RITUELEN

De expositie ‘Missen als een ronde vorm’ in het Stedelijk museum Schiedam staat als nummer 1 in het jaaroverzicht beeldende kunst in het NRC van 18 december jl. Hoger genoteerd dan Gerhard Richter, momenteel in Parijs en David Hockney eerder dit jaar. Om maar wat namen te noemen. Over de kunst van het doorleven, naar het gelijknamige boek van kunstenaar Hanne Hagenaars.

Sinds het begin van wat we nu ‘de mensheid’ noemen zijn er rituelen geweest. Om overgangen tussen de jaargetijden, in de sterrenhemel, de planeten en die in een mensenleven te markeren, te ordenen in de tijd, lastige overgangen wat makkelijker te maken, blijde gebeurtenissen zoals geboorte en liefde te vieren en te gedenken. De connecties met de wereld rondom worden aangehaald en verstevigd. Ook bij de hogere diersoorten zien we rituelen. Bij mensapen, walvissen. Denk aan olifanten die periodiek terugkeren naar de plek waar een geliefde overleed.

De Damesmeisjes begonnen hun ruimtelijk werk met het maken van een ‘levensdeken’. Een thangka-achtige doek waarop we de belangrijke ervaringen in onze beider levens borduren. Een on-going proces dat uiteindelijk (tja, ook Damesmeisjes gaan dood) bij onze beider uitvaarten getoond zal worden. Jeugdervaringen, geliefden, belangrijke woonplekken, huisdieren, muziek. Alles wordt erop vastgelegd, herdacht of gevierd.
Het nog veel ‘kleinere’ van oorsprong Limburgse Damesmeisje schreef destijds al ‘ritueel’ in haar nauwkeurig bijgehouden dagboeken, plakte er van alles in en bij.
Het Amsterdamse meisje, nog geen ‘dame’ toen, maakte doosjes met spulletjes van belangrijke mensen of gebeurtenissen. Een dubbeltje gekregen van een geliefde leraar werd in het dagboekje geplakt, een dito kastanje of ontvangen kaartje ging in het bewaardoosje. Foto’s van vriendjes bij de rozenkrans in het naaikistje. Vastleggen, gedenken en vieren.
Recenter vervilte het Amsterdamse Damesmeisje een andere levensdeken. Eentje waarin ze zal worden gewikkeld en begraven na haar dood. Maar nu wordt de deken volop gebruikt om het leven te vieren. Door haarzelf en door geliefde bezoekers.

De caravan, al bijna 10 jaar door ons liefkozend ‘De Knaus’ genoemd, is een tastbare vorm van ‘ritueel’. In deze krappe 12 kubieke meters gedenken De Damesmeisjes de komst van het licht (kerstmis) en de overgang naar het nieuwe jaar. Elk jaar pakken we het handbeschreven servies uit (ooit gemaakt voor een expo in het Keramiekmuseum in Leeuwarden), waarop we eerdere Kerstervaringen vastlegden en becommentarieerden. De tafel wordt gedekt met een damast tafellaken met daarop de spreuken, wensen, citaten geborduurd die we elkaar jaarlijks doen ‘toekomen’. Dan volgt het kerstboompje. Klein en gestileerd, maar stoer de nu al 18 kerstballen-van-betekenis torsend. De Boeddha als fundering. De vulpen die de Amsterdamse Damesmeisje meebracht uit Venetië (en kijk waartoe die geleid heeft, haha) de tractor bij het betrekken van het huisje op de dijk. Kijk naar wat er daar gebeurd is. ..
Ooit zullen we de verhalen-achter-de-kerstballen opschrijven, dat beloven we…

Gedachtekracht, dat is de essentie van rituelen. Je hoeft geen sjamaan te zijn om daarin te geloven. In een interview op radio 1 (lang leve de radio) met actievoerders antwoordde de voorvrouw van Dolle Mina 2.0 op de vraag wat een actie succesvol maakt: gedachtekracht generen met elkaar. Dat is onoverwinbaar. Ook al ‘win’ je niet.

Waar brengt ons dit alles?
We staan voor een grote overgang. 2025 was een jaar met kleine en grote, blijde gebeurtenissen, maar helaas ook groot leed en onrechtvaardigheid & wanhoop.
De Damesmeisjes roepen op met z’n allen gedachtekracht te generen de komende dagen. Kracht voor vrede en geluk voor iedereen.

Dolle Damesmeisjes

Het Amsterdamse Damesmeisje leest een boek over spierkracht. Het Friese Damesmeisje werkt in haar tuin. De weerbarstige bodem, de oude bomen met hun verstrengelde wortels vragen veel kracht en doorzettingsvermogen. Vandaag werkt ze aan het voltooien van haar persoonlijke reflectiehoekje. Daarvoor is een schutting gesloopt en een oude doodlopende sloot uitgebaggerd. Marie de hond helpt nog even mee en duikt verrotte plantenwortels op en deponeert ze op de kant. Helemaal dol. Maar er is een obstakel dat zelfs hond Marie niet kan oplossen. Er staat een oude grafzerk in de weg. Jaren geleden stond hij plots in de tuin, een verjaardagskadootje van een paar tuinmannen van de begraafplaats, met een provocerend briefje erbij. ‘Namens de firma List en bedrog’.
Het boek ‘ On muscle’ van Bonnie Tsui beschrijft de soms exceptionele kracht die vrouwen kunnen opbrengen, die niet verklaarbaar is door spiermassa, gewicht noch training. Van oudsher bestaat er (althans in onze cultuur) een angst voor deze kracht. Het wordt als ‘uncanny’, griezelig gezien. Sterke vrouwen belandden vroeger nog al eens op de kermis, als attractie. Of werden naar het dolhuis gestuurd. Termen als ‘hysterie’ vielen. Vrouwen kregen adviezen niet te veel te tillen anders zou hun baarmoeder eruit kunnen vallen. Kan je nagaan. Zou het wel eens in kilogrammen uitgerekend zijn hoeveel kracht vrouwen zetten om een kind te baren, vraagt het Amsterdamse DM zich af? Nooit gehoord dat er dan een baarmoeder ‘uitvalt’. ‘Gespierd’ zijn wordt vrouwen trouwens sowieso tegen gemaakt. Te ‘mannelijk’, verdacht tegenwoordig, zeker in de sportwereld. Ben je wel een ‘echte’ vrouw? De marathon benen van het Amsterdamse Damesmeisje werden ook wel eens ‘erg’ gespierd genoemd, te gespierd voor hoge hakken en een korte rok?! Liever kwetsbaar en niet gespierd de straat op moeten waar de meeste gevaren ‘schuilen’? De meeste vrouwen anno 2025 herkennen het gevoel van zich bedreigd voelen of ooit gevoeld hebben in de openbare ruimte. Dat die potentie tot exceptionele kracht met de baarmoeder te maken heeft, zou zeker de verklaring kunnen zijn. Het boek On muscle beschrijft hoe vrouwen hele auto’s optillen om hun kind te bevrijden. De aansturing van de benodigde kracht lijkt uit een ander neuraal netwerk te komen en wordt getriggerd door ‘compassionate’ oorzaken.
In de tuin ondertussen, duwen en trekken de Damesmeisjes aan de steen. Er wordt een steekwagen bij gehaald. Marie springt nog maar eens in de sloot. Niets helpt. Er zit geen enkele beweging in. Jammer, het zou zo leuk zijn dat plekje te realiseren en hier een bankje te zetten om even ‘weg’ te zijn uit het veeleisende bestaan.De Damesmeisjes kijken elkaar eens aan. De steekwagen gaat aan de kant. Ze planten hun hoge hakken stevig op de grond. En zetten kracht en nog meer kracht. Er komen oer-kreten uit hun kelen. En dan…. staat de steen twee meter verderop. Keurig langs de muur. Ze kloppen hun (nette) kleren af, kijken elkaar nog eens aan, en zijn dol tevreden. Krachtig, gespierd, selfsupporting. We nemen de straat terug voor iedereen die zich daar onveilig voelt of ooit gevoeld heeft
Liefs van de Dolle Damesmeisjes!

White dress, red shoes Femicide in Nederland.

Achtergrond

Het aantal gevallen van Femicide (vrouwen die vermoord worden door hun (ex)partner) is in Nederland hoger dan in menig ander land. Volgens officiële cijfers van de politie zijn dit er gemiddeld 26 per jaar. Andere instellingen, zoals Atria (kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis) melden hogere cijfers. Per acht dagen wordt er een vrouw om het leven gebracht door een (ex) partner (Atria 2024).

In Europees verband scoren Italië, Frankrijk en met name Spanje wat dit betreft veel beter. In dit laatste land werd al in 2004 een wet aangenomen waarmee erkend is dat vrouwen meer risico lopen in relaties en recht hebben op bescherming.

Femicide is in Nederland op de kaart gezet door Renée Römkens (emeritus hoogleraar gendergerelateerd geweld, UVA).

In een interview met Saskia Belleman zegt Renée Römkens over deze hogere cijfers dat vrouwenrechten “de kanarie in de kolenmijn” zijn (in: ’Zij is van mij’,  2025) In Nederland overheerst de mentaliteit dat ‘gender’ geen rol speelt, dat iedereen gelijk is en als er twee vechten er twee schuld hebben. Denk aan de uitspraak van minister De Jonge dat ‘gender’ een ’ jeukbegrip’ is en vermeden moet worden.  Om een tegengeluid te bieden tegen de heersende vrouwenhaat  en  te eisen dat de overheid femicide sneller en effectiever gaat bestrijden organiseerde Dolle Mina op 3 augustus j.l. een protestmars in Rotterdam (VK, 31-7).

Verwarrende term

Hoewel het een grote stap in de goede richting is naar gerichte aandacht en effectief beleid is de term ‘femicide’ ook verwarrend. Het betreft namelijk geen eerwraak (waar mannelijke leden van de familie aangedaan ‘onrecht’ moeten ‘rechtzetten’,)  het betreft ook geen ‘crimes passionnels’ waarbij de man in een vlaag van verstandsverbijstering toeslaat. En het betreft wél de vrouwen die door een man worden vermoord die graag hun partner zou willen zijn maar door de vrouw niet gewenst is. Deze categorie valt in de statistieken die de politie sinds enkele jaren bijhoudt vaak weg: er is namelijk geen sprake van een relatie en valt onder een ‘gewone’ moord.

Rode schoenen

Op 8 maart 2024 stonden er op de Dam in Amsterdam 44 paar rode hakken en schoenen, gedoneerd door burgemeester Femke Halsema en Amsterdamse raadsleden als symbool voor de 44 jaarlijks omgebrachte vrouwen door hun partners. In 2025 volgde Rotterdam met dezelfde kunstmanifestatie. In Belgie doorbreekt fotografe Eve-Anne de stilte rond femicide met een aangrijpende expo met 232 rode schoenen en foto’s van getroffenen en nabestaanden, van sinds 2017 vermoorde vrouwen door hun (ex)partner.

In Canada en Alaska waarschuwen al jaren grote borden op de Trans Alaskan Highway voor het verdwijnen  en vermoorden van vrouwen.  Met name indigenous vrouwen worden het slachtoffer. In 2010 werd protestactie ‘red dress day’ gestart, geïnspireerd door kunstenares Jaime Black uit Winnipeg. Sindsdien is 5 mei de dag waarop slachtoffers herdacht worden. Er worden rode jurken in bossen gehangen, aan gebouwen en aan standbeelden van heersers.

In de UK verscheen in 2022 het boek ‘In control’ door voormalig politieagent en hoogleraar criminologie Jane Monckton Smith. Na jarenlange ervaring en onderzoek ‘op de werkvloer’ kon zij een patroon distilleren met daarin een aantal stadia die het risico op ernstig geweld en moord kunnen voorspellen.. Over grote aantallen blijkt het patroon beangstigend duidelijk: veel aandacht en attentie in het begin van de relatie, daarna isolatie (in de naam der liefde) en dwang. Mechanismen als gaslighting en verwijdering van vriendinnen en familie brengen de vrouw in verwarring en doen haar aan het twijfelen aan zichzelf. Ze raakt vervolgens steeds meer verstrikt in een relationeel web van dwang  rond seks, middelen, exclusieve aandacht.  De bedreigingen worden heftiger maar blijven subtiel: de buitenwereld merkt zelden iets buitensporigs. De potentiële daders zijn immers vaak charmant en populair.

Naarmate de vrouw zich meer gaat verzetten en beschermen neemt de dreiging en het geweld toe. Wanneer zij de relatie definitief wil verbreken is het risico op moord maximaal.

Expositie white dress, red shoes

In het najaar van 2023 publiceerde NRC een artikel over dit patroon vergezeld met de portretten en geschiedenissen van enkele tientallen de afgelopen jaren vermoorde vrouwen wier familieleden de foto’s en verhalen wilden delen.

Uit dit artikel hebben wij, Marie-Louise Meuris en Angeline Donk, de Damesmeisjes,  de namen en portretten overgenomen voor ons kunstwerk. Als eerbetoon aan de vermoorde vrouwen, die vaak vele tevergeefse noodsignalen uitzonden naar politie en hulpverlening.

De bruidsjurk met de geborduurde namen als symbool voor het relationele verband en de suggestie van veiligheid en zorg, de schoenen voor de dramatische afloop en de (Boeddhistische) thangka vorm van de geborduurde portretten als blijvende herinnering aan de vrouwen.

Wij nodigen jullie allen uit op onze expositie in Loods 6 in Amsterdam, van vrijdag 5 september tot en met zondag 8.

Tijd en plaats

Tijd en plaats
Dit Damesmeisje zit ondertussen, terug van ver weggeweest, in de hoofdstad.
Met een warrig hoofd.
Op de fiets vergeet ik voorrang te nemen als ik van rechts kom en de tocht naar de
Westerstraat duurt op die manier lang.
“Een jetlag op neurologisch en metabool vlak”, zegt de osteopaat die ik daar bezoek. Zij
probeert mijn geprikkeld zenuwstelsel wat op orde te krijgen.
Naar de andere kant van de wereld gaan, doe je niet ongestraft, kennelijk. Daar zijn ‘the
First Nation people’ wiens filosofie ik probeer te doorgronden tijdens mijn ‘artist in
residence’ op Vancouver Island, het van harte mee eens. ‘Neem wat je nodig hebt, zorg
voor het land dat je voedt, vervang dat wat je hebt genomen en reis ‘slowly’.
En: omring een kind met drie generaties. Ouders, grootouders en ‘peers’. ’In takes a
village to raise a child’ is de logische consequentie en was alledaagse realiteit, toen The
First Nation people nog niet gedecimeerd waren, hun cultuur niet vernietigd was door de
witte kolonisten en ze niet verslaafd waren geholpen aan alcohol, suiker en media.
Tijd en plaats waren hetzelfde begrip, er is in de meeste Indigenous talen nog steeds
slechts één woord voor dit stel.
Dat laatste intrigeert me bovenal. De Tibetanen ervaren tijd en plaats op eenzelfde manier.
Zou dat iets zeggen over een ‘universele intuïtieve waarheid’ die verloren is gegaan? The
First Nation people zijn ervan overtuigd dat de mensheid op zijn retour is. De capaciteit
van het brein neemt af, we raken hersendood en kunnen alleen nog maar in een richting
‘denken’. Het overzicht zijn we kwijt geraakt. Hoewel onze technische hoogstandjes ons
anders doen geloven, zijn we niet staat de aarde te behoeden voor destructie en kunnen
we elkaar niet meer ‘lezen’ en bijstaan.
In de prachtige boekhandel van Whistler, een uitstapje de Rockies in, vind ik een boek:
‘Sandtalk’ over de ‘Indigenous way of thinking’ en hoe dat denken problemen oplost, en
het vermogen in zich heeft onze huidige problemen te lijf te gaan. Ik verslind het boek.
Ik reis door de tijd. Ik ben hier op Vancouver Island eerder geweest. Op de fiets met mijn
maatje. In 2016 op weg naar San Francisco en, twee jaar later, vanuit Alaska, nogmaals.
Ik zie en voel ons weer gaan, langs dezelfde wegen, herken plekken en herinneringen
stromen mijn hoofd en hart vol. Als tijd niet lineair is en alles tegelijkertijd plaatsvindt is er
geen sprake van ‘toen’. Toen is nu. Straks is al geweest. De emotie van toen vervult me
als ik door dit land loop of rijd. Ik bezie de waargenomen realiteit door een andere bril,
vanuit een ander perspectief en alles verandert.
Koortsachtig probeer ik mijn ervaringen vorm te geven, om te zetten in materie. Ik schrijf,
knip, snij, teken en schilder..
Ondertussen maken een ander oud maatje annex reisgenoot en ik ons mooiste kunstwerk.
Wat heet: het werk maakt zichzelf. Wij volgen slechts, in stilte. Urenlang zitten we naast
elkaar te tekenen en schilderen. We hadden dit nooit zonder elkaar kunnen ‘scheppen’.
Onze vermogens vullen elkaar aan. Zelfs de materialen lijken op wonderbaarlijke manier
aanwezig, we vinden ze tussen achtergelaten spullen, in lades en kastjes, in onze tassen
met random gekozen materialen.
Onderlinge verbondenheid gaat ver en ‘beyond’ onze bewuste waarneming.
Vanzelfsprekend, vanuit ‘Indigenous thinking’ bezien.
Ik hoor het gekabbel van de golven naast me, in deze baai in de Pacific oceaan.
Water, een van de oudste elementen in ons universum. Altijd hetzelfde. Toen, nu en straks.
Tijd en plaats vallen samen.

IN THE SPOTLIGHTS!

Een appje van het andere Damesmeisje. Gezellig! En nu natuurlijk via Signal, zoals elke rechtgeaarde linkse-paarse kerk-woke-activiste betaamt. Ze stuurt me het artikel Spotlight op ons! van auteur Stella Bergsma, met daarin een cursus Heren decentreren, compleet met zeven doe-het-zelf stappen om vrouwen meer in de schijnwerpers te zetten. Want, zo stelt Bergsma, vrouwen houden alles draaiende, terwijl alles om mannen draait. Kijk goed om je heen, lees de kranten en je weet hoe waar dit is. Overal opgeblazen baasjes, die denken dat de hele wereld alleen om hen draait. Die gaan ons never nooit niet op de eerste plaats zetten. Tijd dus om de man te decentreren: weg met zijn blik en doelen uit het centrum en huppekee, de vrouw met haar visie en ambities erin.

Bij stap 1 moet ik meteen erg lachen, vanwege het onweerlegbare argument: ‘Dump God, de meest centrale man die er is. Het idee dat ie alles heeft gecreëerd? Daar gaat het natuurlijk al mis. Iedereen weet waar het leven echt vandaan komt.’ En ook de andere stappen spreken aan. Vanaf nu ben ik een niet-lach-soldaat, die flauwe, vrouwonvriendelijke grapjes niet meer beloont met een geforceerde glimlach, ik hempathiseer niet meer – geen medelijden meer met the boys -, ik ga hemterrumperen -jammer alleen dat de meeste vergaderingen het tegenwoordig zonder mij moeten stellen- en word -nog meer- een nee-ninja. Van mijn eigen gezelschap genoot ik sowieso al, dus die stap hoef ik niet meer te zetten. Helemaal opgekwikt door het artikel valt diezelfde dag mijn oog op een zeer inspirerend gedicht van dezelfde Stella Bergsma:

Oud
Ik ga schitterend oud worden
met bladgoud op mijn schouders als schubben
met fede en haren van aria’s
u kent dat wel en een jas van zon
blinkend zal ik alles betreden
ik zal niet halfslachtig doodgaan
maar soepel door de sterfbedyoga
ik ga mijn jaren zo glanzend dik uitsmeren over mijn leven
zo vlezig zullen mijn feesten zijn
ik zal voortdurend weids gebaren
en af en toe ‘waarrimpel’ roepen
ik zal een tooi dragen: zo mooi als niet bestaat
de wijsheid zal uit me golven in honing
ik ga zo gebrekkig zijn dat gezonden me benijden
ze zullen hun ledematen kapotslaan
om zo te mogen kraken als ik.

Schitterend oud worden, dat lijkt me wel wat! Minstens zo goed kan ik me vinden in de handreikingen van de jong overleden Britse filosoof en socioloog Gillian Rose. Volgens haar zou een goede denker moeten beschikken over drie kwaliteiten: eros, aandacht en acceptatie.
Intellectuele eros betekent een leven lang hongerig blijven naar kennis en je emotioneel verbinden met de wereld en haar mysteries.
Aandacht gaat over nooit uitgeleerd zijn en met een vrije bik van een beginneling onderzoekend blijven kijken naar dat wat je dacht te kennen. Door langdurig schouwen stuit je altijd op iets nieuws.
Acceptatie wil voor Rose zoveel zeggen als: je moet losjes omgaan met je eigen gelijk.

Eigenlijk is dat precies zoals de Damesmeisjes in het leven willen staan, samen en in hun eentje. Schitterend oud worden, met intellectuele eros, met aandacht en met acceptatie. Afgeblust met een scheutje nee-ninja, een wolkje niet-lach-soldaat en genietend van elkaars gezelschap. En: in de spotlights! Wat wil een vrouw nog meer?

Vrouwenrechten


De zon daalt in een wolkenloze hemel. Het was een prachtige dag.
De Damesmeisjes dwaalden door Sneek en kochten allebei een exemplaar van Christien Brinkgreve’s ‘Beladen huis’. Ik omdat ik mijn exemplaar, waar ik niet zonder kan, vergeten ben in de hoofdstad (en ik het boek toch ga uitdelen…). Het andere Damesmeisje omdat dit boek gelezen moet worden. Met urgentie.
Brinkgreve. De eerste hoogleraar vrouwenstudies. Ik volgde ooit college bij haar, buiten mijn eigen studie om. En las haar boeken. De verschillen in socialisatie van jongens en meisjes. Jongetjes krijgen langer de borst, meisjes worden verantwoordelijk gesteld voor van alles, herinner ik me. Ik bedoel maar. Het begint al jong.
Brinkgreve. Ze was betrokken bij de oprichting van De Maan. Het centrum waar vrouwenhulpverlening ‘uitgevonden’ werd. Ik kwam er vaak en luisterde met open mond. Een generatie jonger, beginnend in het vak. Het werd mijn vorming.
Nu blikt ze terug. Op haar leven met wat we noemen een ‘moeilijke man’. Een traditionele, getraumatiseerde man. Haar leven als vakvrouw in combinatie met een gezin met kinderen. In de jaren dat de voorzieningen hiervoor nog uitgevonden werden, in de jaren dat mannen en vrouwen een grote verandering moesten doormaken om dat gezamenlijke bestaan te verwezenlijken. Samen aan het werk, jezelf ontplooien én samen zorgen voor een gezin, een huishouden draaiend houden.
De jaren van ‘ Dolle Mina’, de strijd om anti-conceptie. Nog net iets te jong, keek ik toe. Nu, older and wiser, maken we mee dat er opnieuw gestreden moet worden voor het beslisrecht van de vrouw over wat er in haar lichaam gebeurt, de beschikbaarheid van medicijnen voor seksueel overdraagbare ziektes, vrouwenrechten in het algemeen en rechten voor iedereen die zich ‘anders’ voelt.
Beangstigende tijden voor ‘anders-zijnden’ ook al betreft dat veel meer dan 50% van de bevolking.

Vandaag is het vrouwendag. Meer dan ooit leven en werken de Damesmeisjes voort in grote solidariteit met alle anders-zijnden. Allen die anders zijn dan de witte hetero mannen norm.

DE MEESTER VAN DE LAGERE SCHOOL

Het is een koude winterochtend. Jongere zus en ik lopen door het centrum van Sittard. In dit Limburgse stadje zat ik ooit op het Bisschoppelijk College (’t Kleesj), een van de zes eerste meisjes die intraden in dit voormalige priesterbolwerk met zo’n 800 jongens. Een spannende tijd vol grote onzekerheden voor een schichtig pubermeisje. Nu lijkt dat alles heel ver weg. We passeren café De Hollande, waar oudste broer ooit een bekende elektronicawinkel had. Aangekomen op de Markt gaan we op zoek naar restaurant Down Under. Voor ons stapt een oudere heer met alpinopet naar binnen. Het blijkt onze afspraak, die galant een bosje rozen overhandigt als welkom, voor iedere zus eentje.

‘Jullie zeiden vroeger meneer Walraven,’ corrigeert Frans Walraven me, als ik hem aanspreek met meester Walraven. Vreemd hoe de tijd zoiets als een aanspreektitel kan vervormen. Maar hij heeft gelijk. We bestellen koffie met wat lekkers en halen geanimeerd herinneringen op aan een lang vervlogen tijd. Meneer Walraven was onze meester op de lagere school in ons geboortedorp Holtum. Jongere zus kreeg les van hem in de 3e en 4e klas, ik waarschijnlijk alleen in de 4e. Beiden hebben we goede herinneringen aan hem en aan meneer Kramers van de 5e en 6e klas. Om dat te bewijzen haalt Jongere zus trots haar herbarium met planten en knipsels tevoorschijn. Meneer Walraven nam ons mee wandelen in de bossen, leerde ons over inheemse planten, liet ons herfststukjes maken en gaf op een bijzondere manier muziekles. Dat dat allemaal kon had hij te danken aan de hoofdonderwijzer, meneer Kramers, zo vertelt hij. Die gaf hem als beginnend leraar alle vrijheid om zijn leerlingen, maar ook om zijn eigen kwaliteiten te ontdekken. Nog steeds vindt hij dat heel vooruitstrevend voor zo’n klein dorpje. Het is niet voor niets dat Jongere zus altijd contact is blijven houden, iets waarvoor ik haar nu hartstikke dankbaar voor ben. Niet dat meneer Walraven meester van de lagere school bleef. Hij studeerde ondertussen wiskunde en vertrok naar de Mulo in Susteren als wiskundeleraar die ook Nederlands gaf. Later, in 1973, werd hij leraar Nederlands aan hetzelfde Bisschoppelijk College, dat ik inmiddels had verlaten. Daar bleef hij tot 2001. Ook na zijn pensioen bleef hij actief, zoals nu, bezig met de heruitgave van ’t Gruin Buikske van ’t Zittesj, een spellingsgids voor het hedendaagse Sittardse dialect.

Als er even een stilte valt, reikt Jongere Zus me een opgevouwen papier aan. Ondertussen verbergt ze angstvallig een pakje in haar tas. Ik ga er eens goed voor zitten en lees voor hoe een meester van een lagere school een nooit vergeten opmerking maakte tegen een klein meisje van 10 jaar. Als meneer Walraven even later het pakje openmaakt met daarin mijn boek Waarachtige Verhalen, zijn we allebei aangedaan. ‘Jij wordt later schrijfster,’ zei hij 61 jaar geleden na lezing van een opstel. En ik werd wat de meester had voorspeld.

De beste wensen van De Damesmeisjes…

Op zoek naar.. tja wat was het ook al weer.. vindt het ene Damesmeisje onder in de la een stukje tekst. Die begint met de volgende aanhef: “De Damesmeisjes… “ en is zo intrigerend dat ze besluit het als inpakpapiertje te gebruiken voor t kerstcadeautje/cq kerstbal voor Het Andere Damesmeisje.
Het traditionele kerstdiner vindt dit jaar op een andere lokatie plaats. Helaas blijft de Knaus dit jaar in haar pierige eentje koud in de wei staan en hebben de Damesmeisjes zich genesteld in t atelier van Het Andere Damesmeisje.
Daar speelt zich de volgende scène af. Nog onwetend wat het universum nog meer in petto heeft…

DE CIRKEL IS ROND

Het boekje De schrijfster van Dick Bruna ligt al vele jaren op mijn bureau. Het staat symbool voor een gebeurtenis toen ik een meisje van ongeveer 10 jaar oud was. Ik zat in de vierde klas van de lagere school en we moesten een opstel schrijven. Toen meester Walraven de volgende dag mijn opstel teruggaf met een cijfer, zei hij: ‘Jij wordt later schrijfster.’ Ik herinner me tot op de dag van vandaag hoe trots ik was. Schrijfster worden, dat was wat ik wilde!

Misschien kwam dat door mijn vader, Leo M. Meuris. Want in diezelfde tijd schreef hij, een dorpsjongen die nog nooit uit Limburg was weggeweest, het boek: Ontmoetingen onderweg. Het vertelt over een man die, op het moment dat de klok stilstaat, zijn sandalen aantrekt en gaat zwerven door Europa en allerlei avonturen beleeft. Maar tussen de zinnen door gaat het ook over mijn romantische vader, die het liefst schrijver en kunstschilder had willen worden. Die droom stierf een stille dood, want hij kreeg een groot gezin dus er moest brood op de plank komen.

Ik wilde dus boeken schrijven, net als mijn vader, en besloot daarom om Nederlands te gaan studeren. Maar ook mijn droom ging aan diggelen. Als oudste meisje in een katholiek milieu bleek dat niet de bedoeling, naar de universiteit gaan was alleen voorbehouden aan jongens. En zo ging ik, zeer tegen mijn zin, al op mijn 17e werken, leerde typen, stenograferen en notuleren, en werd secretaresse. Al gauw kreeg ik door dat woorden geven aan wat ik van dingen vond er niet in zat, ik schreef vooral op wat andere mensen dachten en zeiden. Dankzij de tweede feministische golf brak na 15 jaar administratief werk het glazen plafond. Ik werd beleidsambtenaar bij het stadsdeel Osdorp en maakte al snel carriere in allerlei leidinggevende functies.

En toen kwam ik op De Nieuwe Ooster terecht. Ik wist meteen met grote zekerheid dat dit mijn bestemming was. Maar wat ik me in het begin niet realiseerde was hoe bijzonder het was dat er een vrouw aan het roer stond van de grootste begraafplaats van Nederland. Daar wilde men meer van horen en al gauw volgde de vraag van vakblad De Begraafplaats om columnist te worden. Andere vakbladen volgden, en zelfs het dagblad Trouw bood me een jaar lang een podium.

Het kon niet uitblijven, een oude wens kwam weer tot leven. Ik wilde schrijfster worden! En concreet: ik wilde een boek schrijven over De Nieuwe Ooster. Maar ook nu ging het anders. Een bekende Amsterdamse uitgever wilde wel mijn idee en materiaal, maar zelf schrijven? Geen sprake van, daar had hij eigen mensen voor! En vervolgens, ik was inmiddels verhuisd naar het noorden van Friesland en met pensioen, ging iemand anders met een goed idee van me aan de haal. Vanaf dat moment ben ik andere dingen gaan doen.

Het is 2022. Juist op het moment dat ik het gevoel heb creatief een beetje dood te bloeden, komt het boek The Artists’ Way van Julia Cameron op mijn pad, een wereldwijde bestseller over het herontdekken van je creatieve vuur. 12 weken lang werkte ik een dag in de week aan allerlei opdrachten. En al bij het eerste hoofdstuk werd duidelijk dat ik maar 1 ding wilde: een boek schrijven over De Nieuwe Ooster. En: ik wilde niet meer afhankelijk zijn van andere mensen. Nogal overmoedig besloot ik om dat boek dan maar zelf uit te geven.

Het is de laatste week van de cursus. Julia Cameron eindigt hoofdstuk 12 met de woorden: ‘En nu ben je klaar en nu zal je eens wat gaan beleven de komende week’. En zie wat er gebeurt. In de week erna krijg ik een mailtje in mijn mailbox van een onbekende organisatie uit Leeuwarden. Het is een uitnodiging voor een workshop boeken uitgeven. Die workshop wordt gegeven door een enthousiaste Friese uitgever, die maar een ding wil: mooie boeken maken. Maar dan moeten die boeken wel over Friesland gaan of in de Friese taal. Maar, zegt de enthousiaste man, als je vragen hebt kan je me altijd mailen en zeggen: Hé Eddy, ik heb een idee.

Dat was precies wat ik deed, want ik had namelijk wel een idee, maar geen idee hoe ik dat moest aanpakken. De enthousiaste man belde me, we maakten een afspraak en spraken samen een uur lang over de opzet van het boek. Op het einde van het gesprek zei hij: ‘Zet dit maar op papier, dan spreken we elkaar over een maand weer’. Verbluft vroeg ik wat hij bedoelde. ‘Het lijkt me een mooi boek, ik zie dat wel zitten’, was zijn antwoord.

En zo besloot een enthousiaste Friese uitgever de provinciale grenzen te overschreden. Hij gaf vorm aan het boek dat in mijn hoofd had. Ik kon vertellen over de belangrijke cultuurhistorische betekenis van de begraafplaats waar ik directeur was. Ik kon laten zien hoe complex de bedrijfsvoering is en hoe belangrijk deze maatschappelijke taak. En ik kon een ode brengen aan de mensen die werkten en werken op De Nieuwe Ooster. Zeventien jaar deelde ik met hen lief en leed. Dankzij hen had ik de mooiste baan van Amsterdam.

Als ik groot ben word ik schrijfster
En ik schrijf dan elke dag
Over dingen die ik hoorde,
Die ik zag of zelf bedacht.

Afgelopen vrijdag vond de presentatie van Waarachtige Verhalen plaats. Ik vertelde dit verhaal, terwijl het andere Damesmeisje me vanaf haar zitplek bemoedigend toe knikte. Toen ik ’s avonds thuiskwam, liep ik naar mijn boekenkast, en zette mijn boek Waarachtige Verhalen naast Ontmoetingen Onderweg, het boek van mijn vader. Dat ik dat eindelijk kon doen, 61 jaar na de opmerking van meester Walraven, is een groot geluk. Voor mij is de cirkel rond.

Meer weten? www.uitgeverijlouise.nl

Het ‘B’

Morgen is het 22 november. Een datum die in mijn brein gegriefd staat. Op deze datum werd 61 jaar geleden, in 1963, John F.Kennedy vermoord. Ik was 9 jaar oud en diep geschokt. Het leven zou nooit meer hetzelfde zijn. Een ruw ingepland besef van wreedheid en diep gevoeld verdriet deed zijn intrede.
Morgen zal deze datum in een heel ander licht staan. Het licht van feest, van viering.
Het andere Damesmeisje doet officieel haar intrede in het domein van ‘De schijvers’. Een lang gekoesterde droom wordt werkelijkheid. Ik ben trots & blij en kijk met ontzag naar deze prestatie.

Maar nu gaan we wel erg snel. Even terug naar het ‘nu’, van donderdag 21 november.

We zullen elkaar ontmoeten in de geliefde kringloopwinkel, De Oprommer. Alle gsten van ‘de dijk’ weten ervan. Menig huishouden heeft er iets aan ‘over’ gehouden.
Het is koud en guur als ik de dijk afrijd. Natte sneeuwvlokken verstoppen de ruitenwissers. Ik moet stoppen om het raam sneeuw vrij te krijgen. Een snijdende noord westerstorm loeit. Een niet op tijd gezien appje van het Andere Damesmeisje kondigt aan: ik ga zo terug naar huis. Het is te erg’.
De Oprommer’ is ijskoud en stil. De beroemde Oprommer-Tineke is sacherijnig. “Het is gewoon zo een dag dat je niks wil. Hebben jullie dat nooit?” vraagt ze de Damesmeisjes. Beide lokale cafees zijn dicht. We kibbelen. Waar gaan we nu heen. Naar jouw huis of het mijne? De twintig kilometers die onze huizen scheiden zijn nu onoverbrugbaar ver.
Sacherijnig (ja, Tineke wij hebben daar ook wel eens last van) belanden we in een niet nader te benoemen stadje, en in een niet nader te benoemen snackbar annex ‘cafe’. Buiten klaart het op en van binnen ook.
We zijn de enige gasten, het personeel maakt het zich bij gebrek aan publiek plaatsvervangend gezellig. Niets van wat we bestellen blijkt op de kaart te staan. De rode wijn die we uiteindelijk geserveerd krijgen (in advocaatglaasjes) heeft zijn beste jaren gehad. Uiteindelijk wordt er toch een groentekroket gevonden. De Damesmeisjes zijn allang blij.
En dan…dan breekt het moment aan. Verpakt in een zwarte shawl ligt ‘het B’ op tafel.
‘Het B’ heeft gegeven, het heeft ook veel gekost. Maar nu ligt het er dan toch maar.
Ik blader het prachtige boek door en als ik dan toch op de bewuste pagina kom (eigenlijk wilde ik dit moment nog even uitstellen, als de persoonlijke kers op de taart), slaat mijn hart een keer over.
Voor me ligt, haast pagina groot, het portret van mijn jonge moeder, ‘De Indische Prinses”. Haar verhaal, het verhaal van mijn broer & mij en het grotere verhaal van alle mensen in dergelijke omstandigheden. Door het andere Damesmeisje verwoordt. Zoals zij nog veel meer ‘ongehoorde’ verhalen een stem geeft in dit boek.

Waarachtige verhalen.

De Indische prinses en ik kijken bewonderend toe.

Zeven zielen, Hendrik de Achtste en een burgermeester met een hart

“Hendrik de Achtste vermoordde al zijn vrouwen, tot eentje hem slimmer af was…die werd koningin, eindelijk gerechtigheid! Gisteren was er een vrachtwagenchauffeur op de buis wiens dochter is vermoord door haar vriend.. En op de radio hoorde ik dat vrouwen vermoord worden door hun geliefden als ze niet winnen in de sport….De burgermeester van Rijswijk heeft er een persoonlijk thema van gemaakt, kopt de NRC van zaterdag… heb je dat al gelezen..?”.

Deze en andere flarden van gesprekken dwarrelen door mijn hoofd terwijl ik hoop te rusten na een drukke periode van exposeren en performen bij kunstRUIM in Amsterdam, samen met de andere ‘Zeven zielen’. In mijn armen houd ik mijn, gelukkig nu slapende, man wiens hartslag een alarmerende onregelmatigheid vertoont.

De angst voor verlies, lichamelijk en mentaal verval kennen we allemaal. Angst voor de dood is niemand vreemd en vroeger of later moeten we er allemaal aan geloven.
Maar de vrouwen wier namen het andere Damesmeisje en ik op een in de kringloop gekochte bruidsjurk borduren zijn een ontijdige en onnatuurlijke dood gestorven, dikwijls na jaren van angst en dreiging.
Vermoord door hun geliefde, hun echtgenoot en partner. Femicide is de officiele term. Ter onderscheiding van eerwraak of moord na verkrachting door een onbekende.
We hebben er al eerder over geschreven.

Een kleine 17 uur zit ik te borduren aan hun namen, alsmaar opnieuw, terwijl buiten brandweerauto’s ambulances en politieauto’s, ‘as usual’ op deze plek, langs scheuren. En het publiek in de rij zit op het bankje tegenover me om een gesprek over het onderwerp te kunnen voeren. Ik lijk wel een akelige koningin die audiëntie verleend.
Aanvankelijk aangetrokken door de mooie kleuren en de witte jurk, schrikken mensen als ze zich realiseren waarnaar ze kijken. Anderen lijken niets op te merken. Alsof het heel gewoon is dat er iemand op een expo eindeloos zit te naaien aan een witte jurk.
Het parallelproces met de werkelijkheid, met de wereld buiten, frappeert me. De naarheid, de dreiging blijven onzichtbaar, tot je echt kijkt. Of je kijkt helemaal niet, je wilt het niet zien.
Dit zijn precies de patronen die de vrouwen, die wel op tijd weg konden komen, vertellen. Dat is zó pijnlijk, het niet gezien worden, niet geloofd worden.
Totdat de feiten onomkeerbaar zijn. Hoe vaak moet deze cyclus zich herhalen voor we onze ogen openen en écht iets gaan doen?

Ik denk dat ik maar eens ga bellen met de burgermeester van Rijswijk.

LANDSCHAPSPIJN

We lopen de wandelroute tussen Holwerd en Dokkum. Vroeger reed hier het Dokkumer Lokaeltjse, een boemeltreintje vanuit Leeuwarden via allerlei dorpjes naar het noorden van Friesland. In het landschap zie je de sporen terug. Soms een stukje spoorbaan, soms een hedendaagse markering bij wat vroeger een spoorwegovergang was, soms een infobord. Het is lang geleden dat we hier liepen, minstens tien jaar. Toen vond ik het alleen maar mooi. De blauwe luchten, het groene landschap, de witte wolkenpartijen, het wijdse vlakke land. De rust en de ruimte. Kennelijk zag ik toen niet, wat ik nu wel zie. Of liever: niet zie. Geen weidevogels. Geen insecten. Geen vlinders. Geen wilde bloemen in de berm.

Het landschap hier is hartstikke dood. Echt hartstikke dood. Het enige dat hier nog leeft zijn het raaigras en de uitgebreide aardappel- en maisvelden. Stevig doorstappend moet ik denken aan dichter en schilder Armando. Hij introduceerde in de jaren zeventig de term ‘schuldig landschap’ voor een landschap waar in het verleden verschrikkelijke dingen hadden plaatsgevonden. De bomen groeiden door, de bloemen bloeiden en ondertussen werden er miljoenen mensen vermoord in de concentratiekampen. Jan Wolkers zei het anders: ‘Je kijkt naar de hemel en je begrijpt niet dat dat blauwe uitspansel boven die ontzetting heeft gestaan, even onaangedaan en vredig als boven een wei met bloemen.’
Kan je dit landschap een schuldig landschap noemen? In eerste instantie druk ik die gedachte weg. Niet het nazisme erbij halen, zoals nu veel te vaak gebeurt in allerlei discussies. Maar de gedachte blijft zich opdringen. Is het echt zo anders? Al die miljoenen beestjes, al die miljoenen wilde planten, die rigoreus de nek worden omgedraaid door al die grote sproeiwolken hier met weet ik wat voor rotzooi? Soms moet ik bijna overgeven van onpasselijkheid als ik weer zo’n grote machine over de weg zie denderen. Uit de weg, uit de weg!

Lang stond de mens superieur bovenaan de ladder van alle leefvormen op aarde. Gelukkig blijkt steeds duidelijker, dat we nergens zijn zonder insecten, zonder schimmels, zonder ondergrondse leven. Eigenlijk, bedenk ik me nu, is schuldig landschap geen goed term. Het landschap kan er niets aan doen, het is de mens die moet veranderen. Hier, in Noord Friesland, is sprake van landschapspijn. Het maakt het wandelen er niet leuker op.

Kijk, hier leeft er nog eentje

Tja .. lief Damesmeisje! In t synchroniseren van een en ander zijn we goed.
Na t VK krantenartikel dat je mooi beschrijft hebben we elkaar beloofd nooit meer bij een ‘gewoon’ tuincentrum onze planten te kopen. Trouw als we beiden zijn aan dergelijke principes hebben we dat ook niet meer gedaan, hoe moeilijk ook. De aantrekkingskracht van bloeiende planten treft niet alleen de insect maar ook de tuinierende mens! We hebben volgehouden tot er veenvrije potgrond moest komen. Toch maar.. uh.. We hebben onszelf weten te beperken tot veenvrije aarde en wat biologisch geteelde plantjes. Nu maar hopen dat de gifstoffen van de andere planten niet overgewaaid zijn naar onze aankopen.
Sinds het VK artikel kopen we dus biologisch. Bij Sprinklr.co bijvoorbeeld. Ik ken het bedrijf via mijn lieve vriendin uit Noord. Uit dat stadsdeel van de geboortestad komen wel meer duurzame initiatieven. Als je daar woont fiets je gewoon ff langs. Zo niet dan worden de planten duurzaam bezorgd, voor zo ver dat kan natuurlijk. Maar ja met je eigen auto ophalen vervuild ook..en op de fiets is je actieradius ook maar beperkt. Lastig punt !
En je krijgt er bij Liedewij van Sprinklr vaak een ‘minkukel’ extra in je bestelling bij. Een plantje dat de norm net niet gehaald heeft. In de tuin, nou ja toevallig wel mijn tuin🙃 maken ze het uiteindelijk altijd prima!
Het kan anders! Dat is de gesynchroniseerde boodschap. Als je er maar aandacht aan besteed!
Van de tijdelijke dijkbewoners krijg ik blije berichten over gezoem en gefladder in de groeisels aldaar, net als in de tuin van het andere Damesmeisje, mijn tuin ‘guru’ die ik nu al zo velen jaren volg.
Dus de boodschap is: volg ons naar Sprinklr en andere bio plantenkwekers en t komt (misschien) goed..

HIER OOK!

Lief damesmeisje, vreemd toch hoe dingen kunnen gaan. Of misschien ook niet, zo gaat het wel vaker tussen ons. Ik dacht: ik moet nu eindelijk die blog eens schrijven! Over dat onthutsende Volkskrantartikel, maar waar had ik dat gelaten? Terwijl ik bezig was met zoeken kwam jouw verhaal binnen. Over de drummende vrouwen (leuk, maar ik zag ze niet?), maar vooral: over de verdwenen insecten. En juist daar wilde ik het over hebben. Toeval? Geen toeval!

Dat Volkskrantartikel verscheen in het magazine van 6 april. Het gaat over fotograaf Marlonneke Willemsen die wat blaadjes aan insecten gaf voor een fotoproject. ‘Ze richtte haar camera op de beklemmende sporen van een moeizame doodsstrijd.’ Wat volgt is een serie van 12 foto’s, steeds een plant met een insect. De plant leeft nog, het insect is dood. Een spitskool met een gestrekt koolwitje. Een cosmea met een treksprinkhaan, dood op zijn rug. Schapengras met een sprinkhaan, pootjes in de lucht. Een anjer met een huisjesslak, verdwenen in zijn schelp. Lavendel en dode krekel. Braam met een in elkaar gekrompen rups. Een vlinderstruik met weer een koolwitje. Dood. Sla met een naaktslak. Ook dood.

De fotografe was per ongeluk op het onderwerp gestuit. Ze wilde bladetende insecten grootbrengen voor een fotoproject. De beestjes moesten dus eten, en daarom had ze wat planten ingeslagen bij een tuincentrum. Maar de insecten waren na het eten ervan binnen een paar uur allemaal dood. Hoe kon dat? Had ze iets verkeerds gedaan? Ze probeerde het opnieuw, maar nu met planten uit de tuin en uit een biologisch tuincentrum. Alle insecten bleven leven. Het kwartje viel. De bestrijdingsmiddelen op de planten uit het tuincentrum bleken de grote boosdoener. ‘Die doen precies waar ze voor bedoeld zijn.’

Nou, lekker dan! Sinds ik dit gelezen en gezien heb, kan ik niet meer met een gerust hart in een tuincentrum lopen. Ik heb inmiddels niet alleen de potgrond in de ban gedaan vanwege de turf die er in zit, maar nu ook al die kleurige eenjarigen en al die verleidelijke vaste planten. Ze dragen weliswaar bij aan een mooie bloeiende tuin. Maar ze vermoorden meteen al het verdere leven. Ik begin er niet meer aan. En kadootjes als een bos bloemen of een pot met planten zijn ook uit den boze. Allemaal rotzooi! Nooit gedacht dat plastic bloemen misschien wel een beter alternatief zijn. Nou ja, plastic, laten we het daar maar niet over hebben. Best lastig, zo’n besluit, want hier in de omgeving zijn de biologische tuincentra met een lantaarntje te zoeken.

Toch, lief damesmeisje, is nog niet alles verloren. Hier, in mijn tuin, begint het langzamerhand een eldorado van wilde planten te worden. Gisteren zag ik voor de eerste keer een dagpauwoog. Van de week stapte een man met ladder pontificaal in het nectar-onder-het-mes veldje. Neeeeeee, wilde ik roepen, kijk uit. En toen zag ik het: een wolk van insecten steeg op, verstoord door al dat geweld. Dus ze zijn er nog, de insecten. Hier, in mijn tuin. Veel meer dan een paar jaar geleden. Het tij kan dus gekeerd. Het roer kan om. Blog – Klein
Lieve strijdbare groet vanuit het noordelijke wad.

Zomerbliss

Na een prachtige fietstocht langs de kusten van ‘ons’ schiereiland La Manche zijn we teruggekeerd in ons knusse huisje. De dicht begroeide tuin verborg het huis als het Doornroosje kasteel en het wachten was op een prins..Voor de gelegenheid toch maar met de hulp van de prinses ging het stel aan de slag.
Er viel me iets op dat lag te wachten om bewust te worden.
Op een fietstocht met heuvels en dus hellingen waarvan het heerlijk en spannend is naar beneden te racen, met zekere controle uiteraard, op zo’n afdaling kom je onvermijdelijk in botsing met insecten. In je helm, tegen je bril. Het zoomde en knalde van je-welste. Tenminste, zo was het voorheen.
Dit jaar bleef de weg ‘ vrij’. Ook ‘s morgens vroeg ontbrak de gebruikelijke wesp of andere vliegende gast. Maar nu: stilte.
Ook bij het koken bleef het insect-vrij.
Pas toen er een steen verplaatst moest worden in de Doornroosje tuin ontdekten we een mierennest. Paniek onder de diertjes die zo ongeveer alleen overgebleven zijn in onze anders zo zoemende tuin. Ook het luchtruim blijft leeg, qua vogels.Wat hebben we gemist? Welke ramp heeft zich stilletjes voltrokken toen we even waren fietsen?
We gingen uitrusten op het strand. Naast wat watervlooien is daar meestal toch niks aan insect te vinden. Inderdaad.
Maar we hoorden wel iets anders. Dat geeft hoop. Een golf van energie trok door de duinen en over het strand. Het geluid van vrolijk drummende vrouwen, uit alle hoeken van de streek samengekomen om uit hun dak te gaan.
Dat wil ik je niet onthouden, lief Damesmeisje! En alle mensen die ons volgen ook niet!
Liefs vanaf het zuidelijk wad en tot snel!

Femicide/Verwant Bloed

Femicide
In Nederland worden jaarlijks zo’n 25 a 40 vrouwen vermoord. Niet door ‘enge mannen in de bosjes’ (dat is statistisch gezien een andere ‘categorie) maar door hun eigen man of vriend. En deze moorden gebeuren niet in een vlaag van ‘passie’ (zeg: jaloezie) maar na een proces van manipulatie en dwang. Moord is in deze opbouw slechts de laatste stap en vindt met name plaats op het moment dat de vrouw er psychologisch en praktisch klaar voor is om uit de relatie te stappen.
NRC journalisten Kim Bos, Bram Endedijk en Nina Stefanovski publiceerden in oktober jl de resultaten van onderzoek naar deze groep vrouwen die doorgaans naamloos tussen de andere categorieën belandt. In Nederland wordt dit type proces inclusief moord niet apart bijgehouden. In tegenstelling bijvoorbeeld tot in de UK.
In haar boek ‘Control. Dangerous relationships and how they end in murder’ licht ex-politieagente en hoogleraar Jane Monckton Smith toe welke bevindingen zij deed na bestudering van die cijfers. Anno 2024 is er in de Uk een website waarop alle namen van de vermoorde vrouwen genoteerd worden en daarmee ’herdacht’.
De Damesmeisjes doken hun caravan/denktank in om een eigen manier van gedenken vorm te geven.
Het werd deze bruidsjurk, waarop de namen van de in 2023 in Nederland vermoorde vrouwen geborduurd worden. De namen zullen net zo lang herhaald worden tot de jurk bloedrood gekleurd is.
Deze bruidsjurk, de borduurperformance in combinatie met werk van Kyra Cramer over hetzelfde onderwerp was afgelopen weekend te zien op de grote ledententoonstelling van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken in de Bagagehal te Amsterdam.

Het bloed van deze vrouwen is ons bloed, verwant bloed.

De Damesmeisjes houden hof

Boerenfatsoen
Rood met groen, da’s boerenfatsoen, luidde de gevleugelde uitdrukking van mijn lievelingsdocent op de academie.
Maar waar is dat fatsoen gebleven? Hier, in het Hoge Noorden zie ik het niet. En uit Den Haag hoor ik het niet. Ik zie slechts grote velden met monocultuur erop en geen enkele insect erin.
Het is ruim zestig jaar geleden dat Rachel Carson’s Silent Spring uitkwam. Over de gevaren van pesticiden. En toen was de destructie al decennia aan de gang.
Anno 2023 lees ik de boeken van Robin Wall Kimmerer, hoogleraar ecologie en ‘Indiginous’ bewoner van de Adirondacks, een streek in Up State New York.
Ik fietste er in 2019 met de Geliefde doorheen, op weg naar Chicago.
Ergens in de 19e eeuw werd dit gebied uitgeroepen tot het waterreservoir van de stad NYC. Terwijl naburige streken allemaal vergiftigd zijn door de industriële revolutie wordt er hier nog steeds streng op verontreiniging toegezien.
De Adirondacks zijn bewaard gebleven in hun pure vorm en ook de ‘Indiginous’ wijze van landbouw uitoefenen en omgaan met de natuur in het algemeen.
Met rode oortjes lees ik ‘Braiding sweetgrass’.
Hoe voor de hand liggend is het eigenlijk, als je er even over na denkt, om planten die elkaar kunnen helpen, naast elkaar te laten groeien. Voor steun en hoogte, voor schaduw, voor voeding. Het principe van de Drie Zusters: mais, boon en de pompoen met haar grote bladeren in een hoekje bij elkaar.
Planten, de oudste levende organismen op aarde. Ze hebben zich leren handhaven. Het begon ooit in de oceaan, met algen.
“Zonder blauw geen groen”, citeerde onze gids tijdens een excursie op de ‘Dag van het Wad’, afgelopen zaterdag. Uit de algen kwamen de mossen voort. Deskundigen op het gebied van watermanagement.
Waarom gaan we niet bij hen te rade, in deze gekke tijden van aanhoudende droogte?
Planten groeien daar waar een probleem valt op te lossen, lees ik.
In de tuinen, of liever gezegd de ‘hoven’ van de Damesmeisjes is plotseling wilde Hypericum verschenen. Een prachtige plant, met bloei in diverse stadia, allemaal even mooi.
Waarom? Om ons te verlossen van onze bio-diversiteit depressie?
Om ons te helpen de overgang te maken tussen klein en groter verband, tussen materiële en fijn-stoffiger stadia in de ontwikkeling van onze planeet, antwoordt de Wijze Vrouw, inspiratiebron voor deze zoektocht. Intussen bloeit de Hypericum in vele tuinen en brengt, hoe dan ook, vreugde.
En ‘fatsoen’.

De Damesmeisjes houden hof – TUINTURF

Lief Damesmeisje,

Een paar weken geleden was t voor het eerst op het Journaal. Vlak daarna las ik het ook in De Tuinjungle, tuinieren om de wereld te redden van de Britse bioloog en bijenprofessor Dave Goulson. ‘Verbeter de wereld, begin in je tuin’, is zijn slogan. En dat is precies wat we gaan doen, Damesmeisje! Hof houden, want wij Damesmeisjes zijn naast al het andere ook nog Hofdames! Goulson beschrijft in zijn boek hoe slim tuincentra inspelen op ons gevoel. Meteen al bij de ingang staan grote stapels pot- en tuingrond in oneindige varianten. Voor mediterrane planten. Voor vetplanten. Voor rozen. Voor buxus. De reclameposters schreeuwen ons toe. Dat we niet zonder kunnen. Dat ‘t fout gaat met onze plantjes. Dat alleen die ene zak, met die ene afgestemde hoeveelheid mest of iets anders onze tuin kan redden. Het is één grote leugen, ontdek ik nu. Want de inhoud van al die zakken bestaat meestal voor 70% uit tuinturf. Misschien goed voor onze tuin, maar hartstikke slecht voor onze aarde.

Tuinturf. Het woord klinkt lief en aandachtig. Vooral dat voorvoegsel ‘tuin’ is misleidend. Het is gewoon turf. ‘Turf of laagveen is vergelijkbaar met kolen en olie: het ontstaat door de langzame opeenhoping van organisch materiaal over een lange tijdsperiode,’ aldus Goulson. Tegenwoordig wordt een groot deel van de turf uit de tuincentra gewonnen in landen als Estland, Letland en Finland. Er zijn drie redenen om dit niet te willen: unieke wilde natuur gaat verloren, net als een groot vermogen om water vast te houden, en door afgraving komt gigantisch veel koolstof vrij, wat slecht is voor ons klimaat. Waar zijn we in godsnaam mee bezig?

Ik naar het tuincentrum in een dorp hier in de buurt. Ik bekeek de etiketten van grote stapels zakken. Tuinturf all over the place. Ik vroeg aan de man achter de kassa of ie turfvrije potgrond had. Daar had ie nog nooit van gehoord. Waarom, vroeg hij nieuwsgierig. Ik legde het uit, van al die afgegraven veengronden. En dat we de aarde moeten redden, alle beetjes helpen. Stadse fratsen, zag ik hem denken, maar hij verwees me naar de enige zak die nog wel kon, onbemeste gewone ‘kale’ grond. In een felgekleurde plastic zak tegen een fikse prijs. Het moet niet gekker worden. En ‘t is eigenlijk nog erger, want in potgrond zit niet alleen tuinturf, maar ook kunstmest. Allebei not done als je biologisch wilt tuinieren. Dan denk je: doe mij maar biologische potgrond. Maar hé, geen kunstmest, maar heel vaak wel tuinturf! Zucht.

Die potgrondbusiness, ik erger me er al jaren aan. Waarom kan er geen gewone grond in die pot? Hoe deden ze dat vroeger eigenlijk, toen al die potgronden nog niet waren bedacht om ons geld uit de zak te kloppen? Ik doe mijn beklag bij de Overburen. Ze moeten erg lachen om mijn gehannes. Want zij kopen nooit potgrond! Hoe dan, hoe dan? Nou gewoon, ze gaan naar Martinus in ‘t dorp en bestellen een kuub Woudgrond. Bosachtige grond uit de Wouden. Vrij van pesticiden, pfas en andere rotzooi. Dat gebruiken ze in de borders en in hun potten. Hoe dan, hoe dan? Nou, gewoon elk jaar de grond een beetje losmaken en wat nieuwe grond erbij. Overbuurman doet soms wat plantenvoedsel erbij, Overbuurvrouw doet dat nooit. Ik kijk in de rondte. Alles groeit en bloeit en staat er weelderig bij in hun tuin.

Dus zo doen ze dat! Woudgrond. Dit Damesmeisje is eruit: plekje vrijmaken in de tuin en kuubje bestellen. Maar jij als deels stads Damesmeisje kan terecht bij Sprinklr. Weliswaar hartstikke duur, maar als je ‘t haalt in Amsterdam-noord is het nog enigszins betaalbaar. Dag Damesmeisje, tot de volgende Hofzitting!

Beestjes en plantjes

Na het vele borduren tijdens de eerste lockdown, het heen en weer sturen van het zwarte jurkje als drager van onze boodschappen, het tot papier maken van krantenartikelen over Corona, het borduren van 1.253 bedreigde en uitgestorven insecten en planten soorten op een wiegje (waar horen alle prille levensvormen anders thuis?), het op een strijkplank-overtrek omzetten van twee adembenemende lezingen over de bedreigde wereld door tienermeisjes. En tenslotte de zoektocht naar verborgen vrouwenarbeid en hiervan een soort ‘ere loper ‘ maken. 
Na dit alles zijn De Damesmeisjes een beetje moe. 

Maar niet te moe om nieuwe plannen uit te broeden. En ons te laten inspireren door de overgebleven maar bedreigde kleine beestjes en plantjes. 
Komop: leesbril op en studeren, tuinbroek aan en met handen en voeten in de klei. Aan de slag!
De Damesmeisjes gaan ‘hof houden’. 
Doe je mee?

De Damesmeisjes exposeren!

Damesmeisjes(k)leed en andere verrassingen
De Damesmeisjes denken dat iedere mens de ruimte verdient om gehoor te kunnen geven aan de innerlijke stem. Ieders authentieke aard moet zich kunnen manifesteren. Maar al te vaak worden talenten in de kiem gesmoord, beknot of genegeerd, vanwege sexe, kleur, religie. En dat geldt ook voor de dieren, ook zij hebben rechten. Net als de natuur en de hele wereld om ons heen. Onze kunstwerken
willen het ongeziene zichtbaar maken, gaan over solidariteit en je eigen pad kiezen en over liefde en zorg voor het kwetsbare leven om ons heen.

De Damesmeisjes exposeren van 13 tot en met 21 mei in Loods 6 KNSM-laan 143 te Amsterdam op de groepstentoonstelling ‘Kracht’ van kunstenaarsvereniging ‘De Onafhankelijken’.
Dagelijks van 12 tot 17u.
Twee euro entree.

Little things

Dans naar de hemel
Kleine dingen van grote klasse, in een klein dorp gelegen in een groots landschap.
St. Jacobiparochie, ‘mijn dorp’ ligt aan het begin van de meest Noord-westelijke pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.
Ooit fietste ik die route vanuit Normandie, en eindigde voor de Spaanse kerk.
Nu staan we in een stormachtige nacht voor het beginpunt: de grote kerk van St.Jacobi.
Samen met onbekende dorpelingen kijken we hoe twee jonge vrouwen vanaf de toren naar beneden dansen. Alsof de zwaartekracht opgeheven is. Een liefdevolle en hoopvolle dans rond het onmogelijke. De kracht naar beneden wordt even tegengehouden, er wordt mee gespeeld, geflirt haast.
Een hoopvol teken in een winterse nacht aan het begin van de nieuwe tijd.