HUIZEN EN HUN GESCHIEDENIS

De overkapte aanhangwagen schommelt hevig heen en weer over de onregelmatige ondergrond. Wij, een aantal volwassenen en kinderen, zitten ongemakkelijk op smalle houten banken tegenover elkaar. Door de grote ramen rondom is een volmaakt uitzicht op het buitendijks gebied, de zon zet een deel in een goudgele gloed. Dan stopt de tractor die het geheel trekt voor een metalen hek. De boer/bestuurder stapt uit, opent het hek, stapt weer in en rijdt door het hek. Om vervolgens weer te stoppen, uit te stappen, het hek weer achter zich dicht te doen. Dat alles gebeurt nog zo’n drie keer, onder belangstellend en grinnikend toezicht vanuit   de aanhangwagen. Ondertussen, al rijdend, vertelt de bestuurder ons vanaf de tractor via een ingenieuze intercominstallatie over de geschiedenis van het gebied. Half in het Fries, dat wel, maar we begrijpen allemaal wat ie bedoelt. Aangekomen bij een oude verlaten bunker moeten we eruit. Lachend haalt de bestuurder een grote fles kruidenbitter tevoorschijn en laat kleine glaasjes rondgaan. Als we terugrijden, hekken open, hekken dicht, stijgt de stemming naar een hoogtepunt. Zelden hadden we zo’n genoeglijke middag.

Voorbije glorie. De eigenzinnige tractorbestuurder is met pensioen en heeft zijn nering verkocht. Ik moet aan hem denken terwijl ik luister naar een goedgebekte Rotterdamse, die een bevriend echtpaar toespreekt bij de opening van de nieuwe nering: Kunstwerf Het Lage Noorden.  Net als het andere Damesmeisje, en daarvoor De Gewone jongen en ik, voelden en zagen man en vrouw twee jaar geleden de magie van het gebied, het bijzondere licht, de verstilde sfeer, de vergezichten, de zwermen vogels. Ze waagden de sprong en met weinig middelen maakten ze een uiterst smaakvolle en inspirerende plek, ‘waar je je als kunstenaar terug kan trekken voor onderzoek, verdieping en experiment’.

Het afschuwelijke gebeuren met die megalomane mensenhater is even heel ver weg, als het andere Damesmeisje en ik ons voorstellen hoe het zou zijn als deze fantastische plek van ons zou zijn. Wat zouden we niet allemaal kunnen bedenken en doen. Die grote tentoonstellingsruimte vraagt om een caravan, vinden we. En we zouden allebei wel in een van die idyllische schrijfhutten willen bivakkeren. Maar what the heck, we hebben allebei zelf allang zo’n mooie plek! Alleen die prachtige logeerkamers hier, en dat gezellige uitnodigende restaurant, wie wil hier nou niet een keer verblijven? Ga dus voor een goeie overnachtingsplek naar Het Lage Noorden in Marrum. En vergeet niet even de kleine schaapskudde aan te roepen, zij houden wél van mensen.

Geef een antwoord