Huizen en hun geschiedenis

Little big idea
Het is 10 mei. De droogte houdt al weken aan en het is ruim 25 graden C.
De Geliefde en ik fietsen door zomers land. Het altijd groene Normandie heeft een zweem Mediterraans over zich. Gerijpte halmen in warm-gekleurde akkers, stoffige paden. Velden met hoog geel-grijs gras en ontelbare bloemen, hoog fluitenkruid afgewisseld met paarse, gele en oranje bloemen in de bermen. Vergezichten van wit geel zand en een lichtblauwe zee daarachter.
Moeiteloos peddel ik door de landerijen. En met elke getrapte meter laat ik een lading input, stress en vermoeidheid achter me. Weken van griep, covid en na-ijlende moeheid. Weken van pre-tentoonstellingsdrukte en stress glijden van me af. Alle indrukken van de afgelopen weken en dagen gaan nogmaals door me heen. De voorbereidingen met de lieve ‘Best Friend’, alle enthousiaste reacties en tenslotte de verkoop van een van onze geliefde doeken. De vreugde van het succes, maar ook de pijn van het loslaten. En tenslotte de ervaring van het letterlijke ‘uit handen geven’ en weten dat het okay is.
Alles laat ik achter terwijl de pedalen rondgaan en ik voortglijd door het te vroeg zomerse land.
Het is heerlijk maar het is niet pluis. Het klopt niet dat ik in een mouwloos shirt en korte broek rondrijd, ingesmeerd met factor 50, in deze tijd van het jaar. Het klopt niet dat de zeeklei wit kleurt. Die hoort immers zwart te zijn en vet glinsterend. Net als in die verre noordelijke kuststrook, het geliefde Bildt. Ook daar klopt het niet. Te droog, te warm.

Mijn hoofd is bij het onderhanden boek.”Gods, wasps and stranglers. the secret history and redemptive future of fig trees”, geschreven door Mike Shanahan, regenwoud ecoloog.
Ik zoek vijgenbomen in het landschap. Her en der herken ik de leerachtige, sterk ingesneden bladeren hoog uitstekend boven muren en schuttingen. Niet veel maar hoopgevend genoeg.
Al 80 miljoen jaren oud is deze soort en sindsdien voedt en beschermt ze vele diersoorten waaronder de voorouders van de ons, mensen. Na natuurrampen als de meteorietinslag die de dino’s uitroeide en vele andere soorten met hen, was het de vijg die als eerste weer opbloeide en zorgde voor voedsel en ‘licht’ in de duisternis. Ook na vulkaanuitbarstingen als van de Krakatau was het de vijg die verscheen en een nieuwe cyclus van leven in gang zette.

Als ik het goed begrijp is de vijg terug te vinden in alle beschavingen en culturen als een bijzondere boom, die vereerd werd en gekoesterd als voedingsbron voor mens en dier, als medicijn tegen vele kwalen en van een grote religieuze betekenis. De Boddhi tree waaronder de Boeddha verlicht werd, was immers een vijgenboom. En wat dacht je van de ‘Sycamore tree’?
Nobelprijs winnares voor de vrede in 2004, de Keniaanse Wangari Maathai, die haar jeugd onder een gigantische vijgenboom doorbracht, kwam als eerste op ‘the little big idea’: plant overal vijgenbomen. Ze stekken makkelijk en groeien praktisch overal. Ze houden vocht vast en gaan erosie tegen, ze bevorderen de diversiteit, trekken vogels en andere dieren aan. Door haar inspanningen in de strijd om de onafhankelijkheid wordt de vijg een vredessymbool.
Sinds haar succes met herbebossing voor arme boeren wordt de vijg ingezet op plekken waar bossen verdwenen zijn, waar slechts onkruid groeit, of zelfs dat niet meer.
De vijg is oeroud, en veerkrachtig & leven-ondersteunend. Zijn wij dat als piepjonge, en al te ‘succesvolle’ soort ook?
Dat is maar de vraag.

De vijg in mijn Normandische tuin heeft vele takken waar ik nog net bij kan met mijn snoeischaar. Ik deel ze uit, stek ze en plant ze waar ik maar kan.
Het andere Damesmeisje krijgt de eerste. Wie volgt?

Huizen en hun geschiedenis

Zo kan het gaan

Vier mei 20u.
Op een enkele auto na heerst er stilte op de dijk.
Geluidloos glijden trekvogels over en de paarden in de verte maken het tafereel alleen nog maar indrukwekkender.
Vanmorgen las ik in de VK een column van Frank Heinen die me trof.
Gedenken, hoe doe je dat? Over het Auschwitz Memorial, Primo Levi en zijn terugkeer naar de hel. Over struikelstenen in het trottoir. Over het gedenken van tenminste een mens.

Ik moet denken aan mijn eerste ervaring met de dood.
Op onze huidige expo in het Amsterdamse hangt een doek dat mijn jeugdvriendin Rennie en ik recentelijk schilderden over de dood van onze schoolvriend Harrie. Hij was achttien jaar, net als wij..
Ik herinner me het telefoontje dat het bericht van zijn dood bracht. De stilte. Het geluid van een lepeltje dat alsmaar door een kopje geroerd wordt. De ontsteltenis.
Harrie. Een in de ogen van zijn klasgenoten te weinig jongensachtige jongen die onze vriend werd. Onhandig, bijdehand en verlegen tegelijk. Altijd in een keurig gestreken blauw overhemd dat hem het koosnaampje ‘’blauw bloesje’ bezorgde. Prive, voor Rennie en mij.
Waarover spraken we? Wat deelden we uit? Ik weet het niet meer. Alleen de sfeer van vertrouwelijkheid en gelijkgestemdheid is me bij gebleven.
Het was dan ook heel vanzelfsprekend dat Harry langs fietste, toen ik met mijn familie in Oostenrijk vakantie hield. Hij was op zijn stadsfiets naar Turkije geweest en op de terugweg deed hij Voralberg aan, waar ik met heel andere zaken bezig was. Hij werd warm onthaald.

Twee weken later was hij dood. Aangereden door een dronken automobilist, terwijl hij dichtbij huis een ommetje fietste.
Zo kan het gaan.
Het kan ook gebeuren in je leven dat je land bezet raakt of dat je gedeporteerd wordt. Dat gebeurde in WO!! en het gebeurt nu. Onder onze neuzen.
Zo kan het gaan.

Met Harry gedenk ik alle mensen die dat zomaar overkomt of overkomen is.
Het ongelooflijke komt op je pad. Een gewelddadige dood.

Huizen en hun geschiedenis

Keizerlijke rust en koninklijke chaos
Als ik op deze Koningsdag vroeg de hond uitlaat staat er een man een podium te bouwen tegenover het oude huis aan de gracht. In alle rust.
Even later krijg ik een appje van de lieve voorbuurman. “De buren twee huizen verderop geven een feestje. Tweehonderd man uitgenodigd. En een DJ, jullie zijn gewaarschuwd”..

De Geliefde en ik maken een rondje met de hond. Kinderen met spelletjes. De bekende stapels oude kleren. Bij de gedistingeerdere adressen hangt de koopwaar op rekken. Het is al dringen geblazen. De mooie blauwe laarsjes van de vierkante voetenwinkel zijn nu al uitverkocht in de gangbare maten.

Het kan me amper bekoren. En dat is atypisch voor mij, die toch graag snuffelt en scharrelt.. Komt het door de vele kringloopwinkels die ik het laatste half jaar in het Hoge Noorden heb bezocht? Ben ik blasé geworden?
Als we terugkeren is de brug over de Prinsengracht al niet meer te nemen. In de Herenstraat kan je over de hoofden lopen.
Een zigzaggend door de chaos fietsende ubereats rondbrenger hoor ik in een Slavische taal huilen in zijn mobiel: Poetin, Poetin… Dit klinkt weinig feestelijk. Een oude dames zit op een kleedje achter een stapeltje te verkopen CD’s. Ze wordt onder de voet gelopen. Ook niet leuk.
We weten het weer. Wij gaan naar huis.

Thuis gaan we schoonmaken. Maar dan echt. Zoals we twee jaar geleden deden, aan het begin van de lockdown.. Maar toen waren de straten leeg. Dat kun je nu niet zeggen.
Ik haal alle meubels van hun plek. En vindt een dode merel waar de bank eerst stond.. De vader van het nestje in de heg. Treurig bedenken we dat het heen en weer gevlieg inderdaad al een paar dagen ontbroken heeft. Wat zou moeder merel doen, nu in haar eentje? Stilletjes gedenken we de merel, onder de blauwe regen die zo haar best doet in deze oase van rust, onze tuin.
Ik krijg een berichtje dat elders in de stad een klein jongetje is geboren. Waarschijnlijk wel meerderen, maar van deze ken ik de trotse grootouders. Een Amsterdammertje erbij.
Een ander berichtje komt uit Nepal. Ons kind heeft Basecamp Mount Everest bereikt, op 5364 meter hoogte. Een foto van een ander kind op weg naar Slovenie, voor een huwelijk. Een ander kind zit op een boot, ergens in een Amsterdamse gracht.
Het lieve nichtje stuurt foto’s uit het echte Hoge Noorden. In gedachte ben ik bij hen allemaal.

Het andere Damesmeisje kan tevreden zijn. Thuis zijn, huis en haard in orde maken, op de plaats rust nemen.
Ondertussen dwaalt het andere kunstmaatje, de ‘Best Friend” innig tevreden door de drukke stad en appt me haar scores. Eindelijk weer eens een Koningsdag in de geboortestad.

Als we aan het eind van de middag, tevreden na gedane arbeid, op de stoep willen gaan zitten voor een glaasje met de lieve voorburen, wacht ons een verrassing. Duizend dronken mensen op de stoep en blowend in de plantenbakken. Dito decibellen. Vertwijfeld keren we ons om en drinken het glaasje in de tuin. Bij de blauwe regen.

Wat een verademing.
Toch stemt het me treurig. Vervreemd in eigen stad. Waar is hier plek voor kinderen? Voor de kleine Amsterdammertjes? Hoe moet de hond lopen over een straat vol gebroken glas? Voor oudere mensen, zoals die dappere mevrouw met haar CD-tjes? Voor ons die ook wel op de stoep willen zitten.

Maar bij de blauwe regen is het goed.

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENI

 

Terwijl de lieve vriendin uit Bolsward en ik een video-overleg hebben met iemand van het Waddenfonds gaat mijn mobiel. Geen tijd, de materie is tè ingewikkeld, het gaat om geld voor de Terp, één ding tegelijk.  Na afloop praten we nog even telefonisch na over hoe we het vonden gaan en of er nog aktie nodig is. Weer vraagt mijn mobiel om aandacht, weer negeer ik het. Niet veel later check ik wie me belde: de voorzitter van Dorpsbelang. ‘Wat denk je wat’, valt ze vrolijk met de deur in huis, ‘we zijn genomineerd voor de Gouden Piramide’. Voor de tweede keer in mijn leven sta ik paf over hetzelfde onderwerp. Natuurlijk, we hadden De Terp fan de Takomst zelf aangemeld en ik wist ook dat in deze week de beslissing zou vallen. En toch was ik er niet op voorbereid, net als de vorige keer, in 2014,  toen De Nieuwe Ooster meedingde naar deze rijksprijs ‘voor inspirerend opdrachtgeverschap in de architectuur en gebiedsontwikkeling’. Juist vanwege toen dacht ik dat we dit keer geen kans maakten. Zo’n klein, bescheiden project, in zo’n klein dorp in het Nederlandse hoge noorden. Hoe kunnen we het ooit opnemen tegen al die grote architectenbureau’s en dure projectontwikkelaars? Maar De Nieuwe Ooster was destijds ook een buitenbeentje en won toch. Kennelijk houden ze daar wel van, daar bij de Gouden Piramide.

Niet veel later verschijnt het officiële persbericht. Er zijn 5 genomineerden, gekozen uit 36 aanmeldingen. Ons dorp moet het onder meer opnemen tegen de Stichting Nederlands Auschwitz Comité met het Nationaal Holocaust Namenmonument! Je zou er bijna bij stil vallen. Zo niet de jury. Die vindt dat met onze Terp en de omliggende kweldernatuur een spannende plek is ontstaan waar de werking van het getij zichtbaar en voelbaar is. Een referentie aan het verleden en tegelijk een appèl voor een toekomst waarin we weer moeten leren leven met het water. En ze zijn geïmponeerd door het feit dat het ons gelukt is om te bouwen in het natuurgebied van de Waddenzee, Unesco Wereld Erfgoed. Een prestatie op zich.

Waar een klein dorp groot in kan zijn! Op 31 mei komt de jury op bezoek. Het is middenin het broedseizoen, verboden gebied, maar in het bijzijn van iemand van natuurorganisatie It Fryske Gea mag het wèl. Nog 1,5 maand en het zindert al van de activiteiten hier. Want de ontvangst zal zijn als het dorp, letterlijk en figuurlijk down to earth. En dan is het wachten, tot 13 oktober. Dan gaan we naar Den Haag en horen we wie heeft gewonnen. Het is bijna niet voor te stellen dat de prijs naar onze kleine dorpsgemeenschap zal gaan, maar nu we zover gekomen zijn willen we wat de website van de Gouden Piramide belooft: die speciaal ontworpen trofee, die € 75.000 prijzengeld en vooral: eeuwige roem!

Zie ook:

Gouden Piramide – Klein

 

 

 

 

 

 

Huizen en hun geschiedenis

Erbarme Dich, ..ik had zo graag..
Ik had zo graag een blog willen schrijven over het Hooggeëerde bezoek aan het oude huis aan de gracht. Hoe de lieve vriendin van de kade haar wijze blikken en andere zintuigen door de kamers liet gaan. En over de lustrijke tuinen, ooit een zoetwater bassin waaruit de Brouwers om de hoek hun water haalden. Kan het zijn dat in dat moeras ooit kinderen verdronken zijn? Kan dat mijn dromen over in modder verzwolgen kinderen verklaren?

In de gangen ervaart de vriendin restanten van oorlogstrauma’s. Welke invloed heeft dat op latere bewoners? Een huis dat om aandacht schreeuwt en alsmaar niet op orde gebracht kan worden. Welke invloeden spreken hier?
Ik had er graag over geschreven. Net als over het bezoek van de geliefde broer aan het huis. Als altijd komen alle aspecten van het leven aan bod. Zo ook de invloed van de oorlog op onze familie, de gemaakte keuzes, de gevolgen.

Er waait een kille wind door het huis als we spreken over de wereld van nu. Over Raspoetin en de zijnen. Ik had willen schrijven over de ongelooflijke gedachte dat mijn vredelievende broer en ik de wapens hadden willen oppakken en korte metten maken met enkele dictators. Waar is de tijd van de opgespelde gebroken geweertjes gebleven? Ooit was ik lid van de PSP. en in dat gedachtengoed geloof ik nog steeds, min of meer.
Ik geloofde en wil nog steeds geloven in Merkel’s aanpak. De dialoog, in contact blijven. Ik had zo graag gewild dat het gewerkt had.
Ik had willen schrijven over datgene wat niet in woorden te vatten is, het slechte, het verschrikkelijke.

Maar mijn schrijfhand hield ermee op. Teveel naarheid? Peesontsteking, klaar uit. Niet meer mailen, noch appen. Spreekberichtjes dan maar. En toen sloeg er een geheimzinnige ziekte toe. Koorts, geen stem, hoesten.
In een klap ben ik twee jaar terug. Die eerste Pasen in Coronatijd.
Erbarme Dich

De berichten van naar adem happende COVID patiënten op de IC’s. In coma gebracht. De overlevingskansen schematisch in beeld. De angst, de paniek. Het einde van de wereld leek nabij.
Ik heb het benauwd, ik behoor tot de risicogroep qua leeftijd en ik ben alleen op de dijk.
Ik heb een huis aan een wonderschone dijk, ik heb een bloeiende pruimenboom in de tuin, ontluikende groentes in de kas en dartelende vogels om me heen.
En ‘zij’ daar, dichtbij en ooit toen, hebben dat allemaal niet. Erbarme Dich.

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

Het laat me niet los. De foto van de weerloze hand, de arm nog warm omhuld door een donkerblauwe mouw, vuil van de aarde waar de vingers zich misschien in hebben vastgegrepen. Twee van de zichtbare vingernagels doen zich gelden. Ze zijn vuurrood gelakt, lang en mooi van vorm. Waar was deze vrouw naar op weg, toen ze werd neergemaaid door bruut geweld? Wilde ze gewoon het gevoel blijven houden dat goed voor jezelf zorgen belangrijk is, ook al staat de wereld om je heen in brand? Was het misschien een vlammend protest tegen de barbaarsheid van een invallend buurleger, waar niemand om heeft gevraagd? Of snelde ze zich naar haar geliefde, die meevecht aan de andere kant, de kant van haar land, en wilde ze zich daar gewoon mooi voor maken?

We zullen het nooit weten.

De foto staat symbool voor alle vreselijke dingen die nu in de Oekraïne gebeuren. Maar voor mij gaat de foto ook over  mijn eigen machteloosheid. Ik zou haar hand willen beetpakken, de kou door wrijven willen verhelpen, haar vragen wat we kunnen doen om haar te helpen. Maar ze is dood, haar leven is in een enkel moment door iemand anders beëindigd. Volkomen zinloos.

Je weet dat dingen zo kunnen gaan, maar soms grijpt de werkelijkheid hard naar de keel. De meeste mensen deugen, schreef Rutger Bregman, een mening die ik altijd onderschreef. Vandaag heb ik grote twijfels.

 

Huizen en hun geschiedenis

Winterwonderland
Terwijl het Andere Damesmeisje en ik in een warme kas dromen over meer planten in onze huiskamers, gebeurt er in de nabije koude buitenwereld iets anders. Sneeuwstorm. Met enige moeite bereiken we ieder de warme stal in het Verre Noorden. Dik ingepakt in winteroutfit red ik mijn nieuw aangeplante lievelingen, zo goed als het kan. Marie draaft dol van vreugde door de stuifsneeuw. Gaan we nu eindelijk op pad? Nee. We gaan nergens heen.
We leven uit de vriezer en pakken ons met dekens in op de bank.
Ik denk terug over de dag. Een gesprek met een zuid Hollandse hulpverleningsorganisatie over werkdruk, post Corona tijdperk. Het heilige vuur is uit de strijd, de vermoeidheid volgt. Het zijn universele wetten, ook nu aan de orde. Hoe lang kan je paraat staan, op je post, alsmaar door?
Een intakegesprek met takecarebnb, waar ik ons heb aangemeld voor eerste opvang van ontheemden, vluchtelingen, zeg maar. “Alleen Oekraïners of breder dan hen”, is een van de eerste vragen. Natuurlijk breder, natuurlijk voor iedereen die door geweld dakloos, thuisloos is geraakt.

Natuurlijk. Het is snel gezegd, snel gewild, dat dit is wat je wil. Het is een interessante grens. Ik stel mijn huis nu open voor iedereen die door geweld huis en haard heeft moeten verlaten? En dus niet alleen voor diegenen waarmee ik me makkelijk kan identificeren? De Oekraïners hebben dat in hun voordeel. Zoals eerder de Bosniërs. Vertel mij wat.
En wat heel veel vroeger, na Wo1, de Belgen ook hadden.

Vertel mij wat. Zonder WO1 had ik niet bestaan. Mijn arme oma liep vanuit haar Antwerpse café naar Haarlem, waar ze mijn opa ontmoette. Ik bedoel maar.

We komen in aanmerking voor een uitgebreidere procedure. Tijd en gelegenheid om over zaken na te denken. Hoeveel heb je over voor je medemens. Hoeveel mag compassie kosten? Volgens een goed Boedhistisch principe niet meer dan je echt kan en wil geven. Anders geef je negatief karma. Uitkijken dus.
Ik kijk uit over de sneeuw. Weather for thought.

huizen en hun geschiedenis

Magnolia
Vandaag 32 jaar geleden kondigde de geboorte van ons eerste kindje zich aan. Vanuit mijn slaapkamerraam zag ik die ochtend de magnolia in volle bloei staan, de knoppen helemaal open. Als een voorbode.
Ik zou die dag nog op de fiets boodschappen gaan doen. En nog 100 andere dingen, om het nestje in orde te maken. Ze zou de volgende dag, rond de middag ter wereld komen.
Het voelde kwetsbaar, zo op de fiets, herinner ik me. Alsof ze, bijna buiten mij, voor t eerst aan de buitenwereld blootgesteld werd. En die wereld voelde hard en lawaaierig aan. Auto’s, vliegtuigen, machines. Eigenlijk de gewone alledaagse dingen in een stad.

Ik zag vandaag een foto in de krant. Van een jonge moeder die met haar pas geboren baby op de vlucht sloeg. Voorzichtig droeg ze het kindje door de vernietigde stad, op zoek naar een uitweg. Elk moment kon ze beschoten worden.
Ik moet huilen om haar, en om al die andere moeders met hun kinderen. En soms nemen die dappere vrouwen ook nog andere kinderen mee. Verweesde kinderen, verlaten en kwijtgeraakte kinderen.

Na de geboorte van ons kindje verbleef ik nog lang in de veilige omgeving onder de magnoliaboom. Beschermd, vertrouwd, knus. Het duurde ongeveer vier maanden voordat ik weer naar buiten trad, de wereld in.
Hoe moet het zijn je kind ter wereld te brengen terwijl de bommen om je heen vallen. “You can’t stop a baby being born” zingt Joanie Mitchel. De natuur gaat door, no matter what.
Ik denk aan de Afghaanse en Syrische vrouwen met hun kinderen. En de vrouwen uit Afrika, die de zee trotseren met kinderen en al. In Ter Apel moeten ze slapen in een stoel. Of in een illegaal opgezette tent. Nergens een plek in de toch al niet zo comfortabele herberg. Nergens welkom. De ‘niggers ’ onder de vluchtelingen.
Waar staat hun magnolia boom. Waar hebben ze die achter moeten laten. Hoe moet het met de wereld zonder je eigen veilige boom?

Huizen en hun geschiedenis

Food for thought
Mijn lieve nichtje komt eten en ik spoed me in de lunchpauze naar de Westerstraat voor de blauwe of de gele supermarkt, bizar genoeg de kleuren van de Oekraïense vlag.

Ik ga focaccia maken. Italiaans brood van fijn meel gebakken met zoutvlokken en kruiden.
Als ik alle ingrediënten voor de maaltijd in mijn mandje verzameld heb bedenk ik dat ik meel nodig heb. Een groot leeg gat van drie vakken breed staart mij aan. Ongelovig zoek ik verder. Heb ik niet goed gekeken?
Dan zie ik een verfrommeld handgeschreven bordje liggen: Max 2 pakken per persoon.
Nog dringt de kwestie niet tot me door. Pas als ik hoor dat ook de blauwe supermarkt lege schappen heeft, realiseer ik me, er wordt gehamsterd. Sinds de Oekraïne ontdekt is in haar hoedanigheid als ‘onze ‘graanschuur’, sloeg de angst kennelijk toe.
Er is ook geen slaolie meer verkrijgbaar, krijg ik te horen. En het brood wordt extreem kostbaar.
Ik besluit op de dure afdeling biologisch spelt meel te kiezen, dat is immers nog verkrijgbaar. Daar zitten ook geen gluten in, mooi meegenomen.

We eten een voor onze maatstaven karig maal, t nichtje en ik. De focaccia lijkt meer op een heel erg bruine boterham. maar dan warm. In oorlogstijd zouden onze ouders er blij mee geweest zijn.
Zoals vaker belanden we in ons gesprek bij onze door de oorlog geteisterde en aangeslagen familie. Een NSB voorvader, Jappenkamp trauma’s, werkkamp- en Berlijnse belegerings-gruwelen. En een grote mate van onverdraagzaamheid onderling.

Heel dichtbij is het opnieuw oorlog.
“Het is erger dan het worstcase scenario”, de woorden van Teija Tillikainen, directeur van het Europees centrum voor hybride bedreigingen in Helsinki, vandaag in t NRC.”En het is voor iedereen duidelijk: dit is een grote schending van alle internationale afspraken die er bestaan. Daarom is dit zo’n keerpunt. De schellen vallen ons van de ogen. Europa zal niet meer dezelfde zijn”.

De maaltijd zal vaker karig zijn.

Voor E. Een leven lang in gesprek

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

De overkapte aanhangwagen schommelt hevig heen en weer over de onregelmatige ondergrond. Wij, een aantal volwassenen en kinderen, zitten ongemakkelijk op smalle houten banken tegenover elkaar. Door de grote ramen rondom is een volmaakt uitzicht op het buitendijks gebied, de zon zet een deel in een goudgele gloed. Dan stopt de tractor die het geheel trekt voor een metalen hek. De boer/bestuurder stapt uit, opent het hek, stapt weer in en rijdt door het hek. Om vervolgens weer te stoppen, uit te stappen, het hek weer achter zich dicht te doen. Dat alles gebeurt nog zo’n drie keer, onder belangstellend en grinnikend toezicht vanuit   de aanhangwagen. Ondertussen, al rijdend, vertelt de bestuurder ons vanaf de tractor via een ingenieuze intercominstallatie over de geschiedenis van het gebied. Half in het Fries, dat wel, maar we begrijpen allemaal wat ie bedoelt. Aangekomen bij een oude verlaten bunker moeten we eruit. Lachend haalt de bestuurder een grote fles kruidenbitter tevoorschijn en laat kleine glaasjes rondgaan. Als we terugrijden, hekken open, hekken dicht, stijgt de stemming naar een hoogtepunt. Zelden hadden we zo’n genoeglijke middag.

Voorbije glorie. De eigenzinnige tractorbestuurder is met pensioen en heeft zijn nering verkocht. Ik moet aan hem denken terwijl ik luister naar een goedgebekte Rotterdamse, die een bevriend echtpaar toespreekt bij de opening van de nieuwe nering: Kunstwerf Het Lage Noorden.  Net als het andere Damesmeisje, en daarvoor De Gewone jongen en ik, voelden en zagen man en vrouw twee jaar geleden de magie van het gebied, het bijzondere licht, de verstilde sfeer, de vergezichten, de zwermen vogels. Ze waagden de sprong en met weinig middelen maakten ze een uiterst smaakvolle en inspirerende plek, ‘waar je je als kunstenaar terug kan trekken voor onderzoek, verdieping en experiment’.

Het afschuwelijke gebeuren met die megalomane mensenhater is even heel ver weg, als het andere Damesmeisje en ik ons voorstellen hoe het zou zijn als deze fantastische plek van ons zou zijn. Wat zouden we niet allemaal kunnen bedenken en doen. Die grote tentoonstellingsruimte vraagt om een caravan, vinden we. En we zouden allebei wel in een van die idyllische schrijfhutten willen bivakkeren. Maar what the heck, we hebben allebei zelf allang zo’n mooie plek! Alleen die prachtige logeerkamers hier, en dat gezellige uitnodigende restaurant, wie wil hier nou niet een keer verblijven? Ga dus voor een goeie overnachtingsplek naar Het Lage Noorden in Marrum. En vergeet niet even de kleine schaapskudde aan te roepen, zij houden wél van mensen.

Huizen en hun geschiedenis

Klus
Terwijl de nieuwe Raspoetin zijn gruwelijke klus probeert te klaren, niet goedschiks dan maar kwaadschiks, neemt iets dichterbij de familie van onze lieve vriendin afscheid van een dierbare zus, geliefde, moeder en oma. Te jong, te onmisbaar.
Wat een klus..
Nog dichterbij zie ik hoe zwaar de klus is te leren leven met verminderde vitaliteit.
Vroeger of later krijgen we er allemaal mee te maken: afscheid nemen.

Ondertussen schijnt de zon en bruist t van positieve energie op de dijk.
Emmers water en zemen worden buiten gezet en ramen bevrijdt van Saharazand. Ook ik sta onwennig op mijn keukentrapje. Naast mij peutert de lieve buurvrouw onkruid en modder tussen de straatstenen vandaan, op haar gemakje gezeten op het warme wegdek. Vrolijke geluiden klinken vanaf hun dak: lieve buurman klautert met de verfpot rond.

De schilder en ik vermoeden achter de verweerde dakplaten een nieuwe schat. Eensgezind wrikken we beschimmeld materiaal weg. Nog een hele klus. Opnieuw onthult zich een beeldschoon plafond, van donkerrode planken dit keer.
Daar gaan we weer, denk ik.
De Geliefde herstelt de verloren gewaande verlichting van het achterhuisje. Hotelschakeling, nieuw stopcontact. Nog een hele klus.Ik ben blij en trots.

Onbeholpen werk ik aan mijn moestuin, de eerste van mijn leven. Gesitueerd tussen de bomen van mijn eerste boomgaard-in-wording en bestaand uit aan elkaar geknoopte aardappelkistjes.
Dan landt er naast mij een vlinder. De eerst die ik zie dit jaar. Onhandig komt zij neer op de bloemen. Met enige moeite hervindt zij haar evenwicht. Alsof dit haar eerste landing is als vlinder.
Dan wrijft zij zich in de voorpoten. Of zijn het voelsprieten. Alsof ze wil zeggen: “zo, de eerste klus van mijn leven heb ik geklaard”.

Leven en doodgaan, het blijft een hele klus.

Voor M

Huizen en hun geschiedenis

Haute Couture en oorlog
Terwijl op drie reisdagen afstand Odessa haar historie verpakt in zandzakken en de bevolking zich schrap zet voor een aanval, laat ik mijn familie achter op een terrasje in de namiddagzon en laat me verleiden door een elegante uitstalling van de kleur blauw. Dit alles tegen het decor van de plaatselijke hoofdstad. Hier is iedereen onbekommerd op deze gevoelsmatig eerste lentedag
We hebben er een heerlijk weekend tuinieren, klussen, kletsen en doorpraten opzitten. Geluk en pijn, ontluikende bloemen en mest, het is allemaal voorbijgekomen.

Ik stap een onbekende winkel binnen, aangetrokken door al dat blauw. Voordat ik het weet ben ik in gesprek met de ontwerpster en naamgeefster van deze zaak. Prachtige ontwerpen, sprankelende kleuren. Uitgevoerd in gerecyclede stoffen. Alls duurzaam wat de klok slaat. Als ik letterlijk in mijn hemdje sta, trekt de ontwerpster haar jasje uit en doet het mij aan. Ze sleept andere jasjes, vesten en pakken erbij. Het een na het ander trek ik aan. “Mijn Haute Couture collectie van de afgelopen decennia staat normaal boven”, zegt ze. “Maar ik ben een grote show in het VK aan t voorbereiden. Een antieke autorace”.
Op dat moment stapt haar topmodel, die deze show zal ‘lopen’ binnen. Een beeldschone.. jongen.

De ontwerpster vraagt me naar mijn leven. Alsof dat helemaal gewoon is, als je aan het winkelen bent. Kunstenaar? Ook bezig met kleuren? Dat kan ik beamen. Ik onthul mijn Damesmeisjes identiteit. Ze is vol aandacht. En waar ik woon? Op de OBD.
Verbeeld ik het me, of vullen haar sterk opgemaakte ogen zich met tranen. Oh jee, zegt ze. Daar ben ik opgegroeid en dat was niet leuk. Dat was oorlog. Ik ben er nooit meer teruggeweest. De boeren kwamen mijn vader zeggen dat ik een pak rammel nodig had. Ik werd altijd gepest.
Haar misdaad? ‘Anders-zijn’. Ze droeg laarzen in twee kleuren, ze klom in bomen, ze was geen standaard meisje. En dat kon niet in die omgeving. Gebroken moest ze worden. Al jong vluchtte ze naar Amsterdam en daarna reisde ze, voor de kledingindustrie, de wereld over. Alle goedkope modemerken kent ze vanuit de fabriek. En dat is erg. Heel erg, verzucht ze. Het gif loopt zo de sloot in, mensen krijgen amper betaalt.Nog steeds. We weten het inmiddels allemaal.
“Ik besloot het anders te gaan doen”. Zo gezegd, zo gedaan. Daar staat ze nu. Met betraande ogen in een schitterende winkel, waar vrolijke mensen, allemaal wel een tikje ‘ anders’ binnen stappen.
Als ik het jasje en het prachtig blauwe hemdje dat ik meteen maar aan houdt, afreken, legt ze een grijze shawl van gerecycled wol over mijn schouders. Voor als je het straks koud krijgt, met je familie op het terrasje, zegt ze lachend.
Wat een vrouw, wat een levensverhaal.
Als ik later de bijgevoegde foto uit Odessa zie, moet ik aan haar denken. Oorlog en Haute Couture.

Huizen en hun geschiedenis

“Jij mag geen belangstelling hebben voor oorlog, oorlog heeft wel belangstelling voor jou”. Caroline de Gruyter, citeert Leon Trotsky.
De wijze teksten van deze NRC columnist vallen nu in een geheel andere context. Wat waren we naïef en in slaap gesukkeld. Oorlog leek een ver weg fenomeen waarmee we niet in aanraking wilden komen, ook liever geen getuigen daarvan in eigen land toelaten. Wat je niet ziet, is er niet.
De Geliefde las vorig jaar De Gruyter’s boek “Beter zal t niet worden” en herlas t deze week in een geheel andere mindset.
De oorlog is overal. In de vorm van angst en in schuldgevoel. De Oekraïne vecht immers onze oorlog en smeekt om steun, met name om een no-fly zone die ‘wij’, niet kunnen bieden.
De oorlog is in de kleine berichtjes. Ik lees over de Soldatenmoeders. Moedige Russinnen die speurwerk doen naar gesneuvelde zonen en vaders. Vaak anoniem achtergebleven, soms ook, schijnt t, bewust verdonkeremaand om geen vervelende berichten naar het Russische publiek te hoeven geven. Berichten over naar huis in Rusland, bellende 18 jarigen die ontheemd en overweldigd niet weten wat ze daar in de Oekraïne in hun soldatenoutfit moeten doen.
De oorlog is op de snelweg tussen het zuidelijke wad en het noordelijke waar, valt me nu op, veel Poolse vrachtauto’s rijden. Sommigen met duidelijke teksten achterop hun wagens geschreven. Ik begrijp ook dat ze dikwijls hulpgoederen mee terug nemen. We zijn nu allemaal dol op de Polen, niemand maakt meer grapjes. De oorlog zit in onze Europese solidariteit.
De oorlog is ook in de drie daagse retreat die ik aan de noordelijke dijk volg, gezeten in mijn door de buurman gemaakte meditatiebox. Een mede Dharma student met Oekraïense hartsverbindingen raakt in paniek. Hij probeert, in een poging tot Bodhicitta, het goede in Poetin te vinden en activeert daarmee verschrikkelijke herinneringen en beelden.
Buiten zie ik een zonovergoten landschap, met dartelende vogels, ontwakende takken en een vrolijke hond.
Ik schuil voor de oorlog.

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

De hele middag vliegen formaties gakkende ganzen over. Soms richting het Wad, soms richting binnenland. Een winterkoninkje kwettert opgewonden vanuit de klimop. Iets verderop klinkt getimmer, een grote bonte specht vergroot het vlieggat van een nestkastje. Ergens is iemand aan het boren, er zijn bezemgeluiden, vanaf de straat roepende kinderstemmetjes. Het zijn vertrouwde dorpsgeluiden.

Het zonnetje is mild, de lente ontluikt. Tijd voor mijn zwarte klompen, mijn oude jasje, mijn snoeisnaar. Als eerste moet de oude, half ingestorte wilgenboom eraan geloven. Grote takken verdwijnen op de takkenril, de kleinere, in stukjes geknipt, in de groene bak. Ik geniet van mijn eigen veilige idylle, maar onvermijdelijk dwalen mijn gedachten steeds af naar de onthutsende gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Het lijkt wel op het begin van de coronapandemie. Ook toen volgden we gespannen het nieuws. Ook toen hadden we compassie met de getroffenen, maar maakten we ons ook zorgen over de consequenties voor ons eigen leven. Ook toen hing er een grote dreigende wolk.

Maak de sancties zo zwaar als kan, denk ik al knippend, ik trek gewoon een extra dikke trui aan als ’t gas niet meer stroomt. Wat een moed, die president, wat een toespraak, dan kan Europa toch niet achter blijven? Maar ook: wat een schrijnende tegenstelling als het gaat om de opvang van vluchtelingen. Die uit Afghanistan liever niet, en nu staan alle deuren wagenwijd open. Ik voel een opkomende boosheid over het gezeur van de afgelopen tijd, dat we onze feestjes missen, dat we nu eindelijk wel weer eens op een terrasje willen zitten, dat onze vrijheid is afgepakt.

Hoezo onze vrijheid afgepakt? Niet zo ver bij ons vandaan, oostwaarts, zit een absolute gek, die zojuist het woord ‘kernwapen’ heeft laten vallen. En westwaarts richting het ultieme land van vrijheid, zijn over niet al te lange tijd weer verkiezingen en dreigt een andere gek het voor het zeggen te krijgen.

Ik kijk omhoog naar weer een grote groep ganzen. Ze vliegen nog steeds naar oost, ze vliegen nog steeds naar west, net als in dat passende lied Over de Muur van Klein Orkest. Gewoon, omdat ze willen vliegen, omdat ze willen zijn.

I wish I was a bird.

.

Huizen en hun geschiedenis

Oekraïne
Ik denk aan alle Oekraïense Damesmeisjes, die zijn er vast. ik denk aan hun Geliefden en Gewone Jongens. Aan hun ouders en kinderen, kleinkinderen. Hun vrienden en buren.
Ik denk aan alle inwoners van Kiev voor wie het leven er in ene heel anders uitziet. Ik denk aan de mensen in andere steden. s Nachts het geluid van bommenwerpers. Explosies. Met kleine kinderen de schuilkelders in. Ik denk aan de mensen op het platteland. Waarheen te vluchten? Wanhopige mensen in lange files, richting het westen. Wanneer besluit je je auto te laten staan en te gaan lopen, met je kinderen, ouders, de hond en ook nog je bagage? vraagt mijn Geliefde zich af.

Het leven is definitief veranderd. Angst, dreiging en ontheemding heersen. Bij hen, maar ook bij ons.
De Oekraïners staan symbool voor de kwetsbaarheid van ons bestaan, het effect van geweld en de bedreiging van de diep gewortelde wens van alles wat leeft om gewoon een redelijk gelukkig bestaan te leiden en met rust gelaten te worden.

“And other beings’ pain
i do not feel , and yet
Because I take them for my own
Their suffering is likewise hard to bear”

Vers 93 Shantideva

Huizen en hun geschiedenis

Nee, natuurlijk niet
Kan een landschap een rechtspersoon zijn? Kunnen de belangen van de zee vertegenwoordigd worden? Filosofen, waar onder Bruno Latour en Eva Meijer buigen zich over dit vraagstuk. Het is de enige wijze waarop de 99% niet-menselijke aardbewoners kunnen meebeslissen in hun lot.
Maar kun je de zee ook verantwoordelijk stellen? Kun je boos zijn op de wind?

Ik lees “De Stem van de Noordzee”, een publicatie van de Ambassade van de Noordzee. Het is zondag 20 februari en de Zuid-Westerstorm loeit om de auto, de hele 900 kilometer lange weg tussen Wad en Wad.
Hebben we geluk dat we door acute dieselnood en op zoek naar een tankstation verdwalen in Middeleeuws Frankrijk? De weggetjes worden smaller en smaller. De Geliefde informeert of ik mijn navigatie soms op de ‘fietsstand’ heb staan.
Nee, natuurlijk niet.
De enige tegenligger is niet op ons bedacht en we moeten de berm in, maar wind is hier niet in deze dalen onder de hoge heuvels van ons schiereiland. Daarboven loopt de snelweg.

Stel het is twee of drie jaar verder In de tijd, we zijn nog ietsje ouder maar verder is het een dag zoals vandaag. We hebben een gezellig rendez-vous met onze lieve vrienden gepland. De bijeenkomst is aan de andere zijde van de binnenzee, misschien wel in La Vigie, en we moeten de Dam over, dwars door het water. In de loop van de avond wakkert de storm aan, net als vandaag, terwijl wij door die dalen dwalen.
Maar we zijn gewoon zoals we nu zijn dus laten we ons niet afschrikken door een partijtje wind. Onverwachte windstoten van 140 kilometer per uur teisteren de Dam en dwingen de auto naar links. Spannend, maar geen alarm. Net zo als vandaag, in 2022.

En dan gebeurt het, deze zondag . Zo ongeveer op het moment dat wij de houtkachel opporren om het koude huis wat op te warmen. De auto van de leeftijdsgenoten raakt van de weg en wordt verzwolgen door de Salines. Uren later kan de reddingshelikopter het autodak lokaliseren. Uren te laat. Geen hamer bij zich.

Vandaag, op dinsdag 22 februari ren ik met Marie over de Dam. De wind is mild, maar nog steeds uit het Zuid westen. Leeuweriken dartelen over de Salines. Zo onschuldig, naïef mooi. Geen spoor van naarheid te bekennen.
Kan je de zee of de wind verantwoordelijk stellen?
Nee, natuurlijk niet.

Neem altijd een hamer mee.

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

Tja, het andere Damesmeisje heeft het in haar laatste blog over gastvrijheid en het redden van afgeschreven oude legkippen. Dit Damesmeisje echter kijkt sinds begin nieuwjaar met heel andere ogen naar elke oproep tot doneren. Mijn goede voornemen voor 2022 is een beter rentmeester zijn, met meer liefdevolle aandacht voor huis, omgeving, de wereld. Ik had nog niet besloten dat ook het geven van donaties hier onder valt, toen een lezersbrief in Trouw me wees op www.doneereffectief.nl.

Maar niets op deze website kwam me bekend voor, dus ik stuurde een mail.  Het lijken me allemaal goede doelen die jullie noemen, en het is fijn dat er onderzoek naar is gedaan. Maar ik herken geen enkel doel, waar je in Nederland veel over hoort, of waar ik zelf al aan geef. Goede doelen die toch wat dichter bij huis liggen, dan grote internationale instituten, waar je nauwelijks wat over hoort. Hoe ziet u dat? Ben ik nou te narrowminded, herkent u deze vorm van kritiek, of liggen die bekende doelen buiten jullie blikveld?’

De volgende ochtend werd ik tot mijn verrassing gebeld door iemand van de organisatie. Er volgde een inspirerend gesprek, waarna ik via mail en post voorzien werd van allerlei lezenswaardig materiaal. Het boekje ‘Doing Good Better’; een  Trouw-interview met de Vlaamse ethicus en filosoof Stijn Bruers en een artikel van Rutger Bregman in de Correspondent.

Ik worstelde me door het boekje heen (in het Engels met een overload aan statistieken), las de artikelen en was overtuigd. De kern: geven doe je uit emotionele geraaktheid, uit een goed hart, niet uit rationele berekening. Je hoeft maar te denken aan die afgedankte legkippen of de hartverscheurende beelden van ondervoede kinderen en je weet dat dit waar is. Maar we worstelen ook allemaal met de vraag of gedoneerd geld ook ècht goed wordt besteed. Die vraag en de ontdekking dat hier nauwelijks onderzoek naar werd gedaan, was de aanleiding tot de oprichting van organisaties als Give Well en Animal Charity Evaluators. Zij doen wèl gegrond onderzoek en weten daardoor precies welke goede doelen het meest effectief zijn om aan te doneren. Want sommige goede doelen blijken wel 100 keer effectiever dan andere die aan dezelfde problematiek werken.

Word een effectief altruïst, is de oproep. Gebruik je verstand om vanuit je hart te geven. Want je hebt maar een beperkt budget, dus je moet zo goed mogelijk kiezen. Waar kan je geld het grootste verschil maken? Geef je geld voor die ene blindegeleidehond of voorkom je met hetzelfde bedrag dat 1.000 kinderen in Afrika blind worden?

Goed rentmeesterschap vraagt om stelling nemen. Tijd vrijmaken om me in te lezen in de voorgestelde goede doelen van Geef Effectief. En vervolgens keuzes maken. Als rechtgeaarde Weegschaal niet de gemakkelijkste stap. Misschien helpt het advies van de filosoof: maak 3 potjes, eentje voor jezelf (vrijwel altijd overbodig, denk ik dan), eentje voor zaken waar je emotioneel bij betrokken bent (in mijn geval niet de legkip, maar de uitvaartbranche) en eentje voor rationele keuzes. Dat betekent schrappen, opnieuw kiezen, en doorvertellen. Dat laatste heb ik bij deze gedaan.

Huizen en hun geschiedenis

Gastvrijheid
“Thuis is daar waar je gasten ontvangt..” lees ik in het boek ‘Gastvrijheid’ door Chris Keulemans. De Geliefde kreeg het bij zijn afscheid als bestuurslid van kringloopbedrijf De Lokatie, in Amsterdam-Noord.
Een indrukwekkende verzameling verhalen en essays over de kunst en betekenis van het welkom heten van vreemden. “Tegen een decor van oorlog en sociaal onrecht herinnert CK ons aan de schoonheid van onze menselijkheid”, vertelt de achterflap.
Dat is zo. Ik ben ontroerd. Juist waar minder is, is de gastvrijheid t grootst. De lezer wordt meegevoerd langs brandhaarden van oorlog en ellende. Om uiteindelijk aan te schuiven aan de lange houten tafel in Amsterdam Noord waar ongedocumenteerden hun vluchtverhalen vertellen, warm ontvangen door de schrijver en zijn geliefde.
Het boek is geschreven tijdens de pandemie, een periode waarin gastvrijheid ontbrak, zelfs verboden en gevaarlijk was.
Ik herinner me een van de beschreven plekken, Sarajevo, van vlak na de oorlog. De scheiding tussen werk en het ‘gewone’ leven viel ook voor mijn collega’s en mij volledig weg. We leefden samen met de getraumatiseerden vrouwen waarvoor we kwamen in ijskoude kelders en kapot geschoten flatgebouwen en legden hutje bij mutje om een feestje te bouwen. We waren altijd en overal welkom, ook al was er niets te eten of te vieren.
Ik voel me nu dikwijls schuldig. Ik heb drie huizen, er zou een heel dorp kunnen wonen in onze kamers. We zouden een grootfamilie een veilig onderkomen kunnen bieden. Waarom doen we niets, waarom doe ik niets meer dan alleen geld doneren. Als armzalig afkoopgebaar.
Ik lees over de mensen die op het kerkhof in Tunis wonen, in tentjes of gewoon tussen de grafstenen, in afwachting van een kans de zee over te steken. De Middellandse zee die aan onze kant luxe en ontspanning betekent, is daar de grote moordenaar die alles opslokt. Zwangere vrouwen en kinderen, grootouders, jonge mensen op zoek naar een waardig bestaan. Op zoek naar geluk. Zijn we dat niet allemaal? Alle wezens willen gelukkig zijn. Mensen, ook dieren en wie weet ook de bomen, de planten.
Via de lieve vrienden uit de Leidse buurt kom ik in contact met de stichting ‘redeenlegkip.nl’. Hun kind heeft in zijn achtertuin een stel zielige, kale en ‘afgeschreven’ legkippen geadopteerd om de laatste paar jaren van hun leven van het zonnetje te genieten, te kunnen woelen in het zand, zich vrij te bewegen. De stichting stelt behoorlijke eisen aan potentiële legkip ouders. Geen stenen vloer, behoorlijk wat ruimte, garantie dat je naar de dierenarts gaat met een zieke kip. En ‘statiegeld’ dat je pas terugkrijgt als de kip een natuurlijke dood is gestorven en netjes begraven is. Zoals elk leven verdient.
Ik spreek erover met de lieve buren van de dijk. Alle soorten en maten dieren zijn daar in de loop van bijna 50 jaar opgevangen, vertroeteld en uiteindelijk ook begraven. Wat denken zij ervan? Maar hoe moet het met de vossen, de steenmarters en de woelratten, vraagt buurvrouw-kippenexpert zich af, als we geen betonnen vloer mogen hebben…?
Tja, eerst nog wel wat praktische zaken oplossen. En is het wel moreel verantwoord om de zorg voor je dieren de helft van de tijd aan een ander over te laten, zoals ik ook in Amsterdam doe met mijn drie katten? Te oud om elke week de reis naar de dijk te maken. Daar op de gracht zorgen de lieve buren met hun kindjes voor katten en planten als de Geliefde en ik er niet zijn. En dat is nogal eens het geval.
Laat ik maar eerst donateur worden van redeenlegkip.nl. Een wat slappe vorm van gastvrijheid, in huize(n) Smoor-Donk.
Ja, karig is het wel.

Huizen en hun geschiedenis

De macht der getallen
Het is helemaal nog niet de dag voor een blog.
Maar het is twee februari tweeduizend twee en twintig. Over 200 jaar is het op deze dag, Ground Hog Day, by the way, een dag van uitsluitend tweeën. Helaas ga ik dat niet meemaken. Jammer, want ik heb ontzag voor de macht van het getal.

Op deze dag met de mooie getalswaarde vraagt de GGD Corona contactonderzoeksdienst tot vier keer toe aan de al 30 jaar in Nederland wonende en werkende man met een Afrikaanse achternaam of hij onlangs nog in een AZC of een andere vorm van opvang is geweest. Zijn ontkennende antwoord wordt tot 3x toe in twijfel getrokken. Zijn vrouw, met een Nederlandse achternaam, krijgt in 2 minuten het hoofd van de talksheet-dienst te pakken om te informeren naar het belprotocol. Om ze vervolgens te vertellen over het effect van deze gang van zaken. Dezelfde familie is slachtoffer van 1 toeslagenaffaire. Met een gevolg dat niet in getallen onder de drie nullen (erachter) is te beschrijven.

Het gaat maar door met de getallen, op deze’ Grond Hog Day’. Volgens de achterliggende Amerikaanse legende kan het weer op deze dag voorspellen hoeveel dagen of weken de winter nog zal duren.
Mijn favoriete columniste op de woensdag, Gemma Venhuizen, schrijft over De Noordzee in de NRC. In getallen is dat geen leuk verhaal. Ik schreef al vanuit de zevende hemel hoe achtduizend jaar geleden de Noordzeebodem in opstand kwam en hoe dat weer kan gebeuren onder invloed van de vele boringen in de diepte van de aarde.
De inmiddels 102 jarige chemicus James Lovelock kwam al in 1974 met zijn Gaia-hypothese. De aarde als superorganisme. Onder invloed daarvan pleitte de filosoof Bruno Latour voor een ‘Parlement der dingen’. En Anita Baaijens, de ontdekkingsreiziger en auteur van de meest prachtige boeken (getalswaarde 9 op een schaal van 1 tot en met 10), lanceerde het project ‘taal voor de toekomst’ waarmee we zouden kunnen communiceren met de zee.
4.500 kilo dode vis in Mar Menor in Spanje. Officieel noem je dat geen Noordzee, okay, maar zee is zee. Een petitie om de zee, de natuur tot een rechtspersoon te verklaren werd ruim 500.00 keer ondertekend.

Een lichtpuntje.in deze zee der getallen.

Er is een essaybundels en boeken publicerende ‘Ambassade van de Noordzee’.
Allemaal lid worden graag. De macht van het getal!

Huizen en hun geschiedenis

Een tijd geleden gaf het andere Damesmeisje me een boek cadeau met de titel ‘Drinkbare rivieren’ van Li An Phoa. Een boek over een zoektocht langs grote rivieren, over verstoorde ecosystemen en de diepe verbondenheid tussen alles wat leeft. ‘Wat voor relatie heb jij met de Maas’, vroeg ze me in de begeleidende brief. Een onverwachte, maar terechte vraag, want deze rivier stroomt vlak langs het dorp uit mijn jeugd. Zover ging mijn kennis dus wel. Maar verder weet ik opvallend weinig over het gebied waar ik ben opgegroeid. Er zijn herinneringen aan korenvelden vol margrieten, korenbloemen, klaprozen en wilde viooltjes. Altijd het geluid van leeuwerikken op weg naar de bushalte in het naburige dorp. De mooie witte dorpskerk, het grote klooster,  vlakbij het Julianakanaal en het Vinkenbeekje, waar mijn Jongere Zus altijd over vertelt. Als Wikipedia het heeft over het nabijgelegen eeuwenoude Sterrebos, dan val ik stil. Geen idee waar dat ligt. Tot dit weekend in het NOS-journaal. De tegenwoordige eigenaar van het Sterrebos is VDL NedCar automobielfabriek, en ze willen uitbreiden. Alweer een aanslag op het idyllische landschap en dorp van mijn jeugd.  Want dat is inmiddels ingesloten door bedrijventerreinen, de snelweg A2 en diezelfde VDL NedCar automobielfabriek. Aktievoerders hebben zich in de bomen verschanst, de politie heeft het kleine bos inmiddels met dranghekken omringd. Is er daar niet al genoeg verpest?

Diezelfde avond denk ik hieraan terug, als ik luister naar de aangrijpende woorden van Tall Oak, de stamoudste  van de Wampanaog. Zijn Indianenstam woonden al duizenden jaren in de omgeving van Plymouth, Massachusetts, toen het schip de Mayflower zo’n 400 jaar geleden aanlegde. Aan boord waren 102 Engelse kolonisten, die in Amerika een nieuw leven wilden beginnen, vrij van religieuze vervolging. Zij staan inmiddels bekend als de Pilgrim Fathers, de stichters van Amerika. Veel inwoners van de VS zijn er trots op dat zij een voorouder kunnen aanwijzen die nog met de Mayflower meevoer. Maar de afstammelingen van de Wampanaog kijken heel anders naar dat verleden. Zij hielpen de kolonisten te overleven in de eerste tijd, maar toen die groep groeide in aantal, eiste ze meer land en ging al spoedig domineren. Het leidde tot de bloedige King Philip’s war. Honderden Wampanaog werden afgeslacht, waaronder veel vrouwen en kinderen. Maar op de herdenkingssteen diep in het bos staan alleen de namen vermeld van de moedige kolonisten die dat deden. Tall Oak vertelt: ‘Waar onrecht is, zijn er naast slachtoffers altijd mensen die er baat bij hebben. Terrorisme begon niet op 9/11, maar in 1620. Want wat mijn volk is aangedaan valt onder de definitie van terrorisme. Amerika is geen groots land en zal het ook nooit worden, zolang het weigert om lering te trekken uit de geschiedenis. Er is hier in 1920 een waardesysteem geïnstalleerd waarbij winsten zwaarder wegen dan mensen. Profits before people. Dat waardesysteem moet op de schop, anders zal er nooit iets verbeteren.’

Het ene bos is natuurlijk het andere niet. Maar ook in het Sterrebos gaat het om hetzelfde principe. Gaat de uitbreiding van NedCar ten koste van eeuwenoude bomen, of hebben we eindelijk onze les geleerd en kiezen we voor het behoud van onze schaarse natuur? Gezien de dreigende taal van burgemeester en politie vrees ik het eerste. Dit jaar ga ik met Jongere Zus op zoek naar onze roots in Midden Limburg. Hopelijk ben ik niet te laat en kan ik met eigen ogen het Sterrebos voor het eerst bewust aanschouwen.

Huizen en hun geschiedenis

De zevende hemel

Ik lig te rusten in de zevende hemel terwijl de Amelandse vuurtoren haar licht door de kamer zwenkt. Een twee drie pauze en weer opnieuw gaat het, als een baken aan de oude kustlijn van het ooit verzwolgen land.
Ik lees Storegga door Elisabeth Filhol, over een beving in de bodem onder de huidige Doggersbank en de tsunami die daarop volgde. De vruchtbare vallei tussen Noord Europa en het VK zonk naar de diepte om nooit meer boven te komen. En met haar de wolharige mammoet, de sabeltandtijger en andere inmiddels mythisch aandoende dieren.
Achtduizend jaar geleden. De randen van de grote kom werden weggevaagd, uitgehold en lieten hier aan de noordkust een kwelderland ontstaan.
De schijfster/wetenschapper verdedigt in deze roman de stelling dat niet alleen in Groningen de aarde beeft. Ook op veel andere plekken rond het bekken is de bodem onrustig, alleen worden deze metingen niet gecoördineerd en blijft wat de oorzaak zou kunnen zijn, onzichtbaar. De bodem is als een speldenkussen, met alle diepteboringen naar olie en gas, tot op drieduizend meter diepte. De aarde reageert erop.Er rommelt iets.
Het zwenkende licht trekt mijn aandacht naar dat gebied, daar buiten. Naar die eindeloze zee en de aardplaten daaronder. Arme, getormenteerde aarde.
De oude plankenvloer onder mijn bed steunt en kraakt door het geweld van de noordenwind op het lange dak. Mijn aandacht zakt lager, naar de onderkant van die vloer. De schilder en timmerman zijn bijna klaar en de hemel straalt boven mijn keukentje. Hemelsblauw.
Ik denk terug aan de spontane ontmoetingen vandaag onder het stralende blauw, aan de opkomende zon boven de Waddenzee. Sneeuwklokjes die hun kopjes oprichten in een lente-achtig zonnetje. Met de buurvrouw in de brommobiel naar de visboer, met 60 kilometer per uur over het mooiste weggetje in een stralend zonnetje.
En bovenal denk ik terug aan de ondergaande vuurbal in het westen na een dag genieten met het andere Damesmeisje
Ik ben in de zevende hemel.

Huizen en hun geschiedenis

Terpslokje
Een matige dag na een rampzalige nacht.
Gisteravond heeft hond Marie een leftover van het aanrecht gestolen. Chocolade. En wel heel donkere. Een verboden item in elk huishouden met hond. Maar ja, t stond er, bestemd voor eerder herenbezoek, en Marie dacht pik in.
Pas uren later kom ik erachter. Voor maag leegpompen en dat soort doeltreffende zaken bij vergiftiging is het te laat. Norit erin (gelukkig in grote potten in dit huishouden aanwezig) en afwachten maar.
Het meest dramatische gevolg is een hartstilstand. Voor honden is zwarte chocolade in iets ruimere hoeveelheid hetzelfde als 5 blikjes red bull leegdrinken voor ons. 2 gram per kilo lichaamsgewicht betekent levensgevaar. Marie van 30 kilo had zeker 50 tot 60 gram te pakken.
Angstig lig ik naast haar op de bank. Rillingen en koorts zijn slechte voortekenen, zegt de dierenarts.
Om 5 u denk ik dat het gevaar geweken is en stap ik mijn bed in. Maar, alsof de adrenaline in mij gevaren is, kan ik niet slapen.

Als een zombie kom ik de dag door, nergens zin in, moe. Ik sleep me, rennend dat wel, door het Vondelpark, om de laatste resten gif uit het hondenlijf te jagen.
Voor het dineetje met de lieve vrienden maak ik een dessert uit ‘ Simpel’ van Ottolenghi, een amandeltaart en houd 5 eierdooiers over. Zonde, wat moet ik daar nu mee? De hond lust ze niet.
En dan moet ik glimlachen, voor t eerst vandaag. Natuurlijk, ik probeer het gewoon.
Als mijn lieve buren van de dijk het kunnen, kan ik het misschien ook?
Met de alcohol uit het flesje ‘Terpslokje’, gekregen bij de opening van het project van het andere Damesmeisje, De Terp fan de Toekomst.
Advocaat. Iets te dik uitgevallen maar smakelijk. .
Toch nog iets gedaan vandaag!

Huizen en hun geschiedenis

Spookbeelden
De Geliefde helpt me de stad uit. Dat is ongekend onbaatzuchtig. Hij heeft me immers liever in de stad.
Sinds een week staan er mannen in gele pakken vreemde dingen te doen op onze gracht. Het geeft me een unheimisch gevoel. Ze dwingen alle verkeer in tegenovergestelde richting te rijden. Maar dat dan weer niet consequent. Het komt er op neer dat alle auto’s stadinwaarts gaan, zonder er schijnbaar ooit uit te kunnen.
En ik wil eruit.
Met De Geliefde aan t stuur lukt dat natuurlijk best. Maar waarom is de situatie zo? De mannen in de gele pakken lijken erop geselecteerd dat ze niet kunnen praten. Geen commentaar, geen uitleg. Of weten ze t zelf ook niet?
Auto’s moeten omgekeerd inparkeren. Kleine types kunnen de draai in een beweging maken, met onze bus lukt dat niet. Het geeft gestuntel en verbaasde blikken.

Op de afsluitdijk haal ik opgelucht adem. Alles weer normaal, denk ik.
De lucht betrekt, dikke mist komt op en de wind wint aan kracht.
Aanvankelijk dringt het vreemde geluid niet tot me door. Ik moet immers werken, zoomen en dat vraagt al mijn aandacht. Wat loeit die storm, denk ik nog, en passant.
Aan het einde van de werkdag lees ik welgemoed de krant, op mijn noordelijke bank. De militaire bewegingen, rond de Oekraïne, trekken mijn aandacht. Het V.K., Frankrijk en natuurlijk de VS, allemaal trekken ze met hun materieel op naar het oosten. Nooit was de dreiging zo groot sinds De Koude Oorlog, lees ik.
Pas als ik later buiten loop, in het lege veld onder een haast volle maan, dringt de bron van het lawaai tot me door. Straaljagers. De een na de ander vliegt over. Al urenlang. Een periodieke NAVO oefening? Toevalligerwijze nu?
Als ik het angstaanjagende geluid in deze stilte wil vastleggen, zwijgen ze en vang ik slechts wind.
Maar even later, als ik op mijn yogamatje lig, virtueel naast het Andere Damesmeisje en de les volg, komen ze weer.
Als spookbeelden in de nacht.

Huizen en hun geschiedenis

Sjamanisme op de dijk
De processie stapt uit het tuinhekje de dijk op, vreemde voorwerpen met zich mee dragend. Voorop gaat een persoon met een matras onder de arm. Daarna volgen een soort beddespiraal, maat kinderledikant, een hoofdeinde en iets met pootjes.
De processie gaat een andere tuin binnen en loopt om het huis naar achteren. Iemand rent terug, kennelijk om een elektrische boormachine en een zak blaadjes op te halen.
In de kleine achterkamer wordt het geheel in elkaar gezet.
Mijn buurman heeft een meditatiebox voor me gemaakt. Hij heeft er zelf ook een, maat XXL. Ooit las ik een boek over een non die hoog in de Himalaya in een grot woonde. Met een piepklein tuintje ervoor, waar ze in de zachtere maanden wat groente kweekte. Verder leefde ze sober van haar gedroogde voorraden. Ze zat dag en nacht in haar meditatiebox. Ook s nachts.
Dat ben ik niet van plan.
Maar voordat ik mijn box mag uitproberen moet er een ritueel plaatsvinden, vindt mijn lieve buurman. De ruimte moet gezuiverd worden, daarvoor zijn er salieblaadjes meegebracht. Al snel zitten we hoestend te lachen in dikke rookwolken. Naast de kwade geesten zijn ook wij bijna uitgeroeid.
Dan pas is het moment dat ik mag plaatsnemen.
Alsof ik op een troon zit, zacht en warm, met de juiste verhoging van de heupen voor de lotushouding. De kleur van de box matcht met de oude ossenbloed-kleurige verf van deur en balken van de oude ruimte. Vanouds om vliegen te weren.
Ik zit goed!
Als het gezelschap zich vervolgens naar de woonkamer annex atelier begeeft, vraagt de buurman of hij even de oven mag gebruiken. Uiteraard.
De zinnen in de kamer worden verder verlicht door glaasjes rode wijn.
En dan dringen zich geuren op uit de keuken. Zeg buurman wat ben je eigenlijk aan het doen. Oh, ik decarboiseer mijn wiet bloemetjes voor mijn medicinale olie. Die we, tussen twee haakjes inmiddels allemaal gebruiken om te kunnen slapen. Ik ben bijna stoned van de geuren en de hilariteit.
Daar zitten we dan op de dijk, Back in the sixties…

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

 

Terwijl het andere Damesmeisje op de oude dijk haar hoofd moet breken over allerlei onafgemaakte keukenbesognes staat ook de keuken in Blije in de spotlights. Het is een originele roestvrijstalen werkbank van Bulthaup, een exemplaar ervan is vanwege het bijzondere design te vinden in het MOMA in New York. Een keuken om verliefd op te worden en verknocht aan te raken. Maar ook: met een gaskookplaat, en dat is niet meer van deze tijd. Daar moeten we vanaf.

En wat doet een Damesmeisje dan? Googelen op internet, op zoek naar een inductiekookplaat, net als iedereen tegenwoordig. Maar een plaat in de juiste maat is nergens te vinden. In arremoede het hoofd gebogen, tot een advertentie in de Leeuwarder Courant om aandacht vraagt. ‘Koken met een stekker’ luidt de kop. Het is een lofrede op de inductiekookplaat, met de belofte dat er voor iedere kok een juiste kookplaat in huis is. En dat niet alleen, ze komen naar je toe. Eerst een adviesgesprek aan huis en daarna een geheel verzorgde installatie. Als dat geen service is -en slim inspelen op de gesloten winkels overal-!

Meteen een afspraak gemaakt en het werkblad een extra goed sopje gegeven. Onze adviseur is keurig op tijd. Vakkundig bekijkt hij de keuken, hij inspecteert de stoppenkasten, werpt ondertussen nog even een kennersblik op de verzameling oude auto’s in de deel, en gaat er dan eens goed voor zitten met een glaasje water. Allereerst: er moet een 380 aansluiting komen, in de bijkeuken en dan doorgetrokken naar de keuken. Vervolgens moet de gasplaat eruit en een inductiekookplaat erin. Hij kijkt op zijn Ipad wat mogelijk is. Nou, niet veel blijkt dan. De maat voor onze geliefde keuken blijkt niet meer te bestaan. De economische groei zet werkelijk overal in door. De enige oplossing: zaag erin, gat groter maken, randen netjes weg laten werken. De financiële teller stijgt mee met elke aanpassing. Het wordt steeds bedenkelijker, wat blijft er over van het originele van onze mooie werkbank? Maar ja, het klimaat, we moeten toch niet zeuren, offers moeten worden gebracht.

De vakman ziet onze twijfel en gooit nog wat olie op het vuur. Hij vraagt of we wel weten wat we besparen per jaar als we over gaan op electrisch koken? We hebben geen idee, maar hij heeft het antwoord natuurlijk allang paraat: € 50 per jaar, iets meer dan € 4 per maand. Uitgaande van elke dag koken, nou ja. Dat doet de deur dicht, daarvoor gaan we onze prachtige keuken toch niet vernachelen, zeggen we voorzichtig vragend. Onze adviseur snapt onze verknochtheid, hij heeft duidelijk smaak, en doet een nieuwe suggestie. Als je echt niet meer wilt koken op gas, en je wilt deze aanpassingen van pak hem beet € 2.000 niet, dan leg je toch gewoon een houten plank over de gasplaat? Een losse electrische kookplaat er bovenop en klaar ben je.

Als goede vrienden zwaaien we de man uit. Hij heeft ons erg aan het denken gezet. En dat allemaal over een onderwerp dat niet eens mijn interesse heeft. Ja, wel het klimaat natuurlijk, maar dit Damesmeisje houdt helemaal niet van koken. Daar heeft ze namelijk de Gewone Jongen en het andere Damesmeisje voor.

Huizen en hun geschiedenis

Πείσμα
Het tuinhekje valt achter me in t slot. Een laatste blik op het door luiken geblindeerde huis. Dag huis, tot gauw. Een laatste groet aan de buren die uit hun raam hangen om ons uit te zwaaien.
De laatste dagen van het leven op het zuid westelijke wad bestaan altijd uit afscheid nemen. Van het rondje ‘om de punt’, van t avondwandelingetje onder de sterrenhemel. Van de heuvels, de vergezichten op zee. Van de lieve vrienden die altijd langer lijken te blijven.

En daar gaan we dan. Vanaf schuin onder Zuid Engeland in een diagonale lijn naar t Noorden. Tot waar de weg ophoudt en overgaat in een dijk. De oude zeedijk.
Dan gaat de telefoon. Een 0518 nummer. De schilder is, terwijl hij t keukenplafond op die verre dijk aan t kitten is, van zijn trap gevallen. Ik zie in gedachte onze steun en toeverlaat met gebroken ledematen in t ziekenhuis liggen.
Het valt enigszins mee. Niets gebroken, wel op krukken. “Maar maandag ben ik er gewoon weer hoor”, appt hij me positief gestemd als altijd. Of eigenwijs? Eerst maar even aan de dokter vragen.

Als we dan 9,5 uur later St Annaparochie binnenrijden springt mijn hart op. Net zoals t doet bij de eerste aanblik van de zee, daar in t zuid westen.
In t dijkhuisje, op tafel vind ik mijn verlate kerstcadeau van t Andere Damesmeisje. Oningepakt. Aan verspilling van papier doen we niet meer. Een boek, dat wist ik al. ‘De filosoof, de hond en de bruiloft’. Door Barbara Stok. Over de eerste vrouwelijke filosoof Hipparchia, haar hondenvrienden en de filosofische stroming van de Cynici waarvoor de hond symbool staat. En de grote beslissing die Hipparchia neemt onder invloed van de Cynici, die de bestaande normen en waarden ter discussie stellen. De filosofe past die denkwijze toe op de positie van de vrouw en het instituut huwelijk.

Ik moet er even op gewezen worden en dan zie ik de overeenkomst. Op de kaft prijkt de filosofe, badend in een poel met haar hond.
Ik herinner me mijn Nieuwjaarsduik in een ondiepe poel achtergebleven zeewater, met Marie. De foto daarvan heb ik bewerkt tot Nieuwjaarswens. Op naar een frisse toekomst!
En ik denk aan andere overeenkomsten in dit jaar van het dertigjarige huwelijk en de veertigjarige verkering met de Geliefde.
En mijn keuze voor het dijkhuisje op het Noordelijke wad.

Πείσμα

(Oftewel eigenwijsheid)

HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

SURVIVAL

Terwijl het andere Damesmeisje met de Geliefde door de modder kruipt, was ook dit Damesmeisje bezig met een survival tocht. Het zou een simpel wandelingetje zijn, samen met de lieve vriendin uit Bolsward. Gewoon, ff frisse neus halen en samen het oude jaar uit luiden. De lieve vriendin is zoals altijd uiterst praktisch: ze heeft een rugzak met daarin bordjes, glazen, bestek, alles keurig opgeborgen. Mijn rugzak is er niks bij, maar daar zit wel een klein flesje witte wijn in opgeborgen en een klein kadootje voor het nieuwe jaar. We maken een rondwandeling vanuit Hartwert, een klein dorpje vlakbij Bolsward. Ontstaan op een terp langs een slenk van de Middelzee, was het ooit een dorp met groot aanzien. Dat kwam door het Klooster Bloemkamp, het op een na grootste klooster van Friesland. Nu is daar niets meer van te vinden, behalve een lichte glooiing in het landschap.

Het is regenachtig weer en het waait ontzettend hard. Gezeten op plastic tasjes op een viezig bankje vol korstmossen openen we onze rugzakken. Voor we het weten zeilen tasjes, plastic glaasjes en de routebeschrijving door de lucht. Terwijl ik er hard achteraan ren passeert voor de tweede keer een auto van de gemeente Sûdwest-Fryslân. De bestuurder kijkt verbaasd om, wat doen die twee vrouwen op dat bankje in dit rotweer?

Als de broodjes op zijn en het flesje witte wijn leeg, wandelen we nogal rozig verder, op zoek  naar routepaal 67. Halverwege treffen we in een tuinhuisje bij een grote boerderij een prachtige maquette met uitleg over klooster Bloemkamp. Oude verweerde kloostermoppen liggen buiten opgestapeld als bewijs dat we op historische grond staat. Ook bij de volgende boerderij kijken we onze ogen uit: de deel vrijwel volledig ingestort, een hoog staketsel steekt nog overeind in de lucht, overal roestig afval, oude auto’s. Een pinkend lichtje bewijst dat er toch nog iemand woont in deze bouwval.

Dan lopen we vast, het betonnen rijpad eindigt in grote vette kluiten modder, hier is het alleen nog maar landbouwgrond. Wil een dwarse boer niet dat we verder lopen? Of hebben we iets over het hoofd gezien? We lopen wat heen en weer op zoek naar een verwijzing. Daar is de bouwval weer, het tuinhuisje, en even later nog een keer. De lieve vriendin uit Bolsward spreekt het verlossende woord: we moeten van het pad af het weiland in. De lucht wordt steeds dreigender, de wind waait steeds harder. Niet veel later vinden we routepaal 67, en dan blijkt het nog maar een eindje naar de auto.

Moe maar uiterst voldaan drinken we niet veel later een kopje thee als afsluiting.

Het was maar 5,6 kilometer, maar het leek zeker het dubbele.

Slecht weer, tegenwind, verkeerde afslagen, het lijkt 2021 wel.

Maar één ding is zeker: onze lijven en harten zijn warm.