THIN PLACE

Met z’n tweeëntwintigen, 19 vrouwen en 3 mannen, liggen we op onze handdoek in een grote cirkel in het hart van de buitendijkse terp. Terwijl ik op mijn rug een pittige yogahouding probeer vol te houden kijk ik omhoog. Het is even na vijf uur in de ochtend, ‘t is behoorlijk fris, de lucht zit dicht. ‘Laten we de zonnegroet doen’, zegt de yogadocente, ‘eens kijken of ‘t helpt’. 44 armen gaan gestrekt de lucht is, de tenen reikend.   De wolk schuift weg, zonnestralen omarmen en verwarmen ons, leeuweriken stijgen op en jubelen het uit.

Het is een magisch, ontroerend moment. Net zo ontroerend zijn de bejaarde mannen van het shantykoor van Blije, die uit volle borst hartstochtelijk zingen over hun liefde voor het wad en het buitendijkse land. Of ‘s avonds, bij het ondergaan van de zon, de vele dorpelingen die op kleedjes en strobalen gezeten gezamenlijk afscheid nemen van een bijzondere dag, de opening van hun Terp fan de Takomst.

Hoe vaak zal ik hier al geweest zijn in de loop der jaren? In de beginjaren reikhalzend kijkend naar een mysterieus ogend gebied waar je nauwelijks in kon. Door mijn toenemende betrokkenheid bij het project, ging die wereld heel langzaam voor me open. Altijd, wind, regen, hitte, zomer, winter, springvloed, eb, werkelijk altijd benam de schoonheid van water en land me de adem. Alles dichtbij en om me heen, en toch altijd even mysterieus.

Later die dag, in de Sint Nicolaaskerk, gaat een tipje van de sluier. In een gesprek over de toekomst van het gebied spreekt Kirsten van Santen, schrijfster van het recent verschenen boek Water pakken. Zij had de Terp onlangs bezocht en refereert aan de Britse schrijver David Mitchell, auteur van onder meer Utopia Avenue en Wolkenatlas, onlangs geportretteerd in de Volkskrant. Hij vertelde over zijn woonplaats in West-Cork, een schiereiland van ongeveer twintig kilometer lengte, Sheep’s Head, linksonder in een uithoekje van Ierland. ‘Het is een plek die hij een ‘thin place’ noemt, een oude Keltische term voor plekken waar de afstand tussen hemel en aarde wegvalt, waar een andere dimensie ineens binnen handbereik lijkt te liggen. Volgens een oud Keltisch gezegde zijn hemel en aarde slechts drie voet van elkaar verwijderd, maar op dunne plekken is die afstand veel kleiner. Mitchell zegt over Sheep’s Head: “Je voelt er het membraan, of de muur, tussen deze wereld en een andere wereld.’’ Een plek waar je voelt, zonder spiritueel of zweverig te zijn, dat er ‘meer’ is.

Thin places zijn dungezaaid en vaak liggen ze aan de kust. Kirsten van Santen somt een rijtje op, van boekwinkel tot grote delen van Terschelling en bijna de hele Waddenzee. In mijn rijtje hoort De Nieuwe Ooster thuis, de kleine begraafplaats Huis te Vraag in Amsterdam, het huisje van mijn Indiase vriendin, gebouwd bovenop de resten van een oeroude tempel in de Himalaya, en misschien ook wel onze Knaus caravan en mijn eigen tuin.

De Terp fan de Takomst staat met stip bovenaan. Een tussengebied tussen water en land, waar je bij voorkeur in je eentje of met z’n twee naar toe moet gaan, lopend, je gedachten en verlangens de vrije loop latend, los van de wereld en alles en iedereen. Om steeds weer opnieuw naar toe te gaan, om je steeds weer te verbazen, in de wetenschap dat dit de mooiste, stilste, donkerste plek van Nederland is.

DOOD

Niet zo lang geleden wandelden de Gewone Jongen en ik in de omgeving van Pingjum. Een klein dorp aan de weg naar Harlingen. De omgeving daar heet de Pingjumer Gulden Halsband, naar een binnendijk die het dorp ooit beschermde tegen het water van de Marne, een oude zeearm van de Waddenzee.

Een historische dorpskern, leuke huizen, en overal is de invloed merkbaar van Randstedelingen die hier, vlakbij de Afsluitdijk, zijn neergestreken. Pittoresk, een onverwacht leuke plek om te wonen. Het dorp weet zich aan alle kanten omringd door heel veel bouwland, in de verte is er zicht op de zeedijk. Uitgestrekt groen van weilanden, strak geploegde aardappelvelden, maisplantjes die net zijn aangeplant, hier en daar doorkruist door slootjes en betonnen boerenpaden.

De zon schijnt, een mild briesje, Friesland op z’n mooist. Zoals gewoonlijk loop ik vooral naar beneden te kijken, naar alles wat groeit en bloeit in de bermen. Maar al rondkijkend bekruipt me heel langzaam een rotgevoel. Waar zijn de bijen? De vlinders? De andere insecten? De eenden? De meerkoeten? De zwanen? De weidevogels? De leeuweriken? De wilde bloemen? Het is erger dan erg. De Gewone Jongen en ik kijken uit over een gebied waar niets meer beweegt of bestaansrecht lijkt te hebben, behalve de mens, auto’s en fietsen.

Is dat ons veelgeprezen boerenland, het land waar iedereen zich nu zo druk over maakt? Ik denk aan de boeren, die grote zorgen hebben over hun werk, hun gezinnen, hun boerderijen, hun dieren, hun land. Ze worden niet begrepen, vinden ze, ze worden harder aangepakt dan andere vervuilende bedrijven. Ze zijn, kortom, boos, en iedereen zal het weten. Nauwelijks een invoelend woord over waar veel mensen zich grote zorgen over maken en waar het uiteindelijk om gaat: onze natuur gaat naar de bliksem, wat zouden zíj daaraan kunnen doen?

Ik denk aan de minister die de taak heeft om hard in te grijpen, want anders gaat het fout. Ze recht haar rug, komt met een nieuwe kaart, een bom slaat in. Politici buitelen over elkaar heen, posities worden betrokken of verlaten, er wordt naar elkaar gewezen of het probleem wordt ontkend. Nauwelijks een woord richting al die andere vervuilende bedrijven, terwijl ook zíj debet zijn aan het probleem, net als die andere grote vervuiler, wijzelf.

Ik ben een Weegschaal, die moeilijk kan besluiten. Maar die gelukkig als positieve tegenkant altijd alles van twee kanten bekijkt. Ook nu doe ik dus mijn best om me in te leven in de twee kijvende partijen. Het gebeurt me niet vaak, maar dit keer laat mijn relativerende vermogen me in de steek. Ik voel me onmachtig en boos, want ik zie weinig oprechte bedoeling om er sámen uit te komen. Maar, zoals schrijfster Karen Armstrong zegt in een interview in Trouw: ‘Met woede alleen kom je niet ver. Het is niet genoeg. Bovendien vervreemdt het mensen van elkaar. We hebben ontvankelijkheid nodig om ons open te stellen voor de natuur en niet dat we andere mensen aanvallen. We houden ons niet aan de ‘gouden regel’, eerst aan anderen denken en dan pas aan onszelf’.

Het zal niet helpen, de boerenprotesten, het blokkeren van snelwegen, het naar elkaar wijzen, het verkondigen van halve waarheden, het ontzien van de grote bedrijven, onze niet in te tomen vakantiedrift: we moeten allemaal een stap terug, we moeten terug naar een natuur zoals de Engelse dichter William Wordsworth ooit beschreef:

‘Er was een tijd dat weide, bos en beek

De aarde en alles wat ik zag

Mij leek gekleed in een hemels licht

De glorie en de frisheid van een droom’

Want wat ik zag is te erg voor woorden: natuur, zo dood als een pier.

Huizen en hun geschiedenis

Vertelling van een koude douche en zo
Ik douche al jaren koud. Behalve als ik mijn haar moet wassen. Er zijn grenzen.
Ik kwam op het idee door het verhaal van een bevriende collega die net een workshop bij ‘the iceman’ had gevolgd. Dat extra beschermende en gezonde ‘bruine vet’, het type dat zeehonden ook hebben, sprak me wel aan. Dat het ook nog energie bespaart, was mooi meegenomen.
Inmiddels is het een ‘must’ aan het worden. Wat zou je doen als je moet kiezen tussen een warme douche of een uitgebreide maaltijd koken?

Maar een mens wil nu eenmaal wel eens een lekkere warme douche. Zelfs ik. Een letterlijke of een figuurlijke. Bijvoorbeeld als je al dagen op de fiets zit en je kampeerplekken bestaan uit een vlak stukje gras met hooguit een vuurplaats en koud stromend water. Dan snak je naar een ‘warme douche’, een gerieflijk onderdak om je even op te laden voor de wildernis buiten. Wij vonden dat dikwijls bij ‘Warmshowers’.Een platform van fietsers en sympathisanten die, over gehele wereld onderdak bieden. Voorwaarde is dat je ook zelf je huis openstelt.

Zo ontmoeten wij al jaren bijzondere mensen.

Een gesjeesde filmproducer uit California, bij voorbeeld. Een scheiding en een carrière drama, beide met financiele consequenties dreven hem op de fiets. Twintig jaar lang fietste hij de wereld rond, raakte verliefd op China en adopteerde daar een familie. Op weg naar Schotland waar hij een race tegen een fietsende computer zou houden, logeerde hij bij ons. Hij bezocht mijn Loods 6 expo en vroeg me de eerste ‘draft’ van zijn boek ‘follow the light’ te lezen. Nog voor ik hem mijn feedback kon zenden, ontving ik een overlijdensbericht. Automatisch en anoniem verstuurd vanaf zijn mobiel. Onverwacht en eenzaam gestorven. Het manuscript staat verweesd in mijn kast.

Het echtpaar uit Nieuw Zeeland. Op de terugweg na twee jaar zwerven door Europa. Met (nog steeds) keurige en loodzware fietstassen. We dineerden met ze in de tuin en hoorden hun levensverhaal. De ziekte van een kind, burn-out van een zwaar beroep, financiële zorgen. Ver voorbij ‘midlife’ besloten ze te gaan fietsen. Dit was hun eerste reis.

De Francaise, in de winter berggids in de Jura om geld te verdienen voor de rest van het jaar. In alle landen is ze geweest. Dwars door de strengste staten gefietst. Met een doek om haar hoofd, de benen bedekt. Geen haarbreed is haar gekrenkt.

En zo brengt het toeval ons morgen een Franse familie op weg naar de Noorse Lofoten. Deze reisbestemming komt vaker voorbij. Laatst nog van een jong stel met twee honden formaat Marie. Maar deze Franse familie heeft twee babies in een trailer achter de fiets. De jongste is 6 maanden.
Hun verzoek om onderdak was voor mij onmogelijk te weigeren. Gelukkig ging ook De Geliefde overstag.

En het universum vindt kennelijk dat er nog wel iemand bij kan. Een jonge Francaise met borstkanker. Ze is gaan fietsen, heeft onderweg een film gemaakt ( https://www.youtube.com/watch?v=CFYYytSG-os ) en voert nu actie voor andere vrouwen. Ook dit verzoek kunnen we niet weigeren.

Het geliefde oude huis aan de gracht zal al die Fransen onderdak bieden, na een korte rondleiding door ons.

En wij? Voor ons is er geen bedje over. Maar dat hoeft ook niet.

Wij gaan morgen fietsen.
We fietsen gewoon de gracht af, richting Noord. Pakken de pont en de IJsselmeerdijk brengt ons in Enkhuizen waar de veerboot ons naar Stavoren zal brengen. Zondagavond hopen we op de geliefde dijk te zijn. De ‘warme douche’ wacht op ons.
En daarna? We zullen t zien.

Huizen en hun geschiedenis

Boos meisje
In de auto, rijdend tussen stad en platteland beluister ik een podcast van De Groene Amsterdammer. Getipt door de Geliefde die weet hoezeer ik Marja Pruis kan waarderen. Ze wordt geïnterviewd vanwege het uitkomen van haar nieuwe boek ‘Boos meisje’. Met als ondertitel: ‘over vrouwen en frictie’. Renate Rubinstein komt langs, Rachel Cusk, Sigrid Kaag. Over misogynie, sociale pikorde, het ideaalbeeld van de vrouw en de realiteit en over hoe schrijfster te zijn.
‘Onbeschaamd erudiet en onnavolgbaar grappig’, volgens de flaptekst.

Ja, die Marja kan schrijven!

Ik ken haar uit de jaren 80 en 90, toen ik voor een organisatie werkte die vanuit gender visie hoger onderwijs op het gebied van maatschappelijke en psychologische problematiek ontwikkelde.. Met een groepje sociologen, politicologen en psychologen bepaalden we de inhoud. Mannenhulpverlening, vrouwenhulpverlening. Daar werd het uitgebroed.
Marja werkte achter de schermen. Ze schreef de beleidstukken, had contact met de pers en deed de column. Deze mocht ik later af en toe van haar overnemen. Ze gaf me feedback op mijn al te wollige schrijfstijl. Die lessen zitten in mijn hoofd gebeiteld. Zo erg zelfs dat mijn zinnen korter en korter werden en ik in de essay cursus van 3 jaar geleden het advies kreeg ‘met langere zinnen te gaan experimenteren’.

Herinner ik me enige wrevel in haar woorden van kritiek?

Een boos meisje is ze zelf zeker niet, vertelt ze de interviewer. Verlegen en te snel geïntimideerd, kijkt ze met bewondering naar vrouwen die dat niet zijn. Die gewoon maar onbeschoft doen, zonder blikken of blozen. “Achteruit inparkeren zonder in hun spiegel te kijken”.
Zelf is ze de buitenstaander die toekijkt en er het hare over denkt. Het boek bevat een mooi essay over deze eigenschap die ze als ‘arrogantie’.ontmaskerd. Niet meepraten maar wel van alles denken over anderen. Daar herken ik wel wat van.
Schrijven is voor haar ‘communiceren met de wereld’ geworden. ‘Schrijven als langzaam denken’, zoals een Nederlandse essayist wiens naam ik vergeten ben, het noemt. Al schrijvend kan niemand je interrumperen, kun je je punt duidelijk maken.

Handig voor ons die niet zo rap van de tongriem zijn, die langzaam denken en er niet zo makkelijk ‘tussen komen’.

Ja, ik herken veel van Marja. Meer toeschouwer dan teamspeler. Minder ‘debater’, meer beschouwer.
Nooit eerder hoorde ik een ‘gezond iemand’ deze kenmerken die in onze snelle wereld minder ‘hip’ gevonden worden, zo beschrijven. Verlegen mensen denken niet minder, of minder goed dan de snel gebekte.
Ze kijkt vol bewondering naar de boze meisjes in deze wereld, die ze beschrijft in haar boek. Dat wel.

Voor mij is Marja een rolmodel, een voorbeeld.
Schrijven is zijn. Daarom is schrijven zo bevredigend.

In het geschreven woord schuilt de energie van het boze meisje.
Ook die van mij.

GAIA

Je hebt Nes op Ameland en Nes in de gemeente Noardeast-Fryslân. Een grotere tegensteling is niet denkbaar. Het dorp op het eiland ligt vlakbij de aanlegplek van de veerboot, het is er altijd druk met toeristen. Het dorp aan de vastewal ligt aan het einde van Nederland. Achter de hoge zeedijk, aan de Waddenkust, stil en verlaten. Er is een tuincentrum, waar je in het voorjaar viooltjes kan krijgen in elke kleur die je maar wilt. En er zijn twee kerken, het ene middeleeuws, op een terpje middenin het dorp. Het andere aan de rand van Nes stamt uit 1925, stijl Amsterdamse school.

De oorspronkelijke naam De Hoeksteen bestaat niet meer. In 2018 is deze kerk volledig omgebouwd tot een locatie voor culturele evenementen, congressen, debatten, van rouw tot trouw. Een duurzame onderneming is de bedoeling, zonder winstoogmerk. Hier moet ik zijn om iemand te spreken met een erg volle agenda. ‘Vind je het leuk om as woensdag om 15.00 uur bij de opening van Gaia te zijn in de Theaterkerk Nes’, mailt ze, ‘dan kunnen we elkaar dan even spreken’.

De Gewone Jongen heeft wel zin in een uitje en nietsvermoedend wordt ie meegesleept door het weidse polderland. Bij de Theaterkerk aangekomen blijkt het nog rustig. Na een wandelingetje door het dorp -wat is het hier toch mooi- lopen we tegen drieën naar binnen. De entree komt uit in een kleine langwerpige ruimte. Nieuwsgierig kijk ik rond. Banken, tafels en stoelen, statafels bij de bar, een soort gezellig café met magnifieke plafondschilderingen hoog boven ons hoofd. Langzaam druppelen wat mensen binnen. We drinken een kopje koffie, ik overleg kort met de persoon die ik moet spreken, de artistieke directeur voert het woord en daarna onze nieuwe wethouder cultuur. En dan moeten we het zaaltje uit en gaan door een deur via een trapje omhoog een andere, veel grotere ruimte binnen.

Via een provisorisch trapje stappen we op een donkere, enigszins golvende vloer, aangebracht bovenop de kerkbanken. Maar onze blik gaat onmiddellijk naar boven, recht voor ons. Daar hangt een verlichte wereldbol langzaam draaiend om haar as. De emoties komen onmiddellijk, tranen in mijn ogen, stokkende adem. Wat is dit? Aan de randen van de ruimte staan stoelen en liggen zitzakken. We nemen plaats en kijken zoals astronauten vanuit hun ruimteschip naar onze aarde van een afstand. Het is levensecht, bedrukt met hoge resolutiebeelden van de NASA. Australië schuift langzaam uit beeld. Indonesië verschijnt, India half verdwenen achter de wolken, het Arabisch schiereiland, Afrika. En dan, een hele tijd, alleen maar water. Zo ontzettend veel, dat nu pas binnendringt wat 1 meter zeespiegelstijging betekent. Zuid-Amerika verschijnt, met daarboven Midden-Amerika. Weer water, en dan begint de cyclus weer opnieuw.

Natuurlijk gaan we op zoek naar Nederland. Ons land is niet te zien. En dat niet alleen: heel Europa is nauwelijks vindbaar. Daar ergens bovenin vindt momenteel een oorlog plaats, te dichtbij, we zijn allemaal bang. Deze wereldbol maakt aanschouwelijk dat dit alles ergens in een uithoek gebeurt. Dat er andere continenten zijn, veel groter, veel aanweziger.

Dit is wat kunst vermag. Of het nu gaat om het boek Silent Spring van Rachel Carson is, waar het andere Damesmeisje over vertelt. Of om Gaia van kunstenaar Luke Jerram. Wie denken we eigenlijk wel wie we zijn? Waar zijn we in godsnaam mee bezig?

20220606_112052_150889634672648

Huizen en hun geschiedenis

Ik kan het niet
Op een fatsoenlijke tijd in de avond gaat mijn telefoon. Het is een medewerker van Takecareb&b. Ik sta immers op de lijst van beschikbare adressen voor statushouders. Inmiddels lijkt de opvang voor Oekraïners redelijk te lopen maar die voor officieel verklaarde vluchtelingen uit andere gebieden nog steeds niet.
Ik licht onze conclusie, dat mijn kantoor niet verplaatst kan worden in huis, toe. Ik kan mijn cliënten geen privacy bieden, zonder dat ze vele trappen moeten beklimmen.
Het lukt niet een oplossing voor de praktijk te vinden, behalve terug naar 100% online te gaan. Wat voor vele mensen een belemmering is. Dat geeft naarheid, teleurstelling, verdriet.

Maar jullie hebben toch ook een klein kamertje in de aanbieding, vraagt de sympathieke vrouwenstem. Ja, dat klopt. Hiermee heb ik me meteen na de Russische inval opgegeven. De logeerkamer met gedeelde badkamer en toilet. In de tijd dat we nog dachten dat de bezetting slechts een kwesties van dagen of weken was. Zou daar een statushouder mogen verblijven, vraagt de stem. Er vindt eerst een proefweekend plaats. Daarna kun je aangeven of je t wilt of niet. Is dat niet heel pijnlijk, vraag ik me hardop af. Ja, zeker, dat kan het zijn, is het antwoord.
Zal ik je op de lijst zetten om dat uit te proberen?
Ik vraag enige bedenktijd. Bel je me daarna terug, vraagt ze vriendelijk. Een statushouder blijft meestal een maand of drie en deelt in jouw geval de badkamer, woonkamer en keuken.
Bel je me terug? dringt ze aan.
Ik voel mijn innerlijke weerstand stijgen. En aan de andere kant mijn gene en gevoel: -dit moet toch kunnen, wij hebben immers alles-, net zo hard.

Of zal ik je schrappen van de lijst?
Hoe moeilijk kan het zijn in woorden te gieten wat allang duidelijk is maar ongewenst voor het beeld dat je van jezelf hebt.
Ja, doe dat maar. Ik kan het niet. Verdomme, ik kan het niet,

silent spring

Silent spring
Nog even wat schoonmaken, denk ik, voordat ik mijn blog ga schrijven en ik schrob de douchebak met anti schimmelspul. Ik was mijn handen met anti bacteriële zeep nadat ik de hond op vlooien heb gecheckt. Toch maar een kuurtje doen? Weg met die kriebelplaag. En zal ik alvast de anti-vliegen-plak-strook ophangen?
Onschuldige huishoudelijke taakjes.
Is dat zo?

De Franse buren hebben sinds kort vogeltjes. Het kooitje staat s avonds naast de televisie en nu naast de gedekte tafel in de tuin waar wij Le Repas genieten. Zenuwachtig hippen de mandarijntjes heen en weer. De buurman wijst op de handgemaakte vogelhuisjes, verderop in de tuin. Leeg. Op een enkele merel na die er voedsel komt halen. Waar zijn de honderden mussen gebleven die sliepen onder het buurdak?
Eerst denk ik nog: die mussen zijn verhuisd naar onze ‘vigne’ waar het doorgaans ’s avonds een geritsel van jewelste is. En de roodborstjes? Die hipten toch altijd door onze tuin?
Geen merelnest dit jaar, in onze blauwe regen. Dat geeft te denken. En de mussen mis ik eigenlijk ook. Nog geen roodborstje gezien.
De lieve buurman heeft zich goed geïnformeerd. Hij kijkt natuurbescherming programma’s, als de vogeltjes naast hem hun kopjes allang onder de veren hebben gestoken. Landbouwgif is de oorzaak, vertelt hij. Ook hier. En de afname van de vogelstand is te merken.
Toevalligerwijze lees ik het boek der boeken over de vernietiging van het leven om ons heen:’Silent Spring‘ door de Amerikaanse hoogleraar marine biologie Rachel Carson.
Dit boek kwam uit toen ik 8 jaar oud was.
Afgebrand in de pers, met de dood bedreigd door boze burgers, dat alles was de prijs voor het schrijven van dit boek. Een geschiedenis van de chemische oorlog tegen alles wat leeft en niet op de juiste plek staat, leeft of reageert.

Was het maar geschiedenis, een schaamtevol relaas over hoe dom de mensheid was, toen. Maar het is niet alleen ‘toen’ en ‘daar’. Natuurlijk zijn er sindsdien striktere regels over het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen, kunnen we niet zo maar ‘roundup’ in onze tuinen sproeien. Iets wat ik (schaam, schaam) jaren geleden geprobeerd heb met de weerbarstige bramenstruik in de Normandisch tuin. Heeft het gewerkt? Nee. Heeft het schade toegebracht? Ja.
De essentiële componenten van het gif dat begin 20ste eeuw ontdekt werd, wordt nog steeds gebruikt, al is het het selectiever.
Katten zijn bijzonder gevoelig voor het gif drieldrin. Dit bestanddeel zit nog steeds in sommige schoonmaakmiddelen. Ik herinner me onze poes Siepje die overleed nadat ze in aanraking was gekomen met sop waarmee de basisschool naast ons gereinigd werd. Arme Siep. Schone pootjes willen, vachtje schoonlikken en dood neervallen.

Voor mensen is de relatie tussen landbouwgif en de ziekte van Parkinson recentelijk vastgesteld. Met name in de noordelijke kustprovincies is de prevalentie van de ziekte het hoogst. Ik denk aan de wolken gif waarmee de Friese boeren aardappelplanten dood spuiten om grotere aardappels te oogsten.
Doodsoorzaak nummer 1 bij honden is kanker. Zij snuffelen onbekommerd aan bespoten bermbegroeiing. Sommige gewassen worden zelfs aantrekkelijker voor vogels en zoogdieren nadat ze bespoten zijn.

Ik lees voort.
Zelfs tijdens het concert in het sympathieke Normandische eettentje lees ik met toenemende verontwaardiging en schaamte voort.
Waar zit ons verstand? We spuiten voort, we bestrijden verder. Vlooien, muggen, vliegen…
Zo succesvol. De wereld gaat kapot aan ons succes.

“It is all in your head”

ALS ALTIJD EEN LAATBLOEIER

Eerst is er het eindeloze groene weidenlandschap, omzoomd door uitbundig bloeiend fluitenkruid, hier en daar een Friese kerktoren, felgele veldjes boterbloemen, soms – als je goed kijkt en geluk hebt – een roedel herten, of een enkele ree. Langzaam, al voortdenderend, verandert het landschap. Het brede treinraam geeft nu zicht op steeds meer bossen en struiken, afgewisseld door dorpjes en steden. Een brede rivier verschijnt en niet veel later dennenbossen met zandpaden en bremstruiken. ‘Schietterrein, levensgevaarlijk’, kilometers lang. Daarna landbouwgrond, gevolgd door de buitenwijken van een grote stad.

Niks aangenamers dan treinen. En ondertussen podcasten.  Ik ben begonnen aan de Bobcast. ‘Over de  meest invloedrijke kunstenaar van de laatste halve eeuw en een raadsel’, zegt Matthijs van Nieuwkerk in de inleiding. In 26 afleveringen maar liefst komt een variëteit mensen aan het woord die diepgaand door Bob Dylan zijn beïnvloed.

Ik hoor daar niet bij. In mijn jeugd was ik te druk met vechten voor mijn plek en drama’s  met jongens. Ik had geen tijd voor de diepzinnige Dylan, mijn  hart was al bezet door de Britse popband de Tremeloes. Een eenzame keuze, soms leek ik de enige fan in Nederland. Dont like twice, I want you, Blowin’ in the wind, natuurlijk ken ik al deze nummers. Maar mijn smaak was middle of the road en bleef dat lang. Dat veranderde ingrijpend toen ik de Gewone Jongen ontmoette. Jackson Browne, John Hiatt, Bruce Springsteen, Neil Young, The Band. Mijn muzikale smaak verbreedde zich enorm, ik begreep toen pas echt waar het in de muziek om ging. Door de Gewone Jongen werd ik ook bassist en speelde jarenlang in een bandje dat zelden optrad, maar what the heck, ik speelde!

Nu luister ik dus naar de Bobcast en het voelt als een ontdekking. De bevlogen verhalen zijn meeslepend.  Vaak slaat een nummer in als een bom, er wordt kilometers omgereden om een eerste plaatje te kopen, er wordt acuut besloten om ook popartiest te worden, of tekstschrijver, of dichter. Voor de een is het de muziek, voor de ander de teksten. Dylan verschuilt zich ondertussen in die verhalen als een ongrijpbare mysticus, de man die nooit iets uitlegt. De croniqueur van Amerika, de veelzijdige, de romanticus, de trooster, de grote inspirator.

Opvallend vaak zijn de vertellers jonge artiesten die niet met Dylan opgroeiden. Vrijwel allemaal zijn het mannen en het is hun vaders platenkast die de weg wees. Moeders komen nauwelijks voor in de podcast. Maar dan is er Cato van Dijck, zangeres van My Baby. Of ze even een nummertje wil zingen. Ze kiest voor het indringende Masters of War: https://youtu.be/D-sJG1nev6Q.  Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik dit nummer tot een paar weken geleden niet kende. In een artikel over de oorlog in Oekraïne verwees iemand er naar. Ik zocht het op, was diep onder de indruk van de actualiteit van de tekst en schreef en borduurde erover in een brief aan het andere Damesmeisje. Dylan  schreef het nummer notabene  toen ie pas 20 was. Het is bitter te moeten constateren dat er in de bijna 50 jaar daarna nog helemaal niets is veranderd. Zoals gewoonlijk is de cover mooier dan het origineel, maar dat bewijst alleen maar wat een geniale liedjesschrijver Dylan is. De man won niet voor niets de Nobelprijs voor literatuur.

En als jullie dan toch bezig zijn, kijk en luister vervolgens naar I shall be released van mijn geliefde Tremeloes: https://youtu.be/h2QZpq0Hsnc. Zij waren toen al into Bob en ik wist het niet eens.

 

Huizen en hun geschiedenis

Little big idea
Het is 10 mei. De droogte houdt al weken aan en het is ruim 25 graden C.
De Geliefde en ik fietsen door zomers land. Het altijd groene Normandie heeft een zweem Mediterraans over zich. Gerijpte halmen in warm-gekleurde akkers, stoffige paden. Velden met hoog geel-grijs gras en ontelbare bloemen, hoog fluitenkruid afgewisseld met paarse, gele en oranje bloemen in de bermen. Vergezichten van wit geel zand en een lichtblauwe zee daarachter.
Moeiteloos peddel ik door de landerijen. En met elke getrapte meter laat ik een lading input, stress en vermoeidheid achter me. Weken van griep, covid en na-ijlende moeheid. Weken van pre-tentoonstellingsdrukte en stress glijden van me af. Alle indrukken van de afgelopen weken en dagen gaan nogmaals door me heen. De voorbereidingen met de lieve ‘Best Friend’, alle enthousiaste reacties en tenslotte de verkoop van een van onze geliefde doeken. De vreugde van het succes, maar ook de pijn van het loslaten. En tenslotte de ervaring van het letterlijke ‘uit handen geven’ en weten dat het okay is.
Alles laat ik achter terwijl de pedalen rondgaan en ik voortglijd door het te vroeg zomerse land.
Het is heerlijk maar het is niet pluis. Het klopt niet dat ik in een mouwloos shirt en korte broek rondrijd, ingesmeerd met factor 50, in deze tijd van het jaar. Het klopt niet dat de zeeklei wit kleurt. Die hoort immers zwart te zijn en vet glinsterend. Net als in die verre noordelijke kuststrook, het geliefde Bildt. Ook daar klopt het niet. Te droog, te warm.

Mijn hoofd is bij het onderhanden boek.”Gods, wasps and stranglers. the secret history and redemptive future of fig trees”, geschreven door Mike Shanahan, regenwoud ecoloog.
Ik zoek vijgenbomen in het landschap. Her en der herken ik de leerachtige, sterk ingesneden bladeren hoog uitstekend boven muren en schuttingen. Niet veel maar hoopgevend genoeg.
Al 80 miljoen jaren oud is deze soort en sindsdien voedt en beschermt ze vele diersoorten waaronder de voorouders van de ons, mensen. Na natuurrampen als de meteorietinslag die de dino’s uitroeide en vele andere soorten met hen, was het de vijg die als eerste weer opbloeide en zorgde voor voedsel en ‘licht’ in de duisternis. Ook na vulkaanuitbarstingen als van de Krakatau was het de vijg die verscheen en een nieuwe cyclus van leven in gang zette.

Als ik het goed begrijp is de vijg terug te vinden in alle beschavingen en culturen als een bijzondere boom, die vereerd werd en gekoesterd als voedingsbron voor mens en dier, als medicijn tegen vele kwalen en van een grote religieuze betekenis. De Boddhi tree waaronder de Boeddha verlicht werd, was immers een vijgenboom. En wat dacht je van de ‘Sycamore tree’?
Nobelprijs winnares voor de vrede in 2004, de Keniaanse Wangari Maathai, die haar jeugd onder een gigantische vijgenboom doorbracht, kwam als eerste op ‘the little big idea’: plant overal vijgenbomen. Ze stekken makkelijk en groeien praktisch overal. Ze houden vocht vast en gaan erosie tegen, ze bevorderen de diversiteit, trekken vogels en andere dieren aan. Door haar inspanningen in de strijd om de onafhankelijkheid wordt de vijg een vredessymbool.
Sinds haar succes met herbebossing voor arme boeren wordt de vijg ingezet op plekken waar bossen verdwenen zijn, waar slechts onkruid groeit, of zelfs dat niet meer.
De vijg is oeroud, en veerkrachtig & leven-ondersteunend. Zijn wij dat als piepjonge, en al te ‘succesvolle’ soort ook?
Dat is maar de vraag.

De vijg in mijn Normandische tuin heeft vele takken waar ik nog net bij kan met mijn snoeischaar. Ik deel ze uit, stek ze en plant ze waar ik maar kan.
Het andere Damesmeisje krijgt de eerste. Wie volgt?

Huizen en hun geschiedenis

Zo kan het gaan

Vier mei 20u.
Op een enkele auto na heerst er stilte op de dijk.
Geluidloos glijden trekvogels over en de paarden in de verte maken het tafereel alleen nog maar indrukwekkender.
Vanmorgen las ik in de VK een column van Frank Heinen die me trof.
Gedenken, hoe doe je dat? Over het Auschwitz Memorial, Primo Levi en zijn terugkeer naar de hel. Over struikelstenen in het trottoir. Over het gedenken van tenminste een mens.

Ik moet denken aan mijn eerste ervaring met de dood.
Op onze huidige expo in het Amsterdamse hangt een doek dat mijn jeugdvriendin Rennie en ik recentelijk schilderden over de dood van onze schoolvriend Harrie. Hij was achttien jaar, net als wij..
Ik herinner me het telefoontje dat het bericht van zijn dood bracht. De stilte. Het geluid van een lepeltje dat alsmaar door een kopje geroerd wordt. De ontsteltenis.
Harrie. Een in de ogen van zijn klasgenoten te weinig jongensachtige jongen die onze vriend werd. Onhandig, bijdehand en verlegen tegelijk. Altijd in een keurig gestreken blauw overhemd dat hem het koosnaampje ‘’blauw bloesje’ bezorgde. Prive, voor Rennie en mij.
Waarover spraken we? Wat deelden we uit? Ik weet het niet meer. Alleen de sfeer van vertrouwelijkheid en gelijkgestemdheid is me bij gebleven.
Het was dan ook heel vanzelfsprekend dat Harry langs fietste, toen ik met mijn familie in Oostenrijk vakantie hield. Hij was op zijn stadsfiets naar Turkije geweest en op de terugweg deed hij Voralberg aan, waar ik met heel andere zaken bezig was. Hij werd warm onthaald.

Twee weken later was hij dood. Aangereden door een dronken automobilist, terwijl hij dichtbij huis een ommetje fietste.
Zo kan het gaan.
Het kan ook gebeuren in je leven dat je land bezet raakt of dat je gedeporteerd wordt. Dat gebeurde in WO!! en het gebeurt nu. Onder onze neuzen.
Zo kan het gaan.

Met Harry gedenk ik alle mensen die dat zomaar overkomt of overkomen is.
Het ongelooflijke komt op je pad. Een gewelddadige dood.

Huizen en hun geschiedenis

Keizerlijke rust en koninklijke chaos
Als ik op deze Koningsdag vroeg de hond uitlaat staat er een man een podium te bouwen tegenover het oude huis aan de gracht. In alle rust.
Even later krijg ik een appje van de lieve voorbuurman. “De buren twee huizen verderop geven een feestje. Tweehonderd man uitgenodigd. En een DJ, jullie zijn gewaarschuwd”..

De Geliefde en ik maken een rondje met de hond. Kinderen met spelletjes. De bekende stapels oude kleren. Bij de gedistingeerdere adressen hangt de koopwaar op rekken. Het is al dringen geblazen. De mooie blauwe laarsjes van de vierkante voetenwinkel zijn nu al uitverkocht in de gangbare maten.

Het kan me amper bekoren. En dat is atypisch voor mij, die toch graag snuffelt en scharrelt.. Komt het door de vele kringloopwinkels die ik het laatste half jaar in het Hoge Noorden heb bezocht? Ben ik blasé geworden?
Als we terugkeren is de brug over de Prinsengracht al niet meer te nemen. In de Herenstraat kan je over de hoofden lopen.
Een zigzaggend door de chaos fietsende ubereats rondbrenger hoor ik in een Slavische taal huilen in zijn mobiel: Poetin, Poetin… Dit klinkt weinig feestelijk. Een oude dames zit op een kleedje achter een stapeltje te verkopen CD’s. Ze wordt onder de voet gelopen. Ook niet leuk.
We weten het weer. Wij gaan naar huis.

Thuis gaan we schoonmaken. Maar dan echt. Zoals we twee jaar geleden deden, aan het begin van de lockdown.. Maar toen waren de straten leeg. Dat kun je nu niet zeggen.
Ik haal alle meubels van hun plek. En vindt een dode merel waar de bank eerst stond.. De vader van het nestje in de heg. Treurig bedenken we dat het heen en weer gevlieg inderdaad al een paar dagen ontbroken heeft. Wat zou moeder merel doen, nu in haar eentje? Stilletjes gedenken we de merel, onder de blauwe regen die zo haar best doet in deze oase van rust, onze tuin.
Ik krijg een berichtje dat elders in de stad een klein jongetje is geboren. Waarschijnlijk wel meerderen, maar van deze ken ik de trotse grootouders. Een Amsterdammertje erbij.
Een ander berichtje komt uit Nepal. Ons kind heeft Basecamp Mount Everest bereikt, op 5364 meter hoogte. Een foto van een ander kind op weg naar Slovenie, voor een huwelijk. Een ander kind zit op een boot, ergens in een Amsterdamse gracht.
Het lieve nichtje stuurt foto’s uit het echte Hoge Noorden. In gedachte ben ik bij hen allemaal.

Het andere Damesmeisje kan tevreden zijn. Thuis zijn, huis en haard in orde maken, op de plaats rust nemen.
Ondertussen dwaalt het andere kunstmaatje, de ‘Best Friend” innig tevreden door de drukke stad en appt me haar scores. Eindelijk weer eens een Koningsdag in de geboortestad.

Als we aan het eind van de middag, tevreden na gedane arbeid, op de stoep willen gaan zitten voor een glaasje met de lieve voorburen, wacht ons een verrassing. Duizend dronken mensen op de stoep en blowend in de plantenbakken. Dito decibellen. Vertwijfeld keren we ons om en drinken het glaasje in de tuin. Bij de blauwe regen.

Wat een verademing.
Toch stemt het me treurig. Vervreemd in eigen stad. Waar is hier plek voor kinderen? Voor de kleine Amsterdammertjes? Hoe moet de hond lopen over een straat vol gebroken glas? Voor oudere mensen, zoals die dappere mevrouw met haar CD-tjes? Voor ons die ook wel op de stoep willen zitten.

Maar bij de blauwe regen is het goed.

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENI

 

Terwijl de lieve vriendin uit Bolsward en ik een video-overleg hebben met iemand van het Waddenfonds gaat mijn mobiel. Geen tijd, de materie is tè ingewikkeld, het gaat om geld voor de Terp, één ding tegelijk.  Na afloop praten we nog even telefonisch na over hoe we het vonden gaan en of er nog aktie nodig is. Weer vraagt mijn mobiel om aandacht, weer negeer ik het. Niet veel later check ik wie me belde: de voorzitter van Dorpsbelang. ‘Wat denk je wat’, valt ze vrolijk met de deur in huis, ‘we zijn genomineerd voor de Gouden Piramide’. Voor de tweede keer in mijn leven sta ik paf over hetzelfde onderwerp. Natuurlijk, we hadden De Terp fan de Takomst zelf aangemeld en ik wist ook dat in deze week de beslissing zou vallen. En toch was ik er niet op voorbereid, net als de vorige keer, in 2014,  toen De Nieuwe Ooster meedingde naar deze rijksprijs ‘voor inspirerend opdrachtgeverschap in de architectuur en gebiedsontwikkeling’. Juist vanwege toen dacht ik dat we dit keer geen kans maakten. Zo’n klein, bescheiden project, in zo’n klein dorp in het Nederlandse hoge noorden. Hoe kunnen we het ooit opnemen tegen al die grote architectenbureau’s en dure projectontwikkelaars? Maar De Nieuwe Ooster was destijds ook een buitenbeentje en won toch. Kennelijk houden ze daar wel van, daar bij de Gouden Piramide.

Niet veel later verschijnt het officiële persbericht. Er zijn 5 genomineerden, gekozen uit 36 aanmeldingen. Ons dorp moet het onder meer opnemen tegen de Stichting Nederlands Auschwitz Comité met het Nationaal Holocaust Namenmonument! Je zou er bijna bij stil vallen. Zo niet de jury. Die vindt dat met onze Terp en de omliggende kweldernatuur een spannende plek is ontstaan waar de werking van het getij zichtbaar en voelbaar is. Een referentie aan het verleden en tegelijk een appèl voor een toekomst waarin we weer moeten leren leven met het water. En ze zijn geïmponeerd door het feit dat het ons gelukt is om te bouwen in het natuurgebied van de Waddenzee, Unesco Wereld Erfgoed. Een prestatie op zich.

Waar een klein dorp groot in kan zijn! Op 31 mei komt de jury op bezoek. Het is middenin het broedseizoen, verboden gebied, maar in het bijzijn van iemand van natuurorganisatie It Fryske Gea mag het wèl. Nog 1,5 maand en het zindert al van de activiteiten hier. Want de ontvangst zal zijn als het dorp, letterlijk en figuurlijk down to earth. En dan is het wachten, tot 13 oktober. Dan gaan we naar Den Haag en horen we wie heeft gewonnen. Het is bijna niet voor te stellen dat de prijs naar onze kleine dorpsgemeenschap zal gaan, maar nu we zover gekomen zijn willen we wat de website van de Gouden Piramide belooft: die speciaal ontworpen trofee, die € 75.000 prijzengeld en vooral: eeuwige roem!

Zie ook:

Gouden Piramide – Klein

 

 

 

 

 

 

Huizen en hun geschiedenis

Erbarme Dich, ..ik had zo graag..
Ik had zo graag een blog willen schrijven over het Hooggeëerde bezoek aan het oude huis aan de gracht. Hoe de lieve vriendin van de kade haar wijze blikken en andere zintuigen door de kamers liet gaan. En over de lustrijke tuinen, ooit een zoetwater bassin waaruit de Brouwers om de hoek hun water haalden. Kan het zijn dat in dat moeras ooit kinderen verdronken zijn? Kan dat mijn dromen over in modder verzwolgen kinderen verklaren?

In de gangen ervaart de vriendin restanten van oorlogstrauma’s. Welke invloed heeft dat op latere bewoners? Een huis dat om aandacht schreeuwt en alsmaar niet op orde gebracht kan worden. Welke invloeden spreken hier?
Ik had er graag over geschreven. Net als over het bezoek van de geliefde broer aan het huis. Als altijd komen alle aspecten van het leven aan bod. Zo ook de invloed van de oorlog op onze familie, de gemaakte keuzes, de gevolgen.

Er waait een kille wind door het huis als we spreken over de wereld van nu. Over Raspoetin en de zijnen. Ik had willen schrijven over de ongelooflijke gedachte dat mijn vredelievende broer en ik de wapens hadden willen oppakken en korte metten maken met enkele dictators. Waar is de tijd van de opgespelde gebroken geweertjes gebleven? Ooit was ik lid van de PSP. en in dat gedachtengoed geloof ik nog steeds, min of meer.
Ik geloofde en wil nog steeds geloven in Merkel’s aanpak. De dialoog, in contact blijven. Ik had zo graag gewild dat het gewerkt had.
Ik had willen schrijven over datgene wat niet in woorden te vatten is, het slechte, het verschrikkelijke.

Maar mijn schrijfhand hield ermee op. Teveel naarheid? Peesontsteking, klaar uit. Niet meer mailen, noch appen. Spreekberichtjes dan maar. En toen sloeg er een geheimzinnige ziekte toe. Koorts, geen stem, hoesten.
In een klap ben ik twee jaar terug. Die eerste Pasen in Coronatijd.
Erbarme Dich

De berichten van naar adem happende COVID patiënten op de IC’s. In coma gebracht. De overlevingskansen schematisch in beeld. De angst, de paniek. Het einde van de wereld leek nabij.
Ik heb het benauwd, ik behoor tot de risicogroep qua leeftijd en ik ben alleen op de dijk.
Ik heb een huis aan een wonderschone dijk, ik heb een bloeiende pruimenboom in de tuin, ontluikende groentes in de kas en dartelende vogels om me heen.
En ‘zij’ daar, dichtbij en ooit toen, hebben dat allemaal niet. Erbarme Dich.

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

Het laat me niet los. De foto van de weerloze hand, de arm nog warm omhuld door een donkerblauwe mouw, vuil van de aarde waar de vingers zich misschien in hebben vastgegrepen. Twee van de zichtbare vingernagels doen zich gelden. Ze zijn vuurrood gelakt, lang en mooi van vorm. Waar was deze vrouw naar op weg, toen ze werd neergemaaid door bruut geweld? Wilde ze gewoon het gevoel blijven houden dat goed voor jezelf zorgen belangrijk is, ook al staat de wereld om je heen in brand? Was het misschien een vlammend protest tegen de barbaarsheid van een invallend buurleger, waar niemand om heeft gevraagd? Of snelde ze zich naar haar geliefde, die meevecht aan de andere kant, de kant van haar land, en wilde ze zich daar gewoon mooi voor maken?

We zullen het nooit weten.

De foto staat symbool voor alle vreselijke dingen die nu in de Oekraïne gebeuren. Maar voor mij gaat de foto ook over  mijn eigen machteloosheid. Ik zou haar hand willen beetpakken, de kou door wrijven willen verhelpen, haar vragen wat we kunnen doen om haar te helpen. Maar ze is dood, haar leven is in een enkel moment door iemand anders beëindigd. Volkomen zinloos.

Je weet dat dingen zo kunnen gaan, maar soms grijpt de werkelijkheid hard naar de keel. De meeste mensen deugen, schreef Rutger Bregman, een mening die ik altijd onderschreef. Vandaag heb ik grote twijfels.

 

Huizen en hun geschiedenis

Winterwonderland
Terwijl het Andere Damesmeisje en ik in een warme kas dromen over meer planten in onze huiskamers, gebeurt er in de nabije koude buitenwereld iets anders. Sneeuwstorm. Met enige moeite bereiken we ieder de warme stal in het Verre Noorden. Dik ingepakt in winteroutfit red ik mijn nieuw aangeplante lievelingen, zo goed als het kan. Marie draaft dol van vreugde door de stuifsneeuw. Gaan we nu eindelijk op pad? Nee. We gaan nergens heen.
We leven uit de vriezer en pakken ons met dekens in op de bank.
Ik denk terug over de dag. Een gesprek met een zuid Hollandse hulpverleningsorganisatie over werkdruk, post Corona tijdperk. Het heilige vuur is uit de strijd, de vermoeidheid volgt. Het zijn universele wetten, ook nu aan de orde. Hoe lang kan je paraat staan, op je post, alsmaar door?
Een intakegesprek met takecarebnb, waar ik ons heb aangemeld voor eerste opvang van ontheemden, vluchtelingen, zeg maar. “Alleen Oekraïners of breder dan hen”, is een van de eerste vragen. Natuurlijk breder, natuurlijk voor iedereen die door geweld dakloos, thuisloos is geraakt.

Natuurlijk. Het is snel gezegd, snel gewild, dat dit is wat je wil. Het is een interessante grens. Ik stel mijn huis nu open voor iedereen die door geweld huis en haard heeft moeten verlaten? En dus niet alleen voor diegenen waarmee ik me makkelijk kan identificeren? De Oekraïners hebben dat in hun voordeel. Zoals eerder de Bosniërs. Vertel mij wat.
En wat heel veel vroeger, na Wo1, de Belgen ook hadden.

Vertel mij wat. Zonder WO1 had ik niet bestaan. Mijn arme oma liep vanuit haar Antwerpse café naar Haarlem, waar ze mijn opa ontmoette. Ik bedoel maar.

We komen in aanmerking voor een uitgebreidere procedure. Tijd en gelegenheid om over zaken na te denken. Hoeveel heb je over voor je medemens. Hoeveel mag compassie kosten? Volgens een goed Boedhistisch principe niet meer dan je echt kan en wil geven. Anders geef je negatief karma. Uitkijken dus.
Ik kijk uit over de sneeuw. Weather for thought.

huizen en hun geschiedenis

Magnolia
Vandaag 32 jaar geleden kondigde de geboorte van ons eerste kindje zich aan. Vanuit mijn slaapkamerraam zag ik die ochtend de magnolia in volle bloei staan, de knoppen helemaal open. Als een voorbode.
Ik zou die dag nog op de fiets boodschappen gaan doen. En nog 100 andere dingen, om het nestje in orde te maken. Ze zou de volgende dag, rond de middag ter wereld komen.
Het voelde kwetsbaar, zo op de fiets, herinner ik me. Alsof ze, bijna buiten mij, voor t eerst aan de buitenwereld blootgesteld werd. En die wereld voelde hard en lawaaierig aan. Auto’s, vliegtuigen, machines. Eigenlijk de gewone alledaagse dingen in een stad.

Ik zag vandaag een foto in de krant. Van een jonge moeder die met haar pas geboren baby op de vlucht sloeg. Voorzichtig droeg ze het kindje door de vernietigde stad, op zoek naar een uitweg. Elk moment kon ze beschoten worden.
Ik moet huilen om haar, en om al die andere moeders met hun kinderen. En soms nemen die dappere vrouwen ook nog andere kinderen mee. Verweesde kinderen, verlaten en kwijtgeraakte kinderen.

Na de geboorte van ons kindje verbleef ik nog lang in de veilige omgeving onder de magnoliaboom. Beschermd, vertrouwd, knus. Het duurde ongeveer vier maanden voordat ik weer naar buiten trad, de wereld in.
Hoe moet het zijn je kind ter wereld te brengen terwijl de bommen om je heen vallen. “You can’t stop a baby being born” zingt Joanie Mitchel. De natuur gaat door, no matter what.
Ik denk aan de Afghaanse en Syrische vrouwen met hun kinderen. En de vrouwen uit Afrika, die de zee trotseren met kinderen en al. In Ter Apel moeten ze slapen in een stoel. Of in een illegaal opgezette tent. Nergens een plek in de toch al niet zo comfortabele herberg. Nergens welkom. De ‘niggers ’ onder de vluchtelingen.
Waar staat hun magnolia boom. Waar hebben ze die achter moeten laten. Hoe moet het met de wereld zonder je eigen veilige boom?

Huizen en hun geschiedenis

Food for thought
Mijn lieve nichtje komt eten en ik spoed me in de lunchpauze naar de Westerstraat voor de blauwe of de gele supermarkt, bizar genoeg de kleuren van de Oekraïense vlag.

Ik ga focaccia maken. Italiaans brood van fijn meel gebakken met zoutvlokken en kruiden.
Als ik alle ingrediënten voor de maaltijd in mijn mandje verzameld heb bedenk ik dat ik meel nodig heb. Een groot leeg gat van drie vakken breed staart mij aan. Ongelovig zoek ik verder. Heb ik niet goed gekeken?
Dan zie ik een verfrommeld handgeschreven bordje liggen: Max 2 pakken per persoon.
Nog dringt de kwestie niet tot me door. Pas als ik hoor dat ook de blauwe supermarkt lege schappen heeft, realiseer ik me, er wordt gehamsterd. Sinds de Oekraïne ontdekt is in haar hoedanigheid als ‘onze ‘graanschuur’, sloeg de angst kennelijk toe.
Er is ook geen slaolie meer verkrijgbaar, krijg ik te horen. En het brood wordt extreem kostbaar.
Ik besluit op de dure afdeling biologisch spelt meel te kiezen, dat is immers nog verkrijgbaar. Daar zitten ook geen gluten in, mooi meegenomen.

We eten een voor onze maatstaven karig maal, t nichtje en ik. De focaccia lijkt meer op een heel erg bruine boterham. maar dan warm. In oorlogstijd zouden onze ouders er blij mee geweest zijn.
Zoals vaker belanden we in ons gesprek bij onze door de oorlog geteisterde en aangeslagen familie. Een NSB voorvader, Jappenkamp trauma’s, werkkamp- en Berlijnse belegerings-gruwelen. En een grote mate van onverdraagzaamheid onderling.

Heel dichtbij is het opnieuw oorlog.
“Het is erger dan het worstcase scenario”, de woorden van Teija Tillikainen, directeur van het Europees centrum voor hybride bedreigingen in Helsinki, vandaag in t NRC.”En het is voor iedereen duidelijk: dit is een grote schending van alle internationale afspraken die er bestaan. Daarom is dit zo’n keerpunt. De schellen vallen ons van de ogen. Europa zal niet meer dezelfde zijn”.

De maaltijd zal vaker karig zijn.

Voor E. Een leven lang in gesprek

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

De overkapte aanhangwagen schommelt hevig heen en weer over de onregelmatige ondergrond. Wij, een aantal volwassenen en kinderen, zitten ongemakkelijk op smalle houten banken tegenover elkaar. Door de grote ramen rondom is een volmaakt uitzicht op het buitendijks gebied, de zon zet een deel in een goudgele gloed. Dan stopt de tractor die het geheel trekt voor een metalen hek. De boer/bestuurder stapt uit, opent het hek, stapt weer in en rijdt door het hek. Om vervolgens weer te stoppen, uit te stappen, het hek weer achter zich dicht te doen. Dat alles gebeurt nog zo’n drie keer, onder belangstellend en grinnikend toezicht vanuit   de aanhangwagen. Ondertussen, al rijdend, vertelt de bestuurder ons vanaf de tractor via een ingenieuze intercominstallatie over de geschiedenis van het gebied. Half in het Fries, dat wel, maar we begrijpen allemaal wat ie bedoelt. Aangekomen bij een oude verlaten bunker moeten we eruit. Lachend haalt de bestuurder een grote fles kruidenbitter tevoorschijn en laat kleine glaasjes rondgaan. Als we terugrijden, hekken open, hekken dicht, stijgt de stemming naar een hoogtepunt. Zelden hadden we zo’n genoeglijke middag.

Voorbije glorie. De eigenzinnige tractorbestuurder is met pensioen en heeft zijn nering verkocht. Ik moet aan hem denken terwijl ik luister naar een goedgebekte Rotterdamse, die een bevriend echtpaar toespreekt bij de opening van de nieuwe nering: Kunstwerf Het Lage Noorden.  Net als het andere Damesmeisje, en daarvoor De Gewone jongen en ik, voelden en zagen man en vrouw twee jaar geleden de magie van het gebied, het bijzondere licht, de verstilde sfeer, de vergezichten, de zwermen vogels. Ze waagden de sprong en met weinig middelen maakten ze een uiterst smaakvolle en inspirerende plek, ‘waar je je als kunstenaar terug kan trekken voor onderzoek, verdieping en experiment’.

Het afschuwelijke gebeuren met die megalomane mensenhater is even heel ver weg, als het andere Damesmeisje en ik ons voorstellen hoe het zou zijn als deze fantastische plek van ons zou zijn. Wat zouden we niet allemaal kunnen bedenken en doen. Die grote tentoonstellingsruimte vraagt om een caravan, vinden we. En we zouden allebei wel in een van die idyllische schrijfhutten willen bivakkeren. Maar what the heck, we hebben allebei zelf allang zo’n mooie plek! Alleen die prachtige logeerkamers hier, en dat gezellige uitnodigende restaurant, wie wil hier nou niet een keer verblijven? Ga dus voor een goeie overnachtingsplek naar Het Lage Noorden in Marrum. En vergeet niet even de kleine schaapskudde aan te roepen, zij houden wél van mensen.

Huizen en hun geschiedenis

Klus
Terwijl de nieuwe Raspoetin zijn gruwelijke klus probeert te klaren, niet goedschiks dan maar kwaadschiks, neemt iets dichterbij de familie van onze lieve vriendin afscheid van een dierbare zus, geliefde, moeder en oma. Te jong, te onmisbaar.
Wat een klus..
Nog dichterbij zie ik hoe zwaar de klus is te leren leven met verminderde vitaliteit.
Vroeger of later krijgen we er allemaal mee te maken: afscheid nemen.

Ondertussen schijnt de zon en bruist t van positieve energie op de dijk.
Emmers water en zemen worden buiten gezet en ramen bevrijdt van Saharazand. Ook ik sta onwennig op mijn keukentrapje. Naast mij peutert de lieve buurvrouw onkruid en modder tussen de straatstenen vandaan, op haar gemakje gezeten op het warme wegdek. Vrolijke geluiden klinken vanaf hun dak: lieve buurman klautert met de verfpot rond.

De schilder en ik vermoeden achter de verweerde dakplaten een nieuwe schat. Eensgezind wrikken we beschimmeld materiaal weg. Nog een hele klus. Opnieuw onthult zich een beeldschoon plafond, van donkerrode planken dit keer.
Daar gaan we weer, denk ik.
De Geliefde herstelt de verloren gewaande verlichting van het achterhuisje. Hotelschakeling, nieuw stopcontact. Nog een hele klus.Ik ben blij en trots.

Onbeholpen werk ik aan mijn moestuin, de eerste van mijn leven. Gesitueerd tussen de bomen van mijn eerste boomgaard-in-wording en bestaand uit aan elkaar geknoopte aardappelkistjes.
Dan landt er naast mij een vlinder. De eerst die ik zie dit jaar. Onhandig komt zij neer op de bloemen. Met enige moeite hervindt zij haar evenwicht. Alsof dit haar eerste landing is als vlinder.
Dan wrijft zij zich in de voorpoten. Of zijn het voelsprieten. Alsof ze wil zeggen: “zo, de eerste klus van mijn leven heb ik geklaard”.

Leven en doodgaan, het blijft een hele klus.

Voor M

Huizen en hun geschiedenis

Haute Couture en oorlog
Terwijl op drie reisdagen afstand Odessa haar historie verpakt in zandzakken en de bevolking zich schrap zet voor een aanval, laat ik mijn familie achter op een terrasje in de namiddagzon en laat me verleiden door een elegante uitstalling van de kleur blauw. Dit alles tegen het decor van de plaatselijke hoofdstad. Hier is iedereen onbekommerd op deze gevoelsmatig eerste lentedag
We hebben er een heerlijk weekend tuinieren, klussen, kletsen en doorpraten opzitten. Geluk en pijn, ontluikende bloemen en mest, het is allemaal voorbijgekomen.

Ik stap een onbekende winkel binnen, aangetrokken door al dat blauw. Voordat ik het weet ben ik in gesprek met de ontwerpster en naamgeefster van deze zaak. Prachtige ontwerpen, sprankelende kleuren. Uitgevoerd in gerecyclede stoffen. Alls duurzaam wat de klok slaat. Als ik letterlijk in mijn hemdje sta, trekt de ontwerpster haar jasje uit en doet het mij aan. Ze sleept andere jasjes, vesten en pakken erbij. Het een na het ander trek ik aan. “Mijn Haute Couture collectie van de afgelopen decennia staat normaal boven”, zegt ze. “Maar ik ben een grote show in het VK aan t voorbereiden. Een antieke autorace”.
Op dat moment stapt haar topmodel, die deze show zal ‘lopen’ binnen. Een beeldschone.. jongen.

De ontwerpster vraagt me naar mijn leven. Alsof dat helemaal gewoon is, als je aan het winkelen bent. Kunstenaar? Ook bezig met kleuren? Dat kan ik beamen. Ik onthul mijn Damesmeisjes identiteit. Ze is vol aandacht. En waar ik woon? Op de OBD.
Verbeeld ik het me, of vullen haar sterk opgemaakte ogen zich met tranen. Oh jee, zegt ze. Daar ben ik opgegroeid en dat was niet leuk. Dat was oorlog. Ik ben er nooit meer teruggeweest. De boeren kwamen mijn vader zeggen dat ik een pak rammel nodig had. Ik werd altijd gepest.
Haar misdaad? ‘Anders-zijn’. Ze droeg laarzen in twee kleuren, ze klom in bomen, ze was geen standaard meisje. En dat kon niet in die omgeving. Gebroken moest ze worden. Al jong vluchtte ze naar Amsterdam en daarna reisde ze, voor de kledingindustrie, de wereld over. Alle goedkope modemerken kent ze vanuit de fabriek. En dat is erg. Heel erg, verzucht ze. Het gif loopt zo de sloot in, mensen krijgen amper betaalt.Nog steeds. We weten het inmiddels allemaal.
“Ik besloot het anders te gaan doen”. Zo gezegd, zo gedaan. Daar staat ze nu. Met betraande ogen in een schitterende winkel, waar vrolijke mensen, allemaal wel een tikje ‘ anders’ binnen stappen.
Als ik het jasje en het prachtig blauwe hemdje dat ik meteen maar aan houdt, afreken, legt ze een grijze shawl van gerecycled wol over mijn schouders. Voor als je het straks koud krijgt, met je familie op het terrasje, zegt ze lachend.
Wat een vrouw, wat een levensverhaal.
Als ik later de bijgevoegde foto uit Odessa zie, moet ik aan haar denken. Oorlog en Haute Couture.

Huizen en hun geschiedenis

“Jij mag geen belangstelling hebben voor oorlog, oorlog heeft wel belangstelling voor jou”. Caroline de Gruyter, citeert Leon Trotsky.
De wijze teksten van deze NRC columnist vallen nu in een geheel andere context. Wat waren we naïef en in slaap gesukkeld. Oorlog leek een ver weg fenomeen waarmee we niet in aanraking wilden komen, ook liever geen getuigen daarvan in eigen land toelaten. Wat je niet ziet, is er niet.
De Geliefde las vorig jaar De Gruyter’s boek “Beter zal t niet worden” en herlas t deze week in een geheel andere mindset.
De oorlog is overal. In de vorm van angst en in schuldgevoel. De Oekraïne vecht immers onze oorlog en smeekt om steun, met name om een no-fly zone die ‘wij’, niet kunnen bieden.
De oorlog is in de kleine berichtjes. Ik lees over de Soldatenmoeders. Moedige Russinnen die speurwerk doen naar gesneuvelde zonen en vaders. Vaak anoniem achtergebleven, soms ook, schijnt t, bewust verdonkeremaand om geen vervelende berichten naar het Russische publiek te hoeven geven. Berichten over naar huis in Rusland, bellende 18 jarigen die ontheemd en overweldigd niet weten wat ze daar in de Oekraïne in hun soldatenoutfit moeten doen.
De oorlog is op de snelweg tussen het zuidelijke wad en het noordelijke waar, valt me nu op, veel Poolse vrachtauto’s rijden. Sommigen met duidelijke teksten achterop hun wagens geschreven. Ik begrijp ook dat ze dikwijls hulpgoederen mee terug nemen. We zijn nu allemaal dol op de Polen, niemand maakt meer grapjes. De oorlog zit in onze Europese solidariteit.
De oorlog is ook in de drie daagse retreat die ik aan de noordelijke dijk volg, gezeten in mijn door de buurman gemaakte meditatiebox. Een mede Dharma student met Oekraïense hartsverbindingen raakt in paniek. Hij probeert, in een poging tot Bodhicitta, het goede in Poetin te vinden en activeert daarmee verschrikkelijke herinneringen en beelden.
Buiten zie ik een zonovergoten landschap, met dartelende vogels, ontwakende takken en een vrolijke hond.
Ik schuil voor de oorlog.