenarbeid en hiervan een soort ‘ere loper ‘ maken. 
Na dit alles zijn De Damesmeisjes een beetje moe. 

Maar niet te moe om nieuwe plannen uit te broeden. En ons te laten inspireren door de overgebleven maar bedreigde kleine beestjes en plantjes. 
Komop: leesbril op en studeren, tuinbroek aan en met handen en voeten in de klei. Aan de slag!
De Damesmeisjes gaan ‘hof houden’. 
Doe je mee?

De Damesmeisjes exposeren!

Damesmeisjes(k)leed en andere verrassingen
De Damesmeisjes denken dat iedere mens de ruimte verdient om gehoor te kunnen geven aan de innerlijke stem. Ieders authentieke aard moet zich kunnen manifesteren. Maar al te vaak worden talenten in de kiem gesmoord, beknot of genegeerd, vanwege sexe, kleur, religie. En dat geldt ook voor de dieren, ook zij hebben rechten. Net als de natuur en de hele wereld om ons heen. Onze kunstwerken
willen het ongeziene zichtbaar maken, gaan over solidariteit en je eigen pad kiezen en over liefde en zorg voor het kwetsbare leven om ons heen.

De Damesmeisjes exposeren van 13 tot en met 21 mei in Loods 6 KNSM-laan 143 te Amsterdam op de groepstentoonstelling ‘Kracht’ van kunstenaarsvereniging ‘De Onafhankelijken’.
Dagelijks van 12 tot 17u.
Twee euro entree.

Little things

Dans naar de hemel
Kleine dingen van grote klasse, in een klein dorp gelegen in een groots landschap.
St. Jacobiparochie, ‘mijn dorp’ ligt aan het begin van de meest Noord-westelijke pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.
Ooit fietste ik die route vanuit Normandie, en eindigde voor de Spaanse kerk.
Nu staan we in een stormachtige nacht voor het beginpunt: de grote kerk van St.Jacobi.
Samen met onbekende dorpelingen kijken we hoe twee jonge vrouwen vanaf de toren naar beneden dansen. Alsof de zwaartekracht opgeheven is. Een liefdevolle en hoopvolle dans rond het onmogelijke. De kracht naar beneden wordt even tegengehouden, er wordt mee gespeeld, geflirt haast.
Een hoopvol teken in een winterse nacht aan het begin van de nieuwe tijd.

En toch wordt het lente

Lief Damesmeisje,
Al langer dan een week ben ik bezig met deze blog. In gedachten dan.
Want griep en corona, of allebei, gooiden de hele tijd roet in het eten.
Het zit namelijk zo, Damesmeisje.

Little things

Ruimte om te zijn
Het ene Damesmeisje is in Amsterdam, in de prachtige ruimte van de KunstKapel, om ‘de wereld’ te laten zien wat ze in haar atelier heeft gemaakt.
Het andere Damesmeisje zit in haar atelier, op ruim 100 kilometer noord-oostelijker gelegen, en schrijft.
Ruimte om te doen wat je het liefste doet, om te doen wat je hart je opdraagt om te doen.
Dit tweeluik, ‘de toeschouwer’ gaat daarover. Ruimtes, zowel de fysieke ruimte binnen als de ruimte, het landschap buiten. En hoe die elkaar beïnvloeden, en hoe ruimtes met elkaar in verbinding staan als de zielen in verbinding zijn.

Little things

Grote uitnodiging voor kleine zaken
Dit weekend gingen veel mensen letterlijk ‘de straat’ op om aandacht te vragen voor de klimaatkwestie. Een ongehoord aantal van hen werd opgepakt. Ze hadden het ervoor over. Jonge mensen, ouders met jonge kinderen en ook onze generatiegenoten.
In diverse kranten hield de ex dichter des vaderlands Lieke Marsman een pleidooi voor meer bijdrage van kunstenaars aan het politieke debat.
Niet alleen met rationele woorden maar met kunstuitingen van de ‘ziel’. Literatuur, poëzie en beeldende kunst.
De Damesmeisjes doen hun best. Samen en met andere geestverwanten.

Little Things

Ook dit Damesmeisje heeft natuurlijk haar goede voornemens. Maar daar heeft ze nu even geen tijd voor, er is iets anders dat aandacht nodig heeft. A big thing, want afgelopen week werd duidelijk: onze geliefde Wadden hebben voor veel partijen geen prioriteit. Van de twintig fracties waren er woensdag tijdens de discussie over de rechten van het Wad maar 6 vertegenwoordigd: D66, SP, PvdA, GroenLinks, de Partij voor de Dieren en de VVD. Hoe de andere partijen in deze discussie staan is onbekend. Het is meer dan teleurstellend. Laten we dat in ons achterhoofd houden als we gaan stemmen, lief Damesmeisje!

Little things

Goede voornemens
Terwijl onze leefwereld net de warmste feestdagen ooit gemeten achter de rug heeft, leest het ene Damesmeisje ‘Het Klimaatboek’, een initiatief van Greta Thunberg en krijgt nachtmerries.
Deze schrikbeelden trekken voorbij en er ontstaat iets geheel anders…
Dat moet het ‘Andere Damesmeisje’ weten.. en wel nu meteen!

Little things

Muizenissen met Kerst
Terwijl een groot deel van de wereld zich opmaakt voor Kerstmis, scharrel ik in mijn Normandische waddenhuisje rond. En verheug me op Kerstavond, de komst van onze kinderen, morgen. De knusheid en geborgenheid.
Wij behoren tot het kleine deel der mensheid dat extra lekkere boodschappen kan halen. In de peperdure Super U!
We lopen in vrijheid over het strand, kunnen lezen wat we willen en zeggen wat we denken. Onze dochters hebben in vrijheid voor hun studies kunnen kiezen.
Ik moet denken aan de verdere inperkingen van vrouwen in het Midden Oosten. Aan de verschrikkingen als prijs voor vrijheid in de Oekraïne. Aan de onleefbare gebieden in Afrika waar niets meer groeit, waar Artsen zonder grenzen onze kerstpakketten heen stuurt met het aller noodzakelijkste dat een mens nodig heeft.
Al scharrelend kom ik onze kleine mede huisbewoners tegen. Die ook maar gewoon willen leven en hun kinderen grootbrengen…

Kleine dingetjes

Terwijl in Montreal, onder een slecht gesternte de conferentie: “the United Nations Convention on Biological Diversity’ plaats vindt..

THIN PLACE

Met z’n tweeëntwintigen, 19 vrouwen en 3 mannen, liggen we op onze handdoek in een grote cirkel in het hart van de buitendijkse terp. Terwijl ik op mijn rug een pittige yogahouding probeer vol te houden kijk ik omhoog. Het is even na vijf uur in de ochtend, ‘t is behoorlijk fris, de lucht zit dicht. ‘Laten we de zonnegroet doen’, zegt de yogadocente, ‘eens kijken of ‘t helpt’. 44 armen gaan gestrekt de lucht is, de tenen reikend.   De wolk schuift weg, zonnestralen omarmen en verwarmen ons, leeuweriken stijgen op en jubelen het uit.

Het is een magisch, ontroerend moment. Net zo ontroerend zijn de bejaarde mannen van het shantykoor van Blije, die uit volle borst hartstochtelijk zingen over hun liefde voor het wad en het buitendijkse land. Of ‘s avonds, bij het ondergaan van de zon, de vele dorpelingen die op kleedjes en strobalen gezeten gezamenlijk afscheid nemen van een bijzondere dag, de opening van hun Terp fan de Takomst.

Hoe vaak zal ik hier al geweest zijn in de loop der jaren? In de beginjaren reikhalzend kijkend naar een mysterieus ogend gebied waar je nauwelijks in kon. Door mijn toenemende betrokkenheid bij het project, ging die wereld heel langzaam voor me open. Altijd, wind, regen, hitte, zomer, winter, springvloed, eb, werkelijk altijd benam de schoonheid van water en land me de adem. Alles dichtbij en om me heen, en toch altijd even mysterieus.

Later die dag, in de Sint Nicolaaskerk, gaat een tipje van de sluier. In een gesprek over de toekomst van het gebied spreekt Kirsten van Santen, schrijfster van het recent verschenen boek Water pakken. Zij had de Terp onlangs bezocht en refereert aan de Britse schrijver David Mitchell, auteur van onder meer Utopia Avenue en Wolkenatlas, onlangs geportretteerd in de Volkskrant. Hij vertelde over zijn woonplaats in West-Cork, een schiereiland van ongeveer twintig kilometer lengte, Sheep’s Head, linksonder in een uithoekje van Ierland. ‘Het is een plek die hij een ‘thin place’ noemt, een oude Keltische term voor plekken waar de afstand tussen hemel en aarde wegvalt, waar een andere dimensie ineens binnen handbereik lijkt te liggen. Volgens een oud Keltisch gezegde zijn hemel en aarde slechts drie voet van elkaar verwijderd, maar op dunne plekken is die afstand veel kleiner. Mitchell zegt over Sheep’s Head: “Je voelt er het membraan, of de muur, tussen deze wereld en een andere wereld.’’ Een plek waar je voelt, zonder spiritueel of zweverig te zijn, dat er ‘meer’ is.

Thin places zijn dungezaaid en vaak liggen ze aan de kust. Kirsten van Santen somt een rijtje op, van boekwinkel tot grote delen van Terschelling en bijna de hele Waddenzee. In mijn rijtje hoort De Nieuwe Ooster thuis, de kleine begraafplaats Huis te Vraag in Amsterdam, het huisje van mijn Indiase vriendin, gebouwd bovenop de resten van een oeroude tempel in de Himalaya, en misschien ook wel onze Knaus caravan en mijn eigen tuin.

De Terp fan de Takomst staat met stip bovenaan. Een tussengebied tussen water en land, waar je bij voorkeur in je eentje of met z’n twee naar toe moet gaan, lopend, je gedachten en verlangens de vrije loop latend, los van de wereld en alles en iedereen. Om steeds weer opnieuw naar toe te gaan, om je steeds weer te verbazen, in de wetenschap dat dit de mooiste, stilste, donkerste plek van Nederland is.

DOOD

Niet zo lang geleden wandelden de Gewone Jongen en ik in de omgeving van Pingjum. Een klein dorp aan de weg naar Harlingen. De omgeving daar heet de Pingjumer Gulden Halsband, naar een binnendijk die het dorp ooit beschermde tegen het water van de Marne, een oude zeearm van de Waddenzee.

Een historische dorpskern, leuke huizen, en overal is de invloed merkbaar van Randstedelingen die hier, vlakbij de Afsluitdijk, zijn neergestreken. Pittoresk, een onverwacht leuke plek om te wonen. Het dorp weet zich aan alle kanten omringd door heel veel bouwland, in de verte is er zicht op de zeedijk. Uitgestrekt groen van weilanden, strak geploegde aardappelvelden, maisplantjes die net zijn aangeplant, hier en daar doorkruist door slootjes en betonnen boerenpaden.

De zon schijnt, een mild briesje, Friesland op z’n mooist. Zoals gewoonlijk loop ik vooral naar beneden te kijken, naar alles wat groeit en bloeit in de bermen. Maar al rondkijkend bekruipt me heel langzaam een rotgevoel. Waar zijn de bijen? De vlinders? De andere insecten? De eenden? De meerkoeten? De zwanen? De weidevogels? De leeuweriken? De wilde bloemen? Het is erger dan erg. De Gewone Jongen en ik kijken uit over een gebied waar niets meer beweegt of bestaansrecht lijkt te hebben, behalve de mens, auto’s en fietsen.

Is dat ons veelgeprezen boerenland, het land waar iedereen zich nu zo druk over maakt? Ik denk aan de boeren, die grote zorgen hebben over hun werk, hun gezinnen, hun boerderijen, hun dieren, hun land. Ze worden niet begrepen, vinden ze, ze worden harder aangepakt dan andere vervuilende bedrijven. Ze zijn, kortom, boos, en iedereen zal het weten. Nauwelijks een invoelend woord over waar veel mensen zich grote zorgen over maken en waar het uiteindelijk om gaat: onze natuur gaat naar de bliksem, wat zouden zíj daaraan kunnen doen?

Ik denk aan de minister die de taak heeft om hard in te grijpen, want anders gaat het fout. Ze recht haar rug, komt met een nieuwe kaart, een bom slaat in. Politici buitelen over elkaar heen, posities worden betrokken of verlaten, er wordt naar elkaar gewezen of het probleem wordt ontkend. Nauwelijks een woord richting al die andere vervuilende bedrijven, terwijl ook zíj debet zijn aan het probleem, net als die andere grote vervuiler, wijzelf.

Ik ben een Weegschaal, die moeilijk kan besluiten. Maar die gelukkig als positieve tegenkant altijd alles van twee kanten bekijkt. Ook nu doe ik dus mijn best om me in te leven in de twee kijvende partijen. Het gebeurt me niet vaak, maar dit keer laat mijn relativerende vermogen me in de steek. Ik voel me onmachtig en boos, want ik zie weinig oprechte bedoeling om er sámen uit te komen. Maar, zoals schrijfster Karen Armstrong zegt in een interview in Trouw: ‘Met woede alleen kom je niet ver. Het is niet genoeg. Bovendien vervreemdt het mensen van elkaar. We hebben ontvankelijkheid nodig om ons open te stellen voor de natuur en niet dat we andere mensen aanvallen. We houden ons niet aan de ‘gouden regel’, eerst aan anderen denken en dan pas aan onszelf’.

Het zal niet helpen, de boerenprotesten, het blokkeren van snelwegen, het naar elkaar wijzen, het verkondigen van halve waarheden, het ontzien van de grote bedrijven, onze niet in te tomen vakantiedrift: we moeten allemaal een stap terug, we moeten terug naar een natuur zoals de Engelse dichter William Wordsworth ooit beschreef:

‘Er was een tijd dat weide, bos en beek

De aarde en alles wat ik zag

Mij leek gekleed in een hemels licht

De glorie en de frisheid van een droom’

Want wat ik zag is te erg voor woorden: natuur, zo dood als een pier.

Huizen en hun geschiedenis

Vertelling van een koude douche en zo
Ik douche al jaren koud. Behalve als ik mijn haar moet wassen. Er zijn grenzen.
Ik kwam op het idee door het verhaal van een bevriende collega die net een workshop bij ‘the iceman’ had gevolgd. Dat extra beschermende en gezonde ‘bruine vet’, het type dat zeehonden ook hebben, sprak me wel aan. Dat het ook nog energie bespaart, was mooi meegenomen.
Inmiddels is het een ‘must’ aan het worden. Wat zou je doen als je moet kiezen tussen een warme douche of een uitgebreide maaltijd koken?

Maar een mens wil nu eenmaal wel eens een lekkere warme douche. Zelfs ik. Een letterlijke of een figuurlijke. Bijvoorbeeld als je al dagen op de fiets zit en je kampeerplekken bestaan uit een vlak stukje gras met hooguit een vuurplaats en koud stromend water. Dan snak je naar een ‘warme douche’, een gerieflijk onderdak om je even op te laden voor de wildernis buiten. Wij vonden dat dikwijls bij ‘Warmshowers’.Een platform van fietsers en sympathisanten die, over gehele wereld onderdak bieden. Voorwaarde is dat je ook zelf je huis openstelt.

Zo ontmoeten wij al jaren bijzondere mensen.

Een gesjeesde filmproducer uit California, bij voorbeeld. Een scheiding en een carrière drama, beide met financiele consequenties dreven hem op de fiets. Twintig jaar lang fietste hij de wereld rond, raakte verliefd op China en adopteerde daar een familie. Op weg naar Schotland waar hij een race tegen een fietsende computer zou houden, logeerde hij bij ons. Hij bezocht mijn Loods 6 expo en vroeg me de eerste ‘draft’ van zijn boek ‘follow the light’ te lezen. Nog voor ik hem mijn feedback kon zenden, ontving ik een overlijdensbericht. Automatisch en anoniem verstuurd vanaf zijn mobiel. Onverwacht en eenzaam gestorven. Het manuscript staat verweesd in mijn kast.

Het echtpaar uit Nieuw Zeeland. Op de terugweg na twee jaar zwerven door Europa. Met (nog steeds) keurige en loodzware fietstassen. We dineerden met ze in de tuin en hoorden hun levensverhaal. De ziekte van een kind, burn-out van een zwaar beroep, financiële zorgen. Ver voorbij ‘midlife’ besloten ze te gaan fietsen. Dit was hun eerste reis.

De Francaise, in de winter berggids in de Jura om geld te verdienen voor de rest van het jaar. In alle landen is ze geweest. Dwars door de strengste staten gefietst. Met een doek om haar hoofd, de benen bedekt. Geen haarbreed is haar gekrenkt.

En zo brengt het toeval ons morgen een Franse familie op weg naar de Noorse Lofoten. Deze reisbestemming komt vaker voorbij. Laatst nog van een jong stel met twee honden formaat Marie. Maar deze Franse familie heeft twee babies in een trailer achter de fiets. De jongste is 6 maanden.
Hun verzoek om onderdak was voor mij onmogelijk te weigeren. Gelukkig ging ook De Geliefde overstag.

En het universum vindt kennelijk dat er nog wel iemand bij kan. Een jonge Francaise met borstkanker. Ze is gaan fietsen, heeft onderweg een film gemaakt ( https://www.youtube.com/watch?v=CFYYytSG-os ) en voert nu actie voor andere vrouwen. Ook dit verzoek kunnen we niet weigeren.

Het geliefde oude huis aan de gracht zal al die Fransen onderdak bieden, na een korte rondleiding door ons.

En wij? Voor ons is er geen bedje over. Maar dat hoeft ook niet.

Wij gaan morgen fietsen.
We fietsen gewoon de gracht af, richting Noord. Pakken de pont en de IJsselmeerdijk brengt ons in Enkhuizen waar de veerboot ons naar Stavoren zal brengen. Zondagavond hopen we op de geliefde dijk te zijn. De ‘warme douche’ wacht op ons.
En daarna? We zullen t zien.