De parkeerplaats ligt enigszins verborgen achter de grote kerk. Als we uitstappen zwaait een echtpaar naar ons, ten teken dat ze er ook al zijn. Tijdens de kennismaking vraag ik aan de man in wat voor verhouding hij staat tot de jubilaris. ‘Ik was zijn Hoofdpiet’, zegt hij trots. Hoofdpiet? Dat had ik nou nooit gezocht achter de jubilaris, dat ie Sinterklaas was. Voor mij zit ie zijn leven lang achter een bureau onderzoek te doen en boeken te schrijven. ‘Nou dan heb je het mooi mis,’ zegt de man lachend. ‘Hij regelde ook jarenlang de levende kerststal in ons dorp. En ooit waren we samen de boze stiefzusters in een toneelstuk over Assepoester, allebei in een hoepeljurk met pruik op. En hij is heel lang mantelzorger geweest van een goede vriendin.’ Al bijpratend wandelen we naar een koffiehoekje achter de kerk. Terwijl we de tijd doden met een kop koffie verdwijnt de man naar het toilet om weer tevoorschijn te komen in een Pietenpak met baret. Hij is er helemaal klaar voor.
Niet veel later staan we met ongeveer tien man op de dijk vlakbij het huis van de jubilaris. Terwijl wij elkaar vermanend toespreken niet te hard te praten – hij mocht ons eens horen- stribbelt de lintjesontvanger thuis heftig tegen. Want waarom moet ie plotseling een mooi overhemd aan? En waarom moet ie open doen als ie net nodig naar het toilet moet? Hij heeft geen idee van het witte busje, volgehangen met ballonnen en oranje slingers, dat voor zijn voordeur stopt. We drommen naar voren, terwijl de burgemeester al uitstappend zijn ambtsketting omhangt, gevolgd door ambtenaren met gebak en bloemen. Dan verschijnt de jubilaris in de deuropening. Ongelovig en verbaasd beziet hij de menigte. Heel langzaam dringt tot hem door wat er staat te gebeuren.
Als we allemaal een plek hebben gevonden in de woonkamer steekt de burgemeester van wal met een opsomming van de staat van dienst van de jubilaris. Als hij begint over zijn Sinterklaasschap, vliegen plots pepernoten door de kamer. De jubilaris kijkt verbaasd op en herkent pas op dat moment onder grote hilariteit zijn Hoofdpiet. Bij het noemen van mijn naam als een van de indieners van de aanvraag kijkt hij opnieuw verbaasd op. Ben jij er ook?
De burgemeester reikt onder applaus het lintje uit – terecht Ridder in de Orde van Oranje Nassau vanwege de landelijke verdienste – en dan roept de plicht weer. Hij moet verder naar de volgende lintjesuitreiking. Wij vieren feest, met koffie en gebak, terwijl allerlei annecdotes de revue passeren. En passant overtuigt de jubilaris ons van zijn toneeltalent. Beeldend en met kraakstem doet hij voor hoe hij kleine kinderen ooit verleidde met een appeltje. Niet veel later mogen we een blik werpen in zijn chaotische studeerkamer, afgeladen met boeken en paperassen, de schrijfstoel als enige plek onbezet. Daar schreef de historicus, dé specialist als het gaat om de funeraire cultuur in Nederland, zijn nog uit te komen boek over de geschiedenis van de begraafplaats Buitenveldert.
Wim Cappers hoort al jaren tot mijn uitvaartbranchekring, de laatste jaren steeds intensiever, steeds meer een vriend. Ik dacht dat ik veel van hem wist, om tot de ontdekking te komen dat ik hem eigenlijk nauwelijks ken. Niks wist ik van Sinterklaas, niks van levende kerststallen, niks van mantelzorg. Laat staan dat ik me hem ooit had voorgesteld in een rode baljurk met blonde pruik. Waar een lintjesregen al niet goed voor is.





Het Amsterdamse Damesmeisje leest een boek over spierkracht. Het Friese Damesmeisje werkt in haar tuin. De weerbarstige bodem, de oude bomen met hun verstrengelde wortels vragen veel kracht en doorzettingsvermogen. Vandaag werkt ze aan het voltooien van haar persoonlijke reflectiehoekje. Daarvoor is een schutting gesloopt en een oude doodlopende sloot uitgebaggerd. Marie de hond helpt nog even mee en duikt verrotte plantenwortels op en deponeert ze op de kant. Helemaal dol. Maar er is een obstakel dat zelfs hond Marie niet kan oplossen. Er staat een oude grafzerk in de weg. Jaren geleden stond hij plots in de tuin, een verjaardagskadootje van een paar tuinmannen van de begraafplaats, met een provocerend briefje erbij. ‘Namens de firma List en bedrog’.




